Advertentie

Hebban vandaag

Nieuws /

Exclusieve voorpublicatie: Huwelijkse voorwaarden

Maan Leo (1986) debuteerde in 2012 met 'Ik ben Maan', dat werd bekroond met de Zeeuwse Boekenprijs. Op 8 november verschijnt haar tweede roman, 'Huwelijkse voorwaarden', over de 52-jarige Ian die met de veel jongere schrijfster Maan trouwt. Zal deze roman net zoveel autobiografische elementen bevatten als haar debuutroman? Lees hier alvast de eerste pagina's van 'Huwelijkse voorwaarden'.


Over dit boek:

De 52-jarige Ian trouwt de veel jongere, ravissante schrijfster Maan, wier romandebuut vol erotische avonturen een bescheiden bestseller was. 

Al snel vertoont het huwelijksleven enkele forse barsten. Als Ian thuis een vreemde latex handschoen aantreft, begint hij zich af te vragen of Maans fetishfantasieën niet alleen louter in haar verbeelding bestaan. Tijdens zijn verbeten zoektocht naar bdsm-meester Gomor vindt Ian zichzelf terug in de behandelstoel van een beruchte lokale tandarts, en op een andere duistere plek waar hij liever niet had willen zijn…

Lees hier de eerste pagina's uit Huwelijkse voorwaarden.

Het was waar, de met zwart latex bespannen man had gelijk: ik wilde gestraft worden omdat ik Ian verraadde. Ik wilde gemarteld worden omdat ik bang was voor roltrappen, liften, honden, tandartsen, kappers, kinderen, stoplichten, weegschalen, waterschaps- belasting, sportscholen, vliegreizen, kledingtekorten, woorden die met een k beginnen en telefoongerinkel. Ik wilde niet zomaar een klein beetje ervanlangs krijgen, maar cum laude, omdat ik nu eenmaal altijd een topprestatie wens te leveren.
   En daarom kon dat glibberige, glimmende wezen, dat zich Gomor noemde, va-banque spelen met mij. Alles wat in zijn gestoorde kop opkwam mocht spijkerharde werkelijkheid worden. Hij greep me naar de keel en schold me uit omdat ik er zo slonzig uitzag. Ik was een gore teringhoer omdat ik geen enkel respect had voor een fijngevoelige gentleman als hij. Hij gaf me één minuut om me uit te kleden. Als ik die termijn niet haalde zou hij me in mijn buik schoppen. Toen ik net op tijd naakt voor hem stond noemde hij me hangbuikzwijn, drachtige koe, vette zeehond. Zijn in rubber verpakte hoofd kwam vlakbij zodat zijn woedende woorden in mijn gezicht sproeiden. Toen zag ik voor het eerst heel duidelijk zijn fonkelende ogen.

DE MESTKEVER


Super. Dat was het geweest. Superbe. Een supersuperbe trouwfeest. Ook de maandenlange voorbereidingen hadden mij al naar hemelse sferen geschoten. Het zoeken naar een geschikte feestzaal. Het schrijven, vormgeven en versturen van de uitnodigingen. Het overleggen met de traiteur. De sessies met de ceremoniemeester. Het knippen, vouwen en plakken van tientallen ornamenten. Het vergaren van de overige decorstukken. Het regelen van een motorbootje dat ons naar het stadhuis zou varen. Het kiezen van de getuigen. Het bouwen en weer afbreken van tientallen kapsels. Het voorgesprek met de trouwambtenaar. De queeste naar de trouwjurk. En toen kwam dan eindelijk de dag waar Ian en ik hand in hand naartoe waren gedenderd, waarin al onze inspanningen en verlangens zich samenbalden. En alles was zoals ik het gedroomd en gehoopt had: van de zonovergoten vaartocht naar het stadhuis tot en met de superspeech van Ian en zijn huwelijkscadeau (een puppy!), van de manier waarop de trouwjurk rond mijn lichaam wervelde tot en met het moment waarop wij de bruidstaart aansneden.
   Daarna begon het. Het vallen. Aanvankelijk, tijdens de huwelijksreis, nog aarzelend en vrijwel onopgemerkt. Maar meteen bij thuiskomst nam de valsnelheid enorm toe. Ja, toen ging het beeld helemaal op zwart. Sindsdien is het bloed in mijn aderen gestold en vloeien mijn tranen onophoudelijk. Sindsdien heb ik het meer dan ooit nodig dat iemand mij exact vertelt wat ik moet doen. En dat is niet mijn wettige wederhelft.

Zie mij hier nu eens zitten. Neergekwakt op deze divan. Verfomfaaid en onopgemaakt. In joggingbroek en flodderig t-shirt. Zie mij hier niksig zitten zijn, niet in staat op te staan om de afstandsbediening te pakken en het Tell Sell-programma uit te zetten. Al twee uur lang worden therapeutische compressiesokken, orthodontische fopspenen, corrigerend ondergoed en Ahh Bra’s (twee halen, één betalen) aangeprezen. Om te huilen. Wat ik ook heb gedaan. Nog steeds doe.
    Daarvoor, voordat deze stoet hulpmiddelen begon langs te paraderen, kwamen de tranen al met bakken naar beneden. Bij Say Yes to the Dress. Ook ik had het verlangen gekend van die naar de ultieme trouwjurk hunkerende meisjes, ook ik had het geluk gevonden toen de jurk mij had gevonden. Maar daarna... O nee, daar is-ie. De afstandsbediening. In de bek van puppy Pnin. Zijn tandjes hebben de powerknop nog niet gevonden. Als ik niets doe zal er weinig overblijven van dat ding. Maar het lukt me gewoonweg niet om in te grijpen.
    Er wordt gebeld. On sonne. The bell’s ringing. Es wird ge...ge... Ik ben er niet. Niemand is hier. Niemand. Opnieuw gaat de bel. Waarschijnlijk is het de loodgieter die door Ian is opgetrommeld. De loodgieter die komt voor de verstopte afvoer van de wasbak. Die talloze haren die niks meer met mij te maken wilden hebben en nu samengeklit in de afvoerpijp zitten, een onontwarbare knoedel.
   De loodgieter heeft het opgegeven. De afvoerpijp blijft verstopt.
Alleen als ik een sms’je of een mailtje krijg van de man die al vóór mijn huwelijk in mijn leven en mijn zinnelijke huishouding zat te stoken – alleen dan kom ik echt in beweging. Alleen dan loop ik vol. Met bloed, vaginaal sap en druppels levenslust.

Ja, uitsluitend wanneer ene Gomor zich meldt veer ik op (alsof er inderdaad een veer in mij zit die zich onder invloed van een magneet uitrekt). Gomor: hij die een masker draagt, hij die zich Meester laat noemen en strikte gehoorzaamheid eist. Hij die mij meer dan ooit in zijn macht heeft. Hij die weet dat naakt op handen en voeten rondkruipen in een martelkelder mij oneindig meer stabiliteit schenkt dan wanneer ik op pumps en in een na tientallen passessies samengesteld setje in het daglicht sta, niet wetend waarheen en waartoe.
   Bij hem mag ik probleemloos zijn wat ik me al een tijdje voel: een mestkever. Niks stralende Maan in een verbluffende trouwjurk. Niks stoere Maan die op haar huwelijksreis in India onaangedaan voortmarcheert tussen hordes zwerfhonden en starende engerds. Alleen als ik onder het wakend oog van Gomor in de stront scharrel kan ik mezelf zijn. Zonder zijn instructies en oekazes schiet ik in de kanniks- en benniksmodus. Zelfs als pup Pnin mij smekend aankijkt blijf ik als verlamd op de bank zitten, walgend van mezelf.
   Minstens zo frappant (om niet te zeggen: belachelijk) is dat ik overweeg mijn borsten te laten verkleinen. Hoe minder Maan, hoe beter. In het verlengde daarvan is het misschien logisch (maar niet minder verontrustend) dat ik tegenwoordig zelfs bijvoeglijke naamwoorden haat (wat niet inhoudt dat ik ze niet meer gebruik want dan heb ik niks meer om te haten). Maar wie ben ik nog zonder al die talige paramenten, wat stel ik dan helemaal voor? Niet meer dan een spook. Toch word ik onpasselijk van barokke taal. Want anders dan ik beweerde in mijn debuutroman hebben al die volzinnen niets te maken met mijn zogenaamde veelkantige persoonlijkheid en mijn uit bollingen bestaande lichaam. Nee, dat is onzin. Ze zijn eerder te vergelijken met de hairextensions die ik tegenwoordig gebruik om volume te geven aan mijn miezerige haar.

Mijn debuutroman had niets om het lijf, nee, ik bedoel: had veel te veel om het lijf, veel te veel niksigheid. Een en al vorm, omdat de vent niet thuis gaf. Ik maakte wie ik was: een met gebakken lucht gemaskeerde nitwit. Ik was wat ik maakte: een babbelziek fantoom met flonkerende gewaden.
   Zelfhaat als enig baken in een zee van onmogelijkheden.Je overdrijft weer eens, zou mijn man Ian zeggen. Zijn vermogen tot relativeren begint echter ook barsten te vertonen. Vóór het huwelijk kon hij zelfs mijn depressies wel waarderen, de oerkracht ervan. De laatste tijd reageert hij steeds onverschilliger of juist grimmiger op mijn capriolen. Het enige wat hem werkelijk lijkt te interesseren is of ik al vorder met mijn roman.
   Ik word namelijk verondersteld de mensheid te verbluffen met een nieuw boek. Terwijl ik niks te zeggen heb. Omdat ik niks ben. Bloody boring. Een roman over een schrijver die een writer’s block heeft, hoe vermoeiend. Een roman over een getrouwde vrouw in een dinky-gezin, hoe wanhopig. Een getrouwde vrouw weliswaar, die al maandenlang een dijk van een postnuptiale depressie heeft. Wat enige hoop biedt voor de schrijver in mij. Jammer alleen dat deze gemoedstoestand zo destructief is dat ze mij zelfs verbiedt om munt te slaan uit de misère. Dat kan namelijk alleen met de hamer van de ironie, en die kan ik niet meer zonder walging vastpakken. Vertel mij wat, vertel mij niks. Echt, al dat postmodernistische gekonkel, dat belachelijke spel van waarheid en fictie, dat aanstellerige geflirt met parodietjes en paradoxen waarop mijn debuutroman als een dode vis dreef, het komt me de strot uit – letterlijk zelfs: als groenig braaksel.
   Zoals gezegd heb ik helemaal niets te zeggen. Dat is wat ik momenteel de mensheid te melden heb. Met mijn kekke kapsel. Met mijn tieten die zonder bijvoeglijke naamwoorden geen moer voorstellen. Met mijn met pancake bepleisterde gezicht. Met mijn puistjes, die voordat ik trouwde rond mijn mond bivakkeerden maar zich nu hebben verplaatst naar mijn voorhoofd.

Na mijn huwelijksreis in India ben ik ingestort als een bruidstaart waar de dronken bruidegom bovenop is gedonderd. Tijdens die reis heb ik nog wel wat aantekeningen vergaard voor een nieuw boek. Dat is zo’n beetje alles waaraan ik me momenteel kan vastklampen. Meer niet. Een veel te schriele strohalm.
   Niet meer. Niet meer heb ik zin het masker Maan op te zetten. Toen mijn debuutroman verscheen twijfelde men aan de echtheid van de auteur (bestond ik wel, was ik wellicht iemand anders?) terwijl de meeste lezers elke hyperbool, elke groteske scène, elk evident verzinsel bloedserieus namen. Ik kreeg brieven van wildvreemde mensen die hun medeleven met mij betuigden omdat mijn konijn door een pitbull verscheurd was (terwijl het beest toebehoorde aan het personage Maan en bovendien louter uit inkt bestond). Mijn tante belde Ian om hem ter verantwoording te roepen: waarom liet hij zijn meisje naar die vieze feestjes gaan, vond hij dat allemaal goed? Mijn moeder uitte haar bezorgdheid door te informeren of ik nog niet ontslagen was vanwege mijn bdsm-ontboezemingen. Uiteindelijk wist ik het zelf ook niet meer. Wie ik was. Óf ik was. Wat ik nou eigenlijk verzonnen en wat echt meegemaakt had. In dat vacuüm bevind ik mij nog steeds. Mijn fascinatie voor alles wat mystificeert, wat mistificeert, heeft mij het zicht benomen op wie ik werkelijk ben. Met een haast kinderlijke geestdrift ben ik verstoppertje gaan spelen, maar nu kan ik Maan niet meer vinden.



Over de auteur

Daphne van Rijssel (crew)

2 volgers
0 boeken
0 favorieten


Reacties op: Exclusieve voorpublicatie: Huwelijkse voorwaarden

 

Gerelateerd

Over

Maan Leo

Maan Leo

Maan Leo (1986) debuteerde in 2012 met Ik ben Maan, waarmee ze de Zeeuwse Boeken...