Advertentie

Hebban vandaag

Interview /

Interview Elisabeth Mollema

Elisabeth Mollema is vooral bekend bij kinderen. Ruim vijftig kinderboeken met de meest uiteenlopende thema’s verschenen van haar hand. Maar sinds enkele jaren is haar naam ook verbonden aan thrillers. Prooi en Vergelding waren haar eerstelingen. Goed ontvangen door de pers. Aanleiding voor VN om te schrijven dat Elisabeth Mollema een thrillerschrijfster is om rekening mee te houden. Haar nieuwste misdaadroman Ladykiller onderschrijft die stelling volkomen.


Cap Ferrat
Een eerste poging om tot een interview te komen strandt op de vakantie van Elisabeth Mollema die met haar man op een boot in de Middellandse zee nabij Cap Ferrat dobbert. “Beeldschoon en rustgevend,” zoals zij 1ater zal zeggen, maar desondanks een onrustige omgeving voor iemand die wil werken. Want meer nog dan van vakantie houdt Mollema van schrijven. Wij treffen haar in Rotterdam, in een restaurant dat dreunt van de heipalen die de omgeving van het station nu al jaren onleefbaar maken. Hier worden alle gedachten en goede ideeën meedogenloos de grond ingeslagen. Elisabeth Mollema, net terug in Holland, oogt uitgerust en zongebruind. Zij staat op het punt weer een week naar Cap Ferrat te vertrekken, de Zuid Franse plaats waar Elisabeth regelmatig vertoeft en die een prominente plaats inneemt in haar nieuwste boek Ladykiller.

Eenling
Elisabeth Mollema werd In Amsterdam geboren, maar verhuisde al op jonge leeftijd naar Bilthoven. De volgende stop was Den Haag, waarna voorgoed domicilie werd gevonden in Rotterdam. Haar vader, die piloot was, overleed aan de naweeën van zijn verblijf in een Jappenkamp, toen Elisabeth drie jaar was. De opvoeding van Elisabeth en haar jongere broer kwamen derhalve volledig op de schouders van haar moeder neer. Zoals vaak gebeurt onder dergelijke omstandigheden, ontwikkelde de kleine Elisabeth zich tot een meisje met een rijk fantasieleven. Een eigenschap die ze van haar moeder had. “Mijn moeder had een enorme fantasie. Ze was altijd blij en vrolijk. Zelfs onder de moeilijkste omstandigheden kon ze de slappe lach krijgen. Ze zei bijvoorbeeld ’s avonds: “Laten we denken over wat we gaan doen als we heel rijk zijn. Wat voor huis we dan zullen gaan kopen?” Dat soort fantasieën. Ik heb ook nog een broer die negen jaar jonger is. Mijn ouders vonden altijd alles leuk wat we deden, ook al deden we niets. Geweldig. Ik denk dat daar een enorme stimulans vanuit gaat. We zijn nooit in iets geremd. Voordat mijn broertje geboren werd, was ik een tijdje alleen met mijn moeder. Ik leefde in een soort droomwereld. Ik was een eenling. Niet omdat ik gepest werd ofzo. Nog steeds ben ik erg individualistisch. Ik ben geen lid van clubjes. Ik doe niet aan teamsporten. Ik vind het prettig om alleen te werken. Als kind was ik altijd heel vrolijk. En ook dat is nog steeds zo. Ik ben altijd heel blij. Ja echt, heel blij, ook al is er niets om blij te zijn. Ik kan me helemaal in mijn fantasieën verliezen. Een kwestie van aanleg en het feit dat ik me in vrijheid heb kunnen ontwikkelen.”

Dromen
Na de middelbare school droomde Elisabeth Mollema ervan om naar de kunstacademie te gaan. Het zou anders gaan. “Na de dood van mijn vader hertrouwde mijn moeder met een meneer uit Rotterdam, een zakenman. Zij waren niet zo enthousiast over mijn idee om naar een kunstacademie te gaan. Ik ben toen sociologie gaan studeren. Dat heeft geen enkel nut gehad. Ik heb er algemene economie bij gedaan en later rechten, maar daar ben ik voor mijn kandidaats mee gestopt. Dat was zo’n saaie studie. Ik heb daarna een jaar op de universiteit gewerkt op de afdeling politicologie in Rotterdam en toen heb ik in Intermediair een stuk geschreven over onderwijs. Dar was het moment dat het schrijven zich aan mij heeft geopenbaard. Ik was verbaasd dat ik het kon, of beter gezegd, verbaasd dat anderen het niet konden. Je weet dan nog niet dat het een vaardigheid is, waarin je je moet bekwamen. Mijn universitaire studie heeft me wel geleerd dat je moet beginnen met een probleemstelling en dat er structuur in je stuk moet zitten en dat moet ook in een boek. Verder heeft mijn journalistieke werk me geleerd om voor iedereen te schrijven. Niet alleen maar hoogdravende zinnen. Ik heb een heleboel kinderboeken geschreven en daarin moet je heel duidelijk zijn, want een kind haakt zo af.”

Kinderboeken
Ik ben met kinderboeken begonnen omdat de uitgeverij voor wie ik enkele non fictieboeken had geschreven, kinderboeken wilde gaan uitgeven. Ik was in de fase dat ik me verbaasde over het feit dat mijn eigen twee kinderen nooit lazen. Die waren alleen maar aan het rennen. Ik heb me er toen in verdiept waarom ze niet lazen. Het bleek dat de boeken voor hun leeftijd niet avontuurlijk genoeg waren. Toen dacht ik, nou dan ga ik een heel avontuurlijk kinderboek schrijven. Gewoon eens geprobeerd. Op de eerste bladzijde meteen een moord. Geen bloederige details natuurlijk en toen bleek dat heel veel kinderen in Nederland dat soort boeken leuk vinden. Zo ben ik erin gerold. Ik heb heel veel kinderboeken geschreven en veel ervan waren avonturenboeken, al ging het voor de allerjongste lezertjes om een heel klein avontuurtje, in een Sinterklaasboek bijvoorbeeld. Ik schreef boeken voor kinderen van alle leeftijden. Dus steeds andere doelgroepen, maar dat was juist leuk. Ik houd van uitdagingen en op het moment dat ik het geen uitdaging meer vind, ga ik me zitten vervelen. Mijn moeder zei vroeger altijd: “Zodra jij een vriendje hebt en je denkt dat je hem hebt, dan neem je weer een ander. Nou ja, ik verveel me vrij snel moet ik zeggen. Als ik iets in mijn vingers heb, wil ik weer iets anders. Ik zou ook nooit gaan pensioneren. Ik stop niet als ik 65 ben. Ik denk er niet over. Ik zou kapot gaan van verveling.”

Dyslectisch
“Wat ik wel spannend vond, was dat ik voor alle doelgroepen een ander taalgebruik moest bezigen. Ik heb bijvoorbeeld boeken voor dyslectische kinderen geschreven. Een van mijn eigen kinderen is dyslectisch, dus ik wist wat het probleem is. Kinderen hebben dan moeite met lettercombinaties. In een woord als school is de combinatie “sch” moeilijk. Dat beklijft niet bij iemand die dyslectisch is. Iemand die dyslectisch is moet alle letters van een woord in zijn hoofd benoemen voor hij er een eenheid met betekenis van kan maken. Dus als je voor dyslectische kinderen schrijft, schrijf je korte zinnen, Onder elkaar, niet allemaal achter elkaar. Het moet geen rommeltje worden. Het moet overzichtelijk en helder zijn. Men drukt het vaak af in een soort grijstint. Niet keihard zwart, maar rustiger voor de ogen. Maar goed, op een gegeven moment had ik daar ook geen zin meer in. Ik merkte dat ik mezelf zat te herhalen. Na iets meer dan 50 kinderboeken was ik wel uitgeschreven. Ik wilde iets anders. Ik wilde voor volwassenen schrijven. Ikzelf houd heel erg van thrillers, voornamelijk van het genre van Ruth Rendell, dus die Engelse psychologische thrillers, die vind ik super.”

Prooi
Helaas liepen de thrillers helemaal niet goed in de tijd dat ik wilde overstappen. De uitgever zei dat thrillers van geen kant verkochten. Ik dacht, tsha, ik kan wel een jaar aan zo’n ding gaan werken, maar als het niet verkoopt, waarom zou ik het dan doen. Maar op een gegeven moment gingen de Nederlandse thrillers beter verkopen en groeide bij mij langzaamaan het idee voor een verhaal.”
Het idee dat Elisabeth Mollema uitwerkte was in basis de situatie die ze goed kende. Het verhaal ging over een alleenstaande moeder met twee kinderen die na een nare scheiding haar leven weer op orde probeert te brengen. Als ze tijdens een strandwandeling een leuk stel ontmoet, groeit er een warme vriendschap. Alleen dreigen de nieuwe vrienden haar leven over te nemen. “Ik ben Prooi gaan schrijven naast mijn werk aan kinderboeken. Het was een risico, want kinderboeken schrijven was mijn werk en ik kon me niet permitteren om uit die markt te stappen. Het kostte me heel veel moeite om voor volwassenen te schrijven, omdat ik de juiste toon niet kon vinden in die verhalen. In mijn kinderboeken ben ik een soort verteller, maar dat werkt niet voor volwassenen. Je zoekt net als een muzikant je eigen geluid. Je wil herkenbaar zijn. Ik zocht mijn schrijfstem. En daar heb ik heel lang naar moeten zoeken, maar ik heb hem nu absoluut gevonden. Ik weet nu hoe ik wil schrijven. Zo houd ik wel van wat gedragen zinnen in mijn volwassen stijl. Ik houd van mooi taalgebruik en niet van die staccato zinnen.”

Menselijke psyche
“Ik houd van echte beschrijvingen en zoek voortdurend naar mooie en juiste woorden en naar ritme in een tekst. Ik ben ook erg geïnteresseerd in wat de gewone mens beweegt. Wat beweegt de mens die dingen te doen die niet geaccepteerd zijn? En waarom doen ze dat? Het is de psychologie in mijn personages die ik interessant vind. Om te kijken waar en waarom ze fout gaan. Ik probeer zowel de dader als het slachtoffer te begrijpen. En ik weet niet of het je opgevallen is, maar bij mij zegeviert het recht niet. Ik wil geen oordeel vellen. Ik wil niet zeggen dit is de slechterik, die moet hangen Ik zie het leven als een proces en sommige mensen gaan door bepaalde omstandigheden de verkeerde kant uit. In een spannend boek is het leuker om dreiging op te roepen dan de misdaad zelf te beschrijven. Daartoe is het noodzakelijk dat je je verdiept in de psyche van de dader. Ik maak van al mijn personages een biografie zodat ik weet waar ze vandaan komen, wat hun achtergrond is, en waarom ze doen wat ze doen. Sommige mensen worden onder bepaalde omstandigheden dader en anderen worden onder bepaalde omstandigheden juist slachtoffer. In een goede misdaadroman moet dreiging zijn, dan hoeft er zelfs geen misdaad in voor te komen. Het gaat er meer om wat er voor verschrikkelijks in de geest van de personages gebeurt.
Maar goed, met een idee voor een verhaal ben je er niet. Dan moet je de puzzel gaan opzetten, want het is een puzzel. Alles wat je schrijft heeft betekenis, in tegenstelling tot beschrijvingen in een gewone roman. Daar kan het leven gewoon verder fladderen. Behalve dat het boek een goede structuur moet hebben, moet het ook een aangename reis zijn voor de lezer.”

Cap Ferrat
“Ik doe altijd enorm mijn best om de omgeving en de situatie goed uiteen te zetten. In Ladykiller beschrijf ik Cap Ferrat en de omgeving. Ik ken het goed, want ik kom er vaak, maar als Nederlandse, niet in Cap Ferrat wonende, is het lastig schrijven. Denkend dat je veel weet van de gebruiken, dat je weet hoe de lucht eruit ziet en de parasols. Maar als je weer thuis bent, denk je hoe ziet die lucht er nou eigenlijk uit? Wat vliegt er daar in de lucht? Meeuwen? Hoe klinkt het geluid van golven die tegen de rotsen kletteren? Het zijn allemaal mooie dingen om te schrijven, maar je moet het wel weten. Ik vind het geluid van de zee prachtig, maar het is moeilijk te beschrijven. Daarom ben ik teruggegaan naar de boot in Cap Ferrat. Het kost me heel veel moeite, maar het is wel heel leuk om te doen: Een klein zinnetje geeft soms heel goed de sfeer weer. Ik vond het ook leuk om de geschiedenis van de streek weer te geven. Niet alleen in de beschrijvende zin, maar ook uit de mond van de personages.
Cap Ferrat is zo rustig. Een haventje met wat boten en een klein terras, wat kereltjes in een oude spijkerbroek, Ik ken er een hoop mensen, ik weet wie het zijn, maar het is geen St. Tropez. Daar zou ik nooit heengaan. Daar zou ik helemaal gek worden. Ik houd niet van poeha. Vroeger was het daar rustig, net als in St, Raphael, waar we destijds een huis hadden. Maar daar is het nu een kermis. In Cap Ferrat ligt onze boot. Ik ben dol op de zee. Ik ben een zwemmer. Elke ochtend zwem ik kilometers. Heerlijk. Ik houd helemaal niet van die kust voorbij Cannes. Maar van Antibes naar Monaco is zo’n prachtig stukje Franse kust en het is daar relatief rustig. En Cap Ferrat is mede zo rustig omdat er haast geen hotels zijn. Je kan er niet parkeren. Geen markten niets. En wij liggen er in de haven. We hebben er wat vrienden, die hebben ook een boot. En dan gaan we ’s avonds van de ene naar de andere boot Heerlijk.

Ladykiller
Het idee voor Mollema’s nieuwste boek Ladykiller ontstond uit een combinatie van verschillende dingen. Mollema zag op de boulevard een tentoonstelling van Niki de Saint Phalle, de kunstenaresse van opvallende polyesterbeelden. “En ik heb een keer in de twee maanden een lunch met mijn ex, zijn tweede ex en zijn huidige vriendin. Dat zijn ontzettend gezellige lunches. Een man en drie vrouwen. Ik dacht dat er wel een verhaal in zat. Maar ja dan moet je natuurlijk nog de situatie gaan creëren waarin iets zich kan gaan afspelen. En toen kwam ik op het idee van drie vriendinnen in een villa in Zuid-Frankrijk die iets met dezelfde man krijgen. Het gaat gigantisch mis als blijkt dat zij verliefd zijn op dezelfde man. Maar centraal in het boek staat wantrouwen. Daar gaat het om. Ze beginnen elkaar steeds meer te wantrouwen en nemen daardoor allerlei foute beslissingen die vervelende consequenties met zich meebrengen. En zo is het in al mijn verhalen. Er is een heel sterke emotie die de motor is voor het verhaal. In mijn eerste boek Prooi is het chaos, de structuurloosheid van de hoofdpersoon die in haar chaotische gedachte ten prooi valt aan mensen die haar leven willen overnemen. In Vergelding was het de ultieme wraak op de vader van de hoofdpersoon en nu in Ladykiller is het hoofdmotief wantrouwen.”

Gaga vrouwen
“In Ladykiller spelen drie vrouwen de hoofdrol. Ik wilde er niet een uitpikken die de hoofdpersoon zou zijn en dat maakte het ook moeilijk. Want voor het verhaal moeten ze alledrie een verschillend karakter hebben en ik wilde het zo schrijven dat zij elkaar als gevolg van een misdaad beginnen te wantrouwen. Ze zijn eerst hele goede vriendinnen, maar ze drijven uit elkaar vanwege het wantrouwen. En daar moet je hen als schrijver dus een hele goede reden voor geven. Het was lastig. Het was net alsof ik op een kar zat met drie onwillige paarden die ik een bepaalde straat in wilde hebben, terwijl die paarden onderling iets anders wilden. Het merendeel van de tijd moesten die drie vrouwen bij elkaar blijven. Vanwege de dialogen en bovendien kon ik op die manier het wantrouwen steeds meer laten groeien.
Daarnaast had ik ook actie nodig. Je kunt niet teveel dialoog hebben, want dan heb je geen boek maar een scenario. Je moet afwisseling hebben waarbij je af en toe rust inlast. Van de drie dames houd ik meer van Sonja en Ebe dan van Heleen. Ebe is een zwever en Sonja is een doener. In de boeken van Nicci French is altijd een sterke vrouw de hoofdpersoon. Daar houd ik niet van. Ik houd ook niet van de vrouwelijke hoofdpersonen in de boeken van Karin Saughter, dat zijn bijna mannen, zo agressief. Ik kan dat niet lezen, dat is me te agressief. Ik houd in het dagelijks leven meer van mensen die een beetje raar zijn, en Ebe is een beetje gaga. Dat vind ik leuk. Maar wel intelligent. Ik heb zo’n vriendin, superintelligent, maar ze kan nog geen la opruimen. Haar hele leven is een chaos. Maar ik lach me dood met haar. Het is een enig, sprankelend mens. Gewone mensen zijn saai.”

Vergelding
Van de drie boeken die Mollema nu heeft geschreven is ze het meest blij met Vergelding. “Ik vind dat boek zelf het beste gelukt. Maar dat is zuiver beroepsmatig. Daar viel voor mij alles heel goed op zijn plek. Ging allemaal heel soepel. Maar Ladykiller vind ik ook erg goed gelukt omdat het een extra dimensie heeft. Het is vanuit drie perspectieven geschreven en ook nog eens op een locatie die niet de mijne is. Ja, ik kom er wel vaak, maar ik ben een Hollandse en ik woon in Nederland en dat makt het toch lastig. Ik heb in Cap Ferrat veel rondgelopen en aantekeningen gemaakt. Ik heb daar niet zitten schrijven.”

Stem van de auteur
“Boeken zijn fantasie, maar je herkent in een boek natuurlijk de persoon van de auteur. Dat kan niet anders. Mijn kinderen kunnen mijn boeken nauwelijks lezen, omdat ze mij dan horen praten. Maar daar moet je tijdens het schrijven niet over nadenken. Schrijven is alles loslaten en niet nadenken over wat de mensen ervan zullen denken of vinden. Je moet een soort vrijheid voor jezelf creëren en je gedachten de vrije loop laten. Als je dat doet, herkennen lezers de schrijver achter de woorden. Ze herkennen jouw stem, maar ook de stem die je hebt gecreëerd. En dat is ook mijn streven, het creëren van een eigen toon, een eigen stem.”



Over de auteur

Kees de Bree

86 volgers
13 boeken
0 favorieten
Auteur


Reacties op: Interview Elisabeth Mollema

 

Gerelateerd

Over

Elisabeth Mollema

Elisabeth Mollema

Elisabeth Mollema (Amsterdam, 1949) is een Nederlandse auteur. Na haar studie sociologie werkte ze als freelance journalist. Ze schreef artikelen voor verschillende kranten en bladen en ook non-fictie...