Advertentie

Hebban vandaag

Interview /

Interview Matthew Hall

Zijn eerste thriller werd genomineerd voor de prestigieuze Crime Writer’s Association Gold Dagger award en ook met zijn tweede oogstte hij veel lof. Zijn hoofdpersoon Jenny Cooper is inmiddels een begrip geworden voor de liefhebbers van Britse misdaadliteratuur en daarom bood zijn uitgever hem onlangs een lucratief contract aan voor een handvol nieuwe romans. Matthew Hall is goed bezig, zoveel is wel duidelijk. Daarom ging Crimezone op onderzoek uit en schetste het volgende portret.

 Stel Matthew Hall eens aan de Nederlandse lezers voor.
Tja, wat wil je weten. Ik ben geboren in 1967 en studeerde rechten aan het Worcester College in Oxford. Mijn vader is musicus, mijn moeder schrijfster en mijn stiefvader is dat ook. Door jurist te worden kwam ik dus als het ware tegen mijn ouderlijk milieu in opstand. Ik wilde per se iets anders doen. Maar na een paar jaar als strafpleiter gewerkt te hebben, moest ik dat verzet opgeven en onder ogen zien dat ik in wezen ook een creatief mens ben. Ik heb er overigens geen moment spijt van gehad dat ik rechten heb gestudeerd en bij de rechtbank heb gewerkt. Het bracht me discipline en leerde me mijn gedachten te ordenen. En het bracht me natuurlijk een hoop materiaal waarmee ik als schrijver aan de slag kon.

Die creativiteit vertaalde zich in eerste instantie in het schrijven van scenario’s voor televisieseries; pas daarna koos u voor de misdaadliteratuur.
Ik wilde al heel lang boeken schrijven, maar daar had ik aanvankelijk de tijd niet voor. Ik had een jong gezin en mijn werk voor de televisie; er bleef simpelweg geen tijd over om ook nog boeken te schrijven. Pas na een jaar of tien kon ik eindelijk een paar maanden vrij maken voor een boek. Het idee daarvoor had ik al jaren in mijn hoofd, het idee voor The Coroner (Koud spoor; BP).

Wat is het verschil tussen het schrijven van een filmscenario en een boek?
Filmscenario’s bestaan alleen uit verhaal en zichtbare actie; iedere scene moet het verhaal verder brengen. Boeken moeten weliswaar ook een meeslepend verhaal vertellen, maar de schrijver kan het zich bovendien permitteren een personage verder uit te diepen. Het is geen toeval dat mijn hoofdpersoon, Jenny Cooper, een nogal problematisch mens is: ik geef immers volop ruimte aan haar gedachten, wat ik bij het schrijven van filmscripts niet kon; althans niet in diezelfde mate. Een ander belangrijk verschil is dat je als scenarioschrijver in feite voor producers en regisseurs werkt, die zich zonder uitzondering op een bijzonder frustrerende manier met je werk bemoeien. Als je een boek schrijft, ben je helemaal alleen.

Toch was u als scenarioschrijver behoorlijk succesvol.
Dat klopt. Ik ben een aantal keren genomineerd geweest voor belangrijke prijzen, waaronder een BAFTA voor de beste televisieserie.

Waarom misdaadromans en geen ander genre?
Ik begrijp eigenlijk niet goed waarom ik gezien word als een schrijver van misdaadliteratuur. Volgens mij schrijf ik juridische thrillers; met een speurderselement weliswaar. Mijn boeken gaan veel meer over recht en gerechtigheid dan over de vraag ‘wie het gedaan heeft’ of waarom iemand een moord pleegde. Ik ben niet bijzonder geïnteresseerd in het fenomeen moord. Gerechtigheid in de breedste zin, dat is mijn thema. In een juridische thriller gaat het over de vraag of het recht zal zegevieren en veel minder over ‘wie het gedaan heeft’.
Daarom heb ik een onderzoeksrechter als hoofdpersoon gekozen en geen politie-inspecteur. Een onderzoeksrechter is, zoals de naam al zegt, een rechter die onderzoek doet. Daardoor heeft zij zowel een juridische functie als de mogelijkheid recherchewerk te doen, net als politiemensen. Britse onderzoeksrechters worden gezien als tamelijk onbelangrijke spelers in het rechtssysteem, maar soms zijn ze in staat degenen die wel macht hebben, ter verantwoording te roepen. Niet zo lang geleden moesten bijvoorbeeld Amerikaanse legerofficieren voor een onderzoeksrechter verschijnen omdat ze door nalatigheid medeverantwoordelijk waren voor de dood van Britse soldaten in Irak. Onderzoeksrechters uit kleine provinciestadjes hebben heuse diplomatieke incidenten uitgelokt. Aan de andere kant moet ik bekennen dat ik als jurist niet zulke positieve ervaringen heb opgedaan met de politie. Natuurlijk realiseer ik met heel goed dat ik een rasechte non-conformist ben, terwijl de politie conformistisch bij uitstek is. Tussen ons kan het dus nooit wat worden.

Wie uw boeken leest, krijgt gemakkelijk de indruk dat de gerechtelijke autoriteiten in Engeland hun eigen waarden en normen hebben, die nog wel eens afwijken van wat de burger verwacht.
Op zich is er waarschijnlijk weinig mis met het Britse rechtssysteem, maar wanneer het zo uitkomt, zorgen ze er inderdaad voor dat er ‘recht’ geschiedt op de manier die haar het beste uitkomt en dat heeft lang niet altijd met gerechtigheid te maken. Dat ligt er dan niet dik bovenop, maar wordt zorgvuldig gemanaged door hogere rechters en de overheid, die het samen op een akkoordje gooien. Ik probeer mijn lezers eraan te herinneren dat het rechtssysteem aan de burgers behoort en dat zij de autoriteiten ter verantwoording moeten roepen als dat nodig is.

Waarom schrijft u eigenlijk: voor de lol om of het Britse rechtssysteem aan de kaak te stellen?
Ik ben gek op thrillers, maar ik ben in wezen ook een heel politiek mens. Niet in de zin van right wing of left wing, maar in die zin dat ik absolute gerechtigdheid verlang. Daarom schrijf ik ‘thrillers met een geweten’. Ik probeer fictie voor het grote publiek te schrijven waarin ook een stuk maatschappijkritiek verwerkt is. Zo gaat mijn laatste boek over de verdwijning van twee jonge radicale moslims.

U heeft afleveringen geschreven van nogal uiteenlopende televisieseries met heel verschillende personages: Kavanagh QC, Dalziel and Pascoe, Holby City, Blue Murder, Foyle’s War, Judge John Deed. Welke hoofdpersoon lijkt het meest op Jenny Cooper?
Ik had nooit eerder een personage als Jenny Cooper gecreëerd, omdat ik wist dat ik haar maar moeilijk aan een televisiemaatschappij zou kunnen slijten. Stel je voor dat ik naar zo’n programmadirecteur zou gaan en hem vertelde dat ik over een vrouw wilde schrijven die volledig afhankelijk is van kalmeringsmiddelen, verkrampt door irreële angsten en ook na haar veertigste nog steeds last heeft van spoken uit het verleden, die zij niet kan identificeren. De man zou zeggen: ‘Opzouten jij, veel te naargeestig!’ Dat heeft me tijdens het schrijven van mijn eerste boek behoorlijk beziggehouden, maar uiteindelijk bleek dat de lezers die complexiteit juist heel erg waarderen.

Hoe ziet uw leven er tegenwoordig uit: is het schrijven van boeken niet meer dan een onderdeel van uw leven of leeft u inmiddels helemaal als schrijver?
Ik ben fulltime schrijver sinds 1995. Ik woon tegenwoordig op het platteland van Zuid-Wales, nadat ik jaren in London heb gewoond. Iedere dag ga ik om negen uur naar mijn werkkamer en daar blijf ik tot na zessen. Het leven van een schrijver biedt heel veel vrijheid, in meerdere opzichten. Maar het is ook vol onzekerheid: je gelooft namelijk pas dat je daadwerkelijk iets goeds kunt presteren als je manuscript af is. Ik heb onlangs een contract getekend voor vier nieuwe boeken: drie over Jenny Cooper en een stand alone thriller. En ik werk, jawel, aan een televisieproject. Ik voel me eigenlijk alleen gelukkig als ik veel te doen heb.

Betekent dat dat we Jenny Cooper toch nog een keer op de televisie zullen zien?
Begin van dit jaar ben ik op eigen initiatief bezig geweest met een bewerking van The Coroner; twee afleveringen van zestig minuten. Dat zou de pilot kunnen worden van een heuse televisieserie. Hoewel het nog vroeg is, kan ik al wel verklappen dat een van de grote televisiemaatschappijen serieus belangstelling heeft. Er is zelfs al een kandidaat-hoofdrolspeler, een geweldige actrice, die overigens meer bekend is van het witte doek dan van televisie. Het zou geweldig zijn als zij de rol van Jenny Cooper zou spelen.

Uw boeken kregen lovende recensies. Waarom staat u eigenlijk niet in de line up van Harrogate, hét festival voor liefhebbers van misdaadliteratuur?
Om eerlijk te zijn: omdat niemand me dat gevraagd heeft. En ik ben van mezelf nogal verlegen; ik voel me niet snel op mijn gemak tussen mensen die ik niet ken. Schrijvers zijn per definitie eenlingen, weet je. Maar nu je ernaar vraagt: misschien moet ik daar toch maar eens heen gaan en met een paar mensen praten. Goed voor mijn netwerk.

Laatste vraag: naast het schrijven houdt u zich intensief bezig met het beheer en de ontwikkeling van Britse bossen. Waar komt uw belangstelling voor bossen vandaan?
Ik leef midden tussen de bossen. Dat is prachtig, maar je moet weten dat Groot-Brittannië de minste vierkante meters bos van heel Europa heeft. We moeten ervoor zorgen dat bomen kunnen overleven, maar in plaats daarvan hakken we ze om. Ik ben er een groot voorstander van meer bossen aan te planten en snel ook. Ik ben ervan overtuigd dat steden in de toekomst veel groener zullen zijn, met planten en bomen geïntegreerd in de structuren van gebouwen. Dat zal ons levensgeluk aanzienlijk vergroten.




Over de auteur

Bert Peene

5 volgers
1 boek
0 favorieten


Reacties op: Interview Matthew Hall

 

Over

Matthew Hall

Matthew Hall

Matthew Hall (1967) is een Britse produces, schrijver en scenarist, geboren in Londen. Hij studeerde rechten in Oxford en werd op zijn drieëntwintigste strafpleiter in Londen. Na enkele jaren hie...