Hebban vandaag

Interview /

Op zoek naar je blinde vlek

Misschien ken je de naam Manon Spierenburg nog wel van de aftiteling na tv-series als ‘GTST’ en ‘Rozengeur en Wodka Lime’, waarvoor zij eerder scenario’s schreef. Inmiddels heeft ze haar horizon verbreed met het schrijven van boeken en ‘Out there’ is haar nieuwste uitdaging: een YA-boek! ‘Ik heb het verhaal zo ver uitgedacht dat ik in mijn eigen theorie ben gaan geloven!’


YA-recensente Freya Sixma vroeg de schrijfster naar naar de verschillen tussen scenarioschrijven en het schrijven van een boek, over de vele lagen en bijzondere constructies in Out there en over de ontwikkeling van de tv-serie én game bij het verhaal. ‘Ik ben aan dit boek begonnen om mezelf scherp te houden. Eigenlijk moet je als schrijver jezelf helemaal vast schrijven en dan kijken of je eruit komt.’

In De kristallen sleutel, het eerste deel in de 'Out there'-trilogie, worden vijf jongeren en één volwassene wakker in een vreemd oerwoud. Hoe ze daar gekomen zijn, is hun allen een raadsel. Op zoek naar antwoorden trekken ze door het woud. Het valt de 12-jarige Olivia op dat er heel wat raadselachtige dingen gebeuren en hoe is het mogelijk dat het groepje elkaar kan verstaan, terwijl ze ieder een andere taal spreken? Langzaam begint het Olivia te dagen: ze bevinden zich in het hiernamaals. Alleen via de Exit kunnen de hoofdpersonen ontsnappen, maar dan moeten ze wel eerst hun grootste angsten en diepste geheimen onder ogen zien...  

Waarom besloot je om na een aantal romans en kinderboeken nu young adult-boeken te gaan schrijven?

‘Ik ben een scenarioschrijfster, dus ik schrijf eigenlijk voor volwassenen. Ik begon dus met de romans. En toen kreeg ik een kind. Wat er dan blijkbaar gebeurt met auteurs is dat ze kinderboeken gaan schrijven. Omdat het kind groter wordt, ga je als schrijver ook steeds voor een oudere doelgroep schrijven. Ik schrijf eigenlijk met de groei van mijn dochter mee. Het is het moment waar ik met mijn gedachten zit. Het is niet dat ik voor mijn dochter schrijf, want zij leest helemaal niet, maar ik schrijf over iets waar ik veel van weet. Dus een young adult-boek was een logisch gevolg.’

In het boek komen heel veel Star Trek, Star Wars en in-game anekdotes voor. Hoe kom je aan al die kennis?

‘Ik heb een heleboel ‘nerd’-vrienden en ik vind fantasy geweldig. Daar komt dus de kennis vandaan. Bovendien ben ik een scenarioschrijver en dat is heel iets anders dan een literatuurschrijver. In het boek zijn de tweeling Jan en Willem film- en gamefanatics. Ik moest deze kennis in hun personages leggen. Als literatuurschrijver kun je met heel veel dingen wegkomen, in scenarioschrijven kan dat niet. Daarin gelden een aantal hele strikte regels en daar moet je je aan houden. Dat betekent dus ook dat als je personages ontwikkelt, ze ook echt moeten staan. Ze moeten iemand zijn.’

Wat maakt scenarioschrijven anders dan een boek schrijven?

‘Scenarioschrijven is aan strikte dramatische regels gebonden. Daarnaast is er ook een groot verschil door de geldkwestie. Als ik een boek schrijf waarbij de personages in een andere dimensie terechtkomen dan kan dat, maar als ik dat doe terwijl ik scenarioschrijf, dan zal de producent zeggen dat dat te duur wordt. De kwestie van haalbaarheid is gebaseerd op het budget. Ook is een scenario meestal een stuk strakker. Alles wat je inzet moet af verteld worden en dat zie je ook terug in mijn boeken. Er gebeurt helemaal niks zonder dat het ook gevolgen heeft en als een scène nergens naar toe gaat, moet het weg. Ik wil geen ruis in mijn verhaal. Het moet allemaal functioneel, helder en strak zijn. Van tevoren werk ik alles uit, en dat heeft gevolgen voor hoe ik schrijf. Omdat ik denk dat als ik de basis heel strak heb neergezet ik ook creatief kan zijn tijdens het schrijfproces. Omdat de puzzel al is opgelost. Dan kan ik alles heel rijk en gelaagd maken omdat de hoofdlijn al klopt.’

Welk personage vond je het leukste om te beschrijven?

‘O, dat is een moeilijke. Ze zijn allemaal leuk. Ik kan uren over personages praten. Daarom vind ik het ook zo belangrijk dat ze niet non-descript zijn. De personages moeten een functie hebben zodat ze iemand zijn en het verhaal gebeurt omdat het personage is zoals het personage is. Als jij in dezelfde situatie terecht zou komen als ik zou het verhaal anders lopen, omdat wij andere mensen zijn. Wat er meestal gebeurt, ook bij televisie, is dat je hoofdpersoon het meest non-descripte personage is, want die heb je langer nodig. Dus alles er omheen is meestal wat explicieter dan de hoofdpersoon. In dit geval: als ik Olivia door de Exit duw is het verhaal klaar, dus zij moet zo lang mogelijk in nevelen gehuld blijven. Elk van de personages heeft zijn speciale kanten die heel erg leuk waren om te beschrijven.’

Een van de hoofdpersonages van het boek is Bon Jon. Waarom heb je ervoor gekozen om Bon Jon de Exit het eerste te laten vinden?

‘Hij had eigenlijk het meest eenvoudige probleem. In de vervolgdelen werk ik de problemen met de informatietechnologie uit. Is het verstandig om alles te weten? Is het moment waarop je alles kan controleren niet een illusie? En wat zijn de gevaren daarvan? En wat zijn de gevaren wanneer je dit niet doet? Ik moest op een gegeven moment kiezen. Ik wilde het probleem overzichtelijk aan de lezer aanbieden, maar ook niet te veel van de kern van het verhaal weggeven. Dat kon het beste met Bon Jon. In deel twee komt hij terug, want zijn verhaal gaat verder! In De Gordiaanse Kloof introduceer ik alternatieve tijdlijnen, want door de keuzes die Bon Jon heeft gemaakt komt hij ergens anders terecht dan waar hij vandaan kwam. In een andere dimensie dan die waaruit hij vertrokken is.’

Er komt een aantal zeer bekende historische figuren in het boek voor. Verwacht je dat iedereen die herkent?

‘Je kunt het boek op meerdere niveaus lezen. Toen ik begon te schrijven was het voor kinderen, maar nu het klaar is ben ik erachter gekomen dat het voor iedereen van 12 tot 80 jaar oud is. Ik denk dat dit boek voor volwassenen heel leuk is, omdat ze de personages herkennen, maar het boek is ook interessant als je ze niet kent. Ik denk dat de avonturenlijn ervoor zorgt dat je het verhaal op verschillende niveaus kan lezen. Als je de personages niet kent, lees je het boek als een avonturenroman en focus je op de queeste die de personages maken en het doel dat ze willen bereiken en wat ze daarvoor moeten doen. De rest van de lagen zijn een soort extraatje en hoe ouder je bent, hoe groter je kennis en hoe meer je dus kan herkennen in het boek.

Out There is een heel geconstrueerd verhaal. Je hebt educatieve componenten met de historische figuren en de mythen, de filosofische componenten en de avonturenlijn. Er zitten ook heel veel dialogen in het verhaal en dat maakt het verhaal heel levendig. De flashbacks zorgen voor alle backstories van alle personages die er ook nog doorheen geschreven zijn. Ik ben aan dit boek begonnen om mezelf scherp te houden. Eigenlijk moet je als schrijver jezelf helemaal vast schrijven en dan kijken of je eruit komt. Anders ben je eigenlijk constant hetzelfde trucje aan het doen, wat ik niet wil. Ik heb dus nooit gedacht dat ik hieruit zou komen, maar het is gelukt! Het is eigenlijk een heel gecompliceerd verhaal, er zat een hoop denkwerk achter om alles op de juiste plek in het verhaal te schrijven.’

Hoe werkt dat door de Exit stappen nou precies?

‘Om de Exit te vinden moet je je eigen blinde vlek vinden. Je weet: je eigen blinde vlek kun je niet zien. Dus als ik hem zou weten zou het geen blinde vlek meer zijn. Daarnaast: wie zegt dat je maar één blinde vlek hebt? Je moet heel veel zelfkennis krijgen om die blinde vlek te zien.

De gedachte erachter is dat de dimensie waarin je leeft een direct gevolg is van de keuzes die je maakt. Omdat het verhaal moet kloppen in het boek, heb ik het zo ver uitgedacht dat ik in mijn eigen theorie ben gaan geloven. Het klinkt op dit moment veel logischer dan de meeste theorieën over hoe het leven en het universum in elkaar zit. Ik moest het allemaal op een kloppende manier neerzetten, en het is zo leuk dat dat gelukt is. Misschien verbiedt de Paus Out There nog wel!’

Ben je intensief betrokken bij de tv-serie en het spel die ontwikkeld worden bij de boeken?

‘Ja. Voor de televisieseries zou ik zelf de scenario’s gaan schrijven. Ik heb nog nooit een game geschreven, maar het schijnt hetzelfde protocol te zijn. Ik moet even kijken of ik daartoe in staat ben, maar ik denk van wel. Juist omdat ik zo schematisch kan denken. Daarnaast moet je weten dat detectiveschrijvers als John Le Carré, die miljoenen boeken hebben verkocht, op dit moment eigenlijk alleen nog maar game-protocollen schrijven, omdat dit veel lucratiever is en eigenlijk hetzelfde kunstje.’

Wanneer verwacht je de game en serie?

‘We zijn in onderhandeling en het ziet er goed uit, maar met tv weet je het natuurlijk nooit. Met name omdat het een heel ambitieus en duur project is. Voor de game geldt precies hetzelfde. Ik ben nu bezig met hele jonge kunstenaars, want ik wil er ook graag een kunstact aan verbinden zodat er allemaal art gemaakt gaat worden om dit verhaal heen. Op dit moment gaan de boeken eraan vooraf.

In eerste instantie was het de bedoeling dat dit allemaal tegelijkertijd ontwikkeld werd, maar het boek is er uiteindelijk toch eerder gekomen. Dat komt ook omdat we heel erg aan het pionieren zijn. Een dergelijke samenwerking is namelijk nog niet eerder gedaan. Iedereen is uit zijn eigen ivoren toren gekomen en bij elkaar gaan zitten en er zijn allemaal verschillende potjes en besturingskanalen en contacten. Iedereen is super enthousiast erover, maar we zijn wel opnieuw het wiel aan het uitvinden. Want hoe werkt dit? Hoe doe je dit samen? Iedereen kent zijn eigen discipline erg goed en is gewend om op een bepaalde manier te werken en je moet elkaar ook tegemoetkomen daarin.’

Wat kun je ons al vertellen over deel 2: De Gordiaanse Kloof?

‘De titel zinspeelt op niks met Alexander de Grote. Wel gaat de logline ‘Alice in Wonderland meets Lost’ in het tweede deel in vervulling. Ze zullen Alice daar ontmoeten. We leven in een informatiesamenleving waarin alles gedocumenteerd wordt. Er lijkt bijna een mentaliteit te heersen die het beste omschreven kan worden als: "waarom zou je überhaupt nog iets doen als niemand het ziet". Daar gaat De Gordiaanse Kloof over, dat is een plek in het universum waar dit niet het geval is. Je komt daar dus ook een ander type mensen tegen.’


De Gordiaanse Kloof, het tweede deel in de 'Out there'-trilogie, verschijnt in het najaar van 2016. 

Voor meer informatie: 

Facebook.com/outtheretrilogie
Twitter: @Outthere3logie  

Foto © John Kramer 



Over de auteur

Freya Sixma

191 volgers
323 boeken
5 favoriet


Reacties op: Op zoek naar je blinde vlek