Advertentie

Hebban vandaag

Interview /

Interview Lieneke Dijkzeul

Verloren zoon is al weer de vierde thriller met inspecteur Paul Vegter in de hoofdrol. Lieneke Dijkzeul 'debuteerde' in 2006 met haar eerste boek voor volwassenen. Hiervoor schreef ze vooral jeugdboeken voor kinderen vanaf 9 jaar en beginnende lezers. Crimezone interviewde de auteur over haar nieuwste boek.

Hoe is je huidige relatie met Paul Vegter?
‘Uitstekend! In Verloren zoon blijkt hij weliswaar zijn fouten te hebben en egocentrisch te kunnen zijn, maar dat maakt hem alleen maar menselijker. Hij ontdekt dat hij de empathie die hij wel degelijk voelt, meer moet laten blijken. Daarnaast is hij eindelijk bezig de dood van zijn vrouw te verwerken, en hij begint in te zien dat hij haar niet op een voetstuk moet plaatsen. Daar worstelt hij mee. Hij is, kortom, een boeiende man.’

Waar haal je je inspiratie vandaan?
‘Het is iets waar ik altijd op moet wachten, en de aanleiding kan heel klein zijn. Een zin of beeld is soms genoeg. Laten die zich niet verjagen, dan moet ik vrezen met een nieuw boek bezig te zijn. Ik hoef niet per se geraakt te worden door een actueel gegeven. Gebeurt dat wel, dan zal ik er toch altijd een andere draai aan geven en het in een breder verband plaatsen. Maar ik behoor dus beslist niet tot de auteurs die altijd vier of vijf ideeën op de plank hebben liggen.’

Sommige schrijvers beginnen een nieuw boek naar aanleiding van een krantenbericht of een televisieprogramma. Had jij ook zoiets toen je begon aan Verloren zoon?
‘Ik wilde graag een boek schrijven over het gevecht van de eenling tegen het systeem, of de staat, zo je wilt. Voorbeelden daarvan zijn er natuurlijk legio, en ik kan me enorm kwaad maken over de gevoelloosheid die met bureaucratie gepaard gaat. Kijk alleen maar naar het beleid ten aanzien van asielzoekers. Een minister die met droge ogen beweert dat de westerse levensstijl van een Afghaans gezin dat al tien jaar in Nederland verblijft, een ‘eigen keuze’ is, terwijl anderzijds van immigranten inburgering en verregaande aanpassing wordt verlangd; het gaat mijn begrip te boven.
Een ander prachtig voorbeeld is de strijd die Fred Spijkers, destijds werkzaam voor defensie, 26 jaar lang heeft moeten voeren tegen de staat, omdat hij weigerde te liegen over de dood van een militair ten gevolge van het ontploffen van een mijn. Defensie wist dat die mijnen ondeugdelijk waren, er waren al eerder slachtoffers gevallen. Niettemin is Spijkers op alle mogelijke manieren de voet dwars gezet. Zelfs heeft men hem paranoïde en schizofreen verklaard. Zulke dingen zetten je aan het denken, en brengen je op een idee.’

Heb je research gedaan voor Verloren zoon, en zo ja, waar en hoe?
‘Dat was inderdaad noodzakelijk. Ik heb gesprekken gevoerd met schutters, rechercheurs en ex-militairen, ik heb me verdiept in hagelgeweren en –patronen, ik heb proefondervindelijk vastgesteld wat het effect is van een schot hagel op een meloen, vanaf verschillende afstanden. Een meloen is een aardig substituut voor het menselijk hoofd. Daarnaast ken ik nu de diverse typen bajonetten, teruggaand tot de Eerste Wereldoorlog. Van al die informatie gebruik je uiteindelijk maar een klein deel, maar je moet een surplus aan kennis en feiten hebben om onbelemmerd te kunnen schrijven.’

Hoe schrijf jij? Maak je van te voren al een heel schema met een hoofdstukindeling, of begin je met schrijven en zie je wel waar het naartoe gaat? Wist je al toen je begon met schrijven hoe Verloren zoon zou aflopen?
‘Ik ben een chaoot, al lijd ik daar totaal niet onder. Gestructureerd schrijven vind ik benauwend. Alleen voor De geur van regen heb ik halverwege een overzichtje gemaakt van dagen en tijden, omdat ik qua tijdpad geen fouten wilde maken. Maar veel liever vertrouw ik op mijn geheugen en op de ordeloze stapel notities op mijn bureau.
Van een vooraf bepaalde hoofdstukindeling is al helemaal geen sprake; een hoofdstuk beëindig ik puur intuïtief. De daarin beschreven situatie dwingt die beëindiging op zeker moment af.
Wel weet ik altijd van te voren hoe een boek zal aflopen. Dikwijls schrijf ik dat slot al vóór ik aan het eerste hoofdstuk begin. Natuurlijk is er dan nog ruimte voor wijzigingen, maar het verrast me telkens weer dat die uiteindelijk nauwelijks nodig blijken te zijn. Dus ja, ook van Verloren zoon wist ik hoe het zou eindigen. In feite werk ik van achteren naar voren.’

Voorin Verloren zoon staat nadrukkelijk dat deze roman fictie is. In je vorige boeken is dit voorbehoud niet vermeld. Zitten er elementen in dit boek waardoor sommige mensen toch zouden kunnen denken dat het geen fictie is?
‘Voor dit boek heb ik, zoals ik zei, met diverse mensen gesproken, juist vanwege de specifieke informatie die ik nodig had. Werkelijkheid en fictie kunnen dicht bij elkaar liggen, en hoewel het boek inderdaad fictie is, zou ik niet willen dat iemand problemen krijgt omdat personen menen zichzelf of een situatie te herkennen.’

Wat zijn je uitgangspunten als je een gewelddadige scène beschrijft? Houd je je in of ga je juist helemaal los?
‘Ik ga zeker niet helemaal los, integendeel. Als die indruk wordt gewekt, heb ik juist mijn doel bereikt; kennelijk werkt de beschrijving dan zodanig op de verbeelding dat lezers de scène voor zich zien. Misschien merkwaardig voor een thrillerschrijver, maar ik heb een hekel aan al te plastisch beschreven gruwelijkheden. De suggestie moet voldoende zijn.
Een uitzondering is een scène in Koude lente, waarin ik de hulpeloosheid en totale onmacht van een oude man tegenover een jeugdbende wilde laten zien.’

Zowel in Koude lente als in Verloren zoon is er een belangrijke rol voor een moeilijke, ietwat sneue jongen met foute, criminele vrienden. Waarom?
‘Er zijn tegenwoordig veel moeilijke, sneue jongens, en ik heb diep medelijden met hen, want ze zijn niet moeilijk geboren maar gemaakt. Het zijn kinderen, gevangen in een volwassen lijf waar ze nog geen raad mee weten. Ze zijn het product van een mislukte opvoeding, en vervolgens moeten ze de verantwoordelijkheid dragen voor de gevolgen van hun daden, terwijl ze die dikwijls nog niet kunnen overzien. Ze zijn nog niet af, hoewel dat lichaam anders suggereert. En de maatschappij wordt steeds harder ten opzichte van de kneuzen, ook al wordt het tegendeel gepretendeerd. Wijk je af van de norm, krijg je een etiketje opgeplakt en ben je in feite afgeschreven. Alweer iets waar ik me over kan opwinden. Al is het natuurlijk wél zo dat zo’n gegeven gefundenes Fressen is voor een auteur…’

Verloren zoon is vanuit verschillende personages geschreven: Vegter, de slachtoffers en Ferry. Allemaal verschillende types met bijbehorend taalgebruik. De dialogen en gedachten van deze personages komen zeer realistisch over. Hoe doe je dat met een jongen als Ferry, die ver van je vandaan zal staan?
‘Ik probeer me zoveel mogelijk in te leven. Doe je dat niet, dan hebben alle personages dezelfde stem en wordt het eenheidsworst. Dat belemmert het invoelingsvermogen van de lezer, en voor jezelf wordt het schrijven aanzienlijk minder boeiend. Ik ben gewend mensen te observeren en kan – soms tot ergernis van mijn omgeving – al snel een goede imitatie geven van iemands gebaren, stem en taalgebruik. Het is mijn manier om mensen in mijn geheugen op te slaan. Vervolgens is het een kwestie van geloofwaardig en levensecht beschrijven.’

Blijf je thrillers schrijven of kunnen we binnenkort een jeugdboek van je verwachten?
‘Ik blijf zeker thrillers schrijven, maar op dit moment ben ik met veel plezier bezig met de verhalen voor een voorleesboek voor kleuters, geënt op de televisieserie waarvoor ik de scenario’s en liedjes schrijf. Juist het grote verschil tussen thriller en kinderboek houdt me scherp.’

Wat schrijf je liever: thrillers of jeugdboeken?
‘Met heel veel genoegen heb ik meer dan vijftig jeugdboeken geschreven, maar gemerkt dat het schrijven voor volwassenen een dimensie toevoegt. Vier thrillers tegenover vijftig jeugdboeken… Je zou ook kunnen zeggen dat ik een nieuwe start heb gemaakt.’

Ben je al bezig met deel vijf? Hoe gaat het verder met Vegter en Renée? En met de vrouw van Talsma? Kun je al een tipje van de sluier oplichten?
‘Moeilijk, want echt bezig met deel vijf ben ik nog niet. Er is een schim van een idee, en dat zou helderder moeten worden vóór ik kan zeggen hoe het verder gaat met de vaste personages. Hun ontwikkeling moet in zekere zin passen bij het nieuwe verhaal, en dient zich tot nu toe als vanzelf aan. Tijdens het werken aan Verloren zoon had ik ergens een zin neergekrabbeld: “Een grijze man op weg naar huis.” Die zin moest er beslist in, wat onherroepelijk betekende dat Talsma’s vrouw opnieuw ziek zou worden.’

Ga je verder met de Paul Vegter-reeks of zou je ook wel eens een ‘stand-alone’ willen schrijven?
‘Ik zou best een ‘stand-alone’ willen schrijven, en ongetwijfeld zal ik dat een keertje doen. Bovendien is Vegter niet onbeperkt houdbaar. Maar vooralsnog dringt hij zich te veel op. Ik ben nog niet klaar met hem.’



Over de auteur

Natascha van der Stelt

442 volgers
581 boeken
20 favoriet


Reacties op: Interview Lieneke Dijkzeul

 

Gerelateerd

Over

Lieneke Dijkzeul

Lieneke Dijkzeul

Lieneke Dijkzeul (1950) schrijft kinderboeken, thrillers en scenario’s. Met De stille zonde  deed zij in 2006 haar intrede als thrillerauteur, het boek werd onthaald als een ‘droomdebuut’. Dit ...