Advertentie

Hebban vandaag

Boek van de week /

Een nieuw podium voor Olga de Haas

door Victoria Farkas 1 reactie
Als jong meisje maakte Opzij-journaliste Femke van Wiggen voor het eerst kennis met Olga de Haas, een Nederlandse danseres die in de jaren zestig ongekend populair was; zij was de reden waarom jonge meisjes op ballet wilden. De op jonge leeftijd overleden Olga zou nooit meer uit het leven van Van Wiggen vertrekken. In 2008 schreef ze voor het eerst een artikel over Olga. Nu, acht jaar later, verschijnt haar debuut over de balletdanseres: 'Olga, morgen dans ik weer', een eerbetoon aan een groot danseres van weleer.


Olga de Haas was dé ster van Het Nationale Ballet. Er was voor de jaren zestig niet eerder een Nederlandse danseres geweest die met zoveel bravoure op het podium stond en die zoveel balletliefhebbers naar het theater wist te krijgen. Hoewel Olga een glansrijke carrière had, liep ze in haar privéleven vast. Ze ontwikkelde een ernstig eetprobleem, dronk de druk die ze ervoer weg in het Amsterdamse nachtleven en zocht liefde bij de verkeerde mannen. Het Nationale Ballet hield zich met andere problemen bezig en kon de aftakeling van Olga niet voorkomen. In de jaren zeventig ging ze steeds minder dansen en hoewel ze hoopte op een comeback stierf ze een week voor haar vierendertigste verjaardag.

Jong gestorven

Olga, morgen dans ik weer is je debuut. Waar komt jouw nieuwsgierigheid naar deze Nederlandse danseres vandaan?
‘Die stamt uit mijn tijd op de academie in Amsterdam. Ik zag een prachtige foto, ergens op school, van een danseres die ik niet kende. Zo mooi. Heel krachtig, maar ook heel kwetsbaar. Mijn lerares deed vaag over wie het was, wat mijn nieuwsgierigheid vergrootte. Het was mijn moeder die me als eerste vertelde over Olga. Dat ze enorm bekend en prachtig was geweest, maar dat ze heel jong was gestorven omdat ze niet at. Ze vertelde mij dat verhaal volgens mij ook omdat wat klasgenootjes op dieet moesten.’

Wat maakt Olga's verhaal voor jou zo bijzonder?
‘Wat ik zo fascinerend blijf vinden aan Olga – en wat je terugziet bij meer grote kunstenaars – is dat ze tegelijkertijd heel krachtig, maar ook heel kwetsbaar was. Die kwetsbaarheid maakte haar groot – en ze was in haar tijd echt heel groot, een bekende Nederlander – maar diezelfde kwetsbaarheid maakte haar ook kapot, ze was te gevoelig. Amy Winehouse, Janis Joplin, het zijn ergens – en natuurlijk chargeer ik nu - dezelfde verhalen.’

Olga stierf jong, ze was drieëndertig. Wil je met dit boek jonge meisjes waarschuwen? Wil je de wereld doen doordringen van de pijn die achter de dans verschuild gaat? Is het een noodkreet of misschien een wanklank over de balletwereld?
‘In eerste instantie omdat ze een prachtige danseres was die niet vergeten mag worden. Ze had een présence, een bravoure die voor die tijd ongekend was. En ik had bij Olga een heel sterk voorgevoel dat er een veel groter, veelomvattender verhaal in haar tragische levensgeschiedenis zat dan we tot nog toe kenden – meer dan ‘mooie ballerina gaat ten onder aan lichtzinnig leven.'

Ik schreef in 2008 een verhaal over Olga voor Dagblad De Pers, waarvoor ik een handjevol oud-collega’s sprak, waaronder Olga’s beste vriendin en Rudi van Dantzig. Ze waren allemaal nog altijd verbijsterd dat Olga zo snel aftakelde, onder hun ogen, en dat niemand dat had kunnen voorkomen. Dertig jaar na haar sterven! De intensiteit waarmee ze over Olga spraken en mijn liefde voor de dans wakkerden mijn nieuwsgierigheid aan. Wat me ook fascineerde: iedereen die ik heb gesproken zei dat ze vrijwel altijd vrolijk was. Dat niemand erbij kon dat er iets zo destructiefs in haar zat, hoewel er vermoedens waren dat ze minder gelukkig was dan ze zich voordeed.

Ik wil met mijn boek niet per se iemand waarschuwen, of de balletwereld ontmaskeren. Dat is nooit mijn doel geweest. Maar Olga’s verhaal valt samen, zo bleek gedurende mijn research, met een chaotische ontstaansfase van het Nationale Ballet waarin het er achter de schermen niet zo fraai aan toe ging. Waarin de leiders, achtereenvolgens Sonia Gaskell en Rudi van Dantzig een groot gezelschap hebben neergezet. Maar dat ging ook ten koste van veel mensen. Ik ontdekte dat Olga niet de enige danser was die kampte met te grote druk, die mentale problemen had, die vluchtte in drank of die veel te drastisch aan de lijn deed – en te veel uit ging om te kunnen ontladen. Integendeel. Er waren veel meer dansers die niet opgewassen waren tegen de omstandigheden. Ze moesten te veel optreden, kregen te jong te zware rollen, moesten door met blessures. Er was nauwelijks begeleiding, er was geen kennis over voeding; Olga en haar collega’s dachten dat je best kon leven op een appel of een grapefruit per dag en toch kon presteren. Dat je laxeermiddelen kon gebruiken, dat je alcohol kon drinken, dat je af en toe een peppil kon nemen als je te gesloopt was om een voorstelling te doen. Het was, voor veel dansers, een periode van roofbouw.

Gaskell zei wel eens dat de eerste generatie dansers van na de Tweede Wereldoorlog sowieso een opgeofferde generatie is en dat de lichting daarna half geslachtofferd zou worden. Daar heeft ze in zekere zin gelijk in gekregen. We kennen Alexandra Radius en Han Ebbelaar nog – die dansten tijdens die zware opbouwperiode van Het Nationale Ballet bij Het Nederlands Dans Theater. Maar Nederlandse danseressen als Marianne Hilarides, Sonja van Beers, Leonie Kramer, Maria Bovet – en er zijn er meer – die kennen we bijna niet meer.’

 

Abslouut een rolmodel

Was of is zij een rolmodel voor jonge danseressen? Of wordt haar naam als waarschuwing gebruikt?
‘Voor jonge meiden in de jaren zestig en zeventig was Olga absoluut een rolmodel. Meisjes gingen op ballet vanwege Olga. Ook omdat ze een gewoon Amsterdams, nuchter overkomend meisje was. Ze sprankelde, ze was heel aantrekkelijk.

Ik was laatst op de balletacademie voor Opzij, en nee, Olga is nu geen rolmodel. Niet meer. De leerlingen kennen Olga niet. Wat wil je, ze is al bijna veertig jaar dood. Ik geloof niet dat Olga’s naam nu als waarschuwing wordt gebruikt – maar dat weet ik niet zeker, ik ben er niet dagelijks. Toch denk ik dat  de manier waarop Olga wilde dansen, de pure, emotionele interpretatie die ze zocht, het volledig opgaan in een rol, ook nu nog inspirerend kan zijn. Voor iedere kunstenaar.’

Je schrijft in het voorwoord: Haar verhaal is bijzonder, maar helaas niet uniek. Er zijn al zoveel boeken over de zwarte kant van balletdanseressen verschenen. Wat maakt jouw boek anders? Waarom moet dit boek gelezen worden?
‘De biografieën waaraan ik hier refereer zijn boeken over Amerikaanse danseressen. Er is nooit een boek als Olga over een Nederlandse danseres geschreven, al helemaal niet waarin de danseres op deze manier binnen haar tijd geplaatst werd. Er zijn wel studies of overzichtsboeken over bepaalde gezelschappen of periodes geschreven. Maar een persoonlijk verhaal dat ook echt laat zien hoe het toen was om danseres te zijn… nee.

Wanneer ik zeg Olga’s verhaal was niet uniek, bedoel ik: nu, als er al over Olga wordt gesproken, is het vaak in termen van: ze was een uitzondering, haar tragische verval was extreem. Ja, haar neergang was extreem. Maar mijn boek laat zien dat genoeg collega’s tegen dezelfde klippen op liepen; ze waren hun droom aan het waarmaken maar nooit gelukkig. Ik heb danseressen gesproken die nu zeiden: je zat er toen middenin, maar mijn god wat was het erg, de druk, de eenzaamheid, niemand met wie je over je onzekerheden praatte, ik wist niet wat ik met mezelf aan moest. Olga stierf, maar andere danseressen gingen ook verloren.’

 

Pijnlijk

Je hebt vele mensen gesproken, haar opgezette parkiet geaaid, haar gouden ketting bekeken evenals vele foto’s. Hoelang ben je met dit boek bezig geweest? Werkte iedereen zomaar mee, ben je tegen verzet gestuit bij het opmaken van je verhaal?

‘Het stuk over Olga in De Pers schreef ik in 2008. Sindsdien ben ik af en aan met Olga bezig geweest. Ik werk fulltime en traceerde daarnaast familie, vrienden, ex-geliefden. In al die jaren ben ik nooit echte tegenstand tegengekomen. De meesten moedigden me aan, omdat ze vonden dat Olga een boek verdiend heeft, omdat Olga naast een geweldig danseres ook een ontzettend lief persoon was. Een enkeling vroeg zich af waarom ik dit verhaal wil vertellen, of waarom ik over Olga wilde schrijven. En natuurlijk waren er tijdens de vele gesprekken wel eens moeilijke momenten, als je het over specifieke voorvallen of periodes wilt hebben waar je gesprekspartner het om welke reden dan ook liever niet over heeft. Sommige herinneringen waren diep weggestopt, omdat ze zo pijnlijk waren. Daar moet je doorheen, hoe ongemakkelijk ook. Omwille van het verhaal.’

Heb je je vaak verwonderd tijdens het research- en schrijfproces over het leven van Olga? Over dat haar leven uitging als een kaars zonder dat haar vrienden ingrepen? Je schrijft bijvoorbeeld dat ook jij zou toekijken als je Olga tijdens het leven gekend zou hebben? Hoe kan dat?
'Ik werd steeds meer geraakt door hoe eenzaam ze moet zijn geweest. Maar ik geloof niet dat vrienden of familie Olga niet hebben willen helpen. Haar ouders, haar zus vrienden, geliefdes; ze hebben zoveel geprobeerd. Echt. Het meest pijnlijke aan Olga was dat ze zich heel bewust was van het feit dat ze zich niet liet helpen – dat liet ze niet toe. Ergens is ze zich er volgens mij bewust van geweest dat ze niet te redden was. En dan moeten toekijken…

In mijn voorwoord zeg ik dat ik waarschijnlijk toegekeken zou hebben, hoe Olga afgleed. Dat meen ik. Met de kennis van nu is het zo makkelijk om je positie te bepalen ten aanzien van haar. Hadden we maar is makkelijk. Iedereen die wel eens heeft meegemaakt dat een dierbare in geestelijke nood is, weet hoe moeilijk het is om die persoon te helpen, als die denkt niet geholpen te willen worden. Het is onmogelijk.’

 

Roman

Je hebt gekozen voor een romanvorm. Waarom?
‘Dat ging eigenlijk, toen ik afgelopen zomer eenmaal echt begon te schrijven, vanzelf. Ik had me te voren druk gemaakt over hoe ik het eigenlijk wilde vertellen, dit bleek voor mij de manier om Olga zo dichtbij mogelijk te halen.’

In hoeverre komt dit verhaal overeen met de werkelijkheid? Heb je zelf veel moeten invullen? Heb je jezelf dichterlijke vrijheden gegund, of heb je je strikt gehouden aan haar levensgeschiedenis voor zover dat kan? Hoe ben je daarmee om gegaan?
‘Dit is de meest complete, waarheidsgetrouwe versie van haar leven die tot nog toe gepubliceerd is. Het boek is gebaseerd op een jarenlang onderzoek, de feiten kloppen. Op sommige momenten heb ik mezelf de vrijheid gegund om Olga’s denken te interpreteren, om door haar ogen te kijken. Maar uiteindelijk is iedere biografie een interpretatie van de auteur. Alleen al door de keuze van wat je wel en niet vertelt kleur je een verhaal.’

Je danste aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag tot je op dertienjarige leeftijd moest stoppen. Te weinig dansaanleg, een blessure, de puber trad in je?
‘Ik was van mijn tiende tot mijn twaalfde leerling aan de Nationale Balletacademie in Amsterdam, tot ik daar werd afgewezen. Daarna ging ik nog een jaar naar het Koninklijk Conservatorium in Den Haag. Ook daar bleek mijn talent minder groot dan mijn droom: ik was gewoon niet goed genoeg. Mijn docent zei, toen ik in Den Haag werd afgewezen, met spijt in haar stem tegen mijn moeder: ‘Vanaf haar hals tot haar middel is Femke mooi, daaronder is het eigenlijk niets, niet voor ballet althans.’ Ik heb ingedraaide knieën, voeten met platte wreven, slechte heupen. Hopeloos, eigenlijk.’

Spijt?
‘Nee, nooit gehad. Hoe kun je spijt hebben van iets dat je heel graag wilde en hebt geprobeerd? Die drie jaar waren weliswaar zwaar, maar ook ongelofelijk rijk. Ik heb heel veel balletten gezien, ik mocht als elfjarige meedoen aan The Sleeping Beauty van Het Nationale Ballet – kun je je voorstellen hoe bijzonder het is om met je idolen in de coulissen te staan? Verder zaten we tijdens museumles rustig een uur voor een werk van Matisse in het Stedelijk, en dan gingen we daar over praten. We hadden in Amsterdam op school een heel lief stel dat de lunch verzorgde, Bep en Gerard, onze Amsterdamse overblijf- oma en opa.

En – misschien hard maar wel goed - ik heb op die twee dansvakopleidingen ook geleerd hoe het voelt als je droom niet haalbaar blijkt en je moet incasseren. Dat hele maakbaarheids-idee, dat je kunt worden wat je wilt als je maar echt wilt, dat is gewoon niet waar. En het is op de lange termijn helemaal niet erg als je dat vroeg beseft.’

 

Liefde voor de dans

Heb je gebruik gemaakt van je eigen ervaringen als jonge danseres voor het schrijven van dit verhaal?
‘Nee. Dit boek gaat – afgezien van het voorwoord waarin ik kort vertel dat ik voor het eerst een beeld van Olga zag tijdens mijn periode aan de academie – over Olga. Niet over mij. Ik heb drie jaar een professionele opleiding gevolgd, dat staat in geen enkele verhouding tot wat Olga gepresteerd heeft. De liefde voor de dans, die kon ik natuurlijk wel kwijt in dit boek.’

Wanneer is dit boek geslaagd voor jou?
‘Ik zal wel als een romantische zot klinken, maar iets in mij wil Olga haar podium terug geven. En verder zou ik het geweldig vinden als degene die Olga leest, denkt: wat een artiest. Of: ik zou wel eens een ballet willen zien. Of: wat een geschiedenis hangt er met haar samen. 

Olga, morgen dans ik weer verschijnt op 26 januari bij Uitgeverij De Geus.

(c) Foto Femke van Wiggen: Keke Keukelaar

Giveaway

Benieuwd naar Olga, morgen dans ik weer ? Doe mee met de giveaway en maak kans op een gesigneerd exemplaar!



Over de auteur

Victoria Farkas

138 volgers
8 boeken
3 favoriet
Auteur


Reacties op: Een nieuw podium voor Olga de Haas

 

Gerelateerd

Over

Femke van Wiggen

Femke van Wiggen

Femke van Wiggen (1978) woont in Haarlem en werkt bij Opzij. Daarvoor was ze onder meer verslaggever bij dagblad De Pers en eindredacteur bij AT5. Ze hoorde voor het eerst over Olga de Haas toen ze a...