Advertentie

Hebban vandaag

Column /

Jelmer Jepsen: Dit had eigenlijk mijn debuut moeten zijn

door Jelmer Jepsen 1 reactie
Vorige maand onthulde schrijver Jelmer Jepsen de titel, het omslag en de flaptekst van zijn tweede roman, 'De Circusvrouw.' Maar hoe ontstond het idee voor deze roman eigenlijk? En waarom had dit boek eigenlijk Jelmers debuut moeten zijn? Je leest het in zijn vijfde Hebban-column.

Anderhalf jaar geleden debuteerde ik bij Prometheus met Vallen als het heet is, een semi-autobiografische roman over een ontwortelde moeder en haar getergde zoon. In april verschijnt de opvolger van dit debuut, De Circusvrouw, bij Xander Uitgevers. En ik kan alvast zeggen: het is een compleet ander boek dan mijn debuut. Weg zijn de autobiografische elementen, weg zijn de raakvlakken met mijn eigen werkelijkheid. De Circusvrouw laat zich denk ik het beste omschrijven als een literair sprookje, als een roman waarin de grenzen van de geloofwaardigheid worden opgezocht, in alle opzichten. Maar hoe ontstond dit idee?

De eerste versie van De Circusvrouw schreef ik ruim vóór mijn debuut. Vier jaar geleden kreeg ik een burn-out. Ik sliep niet meer en had last van paniekaanvallen (ik schreef er voor Volkskrant Magazine dit verhaal over).
Om af en toe toch even te kunnen vluchten uit deze donkere momenten begon ik, vaak midden in de nacht en God weet waarom, met het verzinnen van een verhaal. Eerst alleen in mijn hoofd, later ging ik de dingen maar opschrijven, want het verhaal groeide en groeide maar. En hoe zwarter mijn gedachten waren, hoe kleurrijker de ideeën die ik kreeg. Alles waar ik van hield stopte ik in het alsmaar groter wordende manuscript, eerst onbewust, maar later doorzag ik wat mijn hoofd eigenlijk voor me aan het doen was. Ik was mezelf aan het beter maken door te vluchten in herinneringen aan lange zomers. Aan zonnige eilanden. Aan de kermis. Aan het circus. Aan een dromerig dorp in de bossen, ja, werkelijk alles waar ik blij van werd kreeg een rol, maar gaandeweg gebeurde er iets vreemds. Hoe fijner ik de ‘omgeving’ waarin het verhaal zich afspeelde inkleurde, hoe zwarter tot mijn eigen verbazing de verhaallijn werd. De mensen die in het prachtige decor rondliepen waren ongelukkig. Boos. Cynisch, en ontheemd. Mijn hoofdpersoon (ik noemde haar Margriet; een lekkere zonnige naam bij een wars, chagrijnig personage) werd een rare, excentrieke vrouw die opgesloten leek te zitten in haar, bij nader inzien, traditionele, bekrompen dorp. Misschien een verborgen metafoor voor mijn eigen situatie op dat moment? Goed, ik ben geen vrouw (joh), maar voelde me destijds wel behoorlijk opgesloten in mijn werk, gewoonten en levensstijl, maar ja, dit is ook maar psychologie van de koude grond, dus ga ik snel verder.

Toen ik een eerste versie van De Circusvrouw af had (toen nog getiteld Ik Vertrek ) besloot ik het op te sturen naar een literair agent. En omdat ik ergens had gelezen dat agenten en uitgevers het waardeerden wanneer je liet zien dat je meer dan één verhaal in je portefeuille had, tikte ik in een middag nog snel drie pagina’s van een andere roman. Iets over mijn moeder en mezelf, een ongemakkelijke scène in een taxi, deels waar, deels verzonnen. Binnen een paar dagen had ik al een reactie. Die roman over die rare vrouw keken ze nog wel een keer naar, maar die drie bladzijden die ik erbij had gedaan, was daar al meer van? Persoonlijke verhalen waren helemaal in, en een zoon die met veel emotie iets schrijft over zijn moeder, dat kenden ze nog niet.

Anderhalf jaar later lag mijn debuut Vallen als het heet is in de winkel. Het werd uiteindelijk een schrijnende roadtrip over een moeder en een zoon. Het boek kreeg goede recensies en veel positieve aandacht. Maar toch knaagde er iets. Had ik me te veel mee laten slepen in het enthousiasme van agent en uitgever, en me verkeken op het naar buiten brengen van een autobiografisch verhaal, en de effecten daarvan op mijzelf en mijn familie? Had ik mijn aanvankelijke manuscript over die doldwaze Margriet niet toch eerst een kans moeten geven? Moeten debuteren met een verhaal waar ik écht achter stond, trots op was, en dat ondanks alle zwartheid plezier uitstraalde?

Inmiddels kan ik deze vraag met een volmondig ‘ja’ beantwoorden. De Circusvrouw had eigenlijk mijn debuut moeten zijn. Niet dat ik spijt heb van Vallen als het heet is, of me ervoor schaam, integendeel, ik had bij het naar buiten brengen ervan gewoon gerijpter willen zijn als schrijver. Gerijpter in het vertellen van een persoonlijk verhaal, gerijpter in het beantwoorden van vragen van de pers hierover.

Gedane zaken nemen geen keer, maar één ding is wel gebeurd: ik durf te zeggen dat ik een betere schrijver geworden ben. Mijn debuut was een harde leerschool, zowel emotioneel als vakmatig. Want waar de eerste versie van De Circusvrouw nog een aaneenschakeling was van kluchtige gebeurtenissen (en ik begrijp nu ook heus wel dat de agent ook mede daarom niet op dit verhaal toehapte), is het nu, al zeg ik het zelf, een gelaagde tragi-psychologische roman geworden. Een verhaal waarin mijn donkerste én zonnigste fantasieën aan bod komen, letterlijk en figuurlijk, en dit keer heerlijk veilig geprojecteerd op een type hoofdpersoon waar ik in niets op lijk.

Jelmer Jepsen

PS: Vers van de pers!
Na al mijn berichten over het tot stand komen van De Circusvrouw zijn jullie vast benieuwd naar het boek zelf. De eerste drie hoofdstukken zijn nu hier te lezen! Veel leesplezier, en dan praten we er volgende maand verder over!



Over de auteur

Jelmer Jepsen

42 volgers
6 boeken
0 favorieten
Auteur


Reacties op: Jelmer Jepsen: Dit had eigenlijk mijn debuut moeten zijn

 

Gerelateerd

Over

Jelmer Jepsen

Jelmer Jepsen

Jelmer Jepsen (1976) bracht in 2013 bij Prometheus zijn debuutroman ‘Vallen al...