Advertentie

Hebban vandaag

Column /

Jelmer Jepsen: Ben ik te min?

door Jelmer Jepsen 1 reactie
Jelmer Jepsen ging met zijn uitgever mee naar een grote boekeninkoopbeurs om zijn nog te verschijnen roman 'De Circusvrouw' aan de man te brengen. Maar boekhandelaren zijn kritisch en dat maakt zelfs een schrijver onzeker. Gelukkig wist Jelmer zich te herpakken!

Ben ik te min?

Een paar weken geleden werd ik door mijn uitgever uitgenodigd mee te gaan naar een grote boekeninkoopbeurs. Op zo’n beurs doen boekhandelaren hun inkopen voor de komende maanden. Iedere uitgever heeft er een kraam waar om de beurt een boekhandelaar aanschuift, die dan zijn keuze uit het aanbod maakt.
Ik zat dus ook een dag achter een kraam, en mocht er mijn eigen boek aanprijzen. Makkelijker gezegd dan gedaan, want waarom zou een boekhandel De Circusvrouw eigenlijk in moeten slaan? Mijn eerste pogingen als verkoopmedewerker verliepen dan ook nog wat verlegen en moeizaam, maar na een tijdje had ik de slag te pakken, en kon ik mijn boek in minder dan een minuut ‘pitchen’. Dit houdt globaal in: vertellen waar het boek over gaat, wie de doelgroep is en waarom De Circusvrouw toch echt niet mag ontbreken in het assortiment.
Het gaf echt een kick om inkopers na mijn verhaal vier of vijf boeken te zien bestellen, terwijl ze er aanvankelijk maar één of twee (of geen een) wilden hebben. Ook was het leuk om met mensen uit het vak over mijn boek te praten, maar het leverde soms ook pijnlijke momenten op. Een aantal boekhandelaren nam geen blad voor de mond, en meldde me zonder scrupules dat ze mijn boek niet bliefden, omdat het volgens hen geen Grote Literatuur zou zijn, en dus niet in hun goed geoutilleerde winkel thuishoorde.
Inderdaad.
Pijnlijk.
En na zo’n opmerking dook ik aanvankelijk steeds even huilend weg achter de tafel, hopend dat mijn stoel de grond in zou zakken en ik zou herrijzen op een strand in Honolulu, wat nooit gebeurde waarna ik dan maar snel over iets anders begon, over de prachtige cover bijvoorbeeld, koop het boek dan daarom!
 
Maar al snel wist ik mijzelf te herpakken. Want wat ís literatuur eigenlijk? Wat bedoelde zo iemand nou precies met een dergelijke opmerking? Wie bepaalt wat literatuur is? Zo’n vakgespecialiseerde boekenworm, of een onbevangen lezer? En kan het mij überhaupt wat schelen?
Een paar jaar geleden zag ik bij DWDD een vermakelijk debat tussen Saskia Noort en Connie Palmen. Aanleiding voor deze discussie was een sneer van Palmen naar Noort op het Boekenbal. Connie Palmen scheen daar rond te hebben gebazuind dat auteurs als Saskia Noort ‘zich dienden weg te scheren uit het land van de literatuur’, en ook werden Noort en haar collega’s uitgemaakt voor ‘nietsnutten’. In het televisiegesprek zwakte Palmen haar woorden wat af, en wat overbleef was de vraag: wat is literatuur? Kortgezegd vond Connie dat literatuur een kunstvorm moest zijn, ontdaan van alle clichés. Noort vond dat het publiek maar moest bepalen wat literatuur was, en dat clichés daar best een plaats in konden hebben, als ze maar vernieuwend gebruikt werden.
 
Het zal jullie niet verbazen dat ik me veel meer verwant voel met een inzicht als dat van Noort als van Palmen. Clichés? Mijn verhalen staan er bol van, leuk juist, maar ik denk hierbij inderdaad wel dat ik deze clichés vooral gebruik om ze op hun kop te zetten. Wat zit er achter dat cliché? Wat houdt die lieve, zorgzame zoon voor ons achter? Wat schuilt er onder het laagje vernis van die voorbeeldige buurvrouw? Wat gebeurt er op een zonnig eiland als de zon onder is?

Ben ik wel literair genoeg? Het is een vraag die me als sinds het begin van mijn schrijfcarrière bezig houdt, zo erg zelfs dat mijn agent me een tijdje lang verbood het onderwerp nog aan te snijden. "Jelmer, kijk alleen even naar de naam van dit bedrijf," kon hij met rollende ogen zeggen. Literair agentschap, staat er. Hoe duidelijk wil je het hebben? Wij weten wie we contracteren."
Bemoedigende woorden, maar toch is het gevoel nooit helemaal weggegaan. Op een slechte dag vind ik mijn dialogen niet beter dan die in de Donald Duck, mijn verhaallijn te sensatiebewust, en mijn gebruik van metaforen uitermate banaal.
Op een goede dag zie ik dan heus wel weer dat dat niet volledig waar is, maar goede zelfkennis is een groot goed, dus ga ik er maar gewoon van uit dat in deze gedachten een kern van waarheid schuilt, een waarheid die ook een geoefend lezer als een boekhandelaar makkelijk herkent.

Nee, ik schrijf inderdaad niet voor de lezer die diep filosofische inzichten wil opdoen, niet voor de lezer die een geëngageerd verhaal wil lezen over dood, liefde en leven, en niet voor de lezer die na elke alinea het boek even weg moet leggen om te laten bezinken wat hij net gelezen heeft. Mijn schrijfstijl is, als ik hem zelf zou moeten omschrijven, snel, to the point en lichtvoetig, met een jeukende onderlaag. Veel meer Tros dan VPRO. Veel meer André van Duin dan Micha Wertheim. Mijn karakters rollen in sloten. Scheuren uit jurken. Kijken naar Lingo. Maar daaronder he? Wat zit daaronder?
 
Ja, eigenlijk begreep ik die belezen boekhandelaren wel. Mijn boek zou volledig misstaan tussen Mulisch, Murakami en Aristoteles. Maar als hét zomerboek van 2015 zou hij het helemaal niet slecht doen.
En na deze zin ging de gouden kroontjespen meestal alsnog naar het bestelformulier…

Jelmer Jepsen



Over de auteur

Jelmer Jepsen

42 volgers
6 boeken
0 favorieten
Auteur


Reacties op: Jelmer Jepsen: Ben ik te min?

 

Gerelateerd

Over

Jelmer Jepsen

Jelmer Jepsen

Jelmer Jepsen (1976) bracht in 2013 bij Prometheus zijn debuutroman ‘Vallen al...