Advertentie

Hebban vandaag

Interview /

Auke Kok: 'Het is mijn vak om mythes te ontkrachten'

De Olympische Spelen zijn volop bezig en de eerste medailles voor Nederland zijn binnen. Tachtig jaar geleden bij de Spelen in Berlijn stond de medaillespiegel uiteindelijk op 17: 6 x goud, 4 x zilver en 7x brons, wat zal Rio met zich meebrengen? Een mooi moment om met Auke Kok te speken over zijn boek '1936. Wij gingen naar Berlijn.'



Pagina 2 van 2

De lol om het te laten kloppen

Je hebt net wat verteld over je schrijfproces en dat brengt me op je schrijfwijze. Het lijkt altijd een strijd bij non-fictie: in hoeverre presenteer je feiten al dan niet op een verhalende manier? Net zoals je hiervoor vertelt over het boek The boys in the boat, schrijf jij jouw boek op zo’n manier dat je als lezer het idee krijgt erbij te zijn geweest, in ieder geval dat jij, de schrijver, er persoonlijk bij bent geweest. Zeer verhalend dus. Wat is je geheim om dit zo voor elkaar te krijgen?

'Iemand mailde me 'het is net of ik door 1936 liep' en dat vind ik een enorm compliment. Dat is ook het streven. In eerste instantie is het een kwestie van heel veel studie maken van schrijvers die dat goed doen. Mijn grote voorbeelden zijn vooral non-fictie schrijvers uit Angelsaksische landen, meestal Amerika, zoals Norman Mailer, Hunter Thompson en Truman Capote uiteraard. Dan is het heel belangrijk dat je reportages kunt schrijven. Ik kom uit de hoek van Haagse Post, tegenwoordig HP de Tijd, en daar was schrijven van reportages het hoogst haalbare. Interviewen is al knap, maar een goede reportage schrijven, met een sfeer waarbij de lezer er gelijk in wordt getrokken: het liefst een lezer met drie zinnen in een situatie kunnen plaatsen, dat is een vak. Mijn collega Annejet van der Zijl komt er ook vandaan, die heeft dezelfde stiel en dat vraagt gewoon heel veel oefening. Geert Mak kan dat ook erg goed. Uiteraard is empathie onmisbaar, je moet je kunnen verplaatsen in de mensen waarover je schrijft, zonder empathie lukt het sowieso niet. Wat vervolgens belangrijk is, is om waar mogelijk de dingen niet te benoemen, maar impliciet mee te nemen, zoals een fictieschrijver dat doet. Door middel van feiten en impressies die je hebt opgedaan, doe je alsof het is bedacht, waarbij je gebruik maakt van de instrumenten van de fictie. Maar het moet wel allemaal op bronnen te herleiden zijn. Anders is het flauw. De verleiding is groot om dingen te bedenken, want er is toch niemand die dat checkt maar voor mij is het ook gewoon de lol dat je weet dat het ook daadwerkelijk zo is gegaan zoals jij het beschrijft, de lol om het te laten kloppen. En dan gaat het tot slot nog om de details. Het zijn vaak de details van een omschrijving die maken dat er een weerhaak aan die gebeurtenis komt. Gekke details kunnen maken dat het blijft hangen, dat het grote verhaal tot de verbeelding spreekt en daar moet je oog voor hebben. Daar schuilt ook een gevaar in, want je wilt een bijzonder verhaal vertellen en dan kun je neiging krijgen dingen net iets meer bijzonder te maken dan je weet dat ze zijn. Wat betreft moet je altijd streng zijn op jezelf.'

Een voorbeeld: Je schrijft “sprinters zijn vaak impulsief van nature, kunnen opvliegerig van aard zijn en op onbewaakte ogenblikken iets zeggen waar ze spijt van krijgen. Die houding van nu of nooit past bij het explosieve, het ongelooflijk intense dat nodig is om mee te kunnen komen in een sprint. Osendarp was een geboren sprinter. Hij zei onmiddellijk ja”. Hoe kom je aan deze wijsheid?

'Dat komt uit interviews met deskundigen, oud-sprinters en trainers en ik eigen mij die deskundigheid dan toe. Ik ben naar Limburg gegaan waar Tinus Osendarp het tweede deel van zijn leven heeft gewoond en gewerkt en daar sprak ik met mensen van de atletiekvereniging waar Osendarp actief was. Ik was een leek op het gebied van atletiek, ik was opgegroeid met voetbal, en op gegeven moment maakte ik een opmerking over de 10 seconden die de atleten sprinten, dat dat helemaal niets is, 10 seconden. Maar dat blijkt heel erg lang te zijn voor de mensen die dat doen. Ze geven alles wat erin zit in die 10 seconden, alles. Dat is een aan krankzinnigheid grenzende intensiteit. Voor die sprinters duurt dat een eeuwigheid. En dan is het een voordeel wanneer je zoals ik een generalist bent, dat je wel een flauwe notie hebt, maar dat je je laat verrassen door informatie van mensen die er wèl erg veel vanaf weten. Dus toen iemand zei ‘ja maar dat is een heel impulsief type’, zei ik meteen ‘oh? Vertel eens?'

Terug naar de deelnemers: in hoeverre waren zij zich bewust van wat er allemaal speelde in Nazi Duitsland?

'Hele goeie vraag. In z’n algemeenheid denk ik heel weinig. Sporters zijn denk ik over het algemeen geneigd zich toch een beetje af te zonderen om zich op de sport te richten en in het Olympisch dorp te blijven (wat Yuri van Gelder ook had moeten doen haha… maar ik vind het toch sneu, die chef de mission.. ik weet het niet hoor, dat hijgerige medailles moeten winnen.. ). De deelnemers zaten in dat dorp en voor zover ze iets van Berlijn zagen, waren ze zoals iedereen flabbergasted over de vrolijke sfeer en gastvrijheid en over hoe alles op rolletjes liep.'

En hoe was dat dan voorafgaand aan de deelname aan de Spelen?

'Vaak waren ze zich niet bewust van wat er allemaal speelde. Een handjevol is niet gegaan, een enkeling heeft geaarzeld, maar het merendeel is gewoon gegaan. Zoals Hans Maier (die inmiddels de 100 is gepasseerd) aangaf, volgden ze het nieuws amper, hielden zich daar niet mee bezig. En wat qua tijdsgeest ook wel belangrijk is, is dat het communisme in Duitsland werd aangepakt en daar maakten ze zich grotere zorgen over dan het fascisme. Dat leefde toen heel sterk. Hans Maier beschreef ook goed de opluchting die er was dat het in dat grote buurland van ons inmiddels allemaal op rolletjes liep, het vervalt dus toch niet in puinhoop en anarchie. Dat was ook een belangrijke factor om het zo maar te laten. Daarbij niet te vergeten het fanatisme van sporters: je werkt er hard voor, je offert je op en dan wil je ook die kans om naar de Olympische Spelen te gaan niet laten lopen.'



Lees verder op pagina 3



Over de auteur

Stefanie Schulte

86 volgers
254 boeken
17 favoriet
Boekverkoper


Reacties op: Auke Kok: 'Het is mijn vak om mythes te ontkrachten'

 

Gerelateerd

Over

Auke Kok

Auke Kok

Auke Kok (1956) is een Nederlandse non-fictieschrijver, journalist en colum...