Advertentie

Hebban vandaag

Column /

Ik ben groot. En ik ben schrijfster.

door Jet Steinz 2 reacties
Een unieke samenwerking tussen Jet Steinz, Judith Eiselin, Nicolien Mizee en Hans van der Beek leidde tot de jeugdboekenreeks ‘Sterren van morgen’. Iedere schrijver ontfermde zich over een eigen personage en verhaal, met als bindende factor kostschool Mortimer Mansion. In deze laatste aflevering in een columnreeks komt Jet Steinz aan het woord. Zij schreef ‘De tranen van Saar’.


Jet Steinz geeft in haar column antwoord op de vraag die Hans van der Beek haar vorige week stelde: ‘Hoe is het om te debuteren (en dan ook nog in een project met anderen...)?’        

Als ik mijn ouders mag geloven was mijn eerste woordje niet ‘mama’ of ‘papa’. Of ‘boot’, of ‘spaghetti’, of ‘lichtmetalen velgen’. Nee, het eerste woord dat ik sprak was ‘boek’. Niet zo heel gek, want ons huis stond vól met boeken — dat heb je, met een moeder die Nederlands had gestudeerd en dat later ook ging onderwijzen, en een vader die voor de boekenbijlage van NRC Handelsblad werkte en bovendien zelf boeken schreef.            

En die mij elke dag hetzelfde boekje voorlazen: De schrijfster, van Dick Bruna; nu eens niet over een wit konijntje dat allerlei avonturen beleeft, maar over een meisje dat schrijver wilde worden. Als het uit was, wilde ik het nog een keer horen. En de volgende dag opnieuw. Ik kreeg er geen genoeg van. Nog steeds zit de eerste bladzijde van De schrijfster zozeer in mijn hoofd geprent dat ik de regels ieder moment van de dag (en nacht) kan opdreunen:  

Als ik groot ben word ik schrijfster
en ik schrijf dan elke dag
over dingen die ik hoorde
die ik zag of zelf bedacht.  

25 jaar later is het verhaaltje werkelijkheid geworden. Ik ben groot en ik ben schrijfster. Anderhalf jaar geleden publiceerde ik al een boek, samen met mijn vader: Steinz. Gids voor de wereldliteratuur. Maar dat was, zoals de naam al zegt, een literatuurgids en dus non-fictie. Nu ben ik écht gedebuteerd met De tranen van Saar, een jeugdroman waarin ik heb geschreven over dingen die ik hoorde, die ik zag of zelf bedacht.  

Niet alles was helemáál zelf bedacht. Want De tranen van Saar is één deel in de Sterren van Morgen-serie, en de kostschool in Cornwall waar onze personages naar toe worden gestuurd, hebben we met z’n vieren verzonnen. ‘De Leer’ die op Mortimer Mansion wordt aangehangen en de bijbehorende gewoonten en gebruiken zijn niet het product van één, maar van ons allemaal: Hans van der Beek schreef een verhandeling over de geschiedenis van de Leer, Nicolien Mizee deed onderzoek naar Morris Dance, Judith Eiselin verdiepte zich in de elementen en corresponderende menstypen, en ik bedacht welke gerechten er zoal werden gegeten. We moesten van tevoren beslissen hoeveel kinderen er in totaal in onze klas zaten en wie dat precies waren, en opletten of niemand er per ongeluk een Turkse leerling bij verzon, of over ‘vier Spaanse schonen’ schreef terwijl er maar één Zuid-Europees meisje in de klas zat. We hebben middagen- en avondenlang gediscussieerd over de plattegrond van de school — de keuken die ik had beschreven bevond zich aanvankelijk direct achter de aula op de begane grond, maar dat kon ineens niet meer omdat in een scène van Nicolien op hol geslagen paarden over de binnenplaats stormden. En als ik Judiths personage had laten reageren op een manier die mij goed uitkwam, kreeg ik van Judith te horen dat Louise zoiets echt nóóit zou zeggen.            

Best lastig, soms. Maar de vaste setting en het schrijven met z’n vieren had ook voordelen. Wanneer ik vroeger verhalen schreef, kwam ik altijd op een punt dat ik niet meer wist hoe het verder moest. Ik was liever lui dan moe en begon gewoon iets nieuws — ‘Dit wordt écht mijn eerste roman’, zei ik dan tegen mezelf — waardoor er nu honderden half afgemaakte verhaaltjes staan in schriften en op computers.   Dat kon dit keer natuurlijk niet. Er was een harde deadline (in september moest het boek er zijn) en een morele plicht jegens mijn mede-auteurs. Bovendien waren die auteurs soms ook simpelweg een bron van inspiratie: tijdens bijeenkomsten met z’n vieren — vol grappen, jeugdherinneringen en meningsverschillen — zijn er veel scènes ontstaan, vooral ook omdat onze personages min of meer op onszelf gebaseerd zijn en we bepaalde discussies soms letterlijk konden overnemen.  

Toch is De tranen van Saar heel erg mijn eigen boek, en daarmee ook heel erg mijn eigen debuut. Ik heb geschreven over dingen die ík ooit heb gehoord en gezien (eetproblemen, een jongen met een vriendin) en dingen ík zelf bedacht (vervelende ouders, een muziekleraar met felblauwe ogen). Ik ben groot en ik ben schrijfster.  

Alle columns van de vier auteurs teruglezen? Je vindt ze hier.  

Maak kans op de volledige ‘De sterren van morgen’-boekenreeks.  



Over de auteur

Jet Steinz

703 volgers
295 boeken
3 favoriet
Auteur


Reacties op: Ik ben groot. En ik ben schrijfster.

 

Gerelateerd

Over

Jet Steinz

Jet Steinz

Jet Steinz (1990) is schrijfster en afgestudeerd in internationaal recht en klas...