Advertentie

Hebban vandaag

Column /

Column 2 Jelmer Jepsen: Kinderboekenweek

Alhoewel zijn debuutroman 'Vallen als het heet is' een groot succes was, pakt Jelmer Jepsen het bij zijn tweede boek heel anders aan. Op Hebban Literatuur & Romans deelt hij maandelijks zijn ideeën en twijfels over de vorderingen van zijn tweede roman, die in mei 2015 in de winkels moet liggen. Jelmers tweede column is getiteld 'Kinderboekenweek', gooit hij het dan echt over zo'n andere boeg?


Lees hier Jelmers tweede Hebban-column.

Kinderboekenweek

Van 1 t/m 12 oktober is het Kinderboekenweek, en dat deed me aan het volgende denken. In zijn show Marc-Marie H. uit 2002 heeft Marc-Marie Huijbregts het over Annie M.G. Schmidt. Aan de hand van het versje ‘Prinsesje Vingertje Lik’ laat hij weinig heel van de vermeende dichtkunsten van Annie, maar het gaat mij in deze column om iets wat hij daarvoor zegt, voor hij begint met het analyseren van dit gedichtje. Hij zegt: “Eigenlijk wilde onze Annie Grote Mensen Schrijver worden. Maar al snel bleek dat Annie helemaal niet kon schrijven voor grote mensen, en we weten allemaal dat als je iets niet zo goed kunt… dan is het altijd nog leuk voor kinderen! En zo is Annie kinderboekenschrijfster geworden.”

Los van de vraag of in bovenstaande uitspraak een kern van waarheid zit, zijn deze zinnen de afgelopen jaren regelmatig door mijn hoofd geschoten. Hoe vaak heb ik niet hoofdschuddend naar mijn manuscripten in wording zitten kijken, terwijl ik dacht: ‘Nou ja, als het nou echt niet lukt bij de grote literaire uitgeefreuzen, kan ik dit verhaal altijd nog omkatten naar iets dat leuk is voor kinderen.’

De achterflaptekst van mijn vorig jaar uitgekomen debuut luidt: ‘Toen Morris achttien was verbrak zijn moeder Fieke zonder opgaaf van reden alle contact met hem. Nu, vijftien jaar later, zit hij tot zijn eigen verbazing samen met haar in een vliegtuig naar Corsica. Het doel? Zijn wereldvreemde moeder naar het sterfbed van zijn oma brengen. Een beladen onderneming, want ook oma heeft al jaren geen contact meer met Fieke, en net als Morris heeft zij geen idee waarom.’

Tot het moment dat ik het Vallen Als Het Heet Is daadwerkelijk in mijn handen had – en ik pas echt kon geloven dat ik echt was uitgegeven, voor volwassenen nog wel, en door een grote literaire uitgever – had ik bovenstaande promotietekst in mijn hoofd al meerdere malen omgebouwd naar de kinderboekvariant. Deze alternatieve achterflaptekst luidde ongeveer zo: ‘De kleine, brutale Morris en zijn grappige moeder Fieke gaan een weekje op vakantie naar Corsica! Daar woont namelijk Morris’ oma, die hij heel vaak heel erg mist. Maar het wordt niet zomaar een vakantie. Morris en zijn moeder beleven een hoop avonturen! Eerst in het grote vliegtuig, dan in een sjiek hotel en later in de grote hoge bergen. Houden ze nog wel genoeg tijd over om oma te bezoeken?’

Een belangrijke factor in het constant twijfelen aan mijn vaardigheid om Grote Mensen boeken te schrijven, is het feit dat in veel van mijn verhalen kinderen een hoofdrol spelen. En vooral in het begin liet ik deze kinderen behoorlijk kinderachtig praten, ik liet ze kinderachtige dingen doen en gaf ze kinderachtige gedachten, want, hee, zo zijn kinderen toch? Maar al deze passages leken uiteindelijk nergens op. Ze staken zwak af tegen de rest van de tekst, en de kinderen in kwestie kwamen ongeloofwaardig en ‘dun’ over. Als reactie hierop ging ik deze kinderstukken vaak 180 graden de andere kant op herschrijven, maar ook dat bleek niet het gewenste resultaat te genereren. Een jongetje van zes dat ineens diepgravende discussies aangaat en praat alsof hij de burgemeester zelf is, het werkte niet, het was het niet, en het zou nooit wat worden ook, hield ik mezelf voor. Weg met die kinderen uit mijn verhaal, gewoon iets schrijven over twee hipsters in de grote stad die daar de liefde en het uitgaan ontdekken, dat kon toch ook, waarom nou weer altijd zo moeilijk Jelmer?

Nou, ten eerste omdat ik denk dat de oorsprong voor het handelen en denken van iemand altijd terug naar iemands jeugd te herleiden is. Mijn karakters werden simpelweg gelaagder als ik de lezer ook liet zien waarom iemand was geworden zoals hij was, vaak door middel van een flash-back of stevige herinnering. Een tweede reden is gelegen in het simpele feit dat kinderen zo lekker kunnen ontregelen, en dat heb ik vaak nodig in mijn verhalen. Ik begin te mokken wanneer het te lang serieus is. Ik ga dan op zoek naar een grote toeter die ik ineens af kan laten gaan, naar iemand die met modder begint te gooien, iemand die de boel eens flink verpest; enter het kind.

Inmiddels heb ik het redelijk in de vingers, het laten figureren van kinderen in volwassenromans. Ook in de opvolger van mijn debuut is een grote rol weggelegd voor een zeer ingewikkeld exemplaar.

Voor iedereen die ook schrijft en ook worstelt met het vormgeven van een geloofwaardig kindkarakter kan ik de boeken van Niccolò Ammaniti aanraden. Ook Stephen King is verplicht huiswerk, temeer omdat zijn kinderen door alle gruwelijkheden om hen heen niet eens tijd hebben om een kinderlijke gedachte te hebben. Het verhaal dwingt hier automatisch de vorm van het personage af, en is dat bij schrijven niet het allerbelangrijkste?



Over de auteur

Jelmer Jepsen

42 volgers
6 boeken
0 favorieten
Auteur


Reacties op: Column 2 Jelmer Jepsen: Kinderboekenweek

 

Gerelateerd

Over

Jelmer Jepsen

Jelmer Jepsen

Jelmer Jepsen (1976) bracht in 2013 bij Prometheus zijn debuutroman ‘Vallen al...