Advertentie

Hebban vandaag

Nieuws /

Exclusieve voorpublicatie: Slaap zacht, Johnny Idaho

We beginnen het nieuwe jaar goed met de voorpublicatie van een fragment uit de nieuwe roman van schrijver, journalist en muzikant Auke Hulst. 'Slaap zacht, Johnny Idaho' verschijnt officieel op 8 januari, maar op Hebban kun je alvast een fragment uit dit boek lezen.

Over het boek:

Johnny is een Amerikaanse tiener die volgens ’s werelds databases niet bestaat. Hij heeft maar één doel voor ogen: de Archipel bereiken, een zwaarbewaakte eilandstaat in de Stille Oceaan. Daar werkt onder meer de Nederlandse ceo Willem Gerson, een vijftiger die door ziekte geconfronteerd wordt met de beperkingen en mogelijkheden van rijkdom. In het geheim financiert hij de onderzoeksgroep van de Japanse biomedica Hatsu Hamada, hopend op het ultieme medicijn: onsterfelijkheid. Drie mensen, uit verschillende windstreken, komen samen in een nieuwe wereld. Wat drijft ze? En op welke manier zijn ze onlosmakelijk met elkaar verbonden?


Lees hier een fragment uit Slaap zacht, Johnny Idaho :

Ze is laat, en toch besluit ze een ommetje te maken. Volgens Sint- Augustinus kan elk dilemma worden opgelost door te voet te gaan, en heeft Nietzsche niet beweerd dat grote gedachten geboren worden tijdens een wandeling? Maar hier wandelt niemand, niet ter ontspanning en zeker niet om wijzer te worden. Mensen snellen hooguit doelmatig van afkickkliniek naar Bunga-bungaclub, of krikken hun marktwaarde op in fitnesscentra. Zelf jogt Hatsu het liefst in de buitenlucht, ingekapseld in muziek, op de hielen gezeten door spookbeelden en de nacht, een vederlichte nimf in lycra, te glibberig om vast te kunnen houden.
     Ze navigeert door de mêlee van het Steve Jobsplein, gefocust op het vermijden van fysiek contact, belegerd door een spervuur van boodschappen. Koop dit, koop dat, schrijf je in en deel. Op een scherm zet een jongen in een Lamborghini zijn pilotenbril af en zegt: ‘In Soweto haalde ik water op mijn blote voeten. Toen kwam ik naar de Archipel.’ De blondine naast hem druipt van de seks. Ze racen de kunstmatige berg van Executive op. De zon schijnt, de hemel is anime-blauw, er fladderen vogels en vlinders rond. Eenmaal boven verdwijnen ze richting de Karman-lijn en de sterren. Dat is het ultieme: loskomen, ontstijgen, je verheffen. Een voice-over zegt: ‘Winnen, niet voor losers.’ Hatsu vraagt zich af hoe hard de makers om die onzin hebben gelachen. Misschien wel niet. Misschien hebben de mad men allang plaatsgemaakt voor software.
     Onder aan de marmeren trappen slaat ze Andrew Mellon Road in. Eindelijk ruimte... Ze negeert het wenken van eTaxi’s, passeert kantoren en lunchcafés. Wildvreemden surfen op informatiegolven, voeren gesprekken tegen de lucht en mimen vleesgeworden emoji. Alles spiegelt: vloeren, wanden, façades, het smeltwater op het asfalt, alles behalve de reclameschermen, die zenden maar niet ontvangen, zichzelf verveelvoudigend in de omgeving. Ze denkt: dit is mijn wereld niet. Maar zodra ze die gedachte toelaat, kijkt een man in een koffiezaak haar recht aan en schudt zijn hoofd. Hatsu probeert de gedachte weg te klikken, maar zo simpel is dat niet. De tandpasta is uit de tube.
     In een 7Eleven koopt ze bronwater dat ze betaalt met een vingerafdruk. Ze doet haar mondkapje af, draait het flesje open, neemt een slok. De smaak van plastic bloemen. In het gangpad hurkt een vrouw die de veters strikt van een meisje met een helm en kniebeschermers. Het meisje is een jaar of vijf, hagelwit en ogenschijnlijk van rubber. ‘Hoi,’ zegt ze. ‘Wie ben jij?’
     Hatsu bevriest. Kinderen zie je hier zelden – ze was even vergeten hoe groot haar afkeer is. Kinderen zijn veel gevaarlijker dan ze eruitzien.
     ‘Ik ben Summer. Ik ben de prinses van de meloenstraat.’
     'Wat heb je weer een praatjes,’ zegt de vrouw tegen het kind. Ze glimlacht naar Hatsu en ritst de jas van het meisje dicht. Het meisje zegt: ‘Zo mag je niet praten van mamma.’ Het gezicht van de vrouw betrekt. Summer zwaait Hatsu gedag en trippelt naar de uitgang. Ze heeft oogschaduw op.
     Buiten steekt Hatsu over, in een drafje. Ze slaat linksaf, rechtsaf, nog een keer links. New Wall Street, New Frankfurt Street, New Shenzhen Street. Gebouwen als kathedralen dwingen de blik hemelwaarts in ogenschijnlijke verafgoding. Ogen niet groter dan roofvogels staren terug. Ze laat sneeuwvlokken op haar gezicht landen en tot tranen smelten. Haar mondkapje heeft ze in haar jaszak gepropt.
     Wat had haar vader vannacht gezegd? Langzaam komen de beelden terug. ‘Het is goed. Je moet loslaten.’ Hij had gezwaaid en was verdwenen in de mist. Fade-out.
     Maar zo is het niet gegaan, welnee. Ze moet beter haar best doen droom en werkelijkheid uit elkaar te houden. Hij was uit het ziekenhuis weggelopen, zonder herrie te schoppen en zonder excuses te maken. Kalmpjes aan, kalmpjes aan. Thuis draaide hij Birth of the Cool, gehuld in zijn yukata, een cigarillo tussen de lippen, alsof hij zijn moordenaar vaarwel wilde kussen. Hij had zijn ziekte verzwegen en toen ze – door het ziekenhuis gealarmeerd – op trillende benen de woning in Kochi binnenkwam, draaide de naald al uren rondjes in de uitgroef. Ze was een halve dag onderweg geweest vanuit Tokio en wist dat ze het nooit had kunnen halen, een wetenschap die troost bood noch biedt. Hij was weg, zijn stem was weg, ze was alleen. Dat ze hem in haar dromen weer hoort, lijkt dat te ontkennen. Ontheiligen. Zijn woorden hadden bedacht geklonken, als tekst die van het web was geplukt en toevallig met de droombeelden was gaan resoneren.
     Stomme, stomme lenzen... Onbegrijpelijk dat er mensen zijn die ze ’s nachts met opzet inhouden en online droommenu’s bestellen. Je zet de deur open en hebt geen enkel verweer.
     Ze is beland in een straat die ze niet kent. Ze heeft een vaste route tussen het Steve Jobsplein en het lab, waarvan ze zelden afwijkt. In al die maanden heeft ze nooit de moeite genomen Upside te ontdekken, alsof een zekere afstand noodzakelijk is. Niet dat ze de tijd ervoor zou hebben gehad – haar vergunning vereist dat ze voor middernacht Upside verlaat, wat door overwerk al eens mislukt is. Ze heeft in de mail een officiële aantekening ontvangen, inclusief opgewekt dreigement.
     Even dwalen nog. Even vertragen.
     In Jacob Arabo Street bewijzen etalages uitbundig eer aan de King of Bling, verderop wordt de deur platgelopen bij plastisch chirurgen en haarkunstenaars. Hologrammen roepen haar na, becommentariëren haar kleurloze outfit, toveren beelden tevoorschijn waarin ze als een diva is opgetuigd. ‘Je loopt voor schut!’ roepen ze, wanneer ze afslaat en uit zicht verdwijnt.
     Pestkoppen. Ze weet er alles van.
     Uiteindelijk belandt ze in een lange straat die uitkomt op zee.
Het voelt alsof ze even loskomt van de grond, de wind in haar haar. Als ze haar ogen sluit waant ze zich weer op de kliffen bij Kochi – ze wierp er steentjes in een branding die klonk als de brushes van Art Blakey. Soms was er de dwanggedachte ze na te springen. Dan deed ze een paar stappen terug, weg van de rand.
     Bij een zakenbank ziet ze mensen komen en gaan, gebracht en gehaald door eTaxi’s. Een Asimo laveert er soepel tussendoor, op zoek naar zwerfafval dat er niet is – hij trekt sporen in een vernislaag van as en sneeuw. Het gebouw bestaat uit een smalle toren waarop een vliegende schotel is geland, omkranst door wolken. Misschien is dit waar meneer Gerson werkt, al zijn er nog tientallen vergelijkbare firma’s gevestigd in vergelijkbare gebouwen.
     De eerste keer dat ze hem ontmoette is alweer tien maanden terug, op haar kamer aan Tokyo U. Hij een vijftiger die weigerde zijn grijze haar te verven, zij een nerd. Allebei: workaholics. Hij vroeg haar naar haar onderzoek en deed vrijwel direct een aanbod. ‘Verspilde tijd,’ zei hij, ‘ligt voorgoed bij het grofvuil.’ Dat raakte een snaar. Ze stelde nog voor in Tokio te blijven – het interdisciplinaire aspect, de nabijheid van verwant hoogwaardig onderzoek, ach, excuses te over. Ze wist niet veel van de Archipel, maar wel dat je er niet moest zijn voor de wetenschappelijke cultuur. Maar het was waar de fondsen waren; fondsen die in Tokio in hoog tempo waren opgedroogd. En natuurlijk had Gerson gelijk toen hij zei dat haar werk ‘gevoelig’ lag en in een democratie elk moment in de knop gebroken zou kunnen worden. ‘Regulering is een blok aan het been van de vooruitgang, mejuffrouw Hamada!’ Ze vroeg om bedenktijd, maar er was geen twijfel aan dat ze ja zou zeggen, en niet alleen omdat dat het enige woord was waarvan mannen zoals hij het bestaan erkenden. Ze zocht een uitweg uit haar leven.
     ‘Mejuffrouw? Hallo? Heeft u permissie, mejuffrouw?’
     Ze schrikt op. Het gebeurt te vaak dat ze midden in gedachten wordt onderbroken, nee, betrapt. Vlakbij staat een beveiligingsbeambte, een indringer in haar persoonlijke ruimte. Ze is zonder nadenken blijven staan voor de zakenbank die is afgeschermd door lichaamsscanners. Achter haar sluiten mensen aan die ongeduldige geluiden maken. Ze draait zich om, excuseert zich, loopt gehaast weg, maar de beambte haalt haar bij. Hij draagt een helm, een gepantserd vest en een stroomstootwapen. Zijn stem komt niet uit zijn mond, maar uit het vizier dat zijn ogen verbergt.
     ‘Wat is uw bestemming?’
     Ze geeft een adres. ‘Mijn naam is Hatsu Hamada.’
     De beambte houdt haar zijn iWatch voor. Ze legt haar vinger erop, bang dat hij kan zien dat haar hartslag omhoog gaat.
     ‘Verificatie. U heeft geen oortje in.’
     ‘Het spijt me.’ Een automatische reactie die onwaarachtig voelt.
     Gelieve uw oortje in te doen. Het is voor uw eigen veiligheid van belang dat u te allen tijde bereikbaar bent voor publieke serviceberichten. De code is “oranje”. Heeft u recent nog moslims of socialisten waargenomen?’
     ‘Niet dat ik weet,’ zegt ze. Ze haalt het oortje uit haar broekzak en weegt het in haar handen. De weerzin is nog niet weg. ‘Mijn arts zegt dat ik mijn oren moet ontlasten.’
     ‘U bent recentelijk niet meer bij uw arts geweest. Laatste bezoek was 2 februari jongstleden. Test op seksueel overdraagbare aandoeningen. Negatief.’
     Daar schrikt ze van. ‘En toch heb ik last. Van mijn oren, bedoel ik.’
     ‘Gelieve uw oortje in te doen, mejuffrouw Hamada.’
     Aarzelend doet ze wat gevraagd is. Ze is zich scherp bewust van passanten en hun dilemma: zorg dat je niet betrokken raakt, maak snel een filmpje om te delen met volgers.
     Nu vermengt de stem van de beambte zich met de signalen van gemiste oproepen en het geroezemoes van reclameboodschappen. ‘Dit is niet de weg naar uw bestemming.’
     ‘Ik was in gedachten. Ik lette niet op.’
     ‘Specificeer gedachten.’
     ‘Gewoon, gedachten gedachten.'
     ‘Specificeer gedachten gedachten.’
     De stem behoort niet toe aan de beambte, besluit ze, maar aan een machine die zich in het onderaardse heeft verschanst. Ze zegt: ‘Ik ben onderzoeker. Weet u wat telomeren zijn?’
     ‘Affirmatief. Ook heeft u de afgelopen dagen gezocht op...’ Er volgt een opsomming van roddel-, nieuws- en pornosites, de meeste in het Japans, waarschijnlijk om haar te laten voelen dat er werkelijk geen geheimen zijn. Zonder van intonatie te veranderen voegt hij eraan toe: ‘U heeft geen vrienden. Een risico-indicator.’
     Ze doet een stap achteruit, uit balans gebracht. Het vergt een paar seconden zich te herstellen. ‘Ik woon hier nog niet zo lang en ik werk hard.’
     Even is het stil. Gaan de analytische systemen haar bewegingen en inlogtijden na? Er gebeurt iets – de beambte maakt plaats. ‘U kunt uw weg vervolgen. Excuses voor het oponthoud.’
     Ze wil rustig blijven, maar in plaats daarvan rent ze de straat uit. Waarheen? Rechts kruist de Alan Greenspan met een grotere straat – zelfrijdende auto’s zoeven geruisloos voorbij. Ze vraagt zich af of dat de Ayn Rand is. Vandaar zal ze de weg naar het lab wel weten te vinden.
     ‘Mejuffrouw Hamada?’ Weer die stem in haar oor.
     Ze vloekt binnensmonds. ‘Ik heb ’m nog in.’
     ‘Dank u, mejuffrouw Hamada. Maakt u zich geen zorgen. Hard werken is de bron van alle geluk. Een productieve dag gewenst.

Slaap zacht, Johnny Idaho verschijnt op 8 januari bij Uitgeverij Ambo Anthos.



Over de auteur

Daphne van Rijssel (crew)

2 volgers
0 boeken
0 favorieten


Reacties op: Exclusieve voorpublicatie: Slaap zacht, Johnny Idaho

 

Gerelateerd

Over

Auke Hulst

Auke Hulst

Auke Hulst (1975) groeide op in het buurtschap Denemarken, boven op de gasbel va...