Advertentie

Hebban vandaag

Interview /

Interview Willem Asman

Na zijn twee erudiete boeken De Cassandra Paradox en Britannica, beide van internationale allure, verraste Willem Asman vriend en vijand met zijn beste boek tot op heden, Wondermans Eindspel, waarin oud-minister Jaap Vos, in wie we moeiteloos Jan Pronk herkennen, in opdracht van de Verenigde Naties naar Afrika reist om vrede te stichten. Het is een boek over een man met een missie, over het verdriet van Afrika en over de treurig makende mechanismen van hulporganisaties. Een boek ook die qua sfeer en intonatie doet denken aan de boeken van Graham Greene en John le Carré. Mooi dus, héél mooi.






















Wie met Willem Asman praat wordt overweldigd door de energie die hij uitstraalt. Zijn onafgebroken stroom aan woorden en gedachten, de onderwerpen die over elkaar heen tuimelen, de talloze terzijdes, ze maken duidelijk waarom Willem Asman zo enorm veel werk heeft aan het herschrijven van zijn boeken. Het maakt ook duidelijk waarom Het Genootschap van Nederlandse Misdaadauteurs hem onlangs heeft gekozen tot nieuwe voorzitter. Hier zit een man met charme en daadkracht, een organisator en bovendien een gedreven schrijver.

Dromen van bestseller
Asman’s gedrevenheid en afkeer van vrijblijvendheid zijn een zegen, maar wel een zegen met een nadeel. Hoewel zijn boeken door de critici alom geprezen worden, heeft het publiek zijn boeken nog niet massaal omarmd. “Ik maak het mezelf erg moeilijk. Ik schrijf niet in keukentaal en ik ben niet zo goed in herhalingen. Bovendien is het moeilijk om mijn boeken in een hokje te stoppen en dat is iets wat het publiek, vanwege de herkenbaarheid, graag doet. Ik heb een historische thriller geschreven, een avonturen thriller en nu een psychologisch politieke thriller. In welk hokje zit ik nu eigenlijk? Het hokje is misschien dat ik niet in een hokje zit. Verdomde lastig. Maar, waarom doe ik dit? Ik vind het leuk om te schrijven. Dat neemt niet weg dat ik natuurlijk ook gelezen wil worden. Ik wil er ook 100.000 verkopen, in m’n eerste druk en meteen op 6 in de top 10 komen. Misschien gaat me dat ook lukken, maar ik denk niet dat ik die bewuste keuze kan maken. Tot nu toe is het me niet gelukt om van tevoren te beslissen dat ik ook een makkelijk boek ga schrijven.”


Voorzitter GNM
Willem Asman is pas benoemd tot nieuwe voorzitter van Het Genootschap van Nederlandse Misdaadauteurs, een belangenvereniging ooit opgericht door Tomas Ross, Rinus Ferdinandusse en René Appel. “In het begin was er veel om voor te vechten. Het GNM werd opgericht in een tijd dat er behoorlijk werd neergekeken op het genre. Daar wilde men verandering in brengen. De aangesloten auteurs wilden ook dat Het Genootschap de contractonderhandelingen ging doen. Dat was een goede zaak en men heeft veel bereikt. Tegenwoordig hoeft niemand zich te schamen als hij met een spannend boek ergens binnenkomt. Dus ik denk dat we toe zijn aan een volgende fase, een volgend doel. Dat komt goed uit, want ik ben niet iemand die de boel gewoon gaat onderhouden. Ik zal me niet als de redder des vaderlands positioneren, dat ben ik niet. Vroeger was er weinig haast, was er tijd voor oude verhalen. Maar nu is het een miljoenenbusiness. Van elke twee boeken die er verkocht worden is één boek een misdaadroman. Geweldig. Het genre staat, qua standing, qua verkoopaantallen, alles. We zijn nu toe aan iets nieuws. Ik houd niet van hetzelfde, dus ik zie wel een taak. Ik moet verleden, heden en toekomst met elkaar verbinden. Het GNM is een vrolijke anarchie, een geweldige club mensen. Dat is ook de reden dat ik ja heb gezegd tegen het voorzitterschap. Ik ben best vereerd.”

Andere weg
In ons gesprek een jaar geleden zei Asman dat hij zijn volgende boek heel anders ging aanpakken. Ditmaal geen maandenlange research en dan in het wilde weg gaan schrijven, maar nu eerst alles op rij hebben. “Ik had tijdens het herschrijfdrama van Britannica besloten dat ik het anders zou gaan doen. Bij mijn eerste twee boeken deed ik maar wat. Ik begon en ik zag wel hoe het liep, in de hoop dat het uiteindelijk allemaal bij elkaar zou komen. Bij herschrijven is dat altijd een probleem, dus ik dacht ik ga kijken hoe andere schrijvers dat doen, dus met een spreadsheet met keurig aangegeven plot, actiescène, seksscène, ontploffing. Een gruwelverhaal om te doen, maar ik wilde het toch proberen. Het onderwerp had ik al, dat was Afrika. Sinds mijn eerste boek volgde ik de gebeurtenissen in Afrika al. Maar ik had me tot doel gesteld pas te beginnen als ik een begin en een einde had. Dus ik ging zitten en binnen twee maanden had ik mijn spreadsheet klaar en toen ben ik gaan schrijven en binnen vier maanden was het boek af. En ik vond het een drama, ik vond het zo’n slecht boek. Ik gaf het aan mijn vader en ik schaamde me dood. Maar mijn vader zei dat hij het niet kon wegleggen en dat het het beste was dat ik ooit geschreven had. Ik vond het nog steeds helemaal niks. Ik gaf het aan Piet Swinkels van De Bezige Bij en die zei je hebt de volgende stap in je schrijverschap gemaakt. Maar ik heb een vraag voor je: Waar gaat het eigenlijk over? Simpele vraag. Als je 120.000 woorden geschreven hebt moet je toch wel weten waar het over gaat. Ik had natuurlijk wel een antwoord, maar eigenlijk wist ik het niet. Dus toen ging ik met de pest in mijn lijf naar huis, herschrijven. Ik heb twee maanden naar een komma zitten staren terwijl ik dacht: o, wat ben ik een prutser.”

Afrika oplossen
“Als ik terugdenk, ben ik zo woedend en gefrustreerd geweest over die toestand, die ellende in Afrika. Ik dacht namelijk dat in alle knipsels die ik had verzameld en in alle toespraken van Jan Pronk, dat daar het antwoord in moest zitten. Maar je komt er natuurlijk niet uit. Dus die woede zat er in. En ik had mezelf de opdracht gegeven Afrika op te lossen. Dat kan natuurlijk niet in zo’n boek. Op een bepaald moment dacht ik: In plaats van geweld heeft dit boek misschien mededogen nodig. Mededogen met mijn hoofdpersoon maar ook met mij, want ik ben ook maar een mens. Waarom moest ik Afrika oplossen? Ik dacht, ja natuurlijk ik moet van mijn hoofdpersoon Jaap Vos een mens maken. Geen woedende machine die door Afrika raast in een poging om de verschillende partijen aan tafel te krijgen en vrede te stichten. Door die switch is het boek veel rijker geworden. Ik kon de feiten loslaten. Ik hoefde niet meer uit te leggen hoe het in Kenia en in de Congo zat. Ik kon plotseling met Jaap meevoelen, met de mens, in plaats van hem te zien als een soort robot die in opdracht van de VN wel eventjes voor vrede zou zorgen. Het was in eerste instantie een boek zonder hart: ik was boos op Afrika, op mijn hoofdpersoon en op mijzelf. Daarom heb ik met herschrijven net zoveel moeite gehad als met mijn vorige boeken. Wat dat betreft heeft het trucje van de spreadsheet niet geholpen. Maar technisch gesproken is het goed geweest, het is nu wel één verhaal.”

Kofi Annan
Wie Wondermans Eindspel leest zal in de gedreven gedaante van Jaap Vos die zand, storm, hitte en vijandig gezinde Afrikanen trotseert om zijn laatste kustje te realiseren moeiteloos voormalig minister Jan Pronk herkennen. Soms is het echter moeilijk om uit te maken of hij het doet uit bevlogenheid of uit eigenbelang. Idealisme of egoïsme? “Ik denk dat het door elkaar heenloopt. Jaap Vos is een ijdele man. Dat kan niet anders. Maar dat geldt ook voor Kofi Annan die Vos de haast onhaalbare opdracht om binnen zeven dagen voor vrede te zorgen. Maar ook Bush en Obama zijn ijdel. Misschien geldt het wel voor het grootste deel van de mensheid: we doen alleen maar wat ons goed uitkomt en dat verpakken we natuurlijk op een mooie manier Kijk maar naar instanties als Het Rode Kruis, Artsen zonder grenzen, Verenigde Naties. Dus Jaap is bevlogen, ijdel, en hij is redelijk blind. Hij is zo’n true believer. Hij gelooft zo in zijn eigen gelijk, ook al probeert iedereen hem te waarschuwen Maar hij luistert niet. Hij ziet een aantal dingen als persoonlijk onrecht, in de trant van Hoe kan mij dit overkomen? Dat is natuurlijk wat vaker gebeurt. Dat is de tijdgeest ook. Alles is persoonlijk en wij moeten gehoord worden. We hebben natuurlijk allemaal het Grote Gelijk.”

Hulporganisaties
Het Afrika dat door de mensheid in de steek wordt gelaten is het Afrika waar genocide, kindsoldaten die elkaar afmaken, miljoenen vluchtelingen en corrupte leiders aan de orde van de dag zijn. Het grote verdriet van Afrika, waar Asman persoonlijk een oplossing voor had willen vinden. Maar hij niet alleen. Talloze hulporganisaties bevinden zich in Afrika om hun diensten te verlenen. Organisaties waar Asman grote kanttekeningen bij maakt. In zijn boek trekken alle hulporganisaties zich schielijk terug als er een nieuwe oorlog dreigt uit te breken. “In werkelijkheid is dat niet zo. Waar het mij om gaat is dat een organisatie als de VN heel veel belangen heeft en één daarvan is maar de wereld verbeteren. Een andere is de oorlog in stand houden, dat komt natuurlijk voort uit een soort drang om voort te blijven bestaan.
Weet je, als hulporganisaties willen blijven bestaan, dan moeten zij zorgen dat er donaties komen voor hun bedrijf inclusief hun juridische afdeling, hun marketingafdeling en hun peperdure reclamecampagnes. Dus redelijk cynisch doorgedacht en gezegd, hebben zij een belang bij de shit in de wereld. En dat is het motto dat ik van John le Carré gepikt heb: “For as long as there are bullies and liars and madmen in the World, your chosen profession is perfectly secure.” Ik vind van dat soort organisaties dat ze moeten nadenken over wat ze aan het doen zijn. Ze moeten in de spiegel kijken en denken: “Hoort het wel dat we bij de eerste de beste beelden van slachtoffers, het liefst kinderen, dwingend aan de mensen vragen om NU geld te geven? Ik vind dat zij zich ook zouden moeten verantwoorden over wat ze aan het doen zijn.”

Opstanden geregisseerd
De hulporganisaties laten zich ook voor het karretje spannen van criminele elementen in Afrika. Er zijn daar paramilitairen die met opzet kinderen verminken om zo de wereld over te halen geld te doneren dat zij kunnen inpikken. De hele wereld weet hoe het werkt.
Ik kan me herinneren dat er in Afghanistan ophef was over Geert Wilders film Fitna. Je zag een aantal mannen in de woestijn met borden die met hetzelfde handschrift in dezelfde soort verf opruiende kreten bevatten. Veertien of vijftien mensen stonden er. En die maakten zich erg boos over Fitna. Die gasten zijn geronseld. Die krijgen allemaal een kopje thee. Ze hebben natuurlijk allemaal keurig gewacht tot de cameraploegen aanwezig waren en toen het geluid getest was en de camera’s klaar stonden, begonnen ze boos met hun borden te zwaaien. Tot de camera’s uitgingen. Die beelden zijn de hele wereld over gegaan. Het is business geworden. En laten we in hemelsnaam niet de fout maken om te denken dat Afrikanen niet leren. Die leren natuurlijk ook. Wij in het westen hebben er belang bij om bad guys te creëren.
Zimbabwe komt eigenlijk door Mugabe zeggen we. Het is te simpel voor woorden. Ik wil heus niet de media de schuld geven vanwege het feit dat ze uitsluitend soundbites ventileren, maar van politici mag je toch verwachten dat ze er iets anders mee omgaan. Maar die doen ook mee aan het spel. Die willen gekozen worden, als woordvoerder of als volgende lijsttrekker. Het is natuurlijk heel menselijk. Allemaal hard werkend, allemaal een beetje hart voor de zaak, allemaal ijdel. Hoe kom je daar nu uit? In mijn boek hoop ik dat Jaap aan het einde van het boek in ieder geval een deel van de oplossing voor zichzelf gevonden heeft.”

Jan Pronk
“Ïk heb er even aan gedacht om Jan Pronk te bellen. Het had gekund, maar ik heb het bewust niet gedaan. Ik dacht wat zou ik hem willen vragen? Nou in ieder geval: hoe de ontvangstkamer van Koffi Anan eruit ziet. Maar dat weet hij natuurlijk niet, daar is hij helemaal niet mee bezig. Die man is werkelijk bezig om het beste te doen voor de wereld, voor zijn partij. Ja, en natuurlijk weet hij dat zijn huwelijk misgaat, maar hij moet door.
Ik kom zelf uit een rood nest. Wat ik beschrijf komt uit mijn vingers, dat heb ik ook bij mijn vader gezien. Bij Pronk zag je het in viervoud: dat lijden, die bevlogenheid, het geloof dat je alles moet delen. Ik heb altijd PvdA gestemd. Misschien als uitstapje wel eens PSP bij de waterschapsverkiezingen, om een signaal te geven, dus Pronk had ik steeds voor ogen. Ik had nooit zo’n boek over Lubbers kunnen schrijven, snap je. Ik zit niet genoeg in die kant van de Nederlandse politiek. Maar ja, ik beschrijf met Jaap Vos niet het leven van Jan Pronk, het is geen documentaire. Ik wilde in Wondermans Eindspel niet verzuipen in een politiek pamflet.

Graaien
De ongelijkheid in Afrika is gigantisch. De werkloosheid is gigantisch terwijl een kleine groep aan de macht gigantisch graaiend zichzelf verrijkt. Een dergelijke situatie wordt ook in Wondermans Eindspel beschreven. Zelfs de armste Afrikanen verwachten dat hun leiders zich zelf bovenmatig goed verzorgen: “Ik denk dat dat zo is. Stel nou dat ik president word, dan ga ik toch meteen mijn vriendjes bellen, want die vertouw ik. Ja ze moeten natuurlijk wel knap in het pak zitten, een beetje mooie schoenen, mooi huis in dezelfde wijk als ik, dan doen we er een mooi hek omheen en laten we het goed bewaken. Daar begint het al mee. En we moeten een rode loper en een regeringsvliegtuig, want stel je voor, ze zien ons aankomen met onze peniskoker bij de Verenigde Naties. Dat kan toch niet. Zij spelen een rol, met liefde overigens. En wij in het westen spelen een rol. Wij spelen de rol dat wij wel even in Afrika gaan uitleggen hoe het moet en we gaan sancties opleggen en we gaan hier duwen en daar duwen. En het enige dat we dan weten is: ja als Mugabe maar weg is, dan wordt het allemaal beter. Dat hebben we dus eerder gehoord. We hebben dus geen fluit bijgeleerd. En bovendien er spelen veel te grote belangen mee. Waarom zouden we het veranderen? En dan hebben we het nog niet eens over de enorme diversiteit. Er zijn gigantisch veel talen en religies en stammen in Afrika. Er is geen éénheidsoplossing aan te dragen voor al die verschillende mensen en groeperingen.
Wij denken dat we gelijk hebben en als de mensen het niet begrijpen of zich niet zo gaan gedragen als wij willen, dan denken we dat we het nog een keer moeten uitleggen. We moeten de boodschap anders verpakken. En er is helemaal niemand die zegt: Ik heb het fout gedaan. Artsen zonder grenzen zullen niet in de pers zeggen dat ze verkeerd bezig zijn geweest. Natuurlijk niet, maar ik hoop dat ze gaan nadenken over hun functioneren. Dat geldt ook voor de VN en Wilders en Balkenende. Allemaal een stapje terug. Allemaal.”

Drastische eerste versie
In de eerste versie van Wondermans Eindspel was de oplossing die Jaap Vos voor het probleem had anders dan in de uiteindelijke versie van het boek: “In mijn eerste versie liet ik mijn woede nog de vrije loop. Mijn oplossing was dat Jaap Vos op de knop drukte. Hij stond boven op de stuwdam en hij drukte ten einde raad op de knop. Radeloos en ontmoedigd dacht hij “Dan maar…” En daarna liet hij de boel ontploffen. Al die diplomaten zouden dus verdrinken. Belachelijk einde natuurlijk. Het was een drastische oplossing, maar ik wist het niet meer, de Afrika-problematiek was zo persoonlijk geworden.”

Boek over Jaap, niet over Afrika
De research die Asman gepleegd heeft is enorm. Hij heeft die overdaad aan kennis ook werkelijk nodig om tot schrijven te komen. “Ik heb research nodig in de zin van gevoel krijgen voor. Kijk, ik schrijf niet over Afrika, ik schrijf over Jaap Vos die in Afrika rondreist. En Jaap Vos heeft een beeld van Afrika. Ik schrijf geen feitelijk boek. Natuurlijk moeten de feiten kloppen, maar het is geen documentaire. Feiten zijn niet mijn doel geweest. Het was niet mijn doel om Afrika te beschrijven, maar de mechanismen en reflexen te signaleren. Hoe gemakkelijk wij vinden dat iets een schande is om vervolgens de bladzijde om te slaan naar iets luchtigers. Schande van die toestanden in Dafur en Zimbabwe. Pfoee. Stuur Pronk er maar naar toe. Maar vervolgens, als Pronk er is, houden we ons bezig met Lubbers die met zijn handen aan de kont van een dame heeft gezeten en met Melkert die zijn vriendin een goede positie gaf of met die dame die ten onrechte geld voor haar dure appartement incasseerde, terwijl ze minster van ontwikkelingswerk was. Wij hollen van nieuwsitem naar nieuwsitem, van de ene rel naar de andere. In vredesnaam, even ademhalen.
Als we nu allemaal eens wat meer, luisteren en wat minder toeteren. Ik doe er natuurlijk ook aan mee. Ik wil ook bij Pauw en Witteman, want daar verkoopt mijn boek beter door. Het is niet dat ik er kritiek op heb, maar ik constateer het. En het is niet de oplossing.”

Sfeer
In Asmans eerste boek De Cassandra paradox deed hij veel aan sfeerbeschrijving. Dat lijkt nu iets minder te zijn. “Dat is ook zo. Ik beschrijf Afrika als het Afrika uit de reisgids. En iedereen denkt: wat doet die man dat toch beeldend. Dat doe ik helemaal niet. Ik gebruik clichés op een dusdanige manier dat mensen er van alles en nog wat in herkennen. Sfeer beschrijven is ook wel een beetje mijn zwakke punt. Wat natuur betreft maak ik me er altijd maar een beetje vanaf. Bij mijn eerste boek De Cassandra Paradox heb ik nog geoefend. Ik zat echt na te denken over hoe ik een bepaalde berg moest beschrijven. Maar dat heb ik losgelaten.”

Volgende boek
“Ik heb een zestal ruwe ideeën liggen, maar ik ben nog niet begonnen. En misschien wordt het wel mijn zevende idee. Toen ik hier bij de uitgeverij binnenkwam, zei de directeur van de Bezige Bij terwijl hij naar een grote boekenkast wees: En daar kom jij. Je gaat vier boeken schrijven in vier jaar. Ik vond dat idee prachtig, stoer, maar nu denk ik waarom eigenlijk? Ik heb nu drie boeken in drie jaar tijd en ik wil nu wat gas terugnemen. Ik heb fysiek gevochten met Wondermans eindspel. Ik denk dat ik nu pas van start ga als het begint te kriebelen en ik in een soort roes kom. Beter dan te gaan zitten en te denken nu moet ik mijn volgende boek gaan schrijven. Maar dat komt wel. Rustig aan eventjes. Gas terug, dat is goed voor mij.”



Over de auteur

Kees de Bree

86 volgers
13 boeken
0 favorieten
Auteur


Reacties op: Interview Willem Asman

 

Gerelateerd

Over

Willem Asman

Willem Asman

Willem Asman (1959) studeerde Nederlands en voltooide in 1985 zijn studie aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit van Amsterdam. Hij werkte vijftien jaar bij Oracle Corporation...