Advertentie

Hebban vandaag

Dossier /

Lidewijde leest de favoriet van... Gigi Leestgraag

In deze rubriek kiest Lidewijde – ‘Hoe lees ik?’ – Paris één van de favoriete boeken van een Hebban-lezer, om deze vervolgens zelf te lezen en te bespreken. Ze probeert de kern van de bewondering of het belang te vatten en laat zien hoe het boek werkt, waar je op kunt letten én welke boeken erop aansluiten. Elke aflevering begint met de motivatie van de lezer. Uit de inzenders koos Lidewijde deze maand 'Anna in kaart gebracht' van de Tsjechische schrijver Marek Šindelka, de favoriete roman van Gigi Leestgraag.

Wat zijn de grenzen aan een genre?  

Gigi Leestgraag ontdekte de roman Anna in kaart gebracht door een winactie. Het was voor haar een uitstapje naar niet-Nederlandstalige literatuur. Vroeger las ze veel thrillers maar sinds ze samen met haar dochter op zoek ging naar boeken die op school voor de lijst gelezen mochten worden, ontdekte ze de Nederlandse literatuur en daarin is nog zoveel te vinden.

De roman van Marek Šindelka heeft een speciaal plekje in haar hart: ‘Ik had nog niet eerder iets gelezen met een dergelijke structuur, een dergelijke schrijfstijl vol metaforen, veelkleurige zinnen en zulke mooie motieven. Ik werd er helemaal blij van en wilde het direct opnieuw lezen omdat ik aan het einde pas goed begreep wat ik had gelezen. Ook had ik nog nooit eerder een sneeuwvlok zo mooi beschreven gezien als in dit boek. Zonder de titel zou ik gedacht hebben dat het losse verhalen waren, want in eerste instantie zag ik helemaal geen verbanden. Dat lukte me pas helemaal aan het eind. Ik miste de verhaallijn tijdens het lezen af en toe wel maar ik vond het ook iets verfrissends hebben dat ik niets had om me aan vast te houden. Ik houd er wel van als een boek anders is dan anders, een rare titel heeft of een bijzonder perspectief. En natuurlijk houd ik ook van romans met gewoon een mooi verhaal.’

Het zal duidelijk zijn, nog zonder dat je een woord hebt gelezen: Anna in kaart gebracht is verre van een standaard roman. Deze Tsjechische bestseller was het eerste boek dat van Šindelka in het Nederlands verscheen. Het kreeg ook hier jubelende recensies… maar niet een groot publiek. Ik leerde eerst Šindelka kennen door het tweede boek dat van hem in Nederland verscheen: Materiaalmoeheid. Dat boek vertelt het verhaal van twee broers die vluchten uit laten we zeggen Syrië en in een land als Tsjechoslowakije als wild opgejaagd worden. Ze verliezen elkaar al heel snel uit het oog en al vond ik het gruwelijk wat ik las – de angst, de koude, de onzekerheden, de honger – ik wilde doorlezen. Šindelka trok mij het leven van de broers in. Door in te zoomen op hun levens en van broer naar broer te springen, schiep hij een enorme betrokkenheid én spanningsboog. Ik hapte soms naar adem. Aan het eind liet Šindelka mij vertwijfeld achter. Een duidelijke afloop lijkt er niet te zijn, doordat het tijdsverloop door de schrijver op losse schroeven wordt gezet.

Nu ik ook Anna heb gelezen begrijp ik waarom dat hier geen bestseller werd en ik leerde hoe een jonge schrijver zich in korte tijd enorm had ontwikkeld. Want in Materiaalmoeheid confronteert hij mij – met behoud van eigenheid – met een actuele problematiek. En misschien is dat wat ik vooral miste in Anna in kaart gebracht: ik weet niet wát ik precies heb gelezen, wat mijn rol was als lezer. Vragen die ik niet vaak heb na het lezen van een boek. En ik vroeg me opeens af: Zijn er grenzen aan een genre? Houdt een roman ooit op een roman te zijn? En, hé, wie bepaalt dat? Tijd om Anna nader te onderzoeken!

In tien stukken wordt Anna in kaart gebracht. Althans dat is wat de titel je als richtingaanwijzer meegeeft. Maar die clou hielp mij, net als Gigi, niet heel veel. In de meeste stukken weet ik niet wie er precies vertelt, of laat ik het beter formuleren: in wat voor verhouding die verteller tot Anna staat. Soms is er een ik-verteller, maar de ik-verteller in het ene stuk is niet dezelfde als die in een ander stuk. In de meeste verhalen komt helemaal geen Anna voor. Vaak zijn de personages naamloos en worden ze alleen maar met meisje of jongen aangeduid. Hoe de onderlinge chronologische verhouding van de stukken is, blijft onduidelijk. Al doorlezend ontdekte ik wel dwarsverbanden: een hoofdpersonage uit het ene verhaal duikt als bijfiguur op in een ander, is hij of zij eerst onduidelijk in relatie tot Anna, later blijkt hij een vriend of een meisje dat ze op een feest ontmoette. Lichamelijke kenmerken – een beweging van de lippen – verbinden personages maar of het dan over dezelfde figuur gaat, of dat het om een familieband gaat? Mij was het niet altijd duidelijk.

'Een parel valt meer op tussen matte kiezels dan in een bak van parels.'


In mijn boek Hoe lees ik? introduceerde ik de term ‘stille signalen’. Ik bedoelde daarmee alles wat helpt bij de interpretatie, maar ook alles wat de lezer emotioneel stuurt én wat een tweede laag onder een verhaal bloot kan leggen. Nou deze roman loopt over van de stille signalen en ik moest tot mijn schrik bekennen dat ze mij vaak met een kluitje andere stille signalen het riet in stuurden. Hele bladzijden heb ik vol gekladderd met uitroeptekens, pijlen, strepen en bladzijdeverwijzingen en uiteindelijk dacht ik: Waarom doe ik dit? Ga ik ergens uitkomen? Want afgezien van de onderlinge verbanden zit bijna elke observatie, gedachte en mededeling verpakt in een ruis van metaforen. Het is alsof je een busje met kauwgompjes hebt. Bij de eerste geniet je van het kraken van het suikerglazuur, de eerste scherpte van de mint-smaak en kauw je vrolijk erop los. Bij het tweede kauwgompje ben je al minder verrast en blij enzovoort. Doordat je mond steeds voller raakt kunnen nieuwe kauwgommetjes er steeds moeilijker bij en uiteindelijk heb je een volle mond waarop je nauwelijks nog op kunt kauwen. Zo voelde ik mij bij het lezen: Alles werd een kluwen die ik maar niet kon doorslikken of een plaats kon geven doordat ik niet wist hoe het een zich tot het andere verhield. Bijna alle vergelijkingen, beelden en metaforen zijn schitterend, maar soms worden er vier gebruikt bij een kleine observatie en ontkrachten zo elkaar. Een parel valt meer op tussen matte kiezels dan in een bak van parels. Hoe mooi ze ook zijn. Het teveel haalt de vaart uit het toch al niet makkelijk te volgen verhaal en stuurt continu witte ruis op mij af. Soms zijn de vergelijkingen gewoon totaal fout of te lang aangehouden en gaan ze uiteindelijk mank. En toch, het stuk van het meisje dat de rust in een treincoupé verstoort, weer in balans brengt en weer verstoort, vind ik subliem.

Ik vroeg mij al lezend dus af: Hoe groot is de rek in een genre? Wanneer houdt een roman op een roman te zijn? Als het in losse stukken uiteenvalt? Ik kan daar geen antwoord op geven. Dat bepaalt iedereen voor zichzelf. Ligt het niet gewoon aan mij dat ik de kaart niet naar tevredenheid ingevuld kreeg? Dat ik de draad niet ontdekte? Of dat ik misschien een draad verwachtte waar hij die helemaal niet bedoeld had. Liet Šindelka mij niet juist zien dat, net als in de werkelijkheid, niet alles logisch ineenvalt en klopt? Dat een inzicht kan groeien en dat ik maar een deel heb meegekregen van alle mensen om Anna heen? Dat hij mij geen voltooide kaart gaf? Wil je deze vragen zelf overdenken: lees dit boek. Wil je een spoedcursus literair schrijven, vergelijkingen, metaforen en stille signalen: lees dit boek. Wil je de schoonheid van de observatie, gedachten en taal ontdekken: lees dit boek. Lees in ieder geval het stuk ‘De estafette’, daarin is alles in balans en meteen weet ik: deze schrijver kan wat. En dat wist ik want in Materiaalmoeheid laat hij de overdaad achterwege en met succes.

Geïnteresseerd in andere boeken waarin meer perspectieven samen een verhaal vertellen of waarin een perspectief je eerst op het verkeerde been zet? Lees: de klassieker: De Metsiers van Hugo Claus, Willem Jan Ottens Specht en zoon (een tip van Gigi), Van vogels en mensen van Margriet de Moor of uit het buitenland: Nathan Hills roman  De Nix of De geestverwantschap van David Mitchell.

Lidewijde Paris begon 1 september 2016 met De Lees!ambassade na haar vertrek als uitgever bij uitgeverij Nieuw Amsterdam. Ze wil het literaire lezen op een onderhoudende manier promoten. Van 1999 tot 2006 was zij uitgever van Querido en in 2007 richtte ze uitgeverij Ailantus op die 2011 werd overgenomen door Nieuw Amsterdam.

Haar boek Hoe lees ik? (2016), is een gids vol tips voor leesclubs, boekhandelaren, scholen, beginnende schrijvers en alle andere lezers. In 2018 verscheen het vervolg Hoe lees ik korte verhalen? Beide boeken werden voorzien van illustraties door Emma Ringelding.

 

Fill out my online form.

Meer zien en horen van Lidewijde Paris? Bekijk hier haar agenda!



Over de auteur

Lidewijde Paris - De Lees!ambassade

112 volgers
17 boeken
6 favoriet
Auteur


Reacties op: Lidewijde leest de favoriet van... Gigi Leestgraag

 

Gerelateerd

Over

Marek Sindelka

Marek Sindelka

Marek Sindelka (1984) is een Tsjechisch supertalent. Zijn oeuvre bestaat uit rom...