Advertentie

Hebban vandaag

Column /

Incasseren

door Lettertype 5 reacties
Het was een week van incasseren. Er kwam het een en ander langs wat verwerkt moest worden, maar het was vooral de discussie met een auteur over een manuscript die erin hakte.

Het gebeurt wel eens dat ik een echt goed manuscript in handen heb, dat ik met een gevoel van opwinding zit te lezen. Dit is echt goed! Zwetend durf ik soms nauwelijks verder te lezen: straks valt het nog tegen.  Maar het gebeurt ook wel dat er zoveel schort aan een manuscript dat ik eigenlijk niet weet waar ik moet beginnen. Een manuscript is ook nog eens heel persoonlijk, dus ik moet mijn woorden echt wegen. En ik kan niet NIETS zeggen, ik MOET reageren.

Het manuscript waar ik in het begin van deze column op doelde, hoorde in die tweede categorie thuis. Het was niet goed, en hoewel auteur niet onaardig schreef, mankeerde er van alles aan het verhaal.

Wat ik meestal doe, een manuscript is tenslotte persoonlijk – ik kan niet al te ongenuanceerd mijn mening ventileren, is mijn kritiek vermommen als vragen: ‘Waarom doet de hoofdpersoon x? Waarom heeft ze gekozen voor Y?’ Enz. Ik stel die vragen niet zomaar, ik wil er ook werkelijk antwoord op krijgen. Ik hoop dat de auteur op deze manier misschien na gaat denken over hoe het verhaal bij de lezer overkomt. Door de antwoorden kom je vaak weer een stuk dichter bij een beter manuscript, want aan de hand van de antwoorden kan ik dan weer begrijpen wat de auteur wil zeggen en kunnen we praten over hoe hij of zij dat dan het best kan vormgeven in het manuscript.

Maar mijn vragen vielen niet goed. ‘Je stelt wel vragen over de motieven van de personages, terwijl zelfs een kind die kan beantwoorden.’

Het is een waarheid als een koe dat ik geen kind meer ben, maar dit was geen neutrale constatering; ik begreep nog minder dan een kind, en dat was niet positief bedoeld.

Voorts vroeg auteur aan het eind van zijn mail of hij nog een echte reactie zou krijgen.

Op mijn reactie (‘mijn reactie is een echte reactie’) mailde auteur mij een soort cv van het verhaal en de hoofdpersoon vergezeld van een huis-tuin-en-keukenpsychologie (‘ze groeit op in een beschermd gezin. Zo beschermt [zo stond het er] dat ze niet voor zichzelf heeft leren denken’). Wat me nog steeds niet veel wijzer maakte. Elk beschermd opgevoed mens is weer anders, en het is de taak van de auteur om me mee te laten leven met de uitwerking van een beschermde opvoeding op de specifieke hoofdpersoon. Zorgt het bij de een voor een totaal ontspoord leven, een ander wentelt zich juist weer in burgerlijkheid om toch vooral niet blootgesteld te worden aan de boze buitenwereld. Worden er alleen maar feiten meegedeeld dan blijven de beschreven karakters bordkartonnen figuren met wie ik me als lezer niet kan identificeren. Willekeurig, zo komt de levenswandel dan over. En willekeur boeit nooit.

 ‘Eenvoudiger kan een verhaal niet zijn’ eindigde de mail.

Eerst was ik voor onwetender dan een kind versleten, het daaropvolgende ‘eenvoudiger kan een verhaal niet zijn’ zette me weg als iemand met inferieure geestelijke vermogens. Zo eenvoudig, en nóg snapte ik het niet.

Alleen achter mijn computer zat ik de tirade te verwerken. Ik kon nu voor mezelf wel gaan zitten rationaliseren dat auteur gekwetst was, dat ik het nog omzichtiger had moeten aanpakken, dat het niet persoonlijk was bedoeld. Maar ik was alleen en incasseren in je eentje is dubbel incasseren.

Het zijn precies dit soort momenten waarop ik verlang naar collega’s om me heen. Naar iemand met wie ik even kan doornemen wat ik nou verkeerd gedaan heb, óf ik wel wat verkeerd gedaan heb, hoe ik het beter had kunnen doen. Iemand die me kan zeggen dat een in zijn wiek geschoten schrijver erbij hoort, dat het zelfs top-editors als Diana Athill (zonder me daarmee te willen vergelijken) overkwam, dat het dus soms gewoon niet is te voorkomen.

Ik loste het op door auteur te bedanken, waarbij ik hem aanraadde een redacteur te zoeken die beter bij zijn manuscript paste. Dat ik niet de juiste persoon was. Ik moet enige affiniteit hebben met manuscript of schrijver om eraan te kunnen werken (dit zei ik er niet bij, maar is wel waar).

Maar  ‘elk nadeel heeft z’n voordeel’: het leverde me toch maar weer mooi een column op. En als het een beetje meezit krijg ik vast nog wel wat begripvolle reacties van lezers, en wie heeft er dan nog collega’s nodig?

Lettertype' werkt al jarenlang als schrijver, freelance redacteur en promotor voor uitgeverijen. Met de nodige zelfspot en een kritische blik bekijkt ze de boekenwereld en de rol die ze daarin speelt. Op Hebban deelt ze zowel de voor- als de nadelen van freelancen.

Meer columns van Lettertype lees je hier.



Over de auteur

Lettertype

44 volgers
0 boeken
0 favorieten


Reacties op: Incasseren