Advertentie

Hebban vandaag

Opinie /

Cup-a-soup en wereldvrede

door Sander Verheijen 24 reacties
In een interview met NRC gaf CPNB-directeur Eveline Aendekerk toelichting op de nieuwe strategie van de CPNB. Er komt een sterkere focus op lezers – daarom ook de strategische samenwerking met Hebban – met als belangrijkste doelstelling méér mensen naar de boekhandel te krijgen en daarmee de boekverkoop te stimuleren. Een goed onderbouwd verhaal en voor iedereen begrijpelijk tot ze gebruik maakte van een in marketingland zeer bekende metafoor, het ‘cup-a-soup moment’. Ineens bleek literair Nederland te klein.

‘Dan heb je de groep mensen die wel willen, maar denken dat ze geen tijd hebben. Die groep is interessant. Bij hen kun je lezen voorstellen als een soort ‘cup-a-soup moment’, iets wat je inbouwt in de dagelijkse routine. Je vraagt ze: “Wat doe je voordat je gaat slapen? Netflixen? Probeer in plaats daarvan eens een boek.”’

Terwijl een handvol twitterende auteurs en columnkrabbelaars likkebaardend hun messen slepen, want oh hoe durf je een boek te vergelijken met een zakje oplossoep dat niet te vreten is (maar dát deed ze niet), en na het woordje ‘soup’ voor het gemak stopten met lezen, legt de CPNB-directeur een paar vragen verder uit waarop ze wil worden afgerekend. Leesbevordering of boekverkoop?

‘We gaan voor beide. De missie is het leven van mensen verrijken door ze meer boeken te laten lezen. Hoe meet je dat? Door verkoop. We willen worden afgerekend op meer bezoeken aan de boekhandel.’

De Stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandstalige Boek (CPNB) noemt zichzelf niet voor niets ‘het reclamebureau voor het boekenvak’ en initieert vanuit het collectief van boekhandel, bibliotheek en uitgeverij verschillende campagnes om ‘zoveel mogelijk mensen in aanraking te laten komen met het boek’. Zo valt te lezen op haar eigen site. De nieuwe strategie om mensen vaker naar de boekhandel of bibliotheek te krijgen is misschien wel het belangrijkste onderschatte onderdeel van ‘leesbevordering’. Als je kinderen op vroege leeftijd wilt ‘besmetten’ met het leesvirus (sorry voor wederom een ongepaste metafoor) dan helpt het – nee, dan is het bitter noodzakelijk – dat boeken een zichtbaar onderdeel zijn van het gezinsleven. Als papa en mama en opa en oma een gevulde boekenkast hebben en in hun vrije tijd vaker lezen dan bingewatchen zal dat een positieve uitwerking hebben op het ontdekken van het plezier van lezen bij hun kinderen en kleinkinderen. Niet alleen ben ik daarvan overtuigd, ik ben daar zelf een voorbeeld van. Was ik voor mijn plezier gaan lezen als de prikkel alleen van de verplichte leeslijst en lesstof op school gekomen was? Ik weet wel zeker wat het antwoord op die vraag is. Zónder de Agatha Christie’s in de boekenkast van mijn moeder, maar ook zonder de maandelijkse ECI-gids die op de mat viel en waar ik mijn ontdekkingsreis naar het boek in kon voortzetten, was ik geen lezer geworden en later nooit zo vaak in de bieb of in de boekhandel geweest.

Naast een van de krachtigste leesbevorderingscampagnes van het jaar – de Kinderboekenweek – is het stimuleren van boekverkoop en boekuitleen bij bibliotheken dus een van de belangrijkste onderdelen van de leesbevorderingsmissie van CPNB. En het is ook heel slim om te beginnen bij mensen met een al dan niet sluimerend leesvirus want ook dat is een bekend marketingprincipe. Het is nu eenmaal eenvoudiger om een lezer aan te zetten om tien in plaats van vijf boeken per jaar te laten kopen, dan een niet-lezer één boek. En dat enthousiaste lezers andere lezers en niet- of amper-lezers kunnen aanzetten tot méér lezen, dat zien we op Hebbanelke dag gebeuren, dus dat hééft echt zin.

Is het genoeg om het probleem van de ontlezing aan te pakken? Nee! Daarvoor is veel meer nodig. Geld voor onderwijs bijvoorbeeld. Maar ook middelen en creativiteit van leerkrachten om moeilijk lezende (en lerende) kinderen het boek te laten ontdekken en het leesplezier te vergroten. EN een overheid die snapt dat ze niet aan de zijlijn kan blijven zitten hopen dat het wel vanzelf goed komt.

'...gebrekkige leesvaardigheid (is) een groter probleem dan tanend leesplezier. Leesvaardigheid is essentieel voor weerbare burgers.’

Het is een van de conclusies in een opiniestuk van NRC, getriggerd door het ‘cup-a-soup-moment’ van Aendekerk. En er is hoop.

'Toen bij het eerste PISA-onderzoek in 2000 de leesvaardigheid van Duitse jongeren ondermaats bleek, nam de overheid maatregelen. Die kwamen neer op: meer overheidsgeld naar het onderwijs, waar meer geld meer tijd betekent. Sindsdien werd er meer gelezen in de klas – ook door wie niet van lezen hield. Bij de PISA-rapportages die volgden waren de prestaties significant verbeterd. Maar die verbetering was niet gratis.’

Afgelopen week zette ik een handtekening onder een overeenkomst die CPNB en Hebban komend jaar - en hopelijk nog veel langer - aan elkaar verbindt. Tijdens de kick-off werd iedereen gevraagd naar zijn of haar ultieme verwachting van het partnership. ‘Wereldvrede,’ zei collega Debbie als een volleerd Miss Universe. ‘Als iedereen leest, dan leidt dat uiteindelijk tot wereldvrede.’

En waarom zouden we onze lat minder hoog leggen? Het cup-a-soup-moment van Eveline Aendekerk zou zo maar eens het verschil kunnen maken.



Over de auteur

Sander Verheijen

963 volgers
448 boeken
23 favoriet
Hebban Crew


Reacties op: Cup-a-soup en wereldvrede