Advertentie

Hebban vandaag

Interview /

Interview Helen FitzGerald

Het is ijzig koud in Amsterdam. Sneeuw en ijzel maken wegen onbegaanbaar. De NS strooit met negatieve reisadviezen. Binnen is het goed toeven, zeker met een spontane vrouw als Helen FitzGerald, bekend van boeken als Kleine meisjes en Mijn laatste bekentenis, Haar nieuwste boek, De duivelskamer, is zonder overdrijven haar beste tot nu toe. Een feestje waard, want in Nederland verkopen de boeken van FitzGerald beter dan waar ook. Een feestje met echtgenoot zal het niet worden, want Helen’s man zit vast op het vliegveld van Londen. Oorzaak: overdadige sneeuwval. Het drukt de stemming geenszins. FitzGerald, kort geknipt als Liza Minelli in haar hoogtijdagen, is een vlot causeur met een aanstekelijke lach.



Helen, De Stille
Helen FitzGerald is geboren in een kleine plattelandsstad in Victoria, ergens ten Noorden van Melbourne. Daar waar het voornamelijk heel plat en vlak is en heel erg heet. Toen zij drie was verhuisde zij met haar familie naar een plek in de heuvels vlakbij Melbourne. “Mijn vader zei dat ik als kind opgetogen was, want ik had nog nooit een heuvel gezien. Ik ben de 12e van 13 kinderen. En mijn moeder noemde mij De Stille omdat ik temidden van alle kinderen, de chaos en het lawaai, een oase van rust was. Iedereen wilde aandacht en daar moest je voor vechten. Ik vond het prettiger om in een hoekje te gaan zitten en alleen te gillen als bepaalde situaties te angstig werden. Ik absorbeerde alle indrukken in plaats van me in al het rumoer om me heen te mengen. Ik was bovendien een zorgenkindje. Ik had astma en ik werd bijna elk jaar wel een keer in het ziekenhuis opgenomen met een heftige astma-aanval. Gelukkig ben ik er een beetje overheen gegroeid. Ik heb nu al lange tijd geen zware aanval meer gehad. Maar als kind had ik er last van. Het beïnvloedt je leven. Je gaat niet intensief sporten of tijdens een kinderspel hard hollen, je weet dat je dat met een astma-aanval moet bekopen. Dus dat heeft me ook wel kalm gemaakt, Als je je onttrekt aan het spelen met leeftijdgenoten ga je je wel verschuilen in een fantasiewereld. Mijn vader was ingenieur. Nu met pensioen want hij is 85, maar destijds heel actief. Hij was altijd bezig, het liefst in de buitenlucht. Hij was altijd dingen aan het bouwen of aan het repareren. Hij hakte hout en kweekte groenten voor de familie. Misschien een beetje manisch, maar wel leuk. Mijn moeder was lerares Engels en een groot liefhebber van literatuur. Een enthousiast lezer en die liefde heeft ze op mij overgebracht. Ze schreef ook altijd en dat heb ik ook van haar overgenomen. Zij en ik waren de enigen die met literatuur bezig waren. Verder had ik een geweldige familie. Heel warm en sociaal. Dus ondanks mijn handicap heb ik een heel gelukkige jeugd gehad. Al mijn familieleden wonen nog in of vlakbij Melbourne. Alleen ik niet.



Slim
“Veel van mijn broers en zussen zijn gaan studeren. Ze waren vrijwel allemaal slim. Van mij werd dan ook voetstoots aangenomen dat ik naar de universiteit zou gaan. Ik vond dat ook vanzelfsprekend, al had ik geen flauw idee wat ik wilde gaan studeren of wat ik wilde worden. Ik wilde eerst een paar jaar gaan werken en dan pas beslissen wat ik verder met mijn leven wilde gaan doen. Wat dat betreft was ik een uitzondering, want net als in vele grote families, zijn de kinderen erg competatief ingesteld. Dat ik eerst wilde gaan werken, en reizen maakte mij tot een buitenbeentje.
Het is grappig, want ik heb nu zelf 2 kinderen, van 9 en 13 jaar en ik neem nu al klakkeloos aan dat ze naar de universiteit zullen gaan. De universiteit is een fantastisch middel om de realiteit van het werkelijk leven nog even te ontvluchten.”

Sociaal werker
“Eerst heb ik echt van het leven genoten. Ik ben gaan reizen en daarna ben ik gaan studeren en heb ik een baan genomen als sociaal werker.
Ik heb echter eerst mijn rugzak gepakt, ben in het vliegtuig gestapt en heb de wereld gezien. Je zou kunnnen zeggen, een onschuldig en naieve jonge vrouw in de boze grote mensenwereld. Ik ben uiteindelijk in Linden terecht gekomen in de wereld van krakers en kraakpanden. Dat deel van mijn nieuwste boek De duivelskamer is dan ook volstrekt autobiografisch. Seks, armoede, drugs, krakers, ik leerde het allemaal snel kennen.”
Het vervolg van het verhaal kan kort of lang verteld worden. Feit is dat Helen een leuke jongen uit Schotland tegenkwam met wie ze trouwde en twee kinderen kreeg. Ze besloot in Schotland te blijven wonen en ze wilde een baantje. Na een studie voor sociaal werk in Glasgow kreeg ze een baan als reclasseringsambtenaar. “Het was een vak waar ik grotendeels mijn eigen baas kon zijn en volledig kon toegeven aan een eigenschap die ik van nature heb, mijn nieuwsgierigheid. Elke dag is anders als je sociaal werker bent. Het was ook een internationale baan. Ik kon het uitoefenen in Australie, in Schotland, of welk ander Engelstalig land dan ook. In Schotland zijn er op het gebied van sociaal werk 2 mogelijkheden. Je kunt werken bij de kinderbescherming of bij de reclassering. Ik heb beiden gedaan. Ik heb onder meer twee jaar in een gevangenis in Glasgow gewerkt. Het was boeiend, maar je moest wel een harde huid hebben. De mensen die er zaten hadden vaak een heel triest leven achter de rug of er hadden zich bijzonder tragische omstandigheden voorgedaan, waardoor ze een verkeerde keuze hadden gemaakt en met justitie in aanraking waren gekomen. Maar het was altijd interessant en afwisselend werk en ook heel duidelijk. Ik moest rapporten schrijven voor het gerechtshof zodat ze tijdens een rechtszitting alle relevante gegevens over een bepaald iemand tot hun beschikking hadden om mee te laten wegen in het vonnis. Het was gemakkelijker dan het werk bij de kinderbescherming, in ieder geval minder emotioneel en zenuwslopend. Maar toch was het werk dat niemand al te lang zou moeten doen. Cynisme ligt op de loer en ook dreig je zelf te emotioneel betrokken te raken bij de trieste dingen die je hoort. Tien jaar is het maximum.”

Keerpunt
“Schrijven heb ik eigenlijk altijd gedaan. Maar toen ik op mijn 23e in het vliegtuig zat, was er een moment dat ik in mijn dagboek schreef “Van nu af aan ben ik schrijfster.“ Ik was jong en was nog helemaal niet klaar om te schrijven. Ik kwam dan ook nooit verder dan een kort verhaal. Mijn man was van oorsprong journalist, maar op een bepaald moment in zijn leven stopte hij met de journalistiek om zich full time toe te leggen op het schrijven van filmscenario’s. Dus ik had een voorbeeld in mijn omgeving. In de beginperiode schreef hij scenario’s die door niemand werden gekocht en ik schreef korte verhalen die niemand wilde. Maar we besloten toch door te gaan.”

Schrijfster gezocht
“Nu heb ik met succes boeken geschreven, maar als er destijds een vacature in een krant had gestaan met een werkomschrijving had ik waarschijnlijk nee gezegd. ”Schrijver gezocht. Moet bereid zijn een jaar in stilte en afzondering een fantasiewereld op papier te zetten. Geen collega’s om mee van gedachten te wisselen. Moet in staat zijn alle sociale contacten te verwaarlozen. Moet in staat zijn slechte kritieken te lezen en er niet van overstuur te raken. Moet bereid zijn haar/zijn eigen naam elke dag talloze malen te googelen, met wisselend succes.”. Hier moet Helen hard lachen. “Ik kan het niet helpen. Elke dag kijk ik of er iets nieuws over mij is geschreven, haha. Kortom, als je de taakomschrijving op papier zet, dan is het niet bepaald een baan waar je naar verlangt. En dan heb ik het nog niet eens over de talloze keren dat ik in het openbaar moet spreken en waar ik werkelijk doodsbang voor ben. De allereerste keer dat ik in Melbourne voor een groot publiek moest spreken, viel ik bijna flauw. En daar komt nog bij dat je in het begin, als je nog niet populair bent, heel erg slecht betaald krijgt. Het feit dat je verhaal in boekvorm uitkomt moet eigenlijk genoeg beloning zijn. Tijdens het schrijven mis ik overigens de aanspraak het meeste, het gemis aan contact met collega’s, vreselijk. Het opwindendste aan het schrijven is het moment dat het boek klaar is en je volop met mensen kunt praten. Schrijven is een bizarre baan en daar heb ik nooit over nagedacht voor ik begon.”

Kleine meisjes
“Mijn eerste boek in het Nederlands was Kleine meisjes. De inspiratie was een wandeling die ik maakte van Glasgow naar een plek ver weg, een route van 96 kilometers en ik deed dat met mijn man en mijn twee zusters. Mijn zussen hadden de hele weg door ruzie en mijn man zong de hele weg, non stop stomme liedjes. Tegen de tijd dat we op de plaats van bestemming waren aangekomen, kon ik hem wel wurgen. Bovendien kende ik een getrouwd stel dat dezelfde route had gelopen, met bloedende, blote voeten. Kort na die wandeling zijn ze gescheiden. Hun huwelijk liep op de klippen, na die wandeling over de Schotse rotsen en bergpartijen. En omdat ik in die tijd nog als sociaal werkster werkte met criminelen die seksuele misdrijven hadden gepleegd, vielen een aantal gedachtes samen. Het is het verhaal geworden van een vrouw, Sarah, die met haar echtgenoot en haar beste vriendin Krissie een wandeling gaat maken door de Schotse bergen. Maar als de vriendin Sarah's echtgenoot verleidt, verandert de sfeer en dienen verraad, wraak en moord zich aan. Sarah wordt van de rotsen geduwd en, om het mild uit te drukken, van het plan van Sarah om haar huwelijk een nieuwe stimulans te geven komt dus weinig terecht. Maar haar wraak is zoet. Het is geen autobiografisch verhaal, maar ik heb wat elementen genomen uit mijn dagelijks leven die de basis vormden voor het verhaal.”

Thema’s
“Hoewel het lijkt of moord en wraak de belangrijkste rol spelen in mijn boeken is een van mijn centrale thema’s toch de relatie tussen ouders en hun kinderen en in het bijzonder de relatie tussen moeder en dochter. In Kleine meisjes komt het aan de orde in de vorm van Krissie die zich niet verbonden voelt met haar baby. In Mijn laatste bekentenis vermoordt Jeremy zijn zusje van vier jaar en keren zijn ouders zich van hem af. In De duivelskamer is de moeder van hoofdpersoon Bronnie gestorven aan een ziekte waarvan Bronnie bang is dat die erfelijk is.
Ik ben heel geïnteresseerd in de band tussen ouders en hun kinderen en het effect dat die band heeft op het verdere leven van de kinderen. Ik bedoel het niet per definitie in negatieve zin, want ikzelf heb een zeer goede relatie met mijn moeder en met mijn dochter. Dus als die interesse al ergens vandaan komt, dan is het uit mijn tijd bij de kinderbescherming.”

Gekke vrouwen
“Waar ik mijn inspiratie vandaan haal of door wie ik geïnspireerd ben, weet ik niet. Ik weet wel dat ik dol ben op gekke vrouwen, eigenzinnig, dwars, vreemd. Ik vond Anna Karenina een fantastisch boek. Misschien houd ik van gekke vrouwen omdat ikzelf ook een beetje gek ben. Ik ben ook geïnteresseerd in geestelijke gezondheid. Natuurlijk omdat ik met veel mensen heb gewerkt die mentale problemen hadden.”

De duivelskamer
De duivelskamer, mijn nieuwste boek, is voor een deel autobiografisch. Het gaat over een jong en naïef meisje dat haar rugzak opgespt en de wereld intrekt, net als ik ooit gedaan heb. Ze komt in Londen terecht in de wereld van de krakers en ze maakt kennis met seks en drugs en verwarde ideologie, net als ik ooit ervaren heb. Maar ik heb voor mijn boek ook inspiratie geput uit een aantal vreselijke zaken die een paar jaar geleden speelde, o.a. de zaak van Joseph Fritzl, die man die zijn dochter opsloot in een kerkerachtige ruimte en meerdere kinderen bij haar verwekte. In De duivelskamer wordt ook een jonge vrouw gegijzeld die alle denkbare vernederingen moet ondergaan, al is het niet door haar eigen vader. Zowel in de zaak Fritzl als in mijn boek gebeurt het vlak onder de neus van mensen, jarenlang. En niemand heeft ook maar het flauwste vermoeden van wat zich afspeelt. Ik was met wat zich eventueel in mijn omgeving zou kunnen afspelen, zonder dat ik er weet van heb. Ik zou me ellendig voelen als het uitkwam en het bleek dat ik niets had gedaan om het lijden van iemand te verlichten die door een psychopaat geestelijk en fysiek mishandeld werd. Ik denk dat mijn schuldgevoel enorm zou zijn. Dat is tevens het hart en de ziel van mijn boek. Niet zozeer alle gruwelijkheden die zich in het geheim afspelen. De gegijzelde vrouw in mijn boek heeft een onbeschrijflijk ellendige tijd, natuurlijk, maar het ergste is de gedachte dat er werkelijk mannen op de wereld rondlopen die dit een vrouw kunnen aandoen.”

Slachters zonder geweten
“Ik heb in de gevangenis met dit soort mannen gewerkt en ik moest beroepshalve alle details te weten zien te komen. Maar hoe ellendig de achtergrond van die mannen soms ook is, hoe verwaarloosd ze ook zijn, hoe weinig liefde ze zelf hebben ontvangen, hun gedrag is NOOIT te rechtvaardigen. En begrijpen doe je het als buitenstaander ook niet. De wetenschap kan het verklaren: het zij mannen met een persoonlijkheidstoornis die geen enkel gevoel van medelijden of medeleven kunnen opbrengen. Ze zijn ongevoelig voor de gevoelens van anderen. Maar wat heb je aan die wetenschap?
Er zijn natuurlijk allerlei gradaties en soorten afwijkingen. In mijn boek is het een seksuele sadist die zijn slag slaat. In zijn jeugdjaren, toen hij kwetsbaar was, zijn er dingen voorgevallen waardoor seks een negatieve lading voor hem heeft meegekregen. Maar nogmaals, ook al heb ik met dit soort mannen gewerkt, begrijpen doe je het niet. En er is een grens aan wat je aan sadistische en gruwelijkheden kunt aanhoren. Daarom moet je als sociaal werker niet te lang in die sferen blijven hangen.”

Sex and the City and CSI
In een Amerikaans artikel worden de boeken van FitzGerald een kruising genoemd tussen Sex and the City en CSI. Zelf moet ze daar om lachen. “Mijn boeken hebben allerlei etiketten opgeplakt gekregen. Chick Noir, Femme Noir. Kijk mijn hoofdpersoon is een jonge vrouw die nog humoristisch is ook. Bovendien is ze geïnteresseerd in jongens en relaties en geeft ze zich over aan de geneugten van seks. Op dat moment heb je het etiket Chicklit al gauw te pakken. Vervolgens voeg je er een lijk aan toe en plotseling heb je ook een misdaadroman geschreven. Een kruising tussen Sex and the City en CSI dus. Toen ik met mijn boeken bij de uitgever kwam, dacht hij dan ook: Wat is dit? Een nieuw genre? Commercieel aantrekkelijk, want we kunnen het in de boekwinkel in dit schap leggen bij de romantiek, maar ook in het schap van de misdaadroman. Maar dat is vanuit de uitgever gezien, want de lezers van chicklit vinden mijn boeken veel te donker en bloederig. Aan de andere kant zijn er lezers die van Ian Rankin etc. houden, soms verrast door al het relatiegedoe.”

Relatieproblematiek geeft diepgang
“Het chicklit gedeelte in De duivelskamer, als je het zo wilt noemen, is met name in het begin van het boek als ik Bronnie in het kraakpand laat belanden en ze wegdroomt bij de mooie Francesco. Maar ik heb een dergelijk begin nodig. Ik vind dat de lezer zich moet kunnen identificeren met de hoofdpersoon en daarom beschrijf ik veel van de karaktereigenschappen, de dromen, de hebbelijkheden. Pas daarna laat ik iets gebeuren wat het hele leven van de hoofdpersonen op hun kop zet en dan is het goed dat je weet hoe zij onder bepaalde omstandigheden denken en voelen. Ook wil ik uitleggen hoe criminelen, onder wie moordenaars, sadisten en verkrachters op een punt komen dat zij hun misdaden begaan. Uit ervaring weet ik dat de meeste een heel normaal leven leidden, met een gezin en buren, dat ze lachten en sportten en allerlei normale dingen deden. Totdat, ja, totdat er iets gebeurde dat hun leven voorgoed zou doen kantelen. Een moment van kwaadaardigheid, wellust, waanzin, frustratie of wat dan ook en er was geen weg meer teug. Voor sommige psychopaten bleek dat het begin van een soort bevrijding, voor anderen begint daarmee hun leven in de hel. Van het ene op het andere moment.
Al die dingen maken dat ik een boek kan schrijven dat meerdere niveau’s kent.“

Outline
“Ik schrijf altijd een outline en korte synopsis, van bij elkaar 50 pagina’s. Maar het is allemaal heel schetsmatig. Tijdens het schrijven bedenk ik soms wie de schurk is. Alleen het einde staat min of meer vast. Ik schrijf overigens snel. Een eerste versie van een nieuw boek kost me circa twee maanden. Maar zoals bij iedereen, het herschrijven neemt de meeste tijd in beslag. Het gaat mij om het verhaal en ik houd me niet bezig met fraai taalgebruik of bloemrijke vergelijkingen. Het gaat mij om het ritme. Wie mij kent en mijn boeken leest, hoort mij als het ware praten.”

Eerste lezer
“Mijn man is altijd mijn eerste lezer. Ja heerlijk. Hij is ook schrijver en heel punctueel. En ik ben meer iemand van de grote lijnen. Mijn man is heel eerlijk in zijn kritiek Bij mijn eerste boek vond ik dat heel storend, maar nu vind ik het prettig en opbouwend. Bovendien zijn we al wat langer getrouwd, dus ik weet hoe ik zijn kritiek achteloos kan negeren. Maar het kan nuttig zijn. Zo had ik in Kleine meisjes geschreven: Sarah zit in een grot. Mijn man zei dat ik 5 woorden gebruikte voor een scene die 20 pagina’s lang zou moten zijn. Ik heb de scene langer gemaakt en volgens mij zijn het de beste pagina’s van het boek geworden. Ik neig naar een snelle verteltrant waarbij ik allerlei belangrijke zaken als tussendoortjes gebruik. Mijn man behoedt me voor die fout. Hij leest overigens met de ogen van een scenarioschrijver en ik heb ook elk denkbaar boek over scenarioschrijven gelezen, dus ik schrijf wel op die manier. Een verhaal is ingedeeld in scenes, met spanningsmomenten op de juiste plaats, veel vaart en cliffhangers. Mijn boeken zijn erg filmisch geschreven. Het wachten is op een filmproducent die dat ook ziet, hahaha. Ik heb momenteel veel tv-scripts in voorbereiding, dus ik ken de juiste mensen. Het is gewoon een kwestie van tijd.”



Over de auteur

Kees de Bree

87 volgers
13 boeken
0 favorieten
Auteur


Reacties op: Interview Helen FitzGerald

 

Gerelateerd

Over

Helen FitzGerald

Helen FitzGerald

Helen FitzGerald (1966) is een Australische schrijfster. Ze is het twaalfde kind uit een gezin van dertien. In 1991 verhuisde ze naar Groot-Brittannië. Ze werkte er onder andere als reclasse...