Advertentie

Hebban vandaag

Dossier /

Reisverslag Johan Baks

Econoom, automatiseerder, it-consultant. Wie de cv van Johan Baks doorneemt komt grotendeels technische functies tegen. Toch heeft hij meer kanten. Johan houdt van geschiedenis en hij houdt van schrijven. In 2008 debuteerde hij met de thriller Moord aan de Maas, waarin een hoofdrol is weggelegd voor John Heller, inspecteur bij de Rotterdamse recherche. Dat de havenstad het decor vormt voor allerlei bloedige taferelen is geen toeval, want Johan Baks is een geboren en getogen Rotterdammer.
In de hieronder geplaatste aflevering van Met misdaadschrijvers op stap, die Johan Baks speciaal voor Crimezone.nl schreef, is Rotterdam opnieuw het levendige decor voor actie. Johan bindt de skates onder en rept zich door en langs mooi Rotterdam. Wankel maar enthousiast.

Door Johan Baks


Avond aan de Kralingse Plas
Het is vijf voor halfacht als ik het parkeerterrein aan de Kralingse Plas op draai. Ik rij stapvoets. De hele zomer door is het hier druk, en op een warme avond als nu kun je er gewoonweg over de hoofden lopen. Picknickers keren in slagorde terug van de ligweide en planten hun tegenstribbelend kroost op de achterbank van hun auto’s. Twee bejaarde mannen vallen op in de mensenzee. Ze banen zich een weg naar de oever van de plas. Tussen hen in wiebelt een miniatuuronderzeeër op een steekwagentje. Onderweg wordt hun boot op een haar na geschept door jongeren die elkaar achterna zitten op scooters. Ik open de achterklep van de auto en haal mijn skates tevoorschijn. Leunend op de rand van de kofferbak wurm ik mijn voeten in de schoenen en trek de banden strak aan. Zo strak dat ze heel licht knellen. Zodra de eerste kilometer er op zit, is mijn ervaring, spannen de skates dan vanzelf comfortabel om mijn enkels.

Recreatieskaters
Ik hobbel over het ongelijkmatige asfalt naar het bruggetje aan het Langepad, verzamelpunt van een groepje skaters dat iedere dinsdagavond de fietspaden van Rotterdam onveilig maakt. De tochten voeren afwisselend langs de Rotte, over de Brienenoordbrug dwars door IJsselmonde, of langs de Maasboulevard tot aan de Erasmusbrug. Flinke afstanden, afgelegd in een stevig tempo, maar wel onveranderlijk onderbroken door een bierpauze op een terras. We zijn recreanten tenslotte, geen sportfanaten. We kennen elkaar van het werk, uit de kroeg of via kennissen. Gewoonlijk skaten er zo’n tien tot vijftien mensen mee, maar omdat het volop vakantietijd is, zijn we vanavond met z’n achten. Ik ben de laatste die arriveert.
‘Westenwind’, stelt Tom vast, zijn ogen gericht op de kruinen van de nabijgelegen rij populieren. Tom is de onofficiële leider van de club. Wekelijks bepaalt hij aan de hand van de buienradar op internet of de tocht doorgaat en laat ons dat weten via Hyves. ‘Dus? Wat doen we?’ Tom kijkt de andere deelnemers vragend aan. ‘Strand aan de Maas?’
Her en der klinkt instemmend gemompel. Als we die bestemming kiezen dan hebben we op de terugweg over de Maasboulevard wind mee.

Bad guy vs halsbandparkiet
‘Eerst een rondje om de plas,’ roept iemand en het lijkt erop alsof het hele gezelschap reageert op een onhoorbaar startschot, want iedereen komt op hetzelfde moment in beweging.
Terwijl we het pad volgen naar de kinderboerderij, rijdt Martijn een stuk met me op en doet verslag van zijn vakantie in Nepal. Maar vanavond heb ik moeite mijn aandacht bij het gesprek te houden. Ik denk na over een van de personages uit mijn volgende roman, een gangster, een typische ‘bad guy’ waar de verdorvenheid vanaf druipt, hoewel hij ook een enkele goede eigenschap kent. Het moet per slot van rekening gaan om een levensecht figuur. Iemand met een volkomen slechte inborst is al even zeldzaam als een absolute braverik.
Martijn, die mijn gebrek aan respons heeft bemerkt, gooit het over een andere boeg. Hij wijst me op de kwetterende halsbandparkieten die een plaats voor de nacht hebben gevonden in een beuk. Ooit heeft een broeds paartje de vrijheid verkozen boven de besloten veiligheid van de volière, met als gevolg dat je tegenwoordig duizenden van deze vogels in het Kralingse Bos aantreft. Ik veins belangstelling voor de felgroene beesten en bedenk intussen dat het houden van tropische vogels in elk geval geen hobby is voor mijn gangster. Waarschijnlijk ligt iets als kooivechten meer in zijn lijn. Ik probeer me een beeld van hem te vormen, van zijn familie, van zijn liefhebberijen en zijn eigenaardigheden.

Snoop Dogg
Ongemerkt hebben we het bospad met zijn brokkelige wegdek en verraderlijke takjes achter ons gelaten en slaan we af naar het lange rechte stuk aan de oostzijde van de plas. Ik sluit aan bij de kopgroep. De slagen worden langer en paar tellen later gaan we voluit. Alle gedachten aan personages en plot lossen onmiddellijk op. Zodra ik in de juiste cadans ben, bestaat de wereld alleen nog uit asfalt en gesuis van wielen. We schieten de molen voorbij, een caféterras, de zeilschool. Bij de brug op de Kralingse Plaslaan wachten we op de rest.
Aan de overkant van de weg stappen vier jongens uit een witte VW Golf en maken het zichzelf gemakkelijk met bier en chips. Uit de ingebouwde luidsprekers schalt muziek van Snoop Dogg. De langste van het stel plaatst een opmerking naar wat meisjes die verderop met elkaar in gesprek zijn. Als de meisjes niet reageren, steekt de bestuurder zijn hand door het geopende zijraam op zoek naar de volumeknop en heel even verbeeld ik me dat ik de dakspoiler van de Golf op het ritme van de rapper zie bewegen.

Maasboulevard
In een rustiger tempo skaten we langs metrostation Kralingse Zoom en daarna nemen we het fietspad dat zich uitstrekt langs de Maasboulevard. Een straffe wind zweept het water van de rivier op tot nijdige golfjes. Voorbij de benzinepomp naderen we een punt waarop ik het liefst even stil zou houden. Het uitzicht is als uit een toeristenfolder: de Willemsbrug en de negentiende-eeuwse spoorwegverbinding erachter, het topje van de Erasmusbrug dat boven de oude arbeiderswoningen van het Noordereiland uittorent en aan de overkant van het water de nieuwbouw op de Kop van Zuid. Op de achtergrond legt de ondergaande zon een matgele glans over de Euromast. Het is een allesomvattend beeld van traditie en vooruitgang. Een stad is een levend wezen dat zich voortdurend vernieuwt.
We skaten langs een volkomen misplaatst flatgebouw dat ons het uitzicht over het water ontneemt. Mijn poëtische bui waait direct over. Ik dwaal weer af naar mijn personage en vraag me af waar een succesvolle Rotterdamse crimineel zou kunnen wonen. Zou dat hier kunnen zijn? In zo’n luxeappartement aan de Maas? Of liever ergens buiten de stad, op een rustig plekje? De Amsterdamse onderwereld schijnt vroeger een voorkeur te hebben gehad voor de Vinkeveense Plassen. Maar ik heb weinig tijd voor dit soort overpeinzingen. Het fietspad is opgebroken en we moeten een paar honderd meter klunen over een parkeerplaats.

Salsa aan de Maas
Tien minuten later staan we voor het strand aan de Maas. De kade is omgetoverd tot een tropische zandbak, compleet met palmen, een paviljoen en zitzakken waar je tot aan je schouders in verdwijnt. Meng de opzwepende salsa van de Braziliaanse band bij het laatste restje zon dat over het terras strijkt, voeg daar de nodige verbeeldingskracht aan toe en je waant je op het strand van Copacabana. Op kousenvoeten schuifelen we tussen het dansende publiek naar de dichtstbijzijnde vrije tafel.
Vlak voor ons voert een paar een wervelende show op. De vrouw draagt een brandweerrode jurk waarvan de plooien driftig wapperen bij iedere draai van haar heupen. Haar danspartner heeft de gemillimeterde coupe van een militair. Maar zijn platgeslagen neus en de littekens op zijn voorhoofd en kin wijzen op een andere carrière en in één keer zie ik hem helemaal voor me: de gangster in mijn verhaal. Natuurlijk, het is een cliché, en bovendien niet helemaal eerlijk tegenover de man, want als je hem naar zijn beroep zou vragen, zou hij misschien antwoorden dat hij boekhouder is of bankbediende. Hoe dan ook, ik verzin ter plekke waar mijn ‘bad guy’ vandaan komt, hoe hij de kost verdient, wie zijn vriendin is en wie zijn bodyguards zijn, waar hij woont, ja zelfs een naam schiet me te binnen.
Een ober zet bier voor ons neer en de gesprekken aan tafel komen op gang. Mijn buurvrouw vraagt of ik al bezig ben met mijn volgende roman.
‘Zeker,’ zeg ik, terwijl ik het schuim van mijn mond veeg, ‘de voorbereidingen zijn in volle gang.’



Over de auteur

Hebban Crew

1330 volgers
50 boeken
0 favorieten


Reacties op: Reisverslag Johan Baks

 

Gerelateerd

Over

Johan Baks

Johan Baks

Johan Baks (1957) werkte jarenlang als automatiseerder bij grote financiële instellingen. Hij is van huis uit econoom en heeft daarnaast geschiedenis gestudeerd. Later werd hij zelfstandig I...