Advertentie

Hebban vandaag

Interview /

Pauline Slot: 'Museumbezoek is iets wat je moet leren'

Na het schrijven van zes literaire romans, besloot schrijfster Pauline Slot haar eerste non-fictie boek 'De hond als medemens' uit te brengen. Haar fascinatie voor musea dreef haar tot het schrijven van haar tweede non-fictie boek, 'Museumbezoeking'. Want welke geheime kracht zorgt er toch voor dat mensen massaal musea bezoeken?

Een boek over museumbezoek, niet echt een alledaags onderwerp. Hoe kwam het thema voor Museumbezoeking bij je op?  

"Een paar jaar terug vloog ik speciaal voor de grote David Hockney-tentoonstelling naar Londen. Ik liep daar rond, het was indrukwekkend, en toch kwam opeens die ene vraag op: wat doe ik hier eigenlijk? Ik keek naar mijn medebezoekers (het waren er veel en ze stonden vaak in mijn beeld), en dacht: waarom zijn jullie hier eigenlijk? Want het is een vreemde activiteit: rondlopen in zalen waarin een deftig soort speurtocht voor ons is uitgezet, nergens aanzitten, en onze vluchtige aandacht verdelen over honderden voorwerpen die elk van onschatbare waarde zijn."

In Museumbezoeking beschrijf je de aantrekkingskracht van musea overal ter wereld. Ben je zelf een fervent museumbezoeker? En heb je enig idee hoeveel musea je in al die jaren bezocht hebt?  

"Museumbezoek is iets wat je moet leren. We denken wel dat 'iedereen' naar musea gaat, maar dat is niet zo. Zelf heb ik het museum leren kennen via school en een vroege liefde. Vooral dat laatste was een mooie combinatie: twee ontdekkingen in één. In de loop der tijd heb ik honderden musea bezocht, als een gewoon onderdeel van mijn leven, net zoals ik boeken las of films ging zien. Vanuit dat perspectief heb ik Museumbezoeking ook geschreven: niet als expert, maar als iemand die geregeld eens gaat, en daar namens ons allemaal gedachten over heeft gevormd. Want als ik naar de gezichten van mijn medebezoekers kijk, weet ik het zeker: zij vragen zich ook weleens af wat ze daar eigenlijk doen."

Tegenwoordig doen musea veel moeite modern te zijn, met actuele thema’s en virtuele rondleidingen. Hoe sta je zelf tegenover deze ontwikkelingen?  

"De celebrity culture is ook in de musea doorgedrongen, en de grote musea bieden tegen elkaar op om hun marktaandeel te vergroten, met spectaculaire gebouwen, niet-te-missen exposities en unieke invalshoeken. Tegelijk laten musea steeds meer massacultuur binnen: games, beeldschermen, tv-persoonlijkheden, kitsch in de museumwinkel (denk bijvoorbeeld aan het Rembrandt-vaatdoekje!). Ik wil graag dat het museum blijft doen wat het als enige kan: unieke voorwerpen tonen die van ons allemaal zijn, in fraaie ruimtes. Daar kan geen virtuele tour of ludieke interactie tegenop. 'Als je het te druk vindt, moet je zelf maar een Rembrandt kopen,' zei Wim Pijbes ironisch-geïrriteerd, in reactie op geklaag over drukte bij de grote Rembrandt-tentoonstelling. Maar dat is het nou juist: dat kunnen wij niet, daar hebben we musea voor nodig. En dan moeten musea dus niet zo op de kijkcijfers gericht zijn dat we wel komen, maar door de drukte niets meer zien. En wij moeten onze aandacht misschien eens wat beter verdelen, want kleine musea dreigen deze strijd te verliezen."    

In het boek beschrijf je dat de blik van een mens gemiddeld 10 à 20 seconden op een schilderij blijft rusten (als het al onze aandacht weet te vangen). Welk kunstwerk heeft bij jou een blijvende indruk gemaakt?  

"Al mijn hele museumgaande leven kijk ik naar wat mensen in musea doen. Ik zie altijd veel blikken die van de voorwerpen lijken af te ketsen, zo rusteloos gaan de ogen rond. Want met al die beweging van medebezoekers en beeldschermen om ons heen zijn we snel afgeleid van de stille voorwerpen, en geconcentreerd kijken is sowieso moeilijk. Daar heb ik natuurlijk ook last van. Toch heb ik fantastische herinneringen aan mijn kijkervaringen. En dan gaat het eigenlijk nooit om dat ene schilderij of die ene sandaal van een Romeinse soldaat. Het gaat om met wie ik daar was, en waar in de wereld, hoe de sfeer in het gebouw was, en vooral of ik iets ontdekte of juist herkende. Hé, die kunstenaar kende ik nog niet. Ach, eindelijk zie ik het masker van Toetanchamon." 

In Museumbezoeking laat je ook anderen aan het woord over hun ervaringen. Hoeveel research heb je gedaan?  

"Telkens als ik iets over mijn onderwerp vertelde, bleek meteen een levendig gesprek te ontstaan. Mensen gingen me vertellen over hun eerste museum, hun mooiste museum, hun stomste museum. Daar heb ik dankbaar gebruik van gemaakt, ook omdat ik de observaties altijd herkende."   

Ben je anders naar musea gaan kijken tijdens het schrijven van dit boek?  

"Museumbezoeking onderzoekt de hoogte- en dieptepunten van museumbezoek: ervaringen die zich niet gemakkelijk laten beschrijven, maar die ik juist daarom graag in woorden wilde vangen. Ik ben me bewuster geworden van de tegenstrijdigheden. Die zitten in mijzelf, want ik zoek naar het 'hogere', maar wil ook al snel weer koffiedrinken. De tegenstrijdigheid zit ook in het museum zelf, want musea bewaren wat tijdloos is (of lijkt), maar wringen zich tegelijk in bochten om ons te lokken – vaak zelfs letterlijk, met die extravagante gebouwen."  

Tot slot, hoe zie je de toekomst van musea?  

"Musea moeten hun deuren naar de samenleving wel open hebben staan, maar ze moeten niet alles binnenlaten. Anders worden ze wat we buiten al genoeg hebben: herriepaleizen, automatenhallen, koopparadijzen. Het museum moet een tegenhanger zijn. Je moet er binnenstappen en weten: hier is het anders dan buiten, hier gelden andere wetten dan alleen die van de markt en het vermaak. Ik voel zelf altijd ontroering als ik in een museum ben, zelfs als ik er niet veel aan vindt. Want ik weet: hier proberen we boven onszelf uit te stijgen. En dat streven, daar draait het om." 



Over de auteur

Soraya Vink

253 volgers
846 boeken
13 favoriet
Hebban Crew


Reacties op: Pauline Slot: 'Museumbezoek is iets wat je moet leren'

 

Gerelateerd

Over

Pauline Slot

Pauline Slot

Pauline Slot studeerde Nederlands aan de Rijksuniversiteit Leiden met als specialisatie taalbeheersing. In 1988 ging ze werken aan de universiteit van Amsterdam daar schreef ze een proefschrift o...