Advertentie

Hebban vandaag

Interview /

Maurits de Bruijn onderzoekt zichzelf en de ander

In 2012 werd zijn debuut ‘Broer’ lovend ontvangen, nu is daar zijn tweede roman ‘De achterkant van de zon’. Daarmee wilde Maurits de Bruijn vooral weg van het autobiografische element in zijn verhaal: “Nieuwsgierigheid naar de ander is absoluut hetgeen dat ik zou willen uitdragen met dit boek.”


Zijn fictiedebuut Broer baseerde de jonge auteur (1984) op de verdwijning van zijn broer Maarten. Die raakte vermist toen hij een reis door India maakte, De Bruijn was destijds vijftien jaar oud. Jaren later gebruikte hij deze ervaring voor het schrijven van zijn eerste roman, waarin de zoektocht van het hoofdpersonage Wolf naar ‘broer’ uitmondt in een onderzoek naar zichzelf.  

Met zijn tweede roman wilde de schrijver het autobiografische element loslaten, maar ook in zijn nieuwste verhaal spelen de zoektocht naar identiteit en familiebanden een grote rol.     

In De achterkant van de zon vinden de ouders van Soufjan een blonde baby in de woestijn. Ze besluiten haar op te voeden als hun eigen dochter, maar houden haar voor de buitenwereld verborgen. Zeventien jaar later besluit Mariah Carey, zoals Soufjan zijn zusje noemt, terug te keren naar Nederland, waar haar biologische grootouders te vinden zijn. Deze gaan ieder op hun eigen manier om met het verdriet na het overlijden van hun dochter, schoonzoon en kleindochter zoveel jaren geleden. Terwijl Mariah zich openstelt voor een nieuwe, maar tegelijkertijd vertrouwde wereld, berust Soufjan in zijn rol als taxichauffeur in Marrakech. Voor hem betekende Mariah een glimp van het onbekende Westen, een wereld die hij alleen uit films kent: 


'Mariah heeft me de achterkant van de zon laten zien. Een wereld waar ik eerder geen toegang toe had. Ik zag iets unieks dat zich nu weer van me heeft afgewend. Zelfs wetenschappers weten niet precies hoe snel het gebeurt, maar de zon draait wel degelijk om haar as. Het is alleen lastig te zien, want ze is zo stralend dat niemand er grip op kan krijgen.' Uit: De achterkant van de zon 

  

Broer had een autobiografisch verhaal als basis. De Bruijns nieuwste roman lijkt in eerste instantie volledig fictief, maar vertoont toch ook overeenkomsten met de jeugd van zijn moeder. Zij werd toen ze een paar maanden oud was door een nieuw gezin opgenomen, nadat haar Joodse ouders en zusje in de oorlog werden gedeporteerd.  

In hoeverre heb je je door eigen ervaringen, of die van mensen die dicht bij je staan, laten leiden bij het schrijven van dit boek?

‘Het zou te ver gaan om te zeggen dat het boek overeenkomsten vertoont van met de jeugd van mijn moeder. Zij is inderdaad, net als het baby'tje in De achterkant van de zon, als verweesd meisje opgenomen in een ander gezin, maar daar houden alle gelijkenissen op. Het verhaal van mijn moeder speelt zich af tijdens de Tweede Wereldoorlog en al speelde onthechting natuurlijk een grote rol in die tijd, denk ik dat het een ander karakter kent. Ik zou graag schrijven over dat specifieke verhaal, maar dat verdient absoluut een eigen boek.’  

Hoe spannend was het om een tweede roman te publiceren, waarvan na je lovend ontvangen debuut misschien wel veel verwacht werd?

‘Het was zeker spannend, maar die spanning werd vooral veroorzaakt door de druk die ik mezelf oplegde. Ik wilde niet nog een keer een Broer schrijven, wilde leren de lezer meer aan de hand te nemen, een strakker plot uit te werken, en wilde boven alles weg van het autobiografische en me richten tot een grotere context.’  

In tegenstelling tot de situatie in Broer lijkt die in De achterkant van de zon wel minder uitzichtloos: het onderzoekt de mogelijkheden van een nieuw begin en het ontdekken van een nieuwe wereld. Heb je deze roman voor je gevoel ook met een andere insteek geschreven dan je debuut?

‘In Broer poogde de hoofdpersoon zich te verhouden tot een groot verlies. In zekere zin is De achterkant van de zon gekleurd door het positief van dat gegeven. Wat als het leven je iets geeft? Misschien kan dat wel even pijnlijk zijn als dat gebrek.’  

Familiebanden staan in De achterkant van de zon opnieuw centraal. Kun je iets vertellen over het belang van familie in jouw persoonlijke leven?

‘Ik ben op een punt in mijn leven aanbeland waarop veel mensen om mij heen een gezin stichten. Het ene na het andere geboortekaartje valt door de bus en al denk ik zelf niet aan het krijgen van kinderen, merk ik dat het belang van familie meer op de voorgrond treedt. Maar waar mijn vrienden vooruitkijken en gezinnen stichten, kijk ik eerder achteruit en wordt mijn achtergrond voor mij steeds belangrijker.

Tijdens het schrijven van Broer, was voor mijzelf de grote vraag hoe de vermissing van mijn oudste broer had ingegrepen op mijn leven, op mijn ontwikkeling, mijn blik op de wereld. Je zou kunnen zeggen dat dat onderzoek is voortgezet met dit boek. In welke mate ben ik getekend door het gezin waarin ik ben opgegroeid? Ik ben gefascineerd door het gegeven dat in de eerste levensjaren van een kind de wereld als het ware wordt vormgegeven door de ouders en broers of zusjes van dat kind. Dat zit al in hele kleine dingen. Als twee jonge ouders met een kindje gaan wandelen, een bloem aanwijzen, en vervolgens de naam van die bloem noemen zijn ze in zekere zin al heel bepalend voor de ontwikkeling van dat kind. Maar dat wordt natuurlijk nog veel belangrijker zodra een kind vraagt of er een god bestaat. En dat principe herhaalt zich eindeloos vaak, tientallen keren per dag.’  

De achterkant van de zon onderzoekt inderdaad ook in hoeverre je je eigen identiteit kunt bepalen, of dat die vastgelegd wordt door externe factoren, zoals de omgeving of familie waarin je opgroeit. In de roman denkt Soufjan: ‘Later bedacht ik dat zijn ouders hadden bepaald wie hij was, zoals mijn ouders hadden bepaald wie ik was. Wat ze me niet zeiden, bleef voor mij geheim.’ Is dit een opvatting die je met hem deelt?

‘Dit haakt aan op die jonge ouders die een bloem aanwijzen en benoemen. Die opvatting deel ik, al is de hele nature/nurture-discussie veel groter dan dat en ik denk dat die discussie steeds belangrijker wordt.’  

Soufjan groeit op in een stoffig plattelandsdorp en zegt: ‘Mariah heeft me de achterkant van de zon laten zien. Een wereld waar ik eerder geen toegang toe had.’ Tot haar komst waren films zijn enige connectie met het westen. Je biedt de lezer zo een realistisch beeld van een Marokkaans dorp en het contrasterende, moderne Marokkaanse stadsleven. Heb je voor die beschrijvingen enkel uit je fantasie geput?

Ik ben in totaal drie keer in Marokko geweest, tijdens mijn laatste bezoek verbleef ik er twee maanden. Het contrast tussen het stadsleven en het dorpsleven is vrij groot en omdat ik zowel in Marrakech als aan de rand van de Sahara verbleef, wilde ik mijn personage dezelfde overstap laten maken. Maar voor dit aspect van het boek heb ik ook veel uit eigen ervaring geput, omdat ik op mijn achttiende vanuit een dorpje met 6000 inwoners naar Amsterdam verhuisde.

Heel kort gezegd stelt het boek allerlei vragen die draaien om ‘anders-zijn’ en de dorpsjongen Soufjan die terechtkomt in de grote stad en zich moet zien te verhouden tot die wereld is daar onderdeel van.’  

Het verhaal wisselt niet alleen tussen personages en plaatsen, maar ook tussen verschillende tijdperioden, waarin je grote maatschappelijke gebeurtenissen niet onbenoemd laat, zoals de aanslagen op New York en Madrid. Ook de visie van Mariah’s biologische grootvader op de islam komt aan bod. Hoe bewust heb je je verhaal in het huidige tijdsbeeld willen plaatsen?

‘Zeker omdat in deze tijd de kloof tussen moslims en niet-moslims zo sterk wordt benoemd, wilde ik gebeurtenissen die van invloed zijn geweest op die kloof naar voren laten komen in De achterkant van de zon. Ik wilde ontrafelen waarom we bepaalde mensen als 'anders' bestempelen, heb veel gelezen over het Oriëntalisme en ontdekte dat er in het Westen al sinds Napoleon Egypte binnenviel een beeld bestaat van de Arabische wereld dat volledig is gekleurd door het imperialisme.

Ik vind het in het kader van het maatschappelijk debat heel belangrijk dat we ons bewust zijn van de achtergrond van onze blik, dat we kijken naar de politieke implicaties van onze aannames en vooroordelen. Sterker nog, ik denk dat dat onze verantwoordelijkheid is. Daarmee wil ik absoluut niet zeggen dat mijn blik wel objectief of correct is, maar juist omdat correct/objectief niet bestaat is het nodig dat we achterhalen in hoeverre we worden beïnvloed door politieke ontwikkelingen, het tijdsbeeld, de media, enzovoorts.’  

Miscommunicatie en onbegrip zijn twee zaken waarmee de personages in het verhaal moeten zien om te gaan, maar toch weten zij over die barrières heen te stappen en lijk je daarmee op te roepen tot een soort wederzijds begrip en nieuwsgierigheid naar elkaar.

‘Nieuwsgierigheid naar de ander is absoluut hetgeen dat ik zou willen uitdragen met dit boek. Dat is het enige middel tegen de angst die het debat kleurt. Ik dompelde me onder in een wereld die niet de mijne is, las de Koran, en probeerde me te verplaatsen in mijn personages. Literatuur is onmisbaar omdat het ons de kans geeft levens te leven buiten de onze. En daar kunnen we zoveel van leren.’  

Schrijfster Hanna Bervoets was zeer enthousiast over je nieuwe roman. Hoe belangrijk is waardering voor jou, en maakt het dan nog uit of die van collega-schrijvers of van vrienden en familie komt?

‘Waardering is enorm belangrijk. Niet alleen omdat ik, net als iedereen, af en toe een schouderklopje nodig heb, maar ook omdat de weg van een boek pas begint zodra het is gepubliceerd. Of eigenlijk begint het boek met het gesprek dat erop volgt. Hanna heeft zelf trouwens met Ivanov ook een prachtige en belangrijke roman geschreven, laten we dat niet vergeten.’        


Auteursfoto © Quintalle Nix



Over de auteur

Lindy de Jong

646 volgers
298 boeken
6 favoriet
Hebban Crew


Reacties op: Maurits de Bruijn onderzoekt zichzelf en de ander

 

Gerelateerd

Over

Maurits de Bruijn

Maurits de Bruijn

Maurits de Bruijn (1984) werkt als journalist en copywriter. In 2012 debuteerde hij met de roman Broer, die zeer lovend ontvangen werd. In 2016 verscheen zijn tweede roman De achterkant...