Advertentie

Hebban vandaag

Interview /

Interview Robyn Young

Ooit, in een vorig leven, had ik een goede vriendin, op wie ik stapelgek was vanwege de tegenstrijdigheden in haar persoonlijkheid. Op haar beide bovenarmen had zij tatoeages laten aanbrengen van dolken, rozen en slangen en in het verre Macao had zij een kunstenaar een grote draak op haar rug laten zetten. Danny, een vrouw van de wereld, tevens een vrouw van uitersten: intelligent, humoristisch en zelfstandig. Regelmatig kon zij dagenlang, als een poes opgerold op de bank, in alle stilte, zitten lezen. Maar in wildere buien was geen nachtkroeg in Amsterdam laat genoeg open om haar dorst naar extremen te lessen.
Mijn verwondering is dan ook groot als ik meteen bij de eerste kennismaking in schrijfster Robyn Young de reïncarnatie van mijn vroegere vriendin ontdek. Ook zij enig kind, ook zij een grote tattoo op haar rug. “Mooi he?” zegt ze en deelt ongevraagd mee dat ze de diverse piercings in haar lichaam inmiddels heeft laten verwijderen. Bovendien blijkt ook zij iemand te zijn die dagen en wekenlang kan lezen, ter voorbereiding op een nieuw boek, om vervolgens toe te geven aan haar andere, wat duisterder, kant, die uitsluitend met sloten drank te lessen is. Van wollen trui op bank tot ‘total loss’ in het nachtleven. Tijdens het gesprek wordt de behoefte aan bier, veel bier, dan ook meerdere malen uitgesproken. De tijd van lezen is voorbij.


Robyn Young werd in 1975 in Oxford geboren als enig kind van een ingenieur en een folkzangeres. Hoewel ze haar ouders innig liefhad, was haar drang naar zelfstandigheid zo groot dat ze op haar zeventiende het ouderlijk huis verliet. Omdat ze vanaf haar tienerjaren dol was op de geschiedenis van Engeland, begon ze verhalen te schrijven. Op latere leeftijd resulteerde het in de drie boeken die ze nu geschreven heeft: Ridder van de Tempeliers, Kruistocht van de Tempeliers en Requiem voor de Tempeliers. Spannende historische romans met tal van thrillerelementen. Internationale bestsellers die haar tot een vermogende jonge vrouw hebben gemaakt, maar die haar wezen niet hebben veranderd.

Mister Rabbitt
Robyn Young is giechelig op een jonge meisjesachtige manier en het is even raden waarom. De oorzaak blijkt aandoenlijk onschuldig. Robyn heeft een piepklein stoffen konijntje bij zich (mister Rabbitt) die zij in elke stad waar zij komt wil fotograferen. Zij is dolblij als onze fotograaf Tom belooft een aparte foto te maken van het konijntje, met een Amsterdamse gracht als achtergrond. Opgewonden haalt ze de ietwat kreukelige gedaante van mister Rabbitt uit een grote tas en verdwijnt naar buiten voor de foto.
Even later begint ze aan haar levensverhaal vol paradoxen. Een verhaal dat uiting geeft aan haar behoefte aan warmte en veiligheid, maar ook aan haar groeiende behoefte aan onafhankelijkheid, de wereld verkennen, de kroegen, het zingen, het bier en de jongens. En o ja, daar tussendoor speelt het schrijven ook nog een rol.

Verhalenverteller, opa
“Mijn moeder was een folkzangeres en een artieste, een lief, gek mens. Ze was dol op lezen en schrijven en heeft dat ook zeker op mij overgebracht. Maar de echte inspiratiebron was toch mijn grootvader. Hij was de verhalenverteller van de familie. We hadden alle soorten bloed in de familie, dus ook het bloed van de echte vertellers. Mijn moeder heeft Ierse en Welshe voorouders en mijn vader Engelse en Schotse. We vormden een gezellige, onconventionele Britse familie. Ik ben in Oxford geboren, maar toen ik jon was verhuisden we naar een industriestadje waar ik verder opgroeide. Het benepen karakter van het plaatsje was niet drukkend ofzo. De fantasie van mijn moeder maakte van alles een avontuur. Een boom bij ons huis was geen boom, maar een schuilplaats voor kannibalen en dus heel gevaarlijk. Een tuin was een jungle waar je slangen en allerlei wilde beesten kon tegenkomen. Spannend dus. Later verhuisden we naar een vissersdorpje in Devon, 2.000 inwoners en ook daar zag mijn moeder allerlei avontuur. Prachtige vergezichten, kliffen, echt bloedmooi. Het was een mooie omgeving om op te groeien. Verder hadden mijn grootouders, toen ze nog leefden, een prachtig buitenhuisje op het platteland in Engeland en met de feestdagen, met Pasen en Kerstmis, kwam de hele familie daar bijeen. ‘s Avonds zaten alle kinderen in pyjama met een grote mok chocolademelk aan de voeten van mijn opa die dan verhalen vertelde. Het waren avonturenverhalen en wij kinderen waren altijd de helden in zijn verhalen. Heel af en toe zei een van ons. Nee, opa, dat zou ik nooit doen. Maar dan lachte hij en ging gewoon verder. Het was heel warm en veilig.

Folkzangeres
Maar toen ik een jaar of zestien was, had ik die ene disco, waarvoor je bijna vier kilometer moest lopen, zo langzamerhand wel gezien. Maar op die leeftijd had het vrijheidvirus me al redelijk te pakken. In navolging van mijn moeder begon ik in clubs en kroegen in de nabije omgeving op te treden als folkzangeres. Ik zat in een paar bands en toerde zelfs een paar zomers met hen rond, maar ik heb het nooit als serieus beschouwd. Ik hield gewoon van zingen en de vrijheid om ’s avonds in kroegen te zingen. Het was traditioneel Engels spul over verloren veldslagen en voorbije liefdes. Ik was een tikje verlegen. Ik zong met mijn rug naar het publiek, net als Jim Morrison van The Doors. Ook wel stoer natuurlijk. Ik heb me er ook niet echt in verdiept. Ik las in die tijd veel over ridders en krijgshaftige tochten die zij maakten. Het geschiedkundig aspect van Engeland heeft me altijd mateloos geïnteresseerd.
Dat blijkt wel, want daar ben ik later ook over gaan schrijven.”

Vrijheid
“Toen ik zeventien was ben ik het huis uitgegaan. Niet omdat ik ruzie had met mijn ouders, maar omdat ik ernaar snakte om op eigen benen te staan. Ik had toen al voor lokale kranten artikelen geschreven en ik dacht dat ik mezelf wel kon redden. Eerst ben ik beeldende kunst en Engels en communicatie gaan studeren aan het Exeter-college in Devon. En, heel gek voor een meisje van mijn leeftijd, maar ik raakte verslaafd aan Shakespeare en Chaucer. Het bier had ik al ontdekt tijdens mijn optredens als folkzangeres, maar ik raakte er nog meer in geïnteresseerd. Ik ben in die tijd heel wat van de wereld geweest door alle drank die ik nam.
Toen ik meer verantwoordelijkheid kreeg en persvoorlichter voor de studentenbond werd, dacht men dat ik minder zou gaan drinken. Het tegendeel was waar. Ik zwom in het bier.
Het leuke was wel dat ik toen weer wat meer in muziek geïnteresseerd raakte. Misschien omdat mijn eerste herinneringen aan folksongs en bier zo nauw met elkaar verbonden waren.”

Wilde tijden
“De kroeg is voor mij met veel dingen verbonden. Op mijn negentiende verhuisde ik naar Brighton, nadat ik daar in een opwelling naartoe was gelift. Misschien was er ook wel een leuke jongen in het spel. Je weet hoe dat gaat. Ik wilde dat hele studentengedoe ook ontvluchten. Daar was ik gewoon niet aan toe. Op een avond in de kroeg, daar heb je hem weer, werden vrijwilligers gevraagd voor een lokaal festival dat gehouden zou worden. Ik gaf me op en het einde van het liedje was dat een vrouw en ik het festival coördineerden. Het werd uiteindelijk een gigantisch muzikaal spektakel, waar het eerste jaar meer dan 20.000 bezoekers op af kwamen en in het tweede jaar bijna tweemaal zoveel. Voor de derde editie kregen we geen vergunning meer van de gemeente. Wat doe je dan als jonge meid? Ik struinde die zomer alle illegale houseparty’s af. Wilde tijden, waarin we achtervolgd werden door de politie, feesten hadden in oude loodsen, verffabrieken en overheidsgebouwen. We gebruikten alles waar ouderen nogal op tegen zijn en niet ten onrechte, want veel kan ik me niet meer herinneren van die feesten.”

Nieuw leven in mantelpak
“Maar aan alles komt een einde. Na de zomer haalde ik al mijn piercings, en dat waren er heel wat, uit mijn lichaam en vond een baantje bij een nachtclub in Brighton. Een ellendige baan bij een ellendige baas. Gelukkig werd ik gered door een hele lieve jongen in een fraaie sportauto. Hij was bedrijfsleider van een elektronicabedrijf en hij bezorgde me een baantje.
Dat was ook niet het einde. Ik was inmiddels 22 jaar, helemaal doorgedraaid van al het feesten, en ik besloot serieus te worden. Helaas lagen de baantjes niet voor het opscheppen. Uiteindelijk vond ik een baan bij een hypotheekbank, waar ik keurig in mantelpak nog keuriger adviezen gaf. Het was het einde van mij wilde tijd. Ik besloot te gaan schrijven. Het was een fantasy-verhaal met een enorme omvang. Het mooie was wel dat ik dusdanig geobsedeerd was door mijn nieuwe levensinvulling dat ik dag en nacht op alle denkbare plaatsen aan het schrijven was. Van het toilet op de zaak tot in de keuken thuis. Ik denk dat een psycholoog weinig moeite zou hebben om mijn schrijfdrift te verklaren. Ik ben natuurlijk helemaal geen zakelijk type en het schrijven was mijn manier om de werkelijkheid van de hypotheekbank te ontvluchten.”

De woestijn en de kroeg
“Het schrijven als bezigheid beviel me wel, maar het fantasy-gedeelte minder. Ik werd door twee gebeurtenissen op het pad gebracht dat ik nu bewandel. In de eerste plaats was het mijn reis naar Egypte in 2000 die me leerde dat ik dol was op het stof van de woestijn, de mensen, de oneindige geschiedenis. Toen ik weer in Engeland terug was ben ik begonnen met een cursus creatief schrijven, wat betekende dat je voornamelijk kritisch moest zijn op wat je schreef. (kill your darlings). Ik las er veel over schrijvers en denkers zoals Virginia Woolf en Carl Jung en bestudeerde filosofen. De tweede factor die mijn leven een nieuwe wending gaf, was opnieuw de kroeg. Zo had ik in Engeland met een stel vrienden in de pub een gesprek over ridders en Tempeliers. We hadden het erover dat je in die tijd zowel een monnik als een krijger kon zijn en ik was gefascineerd door dat idee.”

Kruistochten
Een paar maanden na dat gesprek vond ik een boek van een boeddhistische historicus Baba Malcolm die heeft geschreven over de Tempeliers. Het mooie van het boek was dat Baba met name schreef over de menselijke kant van de Tempeliers. En op school had ik juist geleerd dat het slechte mannen waren. Het is sowieso het probleem van de geschiedenislessen op school. Je leert de geschiedenis aan de hand van een aantal veldslagen. Je leert wie won en wie verloor, maar daar gaat het natuurlijk niet om. Het gaat om mensen met idealen. Mensen met goede en slechte eigenschappen. Mensen die soms winnen en soms falen. Het is allemaal zo complex. De geschiedenislessen simplificeren en kleuren de geschiedenis enorm. Objectieve geschiedenis bestaat niet. Maar goed, ik wilde uitzoeken wie die Tempeliers precies waren? Hoe het kon dat zij overwinningen hadden behaald en hoe het kon dat zij de macht waren kwijt geraakt. Welke personen een rol hebben gespeeld in de gloriejaren en welke figuren verantwoordelijk waren voor de uiteindelijke ondergang. Wat waren hun idealen? Wat wilden ze bereiken? Hoe waren de omstandigheden toen? Weet je, de kruistochten hebben de wereld veranderd. De kruistochten hebben voor een groot deel bepaald hoe we nu zijn. Ik ben toen als een gekkin gaan researchen en ik kwam steeds meer tot de ontdekking dat het goud was dat ik in handen had en dat ik mijn verhaal moest opschrijven.”

Strijd
“Toen ik begon met schrijven merkte ik overigens wel dat het moeilijk was om de geschiedenis zelf op een andere wijze te benaderen dan de geschiedenisbekjes doen. Dat wil zeggen, in het begin had ik de neiging om te beschrijven welke partijen tegen elkaar vochten, zonder dat ik diep inging op de achtergrond van die gevechten. Dat was ook heel moeilijk, want de werkelijkheid was zeer complex en als ik alles had willen uitleggen, was het een informatief boek geworden dat nauwelijks leesbaar was. Bovendien beslaat mijn verhaal een grote periode van de geschiedenis. Veel van wat ik wist en wilde vertellen heb ik niet eens opgeschreven. Dat wat je wel opschrijft is een keuze. Mijn keuze is een combinatie tussen snelle actie en het tonen van de menselijke kant van de personages die de loop van de geschiedenis hebben beïnvloed. Het moeilijkste is de religieuze kant van het geheel. Fascinerend, maar moeilijk om in het juiste perspectief te zetten. En dat is niet de enige moeilijkheid. Bij een historische roman moet je enorm opletten dat je niet teveel verhaallijnen door elkaar laat lopen met het gevaar dat niemand de hoofdlijn nog kan volgen. En dan heb ik het nog niet eens over het schrijven zelf. Soms doe ik vier uur over het schrijven van één enkele paragraaf. Heel pijnlijk. Maar gelukkig vloeien de woorden de volgende dag weer spontaan uit mijn pen.”

Gids
“Maar, de waarheid is dat ik van veel kleine mysteries houd, die ik in nevenverhalen wil vertellen. Ik houd niet van rechttoe-rechtaan verhalen. En omdat ik onwillekeurig toch veel informatie verwerkt heb in het boek over de Tempeliers heb ik een hoofdpersoon genomen die als het ware de gids is die de mensen door de roerige tijden voert die ik beschrijf. Will Campbell is de zoon van een ridder van de Orde van de Tempeliers. Als we hem leren kennen is hij jong, een leerling. Hij moet hij zware beproevingen doorstaan, voordat hij zelf mag toetreden tot de orde. Ik vertel de geschiedenis van Will, de geschiedenis van de kruistochten, de geschiedenis van de Tempeliers, de geschiedenis van een onmogelijke, hoofse liefde, de geschiedenis van Venetianen die in wapens handelen en uitsluitend denken aan geldelijk gewin, de geschiedenis van trouw, geloof, verlies van onschuld, verraad, heldendom en martelaarschap en de geschiedenis van het Oosten waar de macht groeit van de voormalige slaaf Baibar. Een briljant strateeg en meedogenloze strijder die zijn volk wil bevrijden van de Europese bezetters. Dat is nogal wat en daarom wilde ik ook een trilogie schrijven. Maar Will Campbell leidt de lezer door alle verhaallijnen heen. Hij leert langzaam begrijpen wat er aan de hand is, en wij leren met hem mee. De lezer wordt dus geholpen. Eerlijk gezegd was Will tijdens het schrijven ook mijn gids. ”


Tegenslag en geluk
Dat was het begin van mijn eerste boek Ridder van de Tempeliers. En het was een begin waar bijna geen einde aan leek te komen, want ik heb er ongeveer zeven jaar over gedaan om dat boek te schrijven. Groot voordeel was wel dat ik zoveel research heb gepleegd dat ik de twee boeken erna niet meer op stap hoefde. De research was voldoende voor wel 25 boeken, bij wijze van spreken. Ik had wel vrij snel door dat wat ik wilde zeggen niet in één boek te vangen was. Daarom besloot ik een trilogie te schrijven. Ik was op dat moment overigens volledig blut. Ik had geen cent en toen ik mijn eerste boek af had en aan allerlei uitgeverijen stuurde, kreeg ik de ene na de andere afwijzing. Gelukkig had ik mijn vriend met de sportauto heel slim gehouden, anders had ik niet in mijn onderhoud kunnen voorzien. Ik gaf wel wat lessen creatief schrijven maar daarvan kon ik niet eten. Maar goed, aan het einde van elke tunnel schijnt licht. Na lange tijd boden twee uitgevers tegen elkaar op om de rechten op Ridder van de Tempeliers te krijgen. Het leven is nu mooi. Ik zing nog steeds folksongs, heel vals, ik drink nog steeds veel te veel bier en ik ben wispelturiger dan ooit.”

Moderne tijden
Robyn Young heeft het verleden grondig bestudeerd. Ziet zij overeenkomsten met de huidige problemen tussen het Oosten en het Westen? “Een beetje. Natuurlijk zijn er parallellen met de kruistochten en met alle vooroordelen en haat tussen de mensen in het Oosten en in het Westen, maar het is te gemakkelijk om een direct verband te leggen Je kunt de huidige conflicten niet één op één vergelijken met die van vroeger. Ik weet ook te weinig van de huidige conflicten af om me te wagen aan een verregaande uitspraak. Ik heb wel iets heel vreemds meegemaakt. Op de dag, 9/11, dat ik zat te schrijven aan de speech van mijn Moslimkarakter Baibar, die zich fel tegen het Westen afzette, vlogen twee vliegtuigen met moslimterroristen de Twin Towers binnen. Ik hoorde het nieuws niet, want ik zat te schrijven. Maar dat gaf later wel een tikkeltje onbehaaglijk gevoel. Helemaal toen Engelse en Amerikaanse politici op de tv het woord “kruistocht” lieten vallen. Plotseling vielen die twee werelden even samen, de wereld van de 13e eeuwse kruistochten die ik beschrijf, en die van het heden. Vreemd, heel vreemd.”

Feest
“Schrijven is een eenzaam beroep. Het vergt enorm veel concentratievermogen, en tijd. Hele weekeindes en avonden. Vaak 18 uren per dag. Zeker als de deadline nadert. En ik ben wel zo gedisciplineerd dat ik mijn boek op tijd wil afleveren om de uitgever niet ongelukkig te maken. Het is in Engeland namelijk zo dat één week later je manuscript inleveren, soms kan betekenen dat je boek pas een vol jaar later kan uitkomen. Een deadline missen is dus geen optie. Dan te bedenken dat ik een bloedhekel heb aan pressie. Maar ik heb het mijzelf mijn leven lang niet gemakkelijk gemaakt. Schrijven is de pijn die het kost meer dan waard. Het is dan ook altijd een opluchting als het boek na een jaar zijn voltooiing nadert. En als het boek af is, dan is het tijd voor de hoge hakken, de partydress, de lippenstift. Dan is het tijd voor ontspanning. Dan is het tijd voor bier. Heb jij nu trouwens zin in een biertje?”



Over de auteur

Kees de Bree

87 volgers
13 boeken
0 favorieten
Auteur


Reacties op: Interview Robyn Young

 

Gerelateerd

Over

Robyn Young

Robyn Young

Robyn Young (1975) werd in Oxford geboren. Ze werkte op festivals, in de muziekindustrie, als financieel adviseur en gaf les in creative writing. Young was een van de oprichters van de prestigieu...