Advertentie

Hebban vandaag

Interview /

Interview Leonardo Padura

Vivaldi verwerkte de vier jaargetijden in een prachtige compositie. De Cubaanse auteur Leonardo Padura weefde ze door een geweldig kwartet aan misdaadromans (The four seasons). Elk boek speelt zich af in een ander seizoen van het jaar op het Cuba van Fidel Castro. De serie wordt wereldwijd geroemd en uitgeverij Elmar haalde Padura’s kunststukje naar Nederland. Er zijn inmiddels drie delen uit de serie in Nederland verschenen, Smetteloos verleden, Chaos van gevoelens, en Maskers. Het zijn stuk voor stuk rasechte who-dunnits. Crimezone interviewde Padura over zijn beroemde serie, de daarin voorkomende hoofdpersoon en het leven op Cuba.


Door Kim Moelands - Vertaald door: Yvonne del Valle

Leonardo Padura is Cuba’s meest geroemde en onderscheiden auteur. Hij groeide net als zijn vader, grootvader en overgrootvader op in de Havaanse wijk Mantilla. Hij studeerde Spaanse Taalkunde en ging aan de slag als journalist en recensent. Het verlangen om schrijver te worden kwam langzaam tot bloei, maar was zeker geen jeugdwens. “Voordat ik begon met schrijven, leefde ik erg eenvoudig. Net als alle andere kinderen uit mijn tijd had ik weinig materialistische dingen. Mijn kledingkast was overzichtelijk leeg en de apparatuur om naar muziek te luisteren ontbrak. Toch was ik gelukkig in die tijd. Ik had veel vrienden, speelde oneindig veel honkbal (mijn grote passie) en was ook niet vies van een feestje. Ik was gek op het voeren van goede gesprekken met ouderen en vrienden in mijn woonwijk. Voor de toekomst had ik grote plannen met verschillende carrièrewensen. Beroepen als architect, archeoloog en vooral honkbalspeler zag ik wel zitten. (Ik heb 3 opeenvolgende zinnen die met ik begonnen proberen om te bouwen). Het beroep van auteur kwam niet in dat rijtje voor. Het was een zorgeloos leven waarbij de enige verantwoordelijkheid die mijn ouders mij oplegden was, dat ik naar school moest gaan en goed moest studeren om later in het leven te slagen.” Padura luisterde naar zijn ouders en legde met goed gevolg zijn universitaire studie af. In die tijd manifesteerde ook de wens om te schrijven zich steeds duidelijker. “Ik wilde wedijveren met de collegae uit mijn groep die het vak al uitoefenden. En ik besloot het er op te wagen. Vanaf het begin probeerde ik verhalen te schrijven, geen poëzie. Ik deed een poging Hemingway te imiteren. De woordenschat die ik had opgedaan als journalist en recensent kwam daarbij goed van pas”

Geolied samenspel
Padura is een man die houdt van vaste werktijden. Alleen op die manier kan hij zijn vak goed uitoefenen. “Ik schrijf altijd ‘s ochtends, nooit ‘s middags of ’s avonds. Ik werk van half acht tot half een, met enkele onderbrekingen, om koffie te drinken en een sigaretje te roken en dat zes dagen in de week. Ik reserveer altijd één dag om andere dingen te doen. Tijdens het schrijven wil ik dat het rustig is, geen muziek, geen lawaai. Ik werk met een innerlijk ritme. Om de 40 minuten ga ik van mijn plaats, loop ik door het huis, praat ik met mijn vrouw of met mijn honden Chorizo en Natalia. Chorizo is een ernstig type en wij hebben het ook over serieuze zaken; Natalia is een dankbare en gelukkige hond en met haar bespreek ik de vrolijke dingen… Zeker is dat ik erg van schrijven houd, evenveel als ik vroeger van honkbal hield.”

Ondanks zijn behoefte aan een gestructureerd werkritme schrijft Padura zijn verhalen meer uit de losse pols. Hij laat zich daarbij leiden door zijn hoofdpersoon. “Als ik een verhaal begin te schrijven, heb ik alleen de inleiding van het verhaal in mijn hoofd. Ik heb een idee over belangrijke gebeurtenissen en vooral de belangrijke personages heb ik helder voor ogen. Zij bepalen door hun handelingen en beslissingen vaak de weg van het verhaal. Zij laten de intriges tot leven komen en zijn verantwoordelijk voor de aard van de feiten die in het verhaal worden verteld. In mijn boeken van The four seasons speelt bijvoorbeeld politieagent Mario Conde de hoofdrol. Hij is een personage met psychologische karaktertrekken, gewoontes, vooroordelen, zeer duidelijke deugden en ondeugden. Door middel van zijn levensstijl en zijn wereldbeeld, worden alle gebeurtenissen in het verhaal uitgekristalliseerd. Bij geen van de delen in deze serie wist ik van te voren wie de moordenaar was. Ik ontdekte dat samen met Mario Conde, tijdens het schrijven. En dat maakt de eerst versie van het verhaal erg grappig. Alles krijgt vorm van dag tot dag, in een goed geolied samenspel tussen mijn hoofdpersonage en mijn eigen persoontje.” Na het ontstaan van het eerste ruwe verhaal begint het ‘echte’ schrijven pas. “Soms heb ik van een verhaal wel eens tien versies gehad. Ik ga de strijd aan met elk woord en blijf herschrijven totdat het verhaal een juiste afspiegeling is van wat ik wil zeggen. Niet zelden vul ik het verhaal aan met nieuwe ideeën tot ik helemaal tevreden ben. Een select clubje mensen, waaronder mijn redacteur en een groepje lezersvrienden, helpt me daarbij.”

Bloed zweet en tranen
Schrijven is hard werken voor Padura: “Elke roman kost bloed zweet en tranen, zeker in mijn geval omdat mijn boeken een afspiegeling zijn van de Cubaanse samenleving. Ik moet al mijn ideeën ijken, alle feiten checken en ieder woord wegen om in een artistieke stijl precies op te schrijven wat ik wil zeggen. Ik denk dat de weergave van de Cubaanse samenleving op sociaal, politiek en economisch gebied vrij dicht bij de werkelijkheid staat, rekening houdend met het feit dat ik romans schrijf en geen wetenschappelijke of sociologische essays. Daarnaast wil ik dat het boek ook interessant is voor mensen buiten Cuba. Ik probeer de aandacht van mijn lezers te pakken door hun intelligentie te prikkelen. Dit doe ik overigens zonder foefjes, raadsels en verborgen kaarten.” Een goede typering van de karakters vindt Padura belangrijker dan de plot. “Ik vind het heel belangrijk dat mijn karakters in staat zijn om levendigheid en realiteit over te brengen. Mijn personages creëren het thema van het verhaal en bepalen alle handelingen, de obsessies en de wensen. Soms moet ik op ‘aanraden’ van de hoofdpersoon de intrige zelfs veranderen.”

De vier boeken in The four seasons-reeks worden gedragen door politieagent Mario Conde. “Tussen 1990 en 1991 besloot ik een verhaal te schrijven over een politieke streber in een socialistisch land die perfect lijkt, maar eigenlijk corrupt en opportunistisch is. Om dit delicate verhaal in een land als Cuba te ontvouwen, had ik een speurder nodig die geloofwaardig was als mens en tegelijkertijd naast veel goede eigenschappen ook absoluut gebreken heeft. Zo kreeg Mario Conde vorm. Ik gaf hem de teugels in handen, hij moest oordelen over de gebeurtenissen in het verhaal en het waarderen. Aan het eind van het verhaal had ik een volwaardig personage die me erg aansprak door zijn levensfilosofie, zijn ethiek. Het was echter helemaal niet de bedoeling om hem ook in de andere boeken terug te laten komen. Conde was het daar niet mee eens… Hij verscheen op een morgen aan mijn keukentafel waar ik genoot van een kop koffie en een sigaret en hij zei: ‘Luister, als het eerste verhaal zo goed ontvangen is, waarom schrijven we er dan niet meer samen?’ Toen besloot ik hem maar te houden en werd hij ook de hoofdrolspeler van de andere drie detectives in de serie…”

De vier jaargetijden
Pas toen Conde het tweede boek schreef van The Four seasons (Vientos de cuaresma, nog niet verschenen in Nederland) kreeg hij het idee om de vier jaargetijden te gebruiken voor de serie. “Op dat moment waaide er een warme lentewind over Cuba. Ik besloot deze vreselijke lentewinden te gebruiken om het klimaat en de gebeurtenissen te beschrijven die een afspiegeling zijn van de ‘werkelijkheid’ van de Cubaanse samenleving. Ik dacht toen aan de ‘vier jaargetijden’ en plaatste Maskers op het warmste moment van de zomer en Chaos van gevoelens op het vreselijkste moment van de Cubaanse herfst als een orkaan het eiland bereikt die symbool staat voor de storm in Condes gedachtes. Een brute kracht die alles verandert en Conde radicale keuzes laat maken ten aanzien van zijn leven. Het eerste boek, Smetteloos verleden, speelt zich af tijdens de koude winter.

De overeenkomsten en verschillen…
Naast vier detectives schreef Padura ook nog twee romans met Conde in de hoofdrol.
Padura beschrijft zijn favoriete hoofdpersoon zelf als volgt: “Ik zou zeggen dat Mario Conde een man is die weinig van het leven weet. Hij heeft niet veel zekerheden en is een twijfelaar, maar hij vertrouwt wel op wat hij zelf denkt dat essentieel is in het leven. Trouw, liefde, waarheid en vriendschap heeft hij hoog in het vaandel staan. Zijn ideeën bevinden zich in het politieke midden, maar eigenlijk houdt hij niet van politiek en politici. Zijn leven is een chaos, hij drinkt rum als een boekanier en rookt als een schoorsteen. Zijn liefdes ontglippen hem en hij blijft altijd weer alleen achter. Hij is een intelligent, empatisch, nostalgisch en vooral een fatsoenlijk mens. Zijn geheugen en vrienden zijn erg belangrijk voor hem, als persoon maken zij hem compleet. Mario Conde is bovendien iemand van mijn generatie, die opgroeide in een socialistisch land. En die net als wij dachten dat het echte socialisme de toekomst van de mensheid was en het beste systeem van alle mogelijke systemen. Uiteindelijk raakte Conde net als wij teleurgesteld toen hij de vreselijke waarheden leerde kennen. Door deze desillusie acht hij zichzelf niet meer in staat nog maar iets te geloven.”

Padura ziet veel van zichzelf terug in Mario Conde. “Er is een intieme relatie tussen Conde en mijn persoon. Om te beginnen zal ik zeggen dat we beiden in dezelfde wijk geboren zijn, in hetzelfde jaar. We zijn dus van dezelfde oorsprong en van dezelfde generatie. Wij delen smaak en respect voor goede literatuur, voor koffie, voor sigaretten, betonen respect aan vriendschap en wij geloven dat het belangrijk is een goed mens te zijn, zonder valse moraal. Dat betekent, dat je mensen geen schade berokkent en een helpende hand biedt waar dat mogelijk is. Wij delen de nostalgie naar het verleden, dat ons beter lijkt. Wij maken ons zorgen over de toekomst die ons verontrustend lijkt en wij zien een ‘heden’ dat ons niet erg aanstaat. Toch zijn er ook duidelijke verschillen tussen hem en mij. Hij heeft een buitengewone drang naar alcohol, die ik niet deel. Zijn liefdesleven is een puinhoop terwijl ik al 26 jaar gelukkig ben met mijn vrouw Lucía.”

Zwaar gevecht
Het feit dat Padura’s boeken ook in het buitenland vertaald zijn, was in het Cuba van de jaren ’70 nog ondenkbaar. “Deze jaren waren zwaar. het was een tijdperk van grote orthodoxe, socialistische politiek. Een tijdperk waarin vele schrijvers, kunstenaars en burgers op een zijspoor geplaatst werden, vanwege hun religieuze achtergrond, hun sociale- en seksuele voorkeur. De ruimte voor overleg en voor vrijheid werd drastisch ingeperkt en dat was voor kunstenaars en schrijvers een ramp. Mijn generatie heeft veel gevochten om deze artistieke, politieke concepten te veranderen. Later, in de jaren ‘80 werd het regime langzaam iets soepeler. In de jaren 90 heerste er een algemene crisis in Cuba en die heeft, vreemd genoeg, uiteindelijk, , tot totale rust geleid. Er kwam ruimte voor tolerantie, overleg en voor kritiek. Dit was heel belangrijk voor de Cubaanse cultuur en kunst. Intussen had de regering op sociaal gebied een flexibelere houding aangenomen en veranderde haar denkwijze ten opzichte van religie en homoseksualiteit. De kunstenaars, van hun kant, hadden toen de mogelijkheid in vrijheid aan het werk te gaan. Vandaag de dag hebben onze schrijvers de mogelijkheid hun publicaties in het buitenland uit te brengen. Wij doen dat met totale onafhankelijkheid van de staat en hebben alleen de verplichting onze belasting te betalen, zoals ieder burger die deviezen int. Maar dat alles wil niet zeggen dat de relatie staat-kunstenaar helemaal is veranderd. Cuba blijft een socialistisch land, de culturele industrie is in handen van de staat, er bestaan verschillende censuur-niveaus (en vooral zelfcensuur), maar nog altijd verschilt de hedendaagse Cubaanse kunst enorm met die van 20 jaar terug. Er is veel gewonnen. Nu is er de mogelijkheid om zowel kritisch als realistisch te zijn.”

Realistisch beeld
Padura ergert zich aan de manier waarop het buitenland naar Cuba kijkt. “Ik zou graag willen dat Cuba niet alleen bekeken werd vanuit het extreme, zoals het altijd beschreven wordt. De linkse romantiek ziet Cuba als een mogelijk paradijs, terwijl de rechtse agressie het om verschillende redenen ziet als de hel waarin 11 miljoen mensen worden verbrand. Maar Cuba is geen van beide, het is geen hel en geen paradijs. Cuba is als een vagevuur, waar allerlei soorten zielen rondlopen: zielen die naar de hemel gaan, anderen die zullen afdalen om hun zonden eeuwig op te biechten, en weer anderen zonder doel die daar altijd zullen blijven. Cuba is een land waar normale mensen wonen, die proberen te leven en die graag normaal zouden willen leven. ‘ Ik wil dat men mij met rust laat,’ zegt het refrein van een Latijns Amerikaans lied (salsa) dat ik zo juist op de televisie heb beluisterd. Ik denk dat het waar is, dat alle Cubanen hiernaar verlangen We willen in vrede leven, zonder veel historische verantwoordelijkheden, zonder erbij na te denken dat we het middelpunt zijn van de wereld. Ik zou willen dat mensen Cuba zien als een land met veel tegenstrijdigheden, met maatschappelijke successen en mislukkingen, op zowel economisch als menselijk gebied. Ik wil dat ze naar mijn land kijken terwijl ze in ogenschouw nemen dat er landen zijn die nog veel tegenstrijdiger zijn dan Cuba. Is dat mogelijk?”



Over de auteur

Kim Moelands

402 volgers
279 boeken
18 favoriet
Auteur


Reacties op: Interview Leonardo Padura

 

Over

Leonardo Padura

Leonardo Padura

Leonardo Padura, is het pseudoniem van Leonardo Padura Fuentes (Havanna, 19...