Advertentie

Hebban vandaag

Giveaway /

Een eerlijke seriemoordenaar

door Hebban Crew 1 reactie
Op 24 februari verschijnt Ik Ben De Nacht, de Nederlandse vertaling van de thriller The Shepherd van de Amerikaanse schrijver Ethan Cross. Het boek, waarvan uitgeverij Boekerij tien exemplaren weggeeft, vertelt het verhaal over de seriemoordenaar Francis Ackerman jr. Hij is niet zomaar een seriemoordenaar, eentje die er alleen maar op uit is om te moorden.

De serial killer Francis Ackerman jr. geeft al zijn slachtoffers een eerlijke kans, zo is hij ook wel weer. Hij speelt een spel met ze. Win je het spel, dan laat Ackerman je leven. Het probleem is: Ackerman heeft nog nooit verloren. Hij wordt opgejaagd door Marcus Williams, een oud-rechercheur uit New York.

Ethan Cross is het pseudoniem van een schrijver die al meerdere bestsellers op zijn naam heeft staan, zoals The ShepherdThe Cage,Callsign: Knight en The Prophet. Schrijfaspiraties waren er al vroeg bij Cross: als een brandweerman of een politieagent zijn school bezocht, wilden al zijn vriendjes later branden blussen of boeven in de kraag vatten. Cross niet, hij wilde erover schrijven. De auteur laat in een interview weten zijn schrijfcapaciteiten ook in andere genres te zullen toepassen: sciencefiction, horror, fantasy, literaire fictie. Maar dan zal hij weer een ander pseudoniem hanteren. 

Naast de boekenbranche was Cross, of hoe hij moge heten, ook in de muziekindustrie actief. Hij speelde in diverse bands als zanger en gitarist. Met verschillende groepen heeft hij ook platen opgenomen. Cross woont met zijn vrouw, drie kinderen en twee shi tzus in Illinois.

Uit De kudde, het eerste hoofdstuk van Ik Ben De Nacht:

Jim Morgan keek naar de grillige weerspiegeling van het zwaailicht van zijn patrouillewagen in de ruiten van een afgelegen tankstation. Hij probeerde naar binnen te kijken, door de vreemde, dreigende schaduwen heen te turen. Hoewel de meldkamer had doorgegeven dat het om een gewone roofoverval ging, werd hij om de een of andere reden bekropen door een verlammend gevoel van beklemming. Waarom wist hij niet; het kon het instinct van een politieman zijn, intuïtie of een voorgevoel, maar íéts klopte er niet. Hij haalde diep adem en blies de lucht langzaam uit. Toen hij uit zijn auto stapte, onderdrukte hij uit alle macht een gevoel van naderend onheil.

Hij constateerde dat er geen maan stond. Op de lampen van de politieauto en de verlichting van het tankstation na leek de duisternis dicht en ondoordringbaar. Hij had het gevoel dat hij zich op de rand van de wereld bevond en dat er verder niets anders was dan leegte in het universum. Toen hij zijn blik weer op het tankstation richtte, stak zijn angst opnieuw de kop op.

Het feit dat hij de bron van zijn vrees niet precies kon duiden maakte het alleen maar erger. Jims grootste angst was het onbekende. Overmand door zenuwen overwoog hij even zijn vrouw Emily en hun dochter te bellen. Hij keek op zijn horloge, maar zag ervan af. Hij wilde hen niet wakker maken. Zijn collega Tom Delaine zei: ‘Gaat het wel? Je ziet eruit alsof er iemand in je cornflakes heeft gepist.’ ‘Het gaat prima. Schiet nou maar op. Het is al laat en ik wil naar huis.’ Tom keek nog steeds bezorgd, maar knikte en liep naar de deur van het tankstation.

Geen van beiden hadden ze hun wapen getrokken, want volgens de meldkamer had de dader de locatie al verlaten. Maar toch moest er een degelijk rapport worden opgemaakt en de medewerker van het tankstation had het kennelijk nodig gevonden dat er direct iemand langskwam. Toen ze het pand in liepen, rook Jim een bekende geur, al kon hij hem niet zo gauw thuisbrengen. Hij verbeet zich en concentreerde zich op de taak die voor hem lag. Binnen keek hij om zich heen. De toonbank stond tegen de achtermuur, evenwijdig aan de deur. Een man met donker haar en doordringende grijze ogen zat erachter. Zijn pikzwarte t-shirt spande zich over zijn borst en accentueerde de stevige spieren eronder. De man zei geen woord, hij staarde slechts uitdrukkingsloos naar de twee politiemannen. Toen hun blikken elkaar kruisten gleed Jims hand automatisch in de richting van het pistool in de holster op zijn heup. ‘Mooie avond, hè?’ zei de pompbediende. ‘De duisternis vanavond is... benauwend. Drukkend.’

Het verband tussen een benauwende duisternis en een mooie avond begreep Jim niet, en iemand die die twee begrippen in één zin kon verenigen leek hem niet te vertrouwen. Zijn collega leek het kennelijk te ontgaan. Tom trok slechts zijn wenkbrauwen op en antwoordde met een langgerekt ‘Oké’. En na een korte stilte zei hij: ‘Bent u degene die de roofoverval heeft gemeld?’ ‘Nee,’ zei de man, ‘ik heb een moord gemeld.’ Bij die woorden stokte Jims adem in zijn keel. Hij liet zijn hand op zijn pistool rusten, maar trok de halfautomatische 9mm Glock niet uit zijn holster. ‘Wie is er vermoord?’ vroeg Tom. De medewerker gaf geen antwoord en hoewel Jim er niet zeker van was, meende hij te zien dat de man een grijns onderdrukte. In plaats van antwoord te geven, boog de employé zich naar voren en wendde zijn blik naar een van de winkelpaden van het tankstation. Jim volgde de blik van de man en werd geconfronteerd met een gruwelijk beeld, dat hem volkomen van zijn stuk bracht. De dode man aan het eind van het gangpad was volkomen naakt. Overal lag bloed. Over de lengte van zijn lichaam liepen talloze sneeën, maar de heftigste steken zaten vooral rond het hart, de longen en de geslachtsorganen. Zijn ogen waren uitgestoken.

Zonder aarzeling trokken beide agenten hun wapen en richtten het op de eigenaardige man achter de toonbank. Tom deed een stap naar voren en zei: ‘Handen omhoog, waar ik ze kan zien!’ De verdachte toonde geen enkele intentie zijn handen onder de toonbank vandaan te halen en omhoog te houden. Zijn enige reactie was een kwaadaardige grijns die zich langzaam over zijn gezicht verspreidde. Een glimlach zonder vreugde of warmte. Kil. Jim voelde zich alsof hij een vlieg was die gevangenzat in een spinnenweb. Tom deed nog een stap naar voren en herhaalde zijn woorden, weer zonder resultaat. Hij stond nu minder dan een meter bij de toonbank vandaan.

Jim daarentegen had juist een stap achteruit gedaan. Hij wilde hem bijna toeschreeuwen dat hij niet te dichtbij moest komen, maar dat idee liet hij varen toen de man achter de toonbank met een kalme maar autoritaire stem zei: ‘En, bevalt het jullie? Dit is mijn versie van een Andrei Chikatilo-moord, de Rostov Ripper uit Rusland. Maar waarschijnlijk kennen jullie hem niet. Toen jullie les kregen over Lincoln en Washington, leerde ik over Jack the Ripper, Albert Fish, Ed Gein, de Zodiac. Om maar een paar van mijn voorgangers te noemen.’ De blik van de dader schoot tussen hen heen en weer. ‘Jullie herkennen me niet, hè?’

Tom begon nog woester te schreeuwen. ‘Het kan me niet schelen wie je bent... Leg je handen op je hoofd! Nu!’ De moordenaar wierp Tom een ongeïnteresseerde blik toe en zei: ‘Je zou wel iets meer respect voor me mogen tonen. Ik bén tenslotte een beetje een beroemdheid. Ackerman is de naam.’ Jim voelde zijn adem nogmaals stokken. Toen hij de man voor het eerst had gezien, was hij hem vaag bekend voorgekomen, maar nu viel het muntje. Hij had hem een keer op televisie gezien, in een twee uur durende special van een actualiteitenprogramma. Hij probeerde zich de naam van het programma te herinneren. Het was iets als Hoe gek kun je zijn, maar de precieze titel schoot hem niet te binnen. De beschrijving van de man en zijn afgrijselijke misdaden herinnerde hij zich echter nog wel. Het was de beschrijving van een monster geweest dat eigenlijk alleen zou mogen bestaan in Hollywood-films. Maar helaas was hij echt, een persoon van vlees en bloed. Tom herhaalde zijn bevel, maar dit keer sprak hij zachtjes, alsof hij die psychopaat smeekte zich over te geven en de confrontatie zonder geweld te beëindigen. ‘Handen omhoog. Ik tel tot drie en dan...’

‘Ik zou maar niets overhaasts doen, agent. Als je niet oppast, zou mijn knappe gijzelaar hier haar mooie koppie wel eens kwijt kunnen raken.’ ‘Welke gijzelaar?’ Ackerman keek beurtelings van Tom naar Jim. ‘Dat meisje dat hier onder de toonbank zit, met een afgezaagd jachtgeweer tegen haar rechterslaap. Het zal een hoop rotzooi geven, dat kan ik je verzekeren. Ik heb het eerder gezien, het is geen fijn gezicht. En ik weet heus wel wat jullie denken. Jullie denken dat ik bluf.’ Hij richtte zich weer tot Tom. ‘En zelfs als je gelooft dat ik de waarheid spreek, denk je waarschijnlijk dat je wel een kogel door mijn hoofd kunt jagen voordat ik iets kan doen. Maar dan vergis je je. Mijn vinger ligt al om de trekker en zodra jouw kogel doel treft, spannen mijn spieren zich en knalt haar hoofd dwars door de toonbank heen. Dus, heren, het lijkt erop dat niemand hier kan winnen.’

Ackerman haalde diep adem en sprak op dezelfde honingzoete toon verder. ‘Grappig hè? Jullie zijn de dag begonnen als iedere andere dag. Je nam met een kus afscheid van je geliefden, dronk een kopje koffie, las de ochtendkrant misschien, maar je had niet het flauwste vermoeden dat dit de belangrijkste dag van je leven zou worden. Vandaag is de dag van de waarheid: alles waar je voor hebt gestaan of waarin je hebt geloofd, wordt nu op de proef gesteld. Op een bepaald moment komen we allemaal op het punt dat we moeten kiezen of we de held of de slechterik willen zijn. Of dat we weglopen en een schaap in de kudde blijven. En dit is zo’n moment, heren. Ik ga jullie een keuze geven. Als jullie willen kunnen jullie nu weglopen en doorgaan met je leven. Misschien heb ik een gijzelaar onder deze toonbank die ik dood ga steken zodra jullie die deur uit lopen, en misschien ook niet. Misschien kunnen jullie me te pakken krijgen en worden jullie beroemd, of misschien leggen jullie het loodje als je dat probeert. Je weet het nooit van tevoren, maar dat is nou juist het mooie ervan, of niet soms? Er is geen diepere zin. Het goede triomfeert niet over het kwade. Er is alleen maar willekeur en dood. Jullie waren de pechvogels die vanavond die oproep hebben gekregen. Die meneer daar in het gangpad had de pech dat hij vanavond dienst had in dit tankstation. We maken onszelf wijs dat we zo verdomd goed geëvolueerd zijn, zo veel beter en intelligenter zijn dan alle andere wilde dieren. Maar zal ik jullie eens wat vertellen?’

Ackerman keek de twee mannen aan als een uitgehongerd roofdier dat op zijn prooi loert. Hij dempte zijn stem. ‘Uiteindelijk, ongeacht met welke grootheidswaan we onszelf voor de gek houden, zijn we allemaal slechts de jager of degene op wie gejaagd wordt, roofdier of prooi. Het leven is één grootspel, heren. De winnaars overleven en de verliezers gaan dood. De keuzes die we maken, bepalen ons lot. Dus... kies maar.’



Over de auteur

Hebban Crew

1672 volgers
3 boeken
3 favoriet


Reacties op: Een eerlijke seriemoordenaar

 

Gerelateerd

Over

Ethan Cross

Ethan Cross

Ethan Cross is het pseudoniem van een Amerikaanse thrillerauteur, die met zijn v...