Het Grote Hebban Forum Thrillerverhaal
Op het Hebban Forum kunnen lezers met elkaar in gesprek komen. Ze openen topics met vragen of challenges, schrijven blogs over hun eigen leesactiviteit én ze schrijven gezamenlijk aan een verhaal. Het werd al snel duidelijk dat het een thriller zou worden. Zeventien Hebban Forum-leden schreven al mee aan het spannende afmaakverhaal.
We volgen Ellen, die onaangenaam verrast wordt door haar ex en moet vechten voor haar leven. Aan de andere kant van het land ruikt haar tweelingzus Claire onraad. Maar eenmaal op weg naar Ellen loopt Claire zelf ook gevaar. Of het nog goedkomt met de tweeling? Het einde is nog niet geschreven, heb jij daar straks een rol in?
Een grijze, grauwe ochtend
Het was ochtend. Grauw en grijs, zowel in de keuken als daarbuiten. Door het beslagen raam zag Ellen hoe nu ook de laatste boom voorgoed was kaalgeplukt door de storm van vannacht. Met een ruk trok ze het gordijn weer dicht. Geen pottenkijkers, besloot ze zoals altijd. Niemand mocht weten wat er zich hierbinnen afspeelde.
Ze had pas net de waterkoker aangezet toen de deurbel ging. Dat was al meer dan een jaar niet meer gebeurd. Wat is dit nu weer, dacht ze, hier heb ik zó geen zin in. Langzaam draaide Ellen zich om en slenterde naar de voordeur. De wereld viel even stil toen haar oog viel op de vage, gezichtsloze vorm aan de andere kant van het melkglas. Het uniform was onmiskenbaar herkenbaar. Ellen kreeg een acute paniekaanval; ze vluchtte naar haar slaapkamer.
'Mevrouw Sanders,' klonk het bars vanaf beneden, 'we weten dat u thuis bent!'
Stil blijven en nergens op reageren, dat werkte de vorige keer ook. Ellen Sanders struikelde het bed in en trok de dekens over haar oren. Toch kon ze zich niet afsluiten voor een dwingend geklop op de deur. Zonder op antwoord te wachten vloog de deur open en verschenen er twee, totaal verschillende personen in haar deuropening. De ene, een muisachtig mannetje, stond haar met een valse grijns aan te staren, terwijl de andere, een kolossale vrouw met een nogal boze blik in haar ogen, een voorwerp in haar hand had waarvan Ellen niet kon zien wat het was.
'Jullie zijn helemaal niet welkom hier; oprotten, nu!' riep ze, maar ze wist dat dit aan dovemansoren was gericht. Voor ze het wist drongen de twee personen de hal binnen.
'Surprise, lieve Ellen!' klonk een herkenbare stem vanaf de benedenverdieping. Het was haar ex en daar was ze in geen geval aangenaam door verrast.
Denk maar niet dat je nu zoete broodjes kunt komen bakken na vorige zomer!' kwam het van boven terug. 'En waarom heb je Theo en Thea van de fanfare meegenomen?'
'Moet je dat nog vragen?' hoorde ze haar ex van beneden roepen, 'want van jou moest ik altijd een toontje lager zingen. Dus nu is het tijd dat de rollen omgedraaid worden.'
Ik moet zo snel mogelijk uit deze hachelijke situatie geraken, dacht ze. Ellen haalde haar mobiel tevoorschijn en belde de politie. Terwijl ze nerveus wachtte op de verbinding zag ze tot haar grote schrik een toornige Thea op zich afstormen met het voorwerp hoog geheven, alsof ze een klap wilde gaan uitdelen. Iets van een lachje brak door op Thea's gezicht; al was het veeleer nerveus trekken met haar lippen. Wat is dat mens van plan, dacht ze, ik moet te allen tijde voorkomen dat ze iemand te spreken krijgt.
Een keiharde opdonder met een Boeddhabeeldje belandde op het hoofd van Ellen, die wankelde en vervolgens neerplofte op de vloer. Een doffe klap, bloedspetters vlogen over de glimmende plavuizen, haar linkerarm lag met een ongewone hoek richting de badkamerdeur. Ellens mobieltje schoof uit zicht onder het bed, net toen er zachtjes een stem uit klonk: '112 hier, wat is uw noodsituatie? Heeft u een ambulance, politie of de brandweer nodig?'
Een gil in een guur achterafstraatje
112 herhaalde de vraag. Tegelijkertijd klonk er een snerpend geluid. Kwam het uit de meldkamer? Of was het een uiterste poging van Ellen om te antwoorden?
'Shit,' zei Theo, 'Ik schrik me elke keer het apelazarus van die alarmtest. Wat sta je daar nou? Schakel die verdomde telefoon uit en pak Ellen op, we moeten ervandoor!'
'Doe eens even rustig aan man,' antwoordde Thea, 'waarom moet ik altijd alles alleen doen?'
'We hebben geen tijd te verliezen, we moeten weg; nu!' riep Theo, die nerveus stond te trappelen.
'iiiiiiiiiiiiiiiiiIEIEIEIEIEIEIEEEEAAAAA AUUUUW!!!'
Ellen schreeuwde het uit van de felle pijn toen Thea haar bij haar gebroken arm probeerde op te pakken, en viel prompt weer in katzwijm. Krijgen we dat weer, dacht Thea, nu heb ik de hulp van lapzwans Theo ook nog nodig om dat mens hier weg te krijgen.
Alsof de duivel ermee gemoeid was, verloor Ellen het bewustzijn. Theo stommelde de trap, en zei: 'Niet zo, pak haar bij de oksels. Dan hou ik haar benen vast en sjouwen we haar omlaag.' Thea spitste haar oren. Hoorde ze vanuit buiten een alarm?
'Potvolblommen, dat is geen alarm. Wel de sirene van een politieauto of een ziekenwagen!' riep Thea. Ellens ex, die al die tijd onverstoorbaar beneden was blijven staan, deed eindelijk een duit in de zak: 'We kunnen door de achtertuin via de steeg wegglippen.'
'Waar laten we Ellen? Ik zie mij haar niet helemaal naar jouw van dragen.'
'Waarom niet?' reageerde de ex verbolgen, 'We zijn met z'n drieën en zo heel ver weg staat die kar van me nou ook weer niet.'
'Met zijn drieën, echt hoe had je dat gedacht?' sputterde Thea tegen, 'Ik pas in mijn eentje al bijna niet door die steeg, hé!'
'Stop met kankeren en wegwezen. Nog even en dan is het te laat.'
Met enorm veel tegenzin en nog meer binnensmonds gemopper ging Thea uiteindelijk overstag, waarna ze Ellen stevig bij haar armen beetgreep en aanstalten maakte om haar weg te slepen.
Ondertussen, ergens honderden kilometers verwijderd, opent Ellen's tweelingzus Claire haar ogen. Ze kan het niet verklaren, maar haar borst doet pijn. Ellen, weet ze. Er is iets met Ellen. Ze pakt haar telefoon en toetst in WhatsApp bij het gele Gemini-icoon 'Hé Sis, alles goed?' in.
Uren later heeft Claire nog steeds niets van haar zus gehoord en dat baart haar behoorlijk wat zorgen, want Ellen laat namelijk altijd meteen iets van zich weten als ze een appje ontvangt. Claire voelt een sterke drang om in de auto te stappen en dan maar honderden kilometers te rijden. Dan trilt haar telefoon. Ze schrikt ervan, en als ze ook nog eens de melding 'onbekend nummer' op het scherm ziet staan, heeft ze het helemaal niet meer.
'Je stuurt geen berichten meer naar Ellen en je belt haar niet, heb je dit goed begrepen?' klinkt een boze en gejaagde stem aan de andere kant van de lijn.
Een seconde of tien - het lijkt trouwens wel een eeuwigheid - weet Claire helemaal niets uit te brengen en staat ze alleen maar te trillen op haar toch al niet meer te stabiele benen.
De wereld in brand
Het huis schudt op de grondvesten, een bliksemschicht doorklieft de hemel. Een piepend geluid ontsnapt vanuit de keel van Claire. Het is alsof haar longen in vuur en vlam staan; ze zoekt heftig naar haar inhalator.
Ze klopt enkele keren ongecontroleerd op haar nachtkastje in de hoop haar inhalator tegen te komen, ziet op haar wekker in digitale cijfers 05:10 staan, stoot haar bril van het nachtkastje, vloekt, schuift haar hand nog een keer over het nachtkastje en roept dan ineens 'Eindelijk!' gevolgd door een zucht.
'Wat is er aan de hand? Waarom maak je zo'n herrie?' hoort ze haar man Ben met een slaperige stem vragen, waarna hij er fijntjes aan toevoegt dat het volgens hem nog midden in de nacht is.
'Ik vond die dekselse puffer niet; slaap verder, sorry,' zegt Claire. Ze is klaarwakker: er is iets met haar zus Ellen. Wellicht is het een droom, bedenkt ze, en is het niet waar.
'Ben, wil je als de bliksem naar het huis van mijn zus rijden? Ik vertrouw het hele zaakje niet; er is iets grondig mis ginds, ik voel het,' zegt Claire.
'Maar lieve Claire,' prevelt Ben, 'ze woont helemaal aan de andere kant van het land. Waarom ben je er zo zeker van dat er iets met haar is? Bovendien heb ik straks een belangrijke afspraak met een klant, die mag en kan ik absoluut niet afzeggen.'
Claire stapt het bed uit, kleedt zich aan en pakt resoluut de autosleutels van het nachtkastje. 'Ik ben weg.'
Ze probeert de wagen te starten. Meer dan wat gerommel onder de motorkap hoort ze niet.
'Ook dat nog!' zucht ze, gevolgd door wat gevloek. Bij een volgende poging start de motor; als een speer schiet Claire uit de startblokken en scheurt ze weg. Ben, die alles vanuit het slaapkamerraam heeft staan aankijken, denkt er het zijne van en vraagt zich oprecht af waarom zijn vrouw zich opeens zo opgefokt gedraagt. Hij gaat dan ook met een ongerust hart terug naar bed.
Claire rijdt ondertussen met hoge snelheid over de autobaan en is binnen korte tijd een flink eind weg. Dan begint de telefoon opnieuw te trillen. Net op het juiste moment, of een fractie van een seconde te laat; Claire was aan het indommelen achter het stuur. Ze is nu wél klaarwakker, maar door de schrik van een bijna-ongeluk voelt ze haar hart in haar keel kloppen en beginnen haar handen ook nog eens als een stampende heipaal te trillen.
De auto gaat even aan de kant, Claire stapt uit en kijkt om zich heen; ze bevindt zich in niemandsland. Ze staat even stil. Dan opeens stapt er vanuit de struiken een persoon naar voren. Claire kan niet goed zien of het een man of vrouw is. Een fel licht schijnt in haar gezicht.
'Wat moet je hier?'
Claire schrikt zich helemaal wezenloos als ze op maar een paar meter van zich vandaan die vier woorden door een doorrookte en hese stem hoort uitspreken. Ze zet een stap terug en probeert de auto in te vluchten. Te laat, de vreemdeling blokkeert haar de weg. Claire zet zich schrap, ze beseft dat er klappen gaan vallen; keiharde klappen.
'Heb je me niet verstaan? Ik vroeg je net wat je hier moet! En daar heb ik nog geen antwoord op gekregen!'
Claire stamelt: 'Ik ben op weg naar mijn zus, ze is ernstig ziek en heeft hulp nodig.'
'Die zus van je kan me gestolen worden. Geef me je autosleutels; nu en zonder aarzelen, of je wil je mijn vuisten voelen?'
Ondanks zijn dreigement met fysiek geweld hervind Claire haar kalmte. 'Ik bel 112 als je me niet met rust laat,' zegt ze rustig.
'Hoe denk je dat te kunnen doen dan?' vraagt hij haar, terwijl een schamper lachje uit zijn keel ontsnapt, 'want wat jij overduidelijk niet weet en ik dus wel, is dat je hier helemaal geen bereik hebt.'
Claire blijft de man strak aankijken en ziet dat zijn gebit in zeer slechte staat verkeert. De vrouw herpakt zich en vraagt op een dreigende toon: 'Wie denk je wel dat je bent? Wat wil je van me, kerel?'
De man deinst achteruit en begint te schreeuwen. Het komt op Claire over als dat hij deze reactie niet heeft verwacht en dit geeft haar kracht. Ze zet meteen een paar stappen naar voren en tegelijkertijd steekt ze haar linkerhand in haar broekzak, waarna ze de huisleutel die ze eruit vist stevig tussen haar vingers vastgeklemd houdt. Een loeiharde elleboogstoot tegen haar kaak verrast Claire; ze voelt een scherpe pijn en verliest bijna het bewustzijn. Ondanks de sterretjes die ze ziet, haalt ze met al haar kracht uit met haar linkerhand, en hoort tot haar voldoening de man flink krijsen.
Een bouwval op het platteland
Tientallen kilometers verderop komt Ellen op een smerig en stinkend matras weer enigszins bij bewustzijn en nadat ze een paar keer met haar hoofd heeft geschud, keren haar herinneringen stukje bij beetje terug. Beelden schuiven voorbij. Wat is er gebeurd? Hoe ben ik hier terecht gekomen?
Ellen tracht te gaan staan. Een scherpe pijn schiet door haar lijf. Ze kijkt geschrokken om zich heen; ze bevindt zich in een vieze kelder zonder ramen en alleen een steile stenen trap die naar een gesloten deur leidt. Haar hand gaat naar de jaszak, op zoek naar haar mobiel.
Ze herinnert zich de laatste woorden voor ze het bewustzijn verloor: 'Er zijn mensen die eindigen in de goot; precies waar ze thuishoren.' Ze vraagt zich oprecht af of dit op háár betrekking heeft, al heeft ze het sterke vermoeden dat ze hem niet eens hoeft te stellen.
De vrouw slaat helemaal in paniek, als ze tot haar verbazing vaststelt dat haar telefoon verdwenen is.
Wil je ook meeschrijven aan het verhaal? Dat kun je doen in dit topic. Let op: je moet wel een apart account aanmaken voor het Hebban Forum.
