Advertentie

Hebban vandaag

Column /

Michael Berg: 'Zodra ik een villawijk of een landhuis zie, slaat mijn fantasie op hol'

Misdaadromans en thrillers zijn zo verschillend als de auteurs die ze schrijven, maar ze hebben twee dingen gemeen: een dader en een slachtoffer. Deze nieuwe columnreeks gaat over de dader. Hoe komt een schrijver aan zijn dader? Ligt hij als het ware vanaf het begin naast het toetsenbord of moet hij al schrijvend worden gevonden? En hoe stelt de schrijver het daderprofiel samen, wordt dat gebaseerd op een bestaand persoon, gevonden in nieuwsmedia of documentaire, of wordt de dader samengesteld uit alle stukjes misdadig materiaal in het schrijversbrein? De GNM thrillerauteurs zullen er de komende maanden over schrijven. De beurt is aan Michael Berg.

Geen misdaadroman zonder dader. Zo zijn de regels van het genre. Toch denk ik raar genoeg als ik aan een nieuw boek begin nooit als eerste aan de dader. Ik zie slechts het eerste hoofdstuk voor me. Er moet iets gebeuren dat intrigeert of spannend is en dat schreeuwt om een vervolg. De lezer moet willen verder lezen. Een onbekende meisje ligt op de weg, iemand krijgt een telefoontje van een wanhopige vriendin die ooggetuige is geweest van een drama, een man laat zijn hond uit in de mist en wordt doodgereden.

Wie is de dader is?

Geen idee.

Ik begin te schrijven en denk: dat komt later wel. Er volgt een tweede hoofdstuk. Andere personages dringen zich aan mij op, hoofd- en bijfiguren. Zit de dader onder hen? Zou zomaar kunnen, maar ik wil me nog niet vastleggen. Zorg voor later. Zoals de lezer kennis maakt met de personages, zo wil ik mijn protagonisten introduceren. Onbevangen, blanco, alle opties openhoudend. Een derde hoofdstuk wordt getikt. Een vierde. Ergens in mijn achterhoofd ontstaan de eerste plannetjes die tot het plot kunnen leiden. Die keurige meneer die zo goed voor zijn zieke vrouw zorgt zou wel eens een ongelooflijke smeerlap kunnen zijn. Of: die pianolerares die privéles geeft aan een niet bijster getalenteerd kind heeft eigenlijk een appeltje te schillen met de moeder of de vader van het kind.

Zo ontstaat gaandeweg het profiel voor de dader.

Een mogelijke dader.

Niet zelden wacht ik tot het laatste hoofdstuk alvorens de dader aan te wijzen. Zo schrijf ik, bijna als lezer, twijfelend tot de laatste minuut. Maar er komt altijd een dader uit de hoge hoed. Het is thriller, nietwaar?

En de dader bij mij is altijd een zelfde soort mens. Een nette meneer of mevrouw met een dubbele agenda. Dat doe ik niet bewust, maar terugkijkend op mijn boeken moet ik constateren dat de dader altijd uit min of meer dezelfde hoek komt. Iemand uit de bovenlaag van de samenleving. Een apotheker, een psychiater, een directrice. Dat vind ik interessantste types voor een thriller. Omdat je van keurige mensen niet zo snel verwacht dat ze een ander omleggen. En omdat er al genoeg boeken zijn met maffiosi, seriemoordenaars en gestoorde verkrachters.

Voor mijn boeken houd ik van de gegoede burgerij die woont in grote huizen met keurig aangeharkte tuinen, met succesvolle of iets minder succesvolle kinderen, van mannen en vrouwen met een op het oog rimpelloos seksleven, mensen met macht en geld en status, mannen en vrouwen die iets te verliezen hebben. Ik houd van de bourgeoisie. Zodra ik een villawijk of een landhuis zie, slaat mijn fantasie op hol. Hoe komen mensen aan zoveel geld? Hebben ze dat eerlijk verdiend? Wie hebben ze op hun weg naar de top allemaal uitgekleed of misbruikt?

Mijn dader is altijd een bourgeois.

De voorkeur voor dat soort types heeft ongetwijfeld te maken met mijn liefde voor de films van Claude Chabrol. Even voor de jongeren onder jullie: Claude Chabrol (1930 – 2010) was een van de beste Frans filmregisseurs. Zijn films behandelen vaak de hypocrisie van de bourgeoisie en niet zelden speelt misdaad een rol. Een van zijn beste films vind ik Les noces rouges (1973). De film is gebaseerd op een waargebeurd verhaal, een crime passionel die zich heeft afgespeeld in Bourganeuf. Het plaatsje ligt in de Creuse, het departement waar Chabrol tijdens de Tweede Wereldoorlog bij zijn oma logeerde. De Creuse heeft een grote indruk achtergelaten op Chabrol. En ook op mij. Ik woon al heel wat jaartjes in de Creuse. Ik doe mijn boodschappen in Bourganeuf en iedere keer als ik door het stadje loop, denk ik aan Chabrol en aan de crime passionel uit Les noces rouges. Ik staar naar de oude herenhuizen en de muren waarachter grote tuinen schuil gaan en fantaseer er een verhaal bij. Iets over nette families waar niet alles deugt. Zo kom ik aan mijn daders. Met dank aan Bourganeuf en Claude Chabrol.


Deze columnreeks wordt gepubliceerd in samenwerking met het Genootschap van Nederlandstalige Misdaadauteurs (GNM).



Over de auteur

Hebban Crew

1927 volgers
3 boeken
3 favoriet
Hebban Crew


Reacties op: Michael Berg: 'Zodra ik een villawijk of een landhuis zie, slaat mijn fantasie op hol'

 

Gerelateerd

Over

Michael Berg

Michael Berg

Michael Berg (pseudoniem van Michel van Bergen Henegouwen) studeerde Nederlands ...