Advertentie

Hebban vandaag

Column /

Gastcolumn door Herien Wensink

Tijdens de Week van de Debutant richten we de spotlights op debutanten. Dat is belangrijk want een debuutroman of -thriller schrijf je tenslotte maar één keer. Een aantal dagen voor de start van de week plaatsten we een oproep voor gastcolumnisten met als thema 'De eerste keer'. Uit de tientallen columns die we ontvingen, selecteerden we de beste, leukste en meest originele verhalen. Vandaag een column van Herien Wensink, auteur van ‘Kleihuid’ en genomineerd voor de Hebban Debuutprijs 2018.

Wil je niet zelf fictie schrijven? vraagt hij. Hè, wat? Ik interview een redacteur van uitgeverij De Arbeiderspers over de mooie nieuwe reeks Oorlogsdomein, waarin klassieke titels uit (onder meer) de Eerste Wereldoorlog verschijnen. De Eerste Wereldoorlog, waar ik tijdens mijn studie een enorme fascinatie voor heb opgevat. Ik ben net afgestudeerd, een beginnende journalist met een eerste klusje voor HP/De Tijd. Het is 2001.  

Fictie schrijven? Welnee, denk ik. Geen tijd! Niet genoeg discipline ook trouwens. Hoe lang duurt dat wel niet, zo’n boek? Toch zeker drie jaar!? Zo’n omvangrijk project, wauw, dat is niet te overzien, alsof je aan de voet van de Mont Blanc staat en op een driewieler naar boven moet. Mij niet gezien. Een schrijver? Joh, dat ben ik helemaal niet.    

Hoewel? De taal blijft trekken. Spelen met zinnen, boetseren met woorden – ik geniet van elke syllabe. En natuurlijk kan ik die hartstocht kwijt in mijn werk als journalist. Ik schrijf over kunst, dat geeft een zekere vrijheid, om te beschrijven, te associëren, vrij te interpreteren. Dat hoeft niet zo zakelijk, maar mag mooi zijn: kleurrijk, zintuiglijk, ja, haast literair. Nog een adjectief, weer een ander synoniem. Ik ben er goed in. Maar een schrijver? Neuh. Was dat boek er dan niet al geweest? Dan had het zich toch met grote noodzaak opgedrongen? Als je het moet plannen, organiseren, forceren, dan ben je toch gewoon niet zo’n groot talent?  

Ik schrijf over theater, maar de Eerste Wereldoorlog blijft zich opdringen. Ik schrijf er soms over voor de krant, en daar geniet ik van. Dan nadert het jaar 2014, honderd jaar na het begin van WO I. Als ik toch eens... Ooit… Dan zou het nu. Toch? En ik schrijf. Ik schrijf over twee jonge mannen met verschrikkelijke trauma’s, geïnspireerd op de dichters Wilfred Owen en Siegfried Sassoon. Ik schrijf over hoe ze beter proberen te worden, en hoe de kunst hen daarbij helpt. Bij mij heten ze Harvey en Rupert, en ik begin van ze te houden. Ze krijgen een persoonlijkheid en een stem. Als ik te lang niet met ze bezig ben, klinken plots hun stemmen weer. Opeens kan ik ze niet meer negeren.  

Nee, 2014 haal ik niet. Maar ik schrijf stug door. 2015, 2016. Ik zorg dat ik deadlines krijg en feedback, eerst bij de Schrijversvakschool, later bij het literair agentschap van Marianne Schönbach. Opeens is er dan een ‘manuscript’ en zijn er meerdere uitgeverijen geïnteresseerd. Uiteindelijk kies ik – hoe kan het ook anders – voor De Arbeiderspers. Ik teken bij de opvolger van de redacteur die ik ooit interviewde. En in januari 2018 is Kleihuid een feit – honderd jaar na het einde van de Eerste Wereldoorlog. Leek drie jaar me ooit al te lang, het werden er 17. Maar wat ben ik trots. Er volgen mooie recensies, en prachtige brieven van lezers. En dan komt dat berichtje van een dierbare vriendin: ‘Veel mensen schrijven een roman, maar dit boek maakt onmiddellijk duidelijk dat jij een schrijver bent.’   

Ja, denk ik nu. Eindelijk. Ja, ik ben een schrijver.  

Herien Wensink



Over de auteur

Hebban Crew

1904 volgers
3 boeken
3 favoriet
Hebban Crew


Reacties op: Gastcolumn door Herien Wensink

 

Gerelateerd

Over

Herien Wensink

Herien Wensink

Herien Wensink (1977) is theaterredacteur bij de Volkskrant. Hiervoor was zij ti...