Advertentie

Hebban vandaag

Interview /

Interview: Bavo Dhooge, zombieflik op de S-Express

Hebban Fantasy recensent Tiemen Zwaan interviewde auteur Bavo Dhooge over zijn werk en vooral over zijn meest recente roman: Styx. Als je het boek nog niet gelezen hebt, dan maakt dit je vast nieuwsgierig.

Tiemen Zwaan (TZ): Welkom bij Hebban, Bavo. Kun je aan onze lezers vertellen wie Bavo Dhooge precies is en waar Styx in het kort over gaat?

Bavo Dhooge (BD): Ik heb meer dan 80 ‘S’-boeken geschreven, voor volwassenen en jeugd, waardoor ik de bijnaam ’S-Express’ kreeg. Men noemt me de meest gelauwerde Vlaamse misdaadschrijver: ik won de Schaduwprijs, de Diamanten Kogel en de Hercule Poirotprijs. Mijn werk werd vertaald in Rusland, Thailand en Zuid-Afrika en werd vergeleken met Tarantino, The Sopranos, The Coen Brothers en Elmore Leonard. Ik publiceerde ook in het beroemde tijdschrift Ellery Queen Mystery Magazine. In 2015 verschijnt mijn Amerikaans debuut bij de New Yorkse uitgeverij Simon & Schuster. “Styx” gaat over de agressieve en corrupte hoofdinspecteur Raphaël Styx die achter de seriemoordenaar De Stuffer aanzit, die zijn slachtoffers opzet en als standbeelden tentoonstelt. Op een nacht komt het tot de ultieme confrontatie met fatale gevolgen: Styx wordt doodgeschoten. Maar dan gebeurt het onwezenlijke: de flik herrijst uit het rijk der doden. Herboren als zombieflik en als een ander mens zet hij zijn zoektocht naar de identiteit van De Stuffer verder, geholpen door zijn jonge opvolger in het korps, de dandy met Congolese roots Joachim Delacroix. In een wereld van vergane glorie vol surrealistische droombeelden van Ensor, Delvaux en andere schilders, dwalen de twee flikken in Oostende rond op zoek naar de waarheid. Ondertussen krijgt de jonge Delacroix ook nog eens gevoelens voor de weduwe van zijn dode mentor Styx, die koste wat kost wil bewijzen dat hij nog steeds een leven heeft. Vastberaden om zijn eigen moordenaar te vinden, kan niets hem nog tegenhouden, zelfs... de dood niet.

TZ: Een ondode als detective komt niet zo vaak voor. Hoe is het idee voor de zombieflik Styx ontstaan?

BD: Ik wilde eens een doodgewone Vlaamse politieroman schrijven met een duo in de hoofdrol omdat ik dat nog nooit had gedaan, maar ik wilde er toch iets speciaals van maken. Een van de twee flikken heeft namelijk ‘een hoek af’, aangezien hij een zombieflik is. Het idee ontstond toen ik op een ochtend in volle midlifecrisis opstond en me echt een zombie voelde. Mijn lichaam was een wrak en ik begon me veel vragen te stellen. Twee elementen speelden hierin een belangrijke rol om niet te verzanden in de typische zombie van de B-film. Hier in ‘Styx’ betreft het geen plaag van vele zombies, maar gaat het over een man die terugkeert uit de doden met alle dagdagelijkse en praktische ongemakken vandien. Hij is bovendien de enige in zijn soort en vraagt zich af wat de zin van dit vreemde afterlife is, waar alle anderen zitten, wie zijn Maker is. Er zit dus een existentieel kantje aan. Ten tweede keert Styx in zijn tweede leven –het vagevuur– terug als een goede versie van zichzelf. Hij is ‘the good zombie’ en dat is de kern van het verhaal. Wat als je zou kunnen terugkeren als een beter persoon dan in je vorig leven? Zulke vragen houden het interessant en doen het boek, denk ik, uitstijgen boven het genre van de zombieliteratuur.

TZ: De werkwijze van de Stuffer is op zijn zachtst gezegd bijzonder gruwelijk. Heb je hiervoor onderzoek naar bestaande seriemoordenaars verricht of is zijn werkwijze op een andere manier aan je fantasie ontsproten?

BD: Nee, ik heb hiervoor geen research gedaan. Ik doe wel veel researchwerk op ander vlak, maar als het aankomt op personages, laat ik liever mijn fantasie aan het werk. De fantasie kan trouwens de werkelijkheid niet meer overtreffen, als je ziet wat voor gruwelijke zaken er tegenwoordig gebeuren in de wereld. De onthoofdingen door IS zijn daarvan een hallucinant voorbeeld. De werkelijkheid is ondertussen zoveel exuberanter geworden. In mijn geval heeft veel ook te maken met de controle van de schrijver. Alles wat ik bedenk kan ik controleren, daarom vertrek ik liever niet van bestaande info.

TZ: Styx vermengt verschillende genres met elkaar, namelijk detective, horror, een vleugje fantasy en dat allemaal met een literaire insteek. Wat voor kansen, uitdagingen en moeilijkheden kwam je hierdoor tijdens het schrijven van Styx tegen?

BD: Wat begon als een Vlaamse politieroman werd al snel een complex vat vol tegenstrijdigheden. Het is dan ook moeilijk om een sticker of een genre op het boek te plakken. Het is geen zuivere fantasy want er spelen geen vreemde wezens in mee en het verhaal speelt zich ook af in een realistische omgeving, al krijgt het tegen de achtergrond van het surrealistische en mysterieuze Oostende wel iets extra’s. Het is in zekere zin wel bovennatuurlijk, maar tegelijk is het ook rauw en realistisch. De horror is ook gekruid met de nodige zwarte humor. De vele knipogen naar kunst, literatuur, historiek, de ontstaansgeschiedenis van Oostende met het bloedgeld van de tiran Leopold II geven het ook nog iets extra’s. Kortom, het plaatje klopte door alles te laten samenvallen. Ik hou niet zo van hokjes en wil ook zelf niet in een hokje worden geduwd. Het belangrijkste zijn het verhaal en de personages en ik kleef daar niet graag een etiket op. Laat dat maar aan anderen over. Wat voor de ene lezer een scifi-werk is, is voor de andere misschien net heel realistisch. Het belangrijkste is binnen het kader toch geloofwaardig en logisch te blijven. Alles kan in een roman, zolang je de lezer maar niet belazert. Als je respect hebt voor je lezer en vooral ook je personages, dan kan je met veel wegkomen. Het vervolg op ‘Styx’ (dat nu in eerste versie af is) zal trouwens het meest geflipte boek worden dat ik ooit heb geschreven. Daar zullen zowat alle genres in vervat liggen: een policier, een private eye-roman, een oorlogsroman, een detectiveroman, een liefdesroman, een horrorroman, surrealisme, filosofie, psychologie enzovoort.

TZ: Naast Styx was Joachim Delacroix mijn favoriete karakter. Waarom heb je specifiek voor een sapeur als personage gekozen in een anders nogal zwartgallig verhaal?

BD: Ik geraakte geïntrigeerd door een documentaire die ik had gezien over de Brusselse Kongolese sapeurs die het leven als een waar feest ervaren en zich elke dag mooi tot in de puntjes opkleden. Zij geven hun hele loon uit aan peperdure kostuums met alles erop en eraan. Less is more is niet aan hen besteed. Carpe diem. Die filosofie en strekking paste ook perfect in dit verhaal waar het gaat over vergankelijkheid, dood en verval. Als countergewicht voor Styx heb je dan die kleurrijke dandy die staat voor het leven, voor kleur, voor positivisme, voor optimisme, alles waar ‘Styx’ net niet voor staat. Door de vele verwijzingen naar de Belle Epoque van Oostende aan het einde van de 19de eeuw paste deze figuur ook in het verhaal, net zoals ikzelf ook tijdens het schrijven stelselmatig meer in de ban geraakte van het leven van een dandy die met kleurrijke kostuums en de nodige flair door het leven walst. Het was in die zin voor mij ook voor een deel een kwestie om als een method actor in de huid te kunnen kruipen van de dandy.

TZ: Het surrealisme speelt een belangrijke rol in het verhaal. Hoe ben je tot het besluit gekomen om deze kunststroming te verweven in een verhaal over een gekwelde ondode?

BD: Een verrijzenis is natuurlijk altijd surrealistisch. Door dit uitgangspunt te gebruiken in het historische kader van Oostende, de stad bij uitstek die zoveel mysterie en veel surrealistische schilders heeft voortgebracht, kreeg het tegelijk ook iets geloofwaardigs en authentiek. De maskers en skeletten van James Ensor, de naakten van Delvaux, het was de perfecte biotoop om een man te laten herrijzen als zombie. Als je verschillende van die schilderijen bekijkt, zie je eigenlijk vrij veel zombieachtige beelden, die tegelijk dreigend, maar ook iets bezwerends en intrigerend hebben. Het surrealisme staat voor mij vooral voor het mysterie en dat is natuurlijk ook meteen de kerngedachte van een zombieflik die niet alleen op zoek is naar de waarheid binnen een moordzaak, maar ook de waarheid omtrent het leven.

TZ: Van Styx verschijnt binnenkort ook de Amerikaanse vertaling. Wat zijn de uitdagingen om een verhaal dat zich in België afspeelt te vertalen voor een Amerikaans publiek?

BD: Voor alle duidelijkheid: de vertaling van ‘Styx’ heb ik niet zelf geschreven, maar werd gemaakt door een Amerikaanse auteur (Josh Pachter). Vanzelfsprekend zullen bepaalde kleine details en verwijzingen wel sneuvelen in de Amerikaanse versie. Zo was er een kleine knipoog naar de Vlaamse schrijver Hugo Claus die ook een band had met Oostende, maar helaas betekent die naam niets in de US, dus zal dat wel geschrapt worden. Maar tegelijk ervaart men in de US alle andere facetten zoals het surrealisme, Oostende, de schilders, de zwarte humor, de sapeurs als iets exotisch, iets extra’s boven het thrillerelement. Bovenal blijft ‘Styx’ natuurlijk wel een spannende thriller en heeft het heel wat universele elementen die ook in de US aanslaan: de keuze voor het leven of de dood, geloof of ongeloof, liefde, relatiebreuk, vader-zoon relatie en de eeuwige vraag/drang van de mens om zo lang mogelijk in leven te blijven en tevergeefs te vechten tegen het sterven, al is dat net de enige zin van het leven.

TZ: Naast Styx heb je een hele reeks andere boeken geschreven waarvan de titels allen met een S beginnen, de toepasselijk bijgenaamde S-express. Hoe is de S-express ontstaan en waarom speciaal de S?

BD: Dat is toevallig gegroeid. Omdat ik zoveel verschillende boeken en genres schrijf heb ik voor mezelf een hokje gemaakt met daarboven een sleutelgat in de vorm van de letter S. Dat is dus mijn Stempel. Het is de rode draad in mijn werk en ook wel een beetje een herkenningsmiddel of een gimmick om het met een moeilijk woord te zeggen. Bovendien bestaan er veel woorden die met de letter S beginnen en die betrekking hebben op mijn werk: spanning, suspense, sciencefiction, satire, surrealisme, enz. En last but not least is het ook een klein eerbetoon aan mijn zoon Samuel die net werd geboren voor mijn eerste boek werd gepubliceerd. Het is geen bewuste keuze, maar een geleidelijke evolutie. Mijn eerste boek heette ‘Spaghetti’ (geen kookboek overigens), voor mijn tweede boek had ik oorspronkelijk een heel andere titel die veel minder catchy en toepasselijk was dan ‘SMAK’. Toen ik van de VRT de vraag kreeg om een paar scenario’s te schrijven voor de crimi-serie ‘Sedes & Belli’ en ook een extra aflevering in boekvorm te gieten, heb ik niet geaarzeld. Toen had ik dus drie boeken die met de letter ‘S’ beginnen en toen al maakten verschillende mensen er mij opmerkzaam op, vooral journalisten, dat dit een leuke gimmick was. Meer nog, verschillende mensen dachten zelfs dat het om een trilogie ging omdat ze alle drie met dezelfde letter begonnen, al hadden ze weinig met elkaar te maken. Vanaf dan heb ik het belang ingezien van een handelsmerk. Een boek wordt vaak gekocht of gekozen op basis van cover of titel. Met andere woorden: een titel is een heel belangrijke keuze, zo heb ik geleerd. Ik schrijf heel uiteenlopende dingen, van komische detectiveromans, literaire romans tot griezelboek en non-fictiewerken, zowel voor jeugd als voor volwassenen. Daarom beschouw ik die ‘S’-reeks als een verzameling. De letter ‘S’ vind ik trouwens de mooiste letter van het alfabet, niet alleen puur grafisch. Zo kreeg ik ook enkele jaren geleden de bijnaam ‘S-Express’ omdat er in relatief korte tijd een pak ‘S-titels’ zijn verschenen.

TZ: Aan het einde van Styx blijft de zombieflik met vele vragen over. Kun je ons al een klein beetje verklappen wat Styx te wachten staat in het volgende deel?

BD: Het wordt, zoals ik al zei, iets heel speciaals, maar meer kan ik er nog niet over kwijt. Je zal nog even moeten wachten.

En zo eindigt het interview met een vette, virtuele knipoog van Bavo ;-)

Lees de recensie van Tiemen over Styx: Macaber en kunstzinnig. Eerder vertelde Bavo al op Hebban Fantasy over zijn favoriete boeken: De selectie van Dhooge.



Over de auteur

Tiemen Zwaan

15 volgers
2 boeken
0 favorieten
Boekverkoper


Reacties op: Interview: Bavo Dhooge, zombieflik op de S-Express

 

Gerelateerd

Over

Bavo Dhooge

Bavo Dhooge

Bavo Dhooge (1973) is een Vlaams schrijver. Hij schrijft veelal thrillers, maa...