Advertentie

Hebban vandaag

Interview /

Interview Nick Stone

Nick Stone (Cambridge, 1966) bracht een groot deel van zijn jeugd door op Haïti, waar hij werd opgevoed door zijn oma. Zijn studie volgde hij in Engeland, waarna hij opnieuw naar Haïti ging. Hij maakte er kennis met inlandse voodoo gebruiken, tal van kleurrijke personages en een intuïtieve manier van leven. Het inspireerde hem tot het schrijven van Mr. Clarinet, een thriller die in 2006 de Steel Dagger won, de International writers Award for Best First Novel en de Macavity Award. Verder werd het boek genomineerd voor de Barry Award en de Gumshoe Award. De naam van Nick Stone was in één klap gevestigd. Zijn tweede boek Solomon werd opnieuw een succes en zijn derde boek, dat volgend jaar verschijnt, is op voorhand al aan 12 landen verkocht. Het zal tevens het afscheid zijn van zijn vaste hoofdpersoon Max Mingus.


























Hij is stevig, een blok beton in zwart leren jas. Een bokser en het prototype van de geheime achterneef van vader Soprano. Hij heeft een glad en hard gezicht met een exotische uitstraling. Niet verwonderlijk omdat zijn moeder afkomstig is uit een oud Haitiaans geslacht. Als hij lacht, en dat doet hij veelvuldig, breekt zijn gezicht open en verandert hij in een uiterst vriendelijke en humoristische man met sterke voorkeuren en afkeuren. Hij haat New York en is dol op Miami. Roger Moore is in zijn ogen een nep James Bond en Sean Connery de enige echte. Hij spreekt in korte, afgebeten zinnen waarbij de laatste woorden constant in zijn mond blijven hangen. Zijn boeken zijn doordrenkt van geweld, maar meer nog van constante onderhuidse spanning. Ingrediënten die passen bij de tijd en de plaats die centraal staan in zijn boeken; Miami in de jaren tachtig.

Geweld in Miami
Dat de boeken van Stone veel geweld bevatten is volgens hem een exacte weergave van de realiteit. “Mijn tweede boek, Solomon speelt in Miami. Ik ben daar meerdere malen in mijn leven geweest en het is er lange tijd ongelooflijk gewelddadig geweest. Aan het begin van de jaren tachtig werd de stad volledig gerund door een groep die de “Cocain Cowboys” werd genoemd. Het waren Colombiaanse gangs, goed georganiseerde bendes die vrijwel de hele drugshandel beheersten. Er werden op straat hele bendeoorlogen uitgevochten met automatische geweren en uzi’s. De kogels floten in het rond. In 1979 was er een beroemd geworden gevecht, dat ik ook in het boek aanhaal. Een hele bende ging toen achter 1 of 2 mannen van een rivaliserende bende aan, met een gepantserde truck met openingen in de zijkanten van waaruit ze met hun machinegeweren konden schieten. De vluchtende mannen probeerden zich te verbergen in een drankwinkel, maar de bende opende het vuur op die winkel en schoten alles kapot wat los en vast zat. Er waren tal van doden. De gewaarschuwde politie arriveerde en wist de truck te overmeesteren. Ze vonden een partij wapens die zo ultramodern was, zo superhightech dat ze niet eens wist dat het bestond. De politie had in die tijd nog sixshooters, pistolen waarmee ze zes kogels konden afschieten. Het was in die tijd enorm gewelddadig. Schietpartijen op straat waren aan de orde van de dag. In die tijd zat Amerika midden in een recessie. Miami leefde echter op. Huizen waren voor weinig geld te koop en de drugsbaronnen waren al snel ook vastgoedbaronnen. De stad draaide op geld dat met drugs verdiend werd. Als je een foto ziet van de skyline van Miami uit 1972-1973 zie je maar een paar wolkenkrabbers en als je een foto ziet van de huidige skyline zie je alleen maar wolkenkrabbers. Allemaal met cocaïnegeld gebouwd.”

Haitiaanse criminelen
“En er was eigenlijk geen boek over een gang in die extreem gewelddadige periode. Dat was één van mijn motieven om Solomon te schrijven dat zich afspeelt in de jaren tachtig en waarin Colombiaanse gangs een hoofdrol opeisen. De Colombianen deden de grote zaken en de Cubanen en Haitianen waren meer op straatniveau bezig. In de zwarte wijken rond de beroemde Ocean Drive waren vooral Cubaanse bendes actief. Daar woonden ook de paupers en criminelen die door Fidel Castro uit Cuba verjaagd waren. Haitiaanse bendes waren er in die tijd niet. Ik heb onderzoek gedaan naar misdaad van mensen die afkomstig waren van Haïti, maar daar zijn weinig cijfers van bekend. Maar uiteraard zaten daar ook veel criminelen bij. Je moet bedenken dat de mensen die van Haïti kwamen daar onder zeer armelijke omstandigheden leefden en dat zij ook in Amerika weinig kans maakten. Dus ze hadden dezelfde problemen als andere arme bevolkingsgroepen. Veel kinderen, weinig geld, armoedige behuizing. Dan dient de criminaliteit zich uiteraard aan.
Miami is altijd gevaarlijk geweest. Sla de kranten er maar op na. Jongens in auto’s schoten voor de grap wandelaars dood. Kinderen, oude mensen, het maakt niet uit. Ook toeristen werden vaak het slachtoffer. Er bestaat momenteel een soort verkeersbord waarop staat: “Toeristen kom alsjeblieft terug. We schieten niet op jullie.”


Miami ideaal
“Toch is Miami mijn meest favoriete plaats in de hele wereld. Als mijn vrouw zou willen, wat ze niet doet, dan zou ik daar willen wonen. Liever vandaag dan morgen. Beter dan New York. Een vreselijke stad. Als klein kind heb ik daar met mijn moeder die uur op een taxi staan wachten. Het was laat en donker en steenkoud. Toen er een taxi kwam vroeg hij mijn moeder 100 dollar voor een kort ritje. Ze was verbijsterd. En de taxichauffeur zei: “Dame, dat is 100 dollar of ik zet je hier op de snelweg uit de auto, houd je bagage en bel de politie om te zeggen dat je me niet wilde betalen.” Mijn moeder besefte dat ze geen keuze had. Ze betaalde en bezwoer dat het de laatste keer was dat ze naar New York ging. Het jaar daarna, in 1979, zijn we naar Miami gegaan. De zon scheen er, je kon een taxi krijgen, het hotel was mooi. En het leven dus ook. Ik heb de afkeer tegen New York blindelings van mijn moeder overgenomen. Alleen als het moet ga ik er nog naar toe.”


Jaren op Haïti
De jonge Nick Stone werd in Cambridge, Engeland geboren maar verhuisde al op jeugdige leetijd naar het straatarme Haïti. “Mijn ouders hadden huwelijksproblemen en stuurden me toen ik jong was naar mijn grootouders op Haïti. Ik heb er ongeveer tot mijn zesde gewoond. Niet lang genoeg om me alles te herinneren, maar wel lang genoeg om te beseffen dat ik er een leuke jeugd gehad heb. Ik kan me wel herinneren dat ik de dood van dictator papa Doc bewust heb meegemaakt. Ik lag in mijn slaapkamer naar de radio te luisteren en hoorde op de radio de verslaggever die plotseling riep: “Oh fucking hell, Papa Doc is dead. Dat weet ik nog goed. Een echt moederfiguur heb ik nooit gekend. Maar mijn oma nam me wel mee naar de kerk en ook een keer naar een voodootempel. Later ben ik veel over voodoo gaan lezen en toen ik terug was op Haïti zag ik dingen die destijds niet echt tot me zijn doorgedrongen, maar die ik onderbewust wel had opgeslagen. Mijn aartsboef in het boek Solomon is iemand die sterke gelijkenis vertoont met Papa Doc Duvalier en die er een macabere vorm van voodoobeleving op nahield. Hij geloofde in het afhakken van hoofden van vijanden en bezweringen uit te spreken om zo zijn andere vijanden op afstand te houden. Die voodoo was wel onder invloed van cocaïne. Zowel baby Doc als zijn biseksuele vrouw Michelle waren aan cocaïne verslaafde junks die af en toe naar een kliniek in Zwitserland gingen om af te kicken.”


Hoofdpersoon Max Mingus
Hoofdpersoon in Mr Clarinet, Solomon en het binnenkort te verschijnen derde boek van Nick Stone is Max Mingus, een agent met een glijdende moraal. Hij geeft een tipgever moeiteloos wat cocaïne die afkomstig is uit een in beslag genomen partij drugs. Hij geeft het adres van een kinderverkrachter door aan een wraakzuchtig familielid waarmee hij in principe het doodvonnis van de man ondertekent.
“Het enige waar Max Mingus bang voor is, is het opvoeden van kinderen. Vanwege al het geweld in de maatschappij. Een kind vertegenwoordigt de toekomst en hij wil niet dat zijn toekomst afgenomen wordt. Verder heeft Max Mingus zijn eigen codes. Als je hem zou vragen zijn gevoel van recht en rechtvaardigheid te definiëren, zou hij het antwoord niet weten of zou hij je één waardeloos antwoord geven omdat zijn volgende antwoord volstrekt in tegenspraak zou zijn met zijn eerste antwoord. Mingus werkt ook voor de meest corrupte politiemacht ter wereld, de Miami Police Department. Zelfs in de meest obscure provincie in het meest obscure Zuid Amerikaanse land is de politiemacht niet zo corrupt als in Miami. Ik heb pas een artikel gelezen waarin staat dat 100% van de agenten die in de jaren tachtig bij de politie van Miami zaten, nu dood is of in de gevangenis zit. 100%. Ongelooflijk he? Ze hadden in die tijd een enorm probleem bij het aannemen van geschikt personeel. De selectiecriteria moesten keer op keer bijgesteld worden. In het begin werd aan sollicitanten gevraagd: “Heb je de laatste 15 jaar wel eens drugs gebruikt?” Als het antwoord ja was, en dat was het altijd, kon men niet bij de politie. De vraag werd vervangen door: "Heb je de laatste 3 maanden wel eens drugs gebruikt?" En weer kwam niemand door de sollicitatieprocedure heen. Op een gegeven moment hebben ze die vraag en een aantal andere vragen maar laten schieten, met het gevolg dat ze een allegaartje aan agenten in dienst kregen. Er was in die tijd ook een keiharde unit, een “shoot to kill unit”. Zij sommeerden dealers met hun handen omhoog drugspanden uit te komen en schoten ze vervolgens zonder pardon neer. De politieacademie was verworden tot een moordenaarsschool. Toch is het niet helemaal gek, want ze kregen te maken met zwaar bewapende bendes, die high en doorgesnoven op de politie schoten. Eén dode, twintig doden? Het maakte die gangsters niet uit. Dus besloot de politie over te gaan op het aloude oog om oog systeem. Niet dat je daar iets mee oplost, maar ja.”

Versleten actieheld
“Mijn volgende boek wordt mijn laatste boek met Max Mingus in de hoofdrol. Ik heb nooit een serie willen schrijven, maar na het succes van Mr. Clarinet en Solomon heeft mijn uitgever er sterk op aangedrongen. Maar na mijn volgende boek ga ik met iets nieuws beginnen. Ik had Mr. Clarinet zo geschreven dat ik er geen vervolg op hoefde te maken. En Solomon had ik gepland als een stand alone over de gewelddadige gangs in Miami en de voodoomeester Solomon. Dat heb ik dus uiteindelijk veranderd onder druk van mijn uitgever.
Ik laat Max ook ouder worden en er is niets triester en minder interessant dan iemand rond te laten rennen temidden van gangsters, die veel en veel te oud is om dat nog te doen. Dan wordt het een slow motion versie van iemand die het in het leven kalmer aan is gaan doen. Mijn uitgever zei dat Max minstens nog zes boeken meekon. Ik ben het daar niet mee eens. Kijk maar naar Roger Moore die nog James Bond speelde toen hij al veel te oud was om nog zulke fysieke stunts te doen als hij geacht werd te doen. Roger Moore acteerde uiteindelijk alleen nog met zijn wenkbrauwen. Hij was de Engelse Victor Mature, de ultieme wenkbrauwenman. Alleen Sean Connery was ook nog op oudere leeftijd geloofwaardig, maar hij was dan ook een echte acteur, hahahaha. Maar goed, het komende boek is absoluut mijn laatste Max-boek. Ik heb enorm veel andere opzetjes voor nieuwe boeken.

Vervolgboeken
Bij de meeste schrijvers is het eerste boek het gemakkelijkste omdat het in alle rust, zonder druk van de uitgever of het publiek geschreven kon worden. Bij Nick Stone is dat ten dele waar. “Het tweede boek was in principe veel gemakkelijker om te schrijven, maar toch heb ik er veel langer over gedaan omdat de structuur ingewikkelder was. Er zijn meerdere lagen in omdat er meerdere hoofdpersonen in zitten. Met name in het karakter van Solomon is veel tijd gaan zitten. Ik heb hele onderdelen geschrapt. Toen de deadline naderde besefte ik dat ik het niet zou halen. Nu zijn er mensen die goed presteren onder druk. Bij mij is precies het omgekeerde het geval. Ik liep helemaal vast. Pas toen ik zeker wist dat ik de deadline toch niet zou halen, kwam er een zekere rust over me. Dus voor mijn nieuwe boek heb ik geen deadline meer willen afspreken met mijn uitgever. Ik schrijf het best mogelijke boek, maar ik doe het op mijn manier en neem er de tijd voor die ik nodig heb. Het verschijnt in 2009. Dat is voorlopig de enige zekerheid.”

Cuba
Voor de reserach van zijn nieuwste boek is Nick Stone naar Cuba geweest, dat het decor zal vormen voor de laatste avonturen van Max Mingus. “Ik ben naar Havana geweest Met veel vooroordelen. Ik had een communistisch grauw eiland verwacht. Maar eerlijk, al na tien seconde nadat ik uit het vliegtuig was gestapt, was mijn hele opinie veranderd. De oude auto’s, de kleuren, de muziek die overal is. De mensen zijn aardig en vrijwel niemand is echt een socialist. In wezen zijn het allemaal kleine kapitalistische ondernemers. En superieure zwendelaars. Ze hebben bedriegen en oplichten tot Kunst verheven. Het is bijna een wetenschap voor hen geworden. Alles in het geniep. Als ik het in een fles kon stoppen en kon verkopen, zou ik steenrijk worden. Voor het vastleggen van mijn indrukken heb ik op Cuba rondgelopen met een taperecorder en een microfoon. De eerste dag dat ik dat deed stopte er een politieauto bij me. Twee agenten kwamen dreigend uit de auto en vroegen me waar ik mee bezig was. Ik vertelde dat ik bezig was met de research voor een boek dat zich op Cuba afspeelde. Ze keken me moeilijk aan en namen mijn taperecorder af. De corruptie straalde ervan af. Toen zeiden ze: “Okee, als je ons tweehonderd pesos geeft (ongeveer € 100,-), kan je je taperecorder houden. Ik zei dat ik niet zoveel geld bij me had. Toen zeiden ze dat ik, als ik mijn recorder terugwilde nog 100 pesos extra moest betalen. “Als je dat niet doet, krijg je hem niet terug. Het is illegaal om bandopnames te maken.” Ik heb maar betaald, ik kreeg mijn recorder terug en ze reden stoïcijns weg in hun oude politieauto. (hahahaha).
Het is ook een paradijs voor alleenstaande mannen. Ik heb een Engelsman ontmoet die dozen viagra bij zich had. Ik heb al mijn gevoelens van afschuw tijdelijk moeten verbergen toen ik naar zijn verhalen luisterde. Maar ik ben schrijver en alles wat ik hoor is potentieel materiaal voor een verhaal. Materiaal voor mijn volgende boek in ieder geval.

Now is the time
Plotseling klinkt keihard de ijle muziek van een trompet door de ruimte. Het doet denken aan Miles Davis, maar hij is het niet. Het is de telefoon van Nick Stone die lachend verontschuldigend zijn hand opheft. “Dit nummer heet Now is the time. Het is de tune van mijn vrouw. Dus als dit nummer begint, moet ik wel antwoorden, snap je? We snappen het. Now is the time.”



Over de auteur

Kees de Bree

87 volgers
13 boeken
0 favorieten
Auteur


Reacties op: Interview Nick Stone

 

Gerelateerd

Over

N. Stone

N. Stone

Nick Stone (Cambridge, 1966) is een Engelse auteur. Zijn vader was historicus en zijn moeder stamde af van een van de oudste families op Haïti, de Aubreys. Sommige leden van deze familie heb...