Advertentie

Hebban vandaag

Interview /

Interview Tomas Ross

Hij oogt nors, als een man die de wereld in al haar facetten heeft bestudeerd en heeft besloten dat er weinig te lachen valt. Een frons vastgegroefd tussen de zware wenkbrauwen. Een vorsende oogopslag en stevige handdruk. Bij het leven past ernst, zoveel lijkt zeker. Hoe kan het ook anders? Tomas Ross (1944) heeft tal van zaken bestudeerd en beschreven die niet tot lachen stemmen: de moord op vier Ikon-journalisten in El Salvador, de moord op Pim Fortuyn, het vrijheidsstreven van de Zuid-Molukkers in Nederland, de oorlog in het voormalige Joegoslavië, de dramatische dood van raspoliticus Wouter Burger en natuurlijk de vele affaires waarbij het Nederlandse Koninklijke huis betrokken is geweest: Lockheed, Greet Hofmans, King Kong en dan nu, in De tranen van Mata Hari, de dubieuze afstamming van Wilhelmina. Maar bovenal de opkomst en ondergang van Nederlands’meest beroemde staatsburger ooit, de vermeende spionne Mata Hari.

Pseudoniem
Tomas Ross is het zoveelste levende bewijs dat eerste oogopslagen en vooroordelen voorgoed naar de prullenmand verwezen dienen te worden. De ogenschijnlijke norsheid verdwijnt als sneeuw voor de zon zodra hij begint te praten over zijn werk en de onnoemelijke hoeveelheid research die hij voor zijn boeken heeft moeten plegen. Levendig en gedreven, een man die WEET en die wetenschap graag wil delen. Hij is een man die al pratend weer jongen wordt, een belezen auteur die verandert in een jonge onderzoeker. Zijn eerste boeken zijn verschenen onder zijn echte naam W.P. Hogendoorn. Toch is hij onder zijn pseudoniem bekender dan onder zijn eigen naam. Het is een samenstelling van de meisjesnaam van zijn Schotse vrouw (Ross) en de voornaam van zijn kind dat nog geboren moest worden en dat de naam Thomas gekregen zou hebben. Door een fout van de zetter werd het Tomas. “Dus sinds een jaar of dertig leef ik met dat pseudoniem. Non fictie boeken zijn dus onder mijn eigen naam verschenen en fictie of faction onder mijn pseudoniem Tomas Ross.”



Salarisadvies van Heeresma
“Ik heb de eerste vier jaar van mijn carrière non-fictie geschreven om aan geld te komen. In het begin wist ik niet hoeveel geld ik daarvoor zou vragen. Maar op een keer kwam ik Heere Heeresma tegen bij de uitgever en ik vroeg hem wat ik aan honorarium moest vragen. Heere Heeresma zei: “Bent u schrijver?” Ik zei: “Ik begin net, maar ze willen me wel graag hebben.” “O,” zei hij, “dan zeg je”: “Meneer de uitgever, u verdient ook een salaris, dat wordt elke maand op de 24e gestort. Waarom betaalt u mij dat niet. Dat is toch heel normaal?”. Dat vond ik goed van hem en ik ging geheel voorbereid het gesprek in met mijn toenmalige uitgever Robbert Ammerlaan, die nu directeur is van de Bezige Bij. En Robert zei: “Dat bespreken we nu niet hier. Dat doen we morgenavond lekker in een restaurantje. Dan gaan we eens kijken wat je nu eigenlijk wilt.” Een dag later zaten we in het restaurant en vroeg Robbert me: “Wil je iets drinken, een glaasje whisky ofzo?”. En na drie glazen whisky vroeg hij me wat ik zou willen. Dus ik zei “Vijftienhonderd gulden per maand, dat is achttienduizend per jaar en daar schrijf ik drie boeken per jaar voor.” Da´s goed zei hij, Wat wil je eten”?” Het ging zo snel dat ik dacht godverdomme, ik had meer moeten vragen. Vijf jaar geleden belde hij me en zei: “Hee, ik hoor dat je weggaat bij De Fontein. Wil je niet bij de Bezige Bij komen?” Toen ik toestemde zei hij :”Dan spreken we af bij hetzelfde restaurant als toen.” We zaten net en hij vroeg meteen of ik nog een whisky wilde. Ik zei: “Dat gaan we dit keer niet doen.”

Faction
In de beginjaren had Tomas Ross totaal geen behoefte aan het schrijven van spannende boeken. “Aan spannende boeken vond ik niets. Ik las ze ook nooit. Ik weet dat mijn vader thuis Havank en Simenon had en The Saint enzo. Dat las ik wel tussendoor. Maar ik weet wel dat ik later gefascineerd De dag van de Jakhals van Forsythe heb gelezen. Toen ik dat boek las dacht ik dit is een enorm goede manier om geschiedenis en fictie met elkaar te verbinden. Het is een moeilijk genre, maar ik doe in de boeken die ik schrijf fictie en realiteit om en om. Een hoofdstuk met historische setting en een hoofdstuk waarin de personages verzonnen zijn. In het geval van De tranen van Mata Hari is de fictieve personage de journalist Willem Bentinck en in de andere hoofdstukken vertel ik de wederwaardigheden van Mata Hari, de Duitsers of haar minnaars. Dus als lezer kan je het heel goed zien wat realiteit is en wat fictie. Vroeger liet ik heel principieel de fictieve hoofdpersoon nooit kennis maken met het personage dat echt bestaan heeft. Maar, ik ben erover heen gestapt, want Hella Haasse zei me ooit dat ik gek was en dat er op die manier nooit historische romans geschreven konden worden. Nu heb ik Bentinck en Mata Hari elkaar laten ontmoeten op de boot en ja, dat kan natuurlijk niet. Toen ik het schreef dacht ik, verdomme ik val van mijn geloof af. Maar ik heb het nodig voor de plot. ik moet het doen. En zo laat ik Elisabeth Schragmuller, hoofd van de Duitse inlichtingendienst in Frankrijk, in een auto zitten waar mijn fictieve personage Willem Bentinck in wordt getrokken. Volgens mij is dat voor het eerst in al die jaren dat ik dat heb gedaan. Het werkt lekker. De moeilijkheid van factie is natuurlijk dat je niet alles mag verzinnen. Ik kan Mata Hari helaas geen dingen laten doen die ze niet gedaan heeft.”

Mata Hari met Prins Hendrik
In het boek heeft Mata Hari een verhouding met Prins Hendrik, een vrouwenliefhebber die allerminst genoeg had aan de liefde van zijn vrouw Wilhelmina. Fictie of werkelijkheid?
“Het is waar wat ik schrijf dat Mata Hari in Den Haag gewoond heeft. Het enige waar ik op speculeer is de kennismaking met Prins Hendrik, die ik wel uit bronnen heb, maar waarvan ik niet zeker wet of het zo gegaan is. Ik kwam elf jaar geleden in Den Haag wonen en ik maakte kennis met mijn buurman van 97. Hij vertelde me dat hij, toen hij 12 was, bij de Salpeter maatschappij werkte, tegenover Mata Hari. Dat was heel wat in die jaren. Men lette altijd scherp op haar. En altijd kwam er eens in de week op vrijdagmiddag een limousine en daar stapte Prins Hendrik uit en die liep dan met een tas naar een pianolerares. Zodra hij binnen was, werden op 1 hoog de gordijnen dichtgetrokken. Dus wat was dat voor pianoles? Mata Hari woonde er drie huizen vandaan. Het is in ieder geval leuk dat ik nog één ooggetuige heb gesproken die Mata Hari heeft gezien.”
In het boek staat ook een scène beschreven waarin een jonge Haagse jongen Prins Hendrik bij het naar buiten gaan waarschuwt dat zijn gulp nog open staat. Volgens Tomas Ross is dat ook waar gebeurd. “Ik woonde in een fraaie laan in Den Haag om de hoek van de Simon van Oldenbarneveldtlaan en daar had Prins Hendrik ooit een andere Wilhelmina. Hij noemde haar Mien en had bij haar ook kinderen. Daar is toen een vader bijgekocht. Hendrik kwam daar eens per week en de kinderen dachten dat het Oom Henk was. Dan ging hij met Mien naar boven en de vader zat beneden met de kinderen die met een treintje speelde of zoiets. Maar dat waren Hendrik z´n kinderen en we weten dat drie van hem waren. In een boek over Den Haag staat geschreven dat er aan de overkant een jongen van de groenteboer was die tegen Hendrik zei dat zijn gulp openstond, niet als grap maar als waarschuwing. Dus ik dacht, ik draai dat om in mijn boek. Wilhelmina wist overigens dat hij vreemd ging en waarschijnlijk wist ze het ook van hem en Mata Hari. Toen Mata Hari ter dood veroordeeld werd en een gratieverzoek vanuit Nederland ter sprake kwam zei Wilhelmina: “We bemoeien ons niet met de buitenechtelijke capriolen van onze echtgenoot.”

Scandaleus koninklijk huis
Dat Tomas Ross graag over het koninklijk huis publiceert is duidelijk. Niemand heeft zoveel schandalen boven water gehaald als hij. Maar de keuze om een boek te schrijven over Mata Hari lag minder voor de hand. “De aanleiding was een krantenbericht dat de Mata Hari-archieven niet open zouden gaan voor 2017. Dat wist ik niet. Er is een regel dat er een generatie voorbij moet zijn. In het geval van Mata Hari lijkt dat onzinnig. Of ze is onschuldig aan de beschuldiging aan spionage voor de Duitsers en dan kom je er als Frankrijk eerlijk voor uit dat je haar ten onrechte geëxecuteerd hebt. Of ze is schuldig en dan zeg je: Frankrijk heeft gelijk gehad. Maar waarom zou je de archieven 100 jaar dichthouden? Dat vond ik intrigerend en toen ben ik eens gaan lezen en die andere plotlijn over de afstamming van het koningshuis speelt al honderden jaren door mijn kop. Kijk, die Wilhelmina dat is geen kind van Willem III, dat is gewoon niet zo. Ze is een bastaardkind van een hoveling. Dat is altijd een wijd en zijn verspreid gerucht geweest, maar dat werd afgewimpeld als zijnde nonsens van de anarchisten. Maar er zijn ook serieuzer mensen mee bezig geweest en die zijn allemaal de mond gesnoerd, afgekocht. Willem III had een eerste vrouw, die heette Sofie. Was een doodongelukkig huwelijk. Had daar 3 zonen bij. De jongste daarvan moest koning worden, maar wilde dat niet. Hij was een beetje gek. Hij woonde in Den Haag op de Kneuterdijk en hij had een secretaris. Daar dicteerde hij alle schandalen aan omdat zijn vader zijn moeder kapot had gemaakt in het huwelijk. Hij wilde zijn vader pakken, schandalen publiceren. Hij stopte dat in een kistje en dat werd elke avond op de Kneuterdijk weggeborgen. In 1924 is dat kistje gevonden door een Oranjeklant. En daar lag een briefje bij met de tekst “Gelieve dit kistje met inhoud na mijn dood aan de nieuwe regerende Oranje te geven”. De man heeft de inhoud niet gelezen, maar heeft het kistje naar Wilhelmina gebracht. Hij heeft er duizend gulden voor gekregen. Onbestaanbaar want Wilhelmina gaf nooit geld. Het verhaal gaat dat in het kistje het medisch attest zat dat koning Willem III in 1868 of 70 steriel werd verklaard. En dat is natuurlijk waar, want Willem had een zwaar verwaarloosde syfilis en het gevolg daarvan is steriliteit. Het is dan ook vrijwel onmogelijk dat hij in 1888 bij Emma nog een kind heeft gemaakt. Maar kijk, Beatrix moet gewoon een DNA test laten doen. Gewoon die kist van Willem III openen. Hij is gebalsemd. Alles ligt er nog. Een schaamhaar eruit en een haar uit de borstel van Wilhelmina en je weet het. Maar het is zo´n intrigerend verhaal. Die afstamming van de Oranjes, dat klopt niet. Dus was dat de ideale tweede plotlijn naast die van Mata Hari. Het verhaal van Mata Hari op zich was te dun.”

Succes van Mata Hari
Het succes van Mata Hari (geboren als Fries meisje onder de naam Margaretha Geertruida Zelle), die haar grootste triomfen vierde in de jaren 1906, 1907 is moeilijk te verklaren. Ook Tomas Ross worstelt, ondanks alle research, met de kwestie. “Als je goed naar haar kijkt, naar filmpjes en foto’s, dan zie je geen mooie vrouw. Ja, ze had mooie ogen, maar verder had ze een grote neus, platvoeten en lelijke borsten. Ze kon niet dansen. Het is heel krakkemikkig wat ze doet. Het zijn een paar danspasjes, dan doet ze haar sluier af, draait zich om haar borsten niet te hoeven laten zien. Dan heeft ze nog niet die rare koperen bh om en dan buigt ze zich voorover als een beeld van Shiva ofzo. Het was een Friezin die geen Frans sprak. Ze had weliswaar kweekschool, maar dat verklaart niet dat ze in 2 jaar tijd Parijs, Milaan, Monaco, Madrid, Wenen en Berlijn aan haar voeten kreeg. Door haar sluiers af te gooien? Dat deden er wel meer. Ze liet haar borsten ook nauwelijks zien. Dat wilde ze niet, daar schaamde ze zich voor. Het speelt wel mee dat men in die tijd in de ban was van het Oosten en Mata Hari heeft daar heel handig op ingespeeld. Ze deed geen striptease ofzo, maar een soort mystieke Oosterse dans. Ze danste in alle grote theaters, De Trocadero, het Olympia. Het is niet te geloven zoveel geld als ze kreeg. En dan denk je, Parijs? In de tijd van de impressionisten was er al de Can Can, was er al de Moulin Roge, was er al Picalle. Als je tieten wilde zien, ging je niet naar Mata Hari. Voor de elite was haar oosterse dans wellicht een alibi, omdat men niet naar die andere tenten durfden te gaan, een soort van kunstliefde. Maar dan nog.”

Karakter van Mata Hari
“Het karakter van Mata Hari? De vrouw was zo plat als een dubbeltje. Zeer ambitieus, zeer gericht op ego, zeer ijdel. Heel opportunistisch. Neem dat verhaal met dat dochtertje. Ze is twee keer naar Parijs gegaan om furore te maken en beide keren liet ze zonder omhaal haar dochtertje achter bij haar ex-man MacLeod. Toen ze later tijdelijk in Nederland kwam, wilde ze dat dochtertje opzoeken. Maar om te zeggen dat ze vreselijk haar best heeft gedaan. Ze is natuurlijk ook het slachtoffer geworden van haar ijdelheid en opportunisme. Plat karakter: geld, macht, Ik heb er geen diepgang in aangetroffen. Het is niet iemand die zich bezig heeft gehouden met de Kunsten. Ze was zeer oppervlakkig, vergat altijd alles en was in meerdere opzichten dan ook volstrekt ongeschikt om een spion te zijn. Ze kon wel met iedereen in bed liggen en zowel van haar Duitse minnaars als van haar Franse minnaars veel horen, maar daarom was ze nog geen spion. Dat zei die Schragmuller, hoofd van de Duitse inlichtingdienst, in 1934 ook. “Het zou heel dom zijn geweest om haar als spionne in dienst te nemen.”

Neergang van Mata Hari
De periode waarin Mata Hari gespioneerd zou hebben ligt in de Eerste Wereldoorlog. Zij is dan al op haar retour. Hoewel ze minnaars aan de lopende band heeft, komt zij artistiek gezien niet meer aan de bak. Ook kan ze door de uitgebroken oorlog niet naar Frankrijk waar ze in een huis van een rijke minnaar mag wonen. Ross schets haar neergang als zijnde onvermijdelijk “Tijdens de Eerste Wereldoorlog begint ze aan haar leeftijd te denken. Ze weet dat ze ingehaald wordt door de tijd. Ze weet dat er navolgsters zijn die strakker, mooier zijn en die meer durven. In die tijd komt de striptease ook op. Ze nam weliswaar een contract in Berlijn aan, maar alleen voor het geld. Ze haatte Duitsers. Ze sliep wel met ze. Ze had daar ook een rijke minnaar zitten, maar het liefst had ze niets met Duitsland te maken gehad. Dat ze er in 1914 naar toeging, kwam alleen omdat ze in Parijs uitgerangeerd was. Het huis dat ze bewoonde in Neuilly waar ze steeds naar terug wilde, was niet van haar maar had ze te leen van een bankier, van een rijke minnaar. Ook die relatie was eindig want de vrouw van die bankier had het gemerkt . Maar die bankier had gezegd je mag er wel blijven wonen. Toen de boel losbarstte en de wereldoorlog begon waarschuwde men haar dat ze weliswaar Nederlandse was maar dat men haar associeerde met Frankrijk en dat ze beter weg kon gaan. Ze ging naar Nederland en was echt wanhopig. Als je de brieven ziet die ze vanuit Den Haag schrijft aan haar rijke minnaars in Frankrijk onder wie de Franse minster van Oorlog, Adolphe Messimy, dan krijg je medelijden met haar. Ze biedt Messimy aan om voor hem te spioneren. Niet dat ze het echt wilde, want ze wist dat ze het niet kon, maar ze had geld nodig. Ze liep tegen de veertig, had geen contracten meer Ze heeft daarna ook nooit meer opgetreden. Wie had er nog zin in Mata Hari? Ook Messimy niet, want die sloeg haar diensten beleefd af. ”



Mata Hari spionne?
Tomas Ross heeft alles over en van Mata Hari gelezen. Niemand die beter in staat is zin en onzin van elkaar te scheiden. “Het is onzin dat ze gespioneerd heeft voor de Duitsers. Dat heeft ze niet. Kijk, ze zit lang gevangen onder de meest kloterige omstandigheden. En men vraagt haar steeds weer of ze de geheimzinnige Duitse spion is met de codenaam H21. En dan na een maand of 4 of 5 zegt ze letterlijk: “Ja, ik was H21”. Nou, je weet wat er gebeurt met mensen die lang vastzitten en die wanhopig zijn. Ze mocht de deur niet uit, de post werd niet doorgestuurd, ze had hongeroedeem, ze had syfilis, ze had geen medische behandeling. Als je de foto´s ziet van haar in de gevangenis dan zie je een verwarde opgeblazen vrouw. Het is geen wonder dat ze toen heeft bekend. Overigens, later heeft ze alles weer ontkend. En als je het nagaat dan heeft ze het ook niet gedaan, De Fransen zeggen zelf: “Ze heeft zich niet eens aangeboden. Wij hebben haar in dienst genomen.” Dat hebben ze ook gedaan. Als ze bij de autoriteiten een pasje aanvraagt om naar haar minnaar in Vitel te gaan, zeggen de Fransen: “Mevrouw Mata Hari, we weten dat u al eerder heeft aangeboden om voor ons te spioneren omdat u Frankrijk een warm hart toedraagt. Wij willen graag gebruik maken van uw diensten en dan is ze blij. Ze vraagt niet eens geld, wat ze normaal altijd deed. Er blijven natuurlijk vragen. Maar in de boeken die haar wel schuldig verklaren aan spionage voor de Duitsers wordt gezegd: Ze wilde wraak nemen op Frankrijk omdat men in eerste instantie haar diensten had afgewezen. Ze had geld nodig en ze had veel Duitse minnaars en andere contacten, dus toen heeft ze de boel omgedraaid en is voor de Duitsers gaan werken. Maar er is nooit ergens aangetoond dat Mata Hari ooit ergens een spionageopdracht voor de Duitsers heeft uitgevoerd. Dat staat niet in de archieven. Ze heeft nooit iets doorgegeven aan de Berlijn. Ze had natuurlijk enorm veel minnaars en ik vermoed dat ze heel veel heeft gehoord. Maar, ze heeft alles eerst doorgegeven aan Parijs. En bovendien, in Duitsland hield men alles heel nauwkeurig bij. En in de Duitse archieven komt Mata Hari niet voor. Ze hadden inderdaad een spionne in dienst met de codenaam H21. Maar dat is volgens de Duitsers Clara Benedict, een vrouw van vrijwel dezelfde leeftijd als Mata Hari die bovendien een sprekende gelijkenis met haar vertoonde. Als Mata Hari al maanden in de gevangenis zit, dan nog stuurt de Duitse attaché uit Madrid telegrammen naar Parijs met instructies voor H21. Dus dat kan nooit Mata Hari geweest zijn. Dat was iemand anders. Ook in de archieven van de Engelse inlichtingendienst MI5, die inmiddels geopend zijn, staat dat H21 Clara Benedict is. Ze was een vrouw die gerekruteerd was in het Duitse spionagecentrum in Barcelona. In een fictieboek zou je het allemaal niet durven verzinnen.”

Waarom geëxecuteerd?
Hoewel Tomas Ross overtuigd is van de onschuld van Mata Hari blijven er wel degelijk gaten in zijn kennis. Hij snapt niet waarom ze door de Fransen is doodgeschoten: “Kijk, als ze al gespioneerd zou hebben, dan heeft ze niet veel gedaan. Dat kan bijna niet, want ze was ijdel en een beetje dommig. Er zijn geen aantoonbare rampen gebeurd door haar inlichtingen en ten tweede: ze is nota bene aangenomen door de Fransen. Alles wat ze van Duitse soldaten en ministers heeft gehoord, heeft ze heel braaf doorgegeven aan Parijs.
De dag na haar executie werd ook geschreven dat Mata Hari het slachtoffer was van hysterie, dat ze een gemakkelijk slachtoffer was omdat ze met iedereen geneukt had. Ik vermoed dat in de archiefstukken die in 2017 vrijkomen, nog een verslag zit van het proces dat zich achter gesloten deuren heeft afgespeeld. Ik ben daar erg nieuwsgierig naar. Ik kan me indenken dat Mata Hari heeft gezegd. “Ik ben onschuldig, maar als jullie me schuldig verklaren dan zal ik godverdomme eens met een aantal verhalen en namen naar buiten komen.”

Honderd minnaars en meer
“En natuurlijk wist ze veel. Ze had met zoveel belangrijke mannen geslapen. Ik heb het niet in het boek geschreven maar ik las later dat het zeer waarschijnlijk was dat ze zelfs een relatie met onze premier en met de president van Frankrijk heeft gehad. Als je het lijstje minnaars opschrijft, geloof je je ogen niet. Ik ben bij honderd opgehouden met tellen. En allemaal topjongens: bankiers, industriëlen, Picasso, onze schilder Israel, Prins Hendrik, premier Cort van der Linden, kolonel Van der Capellen, haar vaste minnaar in Nederland, de Franse minister van oorlog Messimy, Von Kalle, het hoofd van de Duitse spionagedienst in Barcelona, de industrieel Alfred Kiepert, het hield niet op. Dus ze moet fantastisch zijn geweest in bed, dat kan niet anders. Dus altijd een vrouw met platvoeten nemen(haha).
Teveel hoge heren hadden boter op hun hoofd. Men kon het helemaal niet hebben dat Mata Hari een boekje open zou doen. Maar dat zou alleen gegaan zijn over haar bedgenoten en niet over haar zogenaamde spionagewerk. Ik kan met niet indenken dat ze met dat karaktertje van haar heeft gedacht dat ze een taak had, een heldenrol moest vervullen, iets meer doen dan alleen maar haar borsten laten zien. Ik kan me niet voorstellen dat ze meer diepgang wilde in haar leven. Daar was ze te ijdel en te dom voor. Dat paste niet bij haar. Maar dat maakt het raadsel zo groot. Waarom schiet je haar dood? Omdat je een blunder hebt begaan door haar aan te nemen? Dat is het gat waar ik nog steeds geen antwoord op heb.”



Over de auteur

Kees de Bree

86 volgers
13 boeken
0 favorieten
Auteur


Reacties op: Interview Tomas Ross

 

Gerelateerd

Over

Tomas Ross

Tomas Ross

Tomas Ross (Den Bommel, 1944) is het pseudoniem van Willem Hogendoorn. Hij is auteur en scenarist, en vooral bekend geworden door een groot aantal misdaadromans in het faction...