Advertentie

Hebban vandaag

Interview /

Interview Gayle Lynds

Gayle Lynds en haar man Dennis zijn beiden auteur; Dennis schrijft al 40 jaar onder de naam Michael Collins. Ze wonen ergens met uitzicht op de oceaan en hebben een streng werkschema. Gayle zwoegt als het nodig is soms tot midden in de nacht door. Maar dat komt, zegt ze in een interview, omdat het zo spannend is om een boek echt af te maken. Samen hebben ze vier volwassen kinderen.

De nieuwste titel van de hand van Gayle Lynds is The Coil (De Kronos Affaire). Het boek is al verkocht als ‘featured alternate' aan de ‘Book of the month club' en ‘Mystery Guild'. Bovendien is dit het eerste boek van Gayle dat ook in gesproken vorm verschijnt in Amerika.

Gayle Lynds is niet alleen een uitstekende auteur, maar ze is ook zeer begaan met het schrijversschap van anderen en met wat er allemaal gebeurt in het genre. Vooral het feit dat zelfs de New York Times al diverse malen beweerde dat de spionagethriller niet meer bestaat én dat vrouwen zulke boeken niet zouden kunnen schrijven, is haar in het verkeerde keelgat geschoten. Gayle Lynds schreef Masquerade in 1994, maar toen haar agent het aan een belangrijke uitgever in New York liet lezen, zei deze (zelf een vrouw!): “Ik vind het een geweldig boek. Maar dit kan nooit door een vrouw geschreven zijn, dus ik koop het niet.” Gelukkig zag men het een paar jaar later bij Doubleday anders, en Masquerade werd met groot succes uitgegeven. Toch wordt Gayle nog regelmatig aangesproken door mannen die niet begrijpen dat zij zulke goede spionagethrillers kan schrijven. Een recensent gaf haar het compliment dat zij zo goed haar mannelijke collega's kon na-apen!

Gelukkig begint het nu ook tot de recensenten door te dringen dat je niet per se een man hoeft te zijn om een goed spionageboek te kunnen schrijven. Dat mag dan ook wel, in 2004, als het ‘grote publiek' de boeken van Gayle Lynds allang in het hart heeft gesloten. Haar nieuwe boek heet The Last Spymaster en gaat over illegale wapenverkoop. Het komt in het vroege voorjaar van 2005 uit. Intussen heeft ‘The Coil' al lovende reacties gekregen van uiteenlopende bestsellerauteurs als Dean Koontz, Douglas J. Preston en David Morell.

Gayle Lynds was met plezier bereid enkele vragen van Crimezone te beantwoorden. In oktober komt zij naar Nederland, speciaal ter gelegenheid van het uitkomen van ‘De Kronos Affaire', de vertaling van ‘The Coil'. Aangezien Lynds in ‘De Kronos Affaire' een gezelschap ten tonele voert dat onder meer is gebaseerd op de Bilderberg Groep, hier eerst een korte uitleg over die club.

Gelukkig begint het nu ook tot de recensenten door te dringen dat je niet per se een man hoeft te zijn om een goed spionageboek te kunnen schrijven. Dat mag dan ook wel, in 2004, als het ‘grote publiek' de boeken van Gayle Lynds allang in het hart heeft gesloten. Haar nieuwe boek heet The Last Spymaster en gaat over illegale wapenverkoop. Het komt in het vroege voorjaar van 2005 uit. Intussen heeft ‘The Coil' al lovende reacties gekregen van uiteenlopende bestsellerauteurs als Dean Koontz, Douglas J. Preston en David Morell.

Gayle Lynds was met plezier bereid enkele vragen van Crimezone te beantwoorden. In oktober komt zij naar Nederland, speciaal ter gelegenheid van het uitkomen van ‘De Kronos Affaire', de vertaling van ‘The Coil'. Aangezien Lynds in ‘De Kronos Affaire' een gezelschap ten tonele voert dat onder meer is gebaseerd op de Bilderberg Groep, hier eerst een korte uitleg over die club.

De Bilderberg Groep
De Bilderberg Groep dankt zijn naam aan het hotel waar deze groep mensen voor het eerst vergaderde. Deze eerste bijeenkomst vond plaats in 1954 in Voorburg. De groep bestaat uit mensen die hun sporen verdiend hebben in de politiek of het zakenleven. Niemand kan zichzelf aanmelden… je moet gevraagd worden. De reden dat de Bilderberg Groep in Nederland bekender is dan in Amerika, is natuurlijk dat Prins Bernhard er al jaren lid van is. Andere bekende leden zijn de bankier Edmond de Rothschild, Donald Rumsfeld, James D. Wolfensohn van de Wereldbank en Jurgen Schrempp van Daimler Chrysler. Dit laat direct zien waar het om gaat: de Bilderberg Groep is een gezelschap van ‘machtige mannen' die lekker ongestoord door pers en andere nieuwsgierigen over de problemen in de wereld willen praten. Eigenlijk niets bijzonder dus…

Uiteraard is de Bilderberg Groep bepaald niet uit op macht en overheersing zoals dat bij de Nautilus Groep in de ‘Kronos Affaire' wel het geval is. Gayle heeft onder andere deze groep slechts gebruikt voor het creëren van de Nautilus Groep. Het feit dat de Bilderberg Groep in Amerika relatief onbekend is en ook in Nederland omgeven is door een beetje geheimzinnig tintje, zorgt ervoor dat er overeenkomsten lijken te bestaan tussen beide gezelschappen.

Voor wie meer wil lezen: als je in Google ‘Bilderberg Groep' intypt, krijg je ruim 3000 hits. Veel daarvan gaan natuurlijk over de hotelketen… en érg veel sites die gewijd zijn aan ‘wereldwijde samenzweringen' en ‘UFO's' noemen ook de Bilderberg Groep. Je moet dus wel even zorgvuldig zoeken.

Het interview
Gayle Lynds is één van die populaire schrijvers die haar dagen wel volledig kan vullen met het geven van interviews. Aangezien er na verloop van tijd een grote overlap ontstaat in de vragen, moet zij dus steeds dezelfde antwoorden geven… Dat leek me nu niet handig. In plaats van het stellen van weer diezelfde vragen, heb ik Gayle gevraagd of ze het goed vindt als ik put uit bestaand materiaal. Gelukkig was ze het daar mee eens. Natuurlijk blijven er dan altijd nog een paar vragen over die ik graag zelf had willen stellen… Dat heb ik ook gedaan. Het interview dat jullie hier lezen, is dus niet slechts uit één vraaggesprek ontstaan, er zijn ook andere bronnen voor gebruikt.

Je bent je carrière begonnen als journaliste, maar uiteindelijk raakte je betrokken bij een ‘denktank'. Op de een of andere manier was Kurt Vonnegut daar ook bij betrokken. Kun je iets over die periode vertellen en op welke wijze dat je latere werk heeft beïnvloed?
(Noot: Kurt Vonnegut, geboren in Indianapolis in 1922 schreef enkele boeken, waaronder ‘Slaughterhouse Five' die bij bepaalde Amerikaanse groeperingen niet goed vielen. Men beschuldigde hem van het gebruik van godslasterlijke taal en ook aan zijn politieke motieven – het was tenslotte volop Koude Oorlog – werd getwijfeld.)

Gayle: “De journalistiek bleek de brug te zijn die ik nodig had voor het schrijven van fictie. Mijn eerste baan na ‘college' was als algemeen verslaggever. Het was een heel goede training voor iemand die schrijver wilde worden, al gaf ik nog niet eens aan mezelf toe dat ik dat graag wilde. Ik schreef daar over diverse onderwerpen: rechtszaken, politieke campagnes, filmsterren en onderwijs.

Naarmate ik meer zelfvertrouwen kreeg en beter ging schrijven, zag ik in dat ik het heel moeilijk vond om te schrijven over mensen die iets vreselijks hadden meegemaakt. Het gekke is wel dat ik er goed in was. Maar goed, tegen de tijd dat mijn eerste echtgenoot en ik naar Santa Barbara verhuisden, berustte ik in het feit dat ik gewoon niet hard genoeg was om de ‘grote Amerikaanse journalist' te worden. Ik heb dus nooit meer een baan bij een krant gezocht.

Maar wat moest ik dan gaan doen? Toen ik nog voor journalist studeerde, kreeg ik les van Kurt Vonnegut. Je hebt gelijk als je zegt dat ik daardoor ben beïnvloed. Zoals zoveel schrijvers had hij verschillende banen gehad om zichzelf en zijn familie te onderhouden. Eén daarvan was die van redacteur bij een denktank. Hij vertelde dat daar zoveel ideeën in omgingen dat ze wel van de muur leken te kaatsen. Naar aanleiding daarvan schreef hij zijn boek Cat's Cradle.

Ik was zeer geïntrigeerd door Kurt's verhaal en toen we dus in Santa Barbara woonden, nam ik ook een baan als redacteur bij een denktank. Dat was General Electric-TEMPO, waar wetenschappers en ingenieurs werkten aan wereldwijde projecten, zowel voor burger- als voor militaire projecten. Die projecten gingen over van alles, van ideeën over het vruchtbaar maken van de woestijn tot het bouwen van wapens die hele continenten konden wegvagen.

Nadat ik door de FBI was onderzocht en ik mijn betrouwbaarheidsverklaring had gekregen (ik mocht Top Secret documenten lezen), kwam ik er al snel achter dat Kurt gelijk had gehad. Het bedrijf was opwindend en surrealistisch, vol met geheimen, informatie, wisselende seksuele contacten, en overijverige fantasieën. Ik werd daar geïnspireerd tot het schrijven van een boek. In de wandelgangen werd gefluisterd dat de Amerikaanse regering geheime experimenten uitvoerde met hersenspoeling bij onschuldige, van niets wetende burgers. Het was ten slotte volop Koude Oorlog. Later ontdekte ik dat het gerucht waar was. Het project heette MK-ULTRA en hoewel het project officieel in de jaren zeventig is afgesloten, wordt er nog steeds gefluisterd dat het op de een of andere manier nog steeds bestaat.

Een goede schrijver worden gaat niet gladjes. Rond 1980 leerde ik om een verhaal te ontleden en er over te schrijven. Tot nu toe had ik alleen nieuwsberichten en technische documenten geschreven. Toen werd het tijd om over speciale onderwerpen te gaan schrijven en daarom ging ik bij een tijdschrift werken. Ik vond het geweldig; ik voelde me er bijzonder thuis. In die tijd begon ik ook beter door te krijgen wat je allemaal met woorden kunt doen.

Nu, Phoenix en Santa Barbara, waar ik woonde, waren niet bepaald plaatsen waar je gemakkelijk een goede uitgever kon vinden. Maar ja, ik had nu eenmaal de keuze gemaakt om daar te wonen en kinderen te krijgen. Na mijn scheiding ben ik dus, vanwege de kinderen, in Santa Barbara blijven wonen.

Ik begon met het schrijven van korte verhalen, maar meestal kreeg ik betaald in de vorm van exemplaren van de tijdschriften waarin die verhalen verschenen. Daar kun je niet van eten en dus begon ik ‘Nick Carter'-boeken te schrijven. Deze boeken gaan over Nick Carter, maar ze worden door heel veel verschillende auteurs geschreven. Voor de eerste twee die ik schreef, zette Dennis Lynds (alias Michael Collins, die later mijn echtgenoot zou worden) het verhaal nog op poten. Voor de latere boeken deed ik dat zelf.

Uiteindelijk schreef ik er vijf. Veel mensen waren geschokt dat ik ‘pulp' wilde schrijven, maar het was gewoon een goede oefening. Mijn echtgenoot, Dean Koontz en Martin Cruz Smith hebben het ook gedaan…

En in 1990 begon ik aan mijn eerste spionagethriller, Masquerade, waarin dankzij mijn tijd in de denktank een subplot zit over een door de CIA opgezet hersenspoelingsproject.”

Welke boeken las je zelf graag, als kind?
Gayle: “Ik las als kind alles wat los en vast zat, van kinderboeken tot de etiketten op de blikken soep – en stripboeken. Er was niemand die me voorschreef wat ik wel en niet moest lezen en daar ben ik nu dankbaar voor. Het betekent dat ik niet ben opgegroeid met vooroordelen over bepaalde genres of verhalen. Het betekent ook dat ik best vaak saaie boeken heb gelezen… maar ik heb ze altijd uitgelezen!

Toen ik tien was, las ik meestal boeken voor volwassenen. Maar toen ik The G-String Murders van Gypsy Rose Lee wilde lenen uit de boekenkast van mijn oom omdat dat boek het woord ‘moord' in de titel had (ik had geen idee wat een g-string was), hoorde ik mijn tante aan mijn moeder vertellen dat er waarschijnlijk seks in het boek voorkwam. Natuurlijk wilde ik het toen zeer beslist lezen. Mijn moeder las niet zoveel maar ze had nogal liberale ideeën, dus ze gaf me toestemming. Dat was mijn eerste boek over een moord. Het bleek dat ik het boek absoluut niet leuk vond. Tot op heden kan ik me niet voorstellen dat het gepubliceerd is om een andere redenen dan dat het geschreven is door de beroemdste variété-danseres van die tijd.

Ongeveer een maand later zag ik mijn moeder Gone with the Wind lezen, van Margaret Mitchell en ze was er zo in verdiept dat ze een afspraak met haar vriendinnen miste. Toen ze het uit had wilde ik het graag lezen. Mijn moeder wees me er op dat het een dik boek was en dat het erg volwassen was. Ik zou het daarom wellicht niet helemaal begrijpen, ook al zou ik het uitlezen. Maar, als ik er op stond, mocht ik het proberen. Wat een slimme vrouw. Natuurlijk was ik zeer nieuwsgierig en ik begon gelijk aan het boek. Toen ik eenmaal de herhalingen over de rijke rode aarde van Georgia had doorgeworsteld, werd ik verliefd op het verhaal.

Het is niet zo dat ik hierna alleen nog romantische boeken wilde lezen. Gone with the Wind bevat een grote portie spanning en avontuur.

Het klinkt wel of ik een hooghartig klein kreng was, maar ik praatte nooit met iemand over wat ik van boeken dacht. En juist omdat ik alles mocht lezen, werd ik kieskeurig. Toen ik een tiener was, las ik Dickens en Tolstoi en Mark Twain en ja, ook Kurt Vonnegut.”

Hoe belangrijk zijn de Britse auteurs geweest voor het genre? En wie vind jij de belangrijkste?
Gayle: “De Britten zijn onmisbaar voor het genre. De privé-detective is een Amerikaanse uitvinding, maar in mijn ogen komt het spionageverhaal voornamelijk voort uit Britse auteurs. Ik lees heel graag Eric Ambler, die zijn boeken vaak situeerde in een ‘gewone' omgeving, niet alleen in overheidsgebouwen. Ik bewonder zijn werk, net als dat van Graham Greene. Ik ben dol op Britten en ik vind ze fascinerend – fluweel over staal. De verhalen van Ambler en Green bevatten Britse onderkoeldheid maar ook levensechte actie.”

Welke Amerikaanse auteurs zijn belangrijk voor je?
Gayle: “Volgens mij hebben de Amerikanen er aan bijgedragen dat de ‘spionageroman' de moderne ‘spionagethriller' werd. Natuurlijk krijgt Robert Ludlum hiervoor veel eer. Hij borduurde voort op het werk van MacInnes. Veel van het vroege werk van Ludlum heeft mij beïnvloedt. Tegenwoordig krijgt hij niet zoveel eer meer voor het kenbaar maken van de échte aspecten van het spionnenleven aan het grote publiek. Hij schreef bijvoorbeeld tijdens de Koude Oorlog een manuscript waarin de CIA ook Amerikaanse burgers bespioneerde (wat toen illegaal was), maar zijn uitgever zei dat niemand dat zou geloven. Ludlum hield voet bij stuk en het boek werd gewoon gepubliceerd. Later, tijdens de verhoren in de jaren zeventig, werd bekend dat de CIA inderdaad ‘gewone' Amerikanen had bespioneerd.

Voor wat mezelf betreft, denk ik dat ik in bepaalde opzichten een betere auteur ben dan Robert Ludlum. Hij schreef ‘melodrama' en had minder interesse voor de subtiliteiten van de karakters van zijn hoofdpersonen. Zijn vrouwen hadden een ondergeschikte rol; mijn vrouwen zijn dapper en avontuurlijk. Maar ons vergelijken is als het vergelijken van appels en peren. We zijn van verschillende generaties, komen uit verschillende tijden, maar we zijn beiden karakteristiek voor onze tijd. Daarom schreef hij melodrama en ik niet. De belangrijkste vraag, of juist zijn werk tijdloos is of het mijne, is niet aan ons. Die is aan een latere generatie van literaire geschiedkundigen én lezers.”

Hoe kwam het dat jij en Dennis met elkaar trouwden?
Gayle: “Oh, dat is een heerlijk verhaal. Ik volgde een schrijversworkshop in Santa Barbara en Dennis was de gastspreker. Ik begon net met het publiceren van wat korte verhalen, had enkele ongepubliceerde romans in de la liggen en ik zat daar op de vloer, hem aan te staren. Hij was een gevestigde auteur, werkend onder een heel stel pseudoniemen, maar hij schreef ook onder zijn eigen naam. Ik zat in die tijd als beursstudent in de finale van de prestigieuze ‘Bread Loaf Writers' Conference' in New England, waar men mij zojuist weer verteld had dat iemand niet in diverse literaire genres tegelijk succesvol kon zijn. Ik zou niet én mooie boeken kunnen schrijven én populaire boeken. Natuurlijk is dat onzin. Joyce Carol Oates en Norman Mailer hebben ook ‘murder mysteries' geschreven en de poëtische ‘suspense drama's' van Walter Mosely en James Lee Burke worden beschouwd als literatuur.

In die tijd was Dan niet alleen het levende bewijs dat men het mis had, hij was ook prachtig om naar te kijken; heel knap in zijn tweed jasje en spijkerbroek, heel bespraakt – en hij bleef naar mij staren. Op een gegeven moment gaf een vriendin me een briefje, net alsof we weer op de middelbare school zaten en in dat briefje stond ‘Weet je dat hij naar je zit te staren?'. Ja hoor! Het ene leidde tot het andere en Dennis en ik zijn sindsdien samen.”

Toen je Masquerade schreef, wist je toen al dat Liz vaker terug zou keren in je boeken?
Gayle: “Helemaal niet! Voor mij was Masquerade een ‘stand alone' verhaal; ik vond dat het verhaal af was. Maar ja, mijn redacteur bij St. Martin's, Keith Kahla, was dol op Masquerade en hij wilde zo graag dat ik een vervolg schreef. Uiteindelijk is dat dus gebeurd.”

Ik heb verschillende mensen gesproken die me vertelden dat je veel details over het werken bij MI6 correct hebt. Waren er veel mensen die je nog iets schuldig waren, toen je de research voor dit boek ging doen?
Gayle: “Ik ben zo gelukkig om veel uitstekende bronnen te hebben, waaronder één van de oprichters van de ‘counterterrorisme' afdeling van de CIA. Hij heeft The Coil nagelezen en goedgekeurd, waarvoor ik hem erg dankbaar ben. Verder maak ik veel gebruik van openbare informatie – het is verbazingwekkend wat je allemaal kunt vinden als je weet waar je moet zoeken en een beetje geduld hebt.”

Moet je veel rondreizen voor de research voor je boeken?
Gayle: “Het is niet zozeer ‘moet je' als wel ‘zou je willen'. Ik heb tegenwoordig heel weinig tijd om te reizen, omdat ik meestal bezig ben met schrijven of promotiereizen. In de jaren negentig hebben mijn man en ik veel gereisd, vooral toen hij eregast was op een aantal Franse literaire festivals. In die tijd zijn we ook naar Engeland geweest, waar veel van mijn voorouders vandaan kwamen. De naam ‘Sansborough' (maar het kan ook ‘Lonsborough' zijn, want de naam heb ik van handgeschreven brieven die zo oud zijn dat de inkt nogal wazig is geworden) komt van een voorvader die blijkbaar Lord Sansborough was, of de graaf van Sansborough. Ik heb ‘Burke's Peerage' er op nageslagen (het boek waarin alle edele Engelse families staan vermeld, red.) maar ik heb de naam, of varianten er op, niet teruggevonden. Ik hoop nog altijd dat iemand de naam herkent en mij dus kan vertellen of het volgende verhaaltje waar is (het is in mijn familie overgeleverd van generatie op generatie): het verhaal gaat dat ene Elizabeth Sansborough verliefd werd op een staljongen, Thomas Walker, en dat ze met hem trouwde tegen de wens van haar familie in. Elizabeth werd onterfd. Samen gingen ze naar Amerika, waar ze ergens in de staat New York gingen wonen. Een van hun dochters heette Sarah Walker en die trouwde met mijn overgrootvader, Charles Jay Tice, een veteraan van de Burgeroorlog. In Masquerade en The Coil zijn Elizabeth Sansborough en Sarah Walker nichtjes… Mijn familie en ik zouden heel graag meer weten, dus als iemand iets weet: neem contact met mij op via mijn website.”

Ik heb je weblog van augustus gelezen, waarin je schrijft over de manier waarop mensen reageren op je boeken. Als voorbeeld was daar de recensent die jou ‘complimenteerde' omdat je zo goed was in het ‘na-apen' van je mannelijke collega's. Word je daar nou niet woest van? Zou je zo'n man niet op z'n hoofd willen slaan met één van je eigen boeken (bij voorkeur een hardcover editie)?
Gayle: “Ach ja, dat is een aardig idee. Vind je het eigenlijk niet grappig dat die mensen zo onlogisch denken? Ik heb medelijden met hen – het zou leuk zijn hen uit hun lijden te verlossen - zodat wij geen last meer van ze hebben! Gelukkig zijn de tijden veranderd. Er zijn tegenwoordig veel uiterst normale recensenten die alleen kijken naar de kwaliteit van de boeken. Ik heb al veel complimenten van hen ontvangen, het feit dat ik een vrouw ben is voor hen niet belangrijk. Het geeft me weer hoop voor de mensheid…”

Ik las dat je ‘Rift zone' van Raelynn Hillhouse zo'n goed boek vind. Daar ben ik blij mee, want dat vond ik nou toevallig ook. Ken jij nog meer van dergelijke vrouwelijke auteurs die zulke goede spionagethrillers schrijven?
Gayle: Je zou eens wat moeten lezen van Jenny Siler en Francine Mathews. Maar ook een mannelijke auteur, Gregg Hurwitz, vind ik interessant. Jammer genoeg is het genre van de ‘internationale thriller' een beetje doodverklaard, zeker sinds het einde van de Koude oorlog. Ik vond het leuk dat Mark Twain ooit zei: ‘Meldingen van mijn overlijden zijn bijzonder overdreven.' Gelukkig geldt dat ook voor de internationale thriller. De beste thrillers zijn natuurlijk die met een zeer politieke achtergrond. In de huidige maatschappij is het belangrijk om op de hoogte te blijven van wat er gebeurt in de wereld. De wereld zit vol met niet-weldenkende mensen die geld en macht verzamelen. Een manier om te laten zien dat dat niet goed is, is het door de bril van de fictieauteur zien.”

Gebruik je karaktertrekken en beschrijvingen van vrienden en familie in je boeken? Denk je aan bepaalde mensen als je bepaalde karakters nodig hebt voor een verhaal? Behalve dan dus de namen…
Gayle: “Absoluut niet. Ik vermijd dat te allen tijde. Als ik namelijk een fictief karakter zou ontwikkelen op basis van iemand die ik ken, zou ik de neiging hebben dat fictieve karakter intact te laten, in plaats van het zich te laten ontwikkelen. Een boek is voor mij een levend organisme, dat betekent dat de karakters erin de kans moeten krijgen om te ademen, lachen en zingen en huilen – door hun eigen ervaringen. Anders zouden ze niet echt zijn.”

Als je niet Gayle Lynds was, wie zou je dan willen zijn?
Gayle: “President van de Verenigde Staten. Ik zou het niet echt leuk vinden, maar ik zou het enig vinden om de politieke ellende in Washington op te ruimen. Maar goed, ik schrijf fictie; ik ben gewend aan een leven vol fantasie.”

De rechten voor The Coil zijn aan veel landen verkocht. Ga je die landen nog bezoeken?
Gayle: “Mijn boeken worden in Engeland gepubliceerd door HarperCollins. Ik kom graag in Engeland want ik voel me er zo thuis. Dat zal wel komen omdat ik zoveel Engelse, Schotse, Welse en Ierse voorouders heb. Ik weet niet precies wanneer ik weer naar Engeland kan komen. The Coil is verkocht aan Duitsland, Frankrijk, Nederland, Bulgarije en Roemenië. Binnenkort zullen er nog meer contracten getekend worden. Half oktober ben ik in Nederland. Rienk Tychon, mijn uitgever bij Luitingh-Sijthoff, haalt me naar Amsterdam om mee te werken aan de publiciteitscampagne rond The Coil (De Kronos Affaire). Ik ben heel nieuwsgierig naar hoe het gaat voelen om twee dagen voortdurend interviews te moeten geven; ik verwacht dat het een hele uitdaging wordt. En verder ben ik heel blij dat mijn nieuwe Franse uitgever, Ariane Fasquelle van het legendarische Editions Grasset & Fasquelle naar Nederland komt om kennis met me te maken. Ik kijk er allemaal erg naar uit, vooral ook om dat ik tegen die tijd mijn volgende boek af heb en dus weer klaarsta voor een nieuw avontuur!”



Over de auteur

Jannelies Smit

49 volgers
30 boeken
23 favoriet


Reacties op: Interview Gayle Lynds

 

Over

Gayle Lynds

Gayle Lynds

Gayle Lynds (Omaha, Nebraska, 1945) is een Amerikaanse auteur. Eerder werkt...