Advertentie

Hebban vandaag

Interview /

Hyeonseo Lee wil brug zijn tussen Noord- en Zuid-Korea

door Victoria Farkas 2 reacties
Hyeonseo Lee is geboren en getogen in Noord-Korea, een land dat zo dicht is als een oester, waar zelden nieuws vandaan komt. Het nieuws dat de rest van de wereld bereikt is alles behalve een prachtige parel. Noord-Korea is een land waar mensen in werkkampen worden afgebeuld, nul mensenrechten zijn, dictator Kim Jong-un doet alsof hij God is en zijn volk hem daarin moet verheerlijken, publieke executies aan de orde van de dag zijn, met nucleaire wapens wordt gedreigd, propaganda een manier van leven is en wantrouwen er met de paplepel wordt in gegoten (want de muren hebben oren en ogen en je bent zo verraden). Al met al geen mooie opsomming van een land dat door George Bush jr als As van het kwaad werd betiteld. En toch mist auteur Hyeonseo Lee haar geboorteland; het land waaruit ze uit nieuwsgierigheid als zeventienjarige wandelde om nooit meer terug te kunnen keren.

Het verhaal van de nu 34-jarige Hyeonseo Lee is een bijzonder verhaal, maar wijkt op sommige punten af van de vele gruwelverhalen die we vaak van vluchtelingen te horen krijgen. ‘Het is mijn verhaal. Mijn perspectief.’ Alleen al het feit dat Hyeonseo Lee tot een goede familie behoorde, gaf haar een andere jeugd en kijk op Noord-Korea, dan de Noord-Koreaanse families die dat geluk niet hadden, omdat ze tot een minder goede familie hoorde.

Songbun is een kastenstelsel dat van kracht is in Noord-Korea. Een gezin wordt aangemerkt als loyaal, twijfelachtig of vijandig, afhankelijk van waar de familie van de vader zich mee bezighield vlak voor, gedurende en na de oprichting van de staat in 1948, legt Lee uit in haar boek Meisje met zeven namen. Het boek vertelt haar verhaal. De ondertitel luidt Noord-Koreaanse ontvlucht haar geboorteland, maar tijdens het interview in Amsterdam ontkent ze dat ze haar geboorteland ontvlucht is. ‘Ik was vooral heel erg nieuwsgierig naar dat land aan de andere kant van de rivier.’

Ik ontmoet Hyeonseo Lee in een hotel in Amsterdam waar ik haar de hemd van het lijf mag vragen over haar leven in Noord-Korea, haar gevaarlijke reis zoektocht naar het paradijs en een nieuwe plek om te wonen en het boek dat ze daarover schreef. Ondanks haar korte Noord-Koreaanse lengte is Lee een opvallende verschijning. Prachtig gekleed en gekapt zit ze tegenover me en vertelt ze vol liefde over haar jeugd en haar geboorteland. ‘Ik had een gelukkige jeugd en tot de dag van vandaag mis ik mijn land.’

 

Mijn thuis

Je haalt het meisje uit Noord-Korea maar je haalt Noord-Korea niet uit het meisje? ‘Voor mij is Noord-Korea niet alleen het land van een gekke dictator, maar een land van miljoenen mensen. Het is hun land en niet die van de Kimfamilie. Al mijn herinneringen zijn daar, al mijn beste vriendinnen zijn daar, al mijn familie is daar. Het is mijn thuis.’

Toch was haar jeugd verre van een jeugd zoals het gemiddelde Nederlandse kind kent. Het was doorspekt van angst en wantrouwen jegens iedereen, want de muren hebben oren en ogen. ‘Als kind dacht ik echt dat de muren oren hadden,’ vertelt Lee. ‘Iedereen kon je verlinken. Als je uit de pas liep, werd je verraden. Dat kon zelfs door je eigen buurman zijn. We spraken nooit over serieuze onderwerpen. Ik leerde ze te vermijden zoals kinderen een soort instinct ontwikkelen voor de gevaren op de weg.’

Lee deed, zoals het gehele Noord-Koreaanse volk, haar uiterste best om niets fout te doen. Het was deel van haar leven, zelfs als klein meisje. Ze werd daarin door haar moeder getraind. ‘Wees voorzichtig als je buiten bent. Herhaal nooit iets van wat je thuis hoort. Besteed alleen aandacht aan jezelf en aan niemand anders. Vermijd politiek.’ Hoewel het voor ons moeilijk te begrijpen is, was het voor Lee de normaalste zaak van de wereld. ‘Ik dacht dat het echt zo was allemaal. Ik kende niets anders.’

 

Ik dacht dat Kim Il-sung God was

Zo ging het haar hele leven. Ze had niets anders om mee te vergelijken. Het land was (en is) hermetisch afgesloten voor de buitenwereld en wat er over de buitenwereld verteld werd, waren niets anders dan leugens. Maar dat weet ik nu pas. We werden, en worden nog altijd, gehersenspoeld. Er werd ons van alles verteld, wijsgemaakt en ik geloofde het. Waarom zou ik het niet geloven? Ik dacht dat Kim Il-sung God was. Ik geloofde dat de Chinezen demonen waren. Ik geloofde dat Noord-Korea het paradijs op aarde was. Zeker als je de verhalen over de Zuid-Koreanen hoorden; die waren zo arm dat ze nauwelijks te eten hadden. Er werd ons zelfs verteld dat ze geen schoenen droegen. Nee Zuid-Korea was een slecht, slecht land.’

Lee heeft in haar leven geen armoede gekend. En hoewel haar familie een upperclass familie was, had ze nooit de luxe om echt vrij te zijn. Maar het is ook een van de redenen waarom Lee pas op late leeftijd in aanraking komt met de andere kant van het regiem. ‘Natuurlijk heb ik vaak publieke executies gezien. Dat was enorm shockerend en het is belachelijk, maar ik dacht echt dat de en-public opgehangen mensen dat verdiend hadden. Ik wist helemaal niets van mensenrechten of iets dergelijks. Het hoorde gewoon bij het dagelijkse leven. En het vertelde dat je je aan de regels moest houden. Pas toen ik zeventien was, zag ik voor de eerste keer mensen op straat doodgaan. Het waren mensen die niets te eten hadden. Ik was echt heel erg geschokt. Tot die tijd was Noord-Korea het beste land ter wereld.’

 

Misschien was het toch geen paradijs

Die wereld was klein en de landen die werden toegelaten tot het collectieve brein waren bondgenoten. De rest was evil. Haar vader was militair en daardoor verhuisde de familie van stad naar stad tot ze uiteindelijk in een grensstad terechtkwamen. ‘We woonden in een huis aan de rivier en ik kon zo China inkijken. Het land lag op nog geen twintig meter van ons vandaan. Daar zag ik dat niet alles klopte wat ons verteld werd en kreeg ik voor het eerst twijfels over mijn eigen land. “Misschien is het toch niet zo’n goed land. Misschien was het toch geen paradijs.” Wij hadden vaak met stroomtekort te maken en dan zaten we in het pikkedonker. Aan de overkant bleef het licht aan. Ieder weekend zag ik Chinese families aan de waterkant zitten. Ze picknickten, hadden muziek bij zich en zongen en dansten.’

 

Televisie kijken was er nauwelijks bij.‘Van vijf uur ’s middags tot elf/twaalf uur ’s nachts werd er op de Noord-Koreaanse televisie uitgezonden, maar dat ging alleen over de triomfen van onze leider. Omdat we zo dicht bij de grens zaten, kon ik ook de Chinese televisie ontvangen. Dat was hartstikke illegaal, maar ik keek er toch naar. Stiekem, onder de dekens, met het geluid nauwelijks aan. Ik verstond er niets van, maar de beelden zeiden me meer dan genoeg. Ik begon te geloven dat wat we wisten niet allemaal waar was. Ik wilde meer van die nieuwe wereld zien om hem met mijn eigen land te kunnen vergelijken. Ik was nieuwsgierig en op zoek naar de waarheid.’

 

De prijs is erg hoog

Uiteindelijk besloot Hyeonseo Lee de grens over te gaan. ‘In mijn naïviteit begreep ik toen niet wat de consequenties van die grensoverschrijding zou inhouden. Ik heb mezelf wel duizend keer afgevraagd, dat als er een tijdmachine bestond die me zou kunnen terugbrengen naar dat ene moment voor de grensovergang, of ik dan alsnog de grens zou overgaan. Ik denk het namelijk niet. Ik denk dat ik dan gewoon in Noord-Korea was gebleven. De prijs is erg hoog. Ik heb alles moeten opgeven. Dat was geestelijk heel erg zwaar. Jarenlang heb ik met een enorm schuldgevoel rondgelopen, want door mijn vertrek, bracht ik mijn familie in gevaar. Ze hebben me zelf als aangegeven. Dat was de enige mogelijkheid, anders waren de consequenties voor hun niet te overzien. Maar ik heb wel het leven van mijn broertje vernietigd, omdat hij door mij geen kans meer had om op de sociale ladder op te klimmen. Door mijn moeder en broer vijf jaar geleden uit Noord-Korea te halen, dacht ik dat de tragedie was afgelopen. Maar daarin had ik ongelijk. Voor mijn moeder en broer begon toen pas de tragedie. De shock was groot. Jarenlang hebben ze in een grot gewoond en waren ze gehersenspoeld. Het heeft tijd nodig om dat van je af te kunnen schudden en de waarheid onder ogen te zien.’

Alle stappen die Lee heeft gemaakt vanaf het moment dat ze letterlijk de eerste stap over de grens maakte, zet ze om uiteindelijk terug naar Noord-Korea te kunnen. ‘Ik maak me klaar voor de dag dat het regiem valt, zodat ik mijn volk hoop kan geven. Ik wil erbij zijn als die dictator met zijn belachelijke kapsel te val wordt gebracht. Ik wil erbij zijn als de grenzen worden geopend en als mijn volk vrij is. Maar dan begint het pas, want het volk is serieus gehersenspoeld. Niemand kent de betekenis van een democratie. Niemand weet wat mensenrechten zijn. Ik wil ze de kracht geven om tot een nieuw bewustzijn te komen, om elkaar weer te kunnen en mogen vertrouwen en om de beide Korea’s nader tot elkaar te brengen, zodat ze elkaar echt kunnen leren kennen. Het land zal heel veel hulp nodig hebben en ik wil ze dat geven. Ik wil een brug zijn tussen Noord- en Zuid-Korea en het land weer opbouwen tot een mooi land.’

 



Over de auteur

Victoria Farkas

138 volgers
8 boeken
3 favoriet
Auteur


Reacties op: Hyeonseo Lee wil brug zijn tussen Noord- en Zuid-Korea

 

Gerelateerd

Over

Hyeonseo Lee

Hyeonseo Lee

Hyeonseo Lee (1983) woont in Zuid-Korea, waar ze aan de universiteit studeert. Ze is mensenrechtenactiviste en mocht de VN Veiligheidsraad toespreken.