Advertentie

Hebban vandaag

Dossier /

Book review: Frank Herbert - Hellstrom's Hive

door Rob Weber 6 reacties
Duin overschaduwt de hele carrière van Frank Herbert. Het was zijn tweede roman en hij heeft met zijn latere boeken nooit meer het succes kunnen evenaren van dat boek. Dat neemt niet weg dat hij, ook buiten het Duin-universum, een aantal goede romans op zijn naam heeft staan. Een van de betere is Hellstrom’s Hive uit 1973. Het is in 1978 vertaald onder de werkelijk verschrikkelijke titel Gonzende Nachtmerrie en is voor zover ik weet alleen nog tweedehands te krijgen. In het Engels is nog wel een aantal edities te krijgen. Zo gaf Tor het in 2007 opnieuw uit en maakt het sinds 2011 deel uit van de SF Masterworks-serie van de Britse uitgever Gollancz. Ik heb zelf de Tor-editie gelezen. Herbert staat vooral bekend als een sciencefictionschrijver maar in deze roman nadert hij het horrorgenre toch wel erg dicht. Het is een ongelofelijk griezelig verhaal dat vrij weinig echte sf-elementen bevat.

Herbert liet zich bij het schrijven van het boek inspireren door de film The Hellstrom Chronicle uit 1971. Hij is geproduceerd door David L. Wolper en geregisseerd door Walon Green. De film moet veel indruk gemaakt hebben op Herbert dus heb ik hem ter voorbereiding op deze recensie bekeken. Visueel is het een erg goede film als je er bij bedenkt dat hij inmiddels meer dan 40 jaar oud is. Inhoudelijk is het echter ongelofelijke flauwekul. Het is een soort semi-documentaire waarin de fictieve Dr. Nils Hellstrom (Herbert zou de hoofdpersoon van de roman naar hem vernoemen) zijn schokkende bevindingen uit de doeken doet. Volgens hem zijn insecten op elk denkbaar vlak superieur aan de mensheid en zullen ze de Aarde overnemen na ons uitsterven. Hij probeert dit te bewijzen door de hele klasse uit het dierenrijk (er zijn momenteel meer dan een miljoen soorten beschreven en we hebben ze nog lang niet allemaal gevonden) te vergelijken met één enkele soort. Als het hem zo uit komt gooit hij ook nog wat Arachnidea in de strijd. Die zijn volgens hem immers nauw verwant, enkele honderden miljoenen jaren van divergerende evolutie zien we dan voor het gemak maar even over het hoofd.

Het zal niemand verbazen dat tussen deze miljoen soorten, insecten zitten die in de meest veeleisende milieus kunnen overleven en aanpassingen hebben waarover mensen niet kunnen beschikken. Ze hebben ook zo hun beperkingen maar die negeert de film voor het gemak. Hellstrom, gespeeld door acteur Lawrence Pressman, laat ons tal van voorbeelden zien van de overlevingsstrategieën van insecten die volgens hem aantonen dat wij het Darwinistische gevecht om te overleven wel moeten verliezen. De film is waarschijnlijk satirisch bedoeld maar faalt wat mij betreft in dat opzicht volledig. Het pompeuze taalgebruik en de gruwelijke conclusies die Hellstrom presenteert, ontdaan van elke context, zijn eigenlijk gewoon irritant. De feiten waarop de film gebaseerd is zijn naar verluid door verschillende wetenschappers nagekeken en zullen waarschijnlijk ook wel in overeenstemming zijn met de kennis van destijds. Ze worden echter zonder enige context over the ecologie die zowel insecten als mensen in leven houdt gepresenteerd. Hellstroms these wordt eigenlijk totaal niet ondersteund door enige logische redenering, alleen door een reeks van feitjes die uit alle hoeken van het dierenrijk bij elkaar geplukt worden. Het is, met andere woorden, een belachelijk slechte film.

Herbert moet zich tot op zekere hoogte bewust zijn geweest van de tekortkomingen. Hij leent stevig van de voice-over in de film voor de stukjes tekst die de hoofdstukken inleiden maar verder heeft de film niet zo veel te maken met het boek. De roman opent met de verdwijningen van een agent van een mysterieuze organisatie waarvan de naam nooit genoemd wordt. Hij is op het spoor van een nieuwe techniek die op een landbouwbedrijf in Oregon ontwikkeld zou worden. Het land is eigendom van de entomologist en documentairemaker Dr. Nils Helstrom en er is overduidelijk iets vreemds mee aan de hand.

Zoals de (Engelse) titel al doet vermoeden, draait het verhaal om een samenleving die gebaseerd is op sociale insecten. Het is een samenleving van klassen, waar elk lid een gespecialiseerde rol heeft en daar fysiek en mentaal op aangepast is. Ze worden letterlijk gefokt met het oog op bepaalde taken, en programma’s om tot bepaalde specialisaties te komen lopen al enkele eeuwen. Slechts een klein groepje specialisten heeft contact met de buitenwereld, de rest van de gemeenschap is zorgvuldig verborgen in een enorm stelsel van gangen onder de boerderij.

De beschrijving van deze menselijke bijenkorf is werkelijk fantastisch. Herbert krijgt het voor elkaar om een gevoel van sympathie op te wekken voor de belegerde Hellstrom, die uit alle macht probeert om zijn gemeenschap verborgen te houden, wetende dat ze door de buitenwereld niet geaccepteerd zullen worden. Ontdekking van Hellstroms geheim zou onherroepelijk leiden tot de vernietiging van zijn gemeenschap. Hij heeft echter zo zijn verdedigingen en al snel wordt het verhaal een kat en muis-spel tussen de agenten en Hellstrom. Herbert onthult in stapjes wat het precies betekent om als een insect te leven en hoe afschuwelijk dat beeld wel niet is voor een individualistische samenleving.

De agenten zien het in ieder geval wel als een nachtmerrie. In de opstelling die de organisatie aanneemt kun je duidelijk het tijdsbeeld van destijds lezen. Het is een organisatie die vast zit in het paranoïde koude-oorlog-denken van destijds. De parallel tussen Hellstroms samenleving en een communistische staat waarin het belang van het individu volledig ondergeschikt is. Herbert legt er verder niet al te veel nadruk op, het moet, zeker voor de lezer van destijds, overduidelijk zijn. Had Herbert dat wel gedaan dan was het boek waarschijnlijk een stuk gedateerder overgekomen. De vergelijking tussen Hellstroms werkers en een communistische arbeider gaat sowieso mank. Aan het einde van de roman lijken de karakters ook tot die conclusie te komen.

Eén van de zaken die het boek veel beter maken dan de film waardoor Herbert zich liet inspireren is dat, in tegenstelling tot de Dr. Hellstrom uit de film, Herbert zich wel bewust is van de ecologie van insecten en de verschillen met die van mensen. Hij beseft duidelijk dat mensen nooit volledig in de ecologische structuur van een sociaal insect zullen passen. In de teksten van Hellstrom en de (bij gebrek aan een betere term) koningin van de gemeenschap blijkt duidelijk dat ze het voorbeeld van de insecten niet koste wat kost volgen. Een ander voorbeeld waaruit het ecologische inzicht van Herbert blijkt is de manier waarop de gemeenschap druk uitoefent op haar leiders. De gemeenschap wil uitbreiden, of eigenlijk uitzwermen om zo de kans op overleven te vergroten. Zeker nu het voorbestaan van de gemeenschap bedreigt wordt is deze neiging bijna niet te onderdrukken. Hellstrom is zich er voortdurend van bewust maar beseft ook het gevaar van een voortijdige ontdekking. Het lijkt een bijna onbewust proces maar Herbert geeft er een wetenschappelijke draai aan door bevolkingsdichtheid en feromonen aan te voeren als zaken die de druk opvoeren.

Als Hellstrom’s Hive een zwakke plek kent dan is het waarschijnlijk de climax van het verhaal. De roman is qua tempo en spanningsopbouw eigenlijk heel sterk. Het houdt de sympathie voor Hellstrom en het ongemak dat de lezer voelt bij de beschrijvingen van zijn gemeenschap goed in evenwicht. In een werkelijk meesterlijke scene aan het einde van het verhaal laat Herbert in feite zien wat er gebeurt als je een stok in een mierenhoop steekt. Ondanks die scène is het einde eigenlijk niet helemaal bevredigend. Gedurende het verhaal proberen beide partijen de overhand te krijgen maar aan het einde van de roman blijft de boel toch steken in een status quo. Er is gevochten en er zijn geheimen blootgelegd maar uiteindelijk leidt dat alles niet tot een duurzame oplossing. Voor een roman die het vooral van het plot moet hebben en wat minder van de personages – geen van hen ontwikkelt zich tot een echt rond karakter – is dat toch wel een probleem.

Ondanks het matige einde heb ik echt genoten van Hellstrom’s Hive. De eerste keer dat ik het las had ik de film nog niet gezien. The Hellstrom Chronicle heeft me toch anders naar het boek doen kijken. Misschien dat het de ergernis wel waard is geweest. Herbert heeft in ieder geval een sterke roman weten te creëren uit het matige bronmateriaal. Al met al denk ik nog steeds dat The Dosadi Experiment Herberts sterkste roman buiten het Duin-universum is maar dit boek zit er niet ver achter. Herberts ecologische inzicht, aanwezig in veel van zijn verhalen, wordt in deze roman ingeschakeld om de lezer letterlijk kippenvel te bezorgen. Het is zonder twijfel het meest verontrustende boek dat hij geschreven heeft. Als je hem het matige einde kunt vergeven is het meer dan het lezen waard.



Over de auteur

Rob Weber

35 volgers
236 boeken
0 favorieten
Hebban Recensent


Reacties op: Book review: Frank Herbert - Hellstrom's Hive

 

Over

Frank Herbert

Frank Herbert

De Amerikaanse auteur Frank Herbert (1920-1986) was oesterduiker, fotograaf, tv-cameraman en journalist. Zijn eerste roman, The Dragon in the Sea, later hertiteld tot Under Pressure, verscheen in 1956...