Hebban vandaag

Interview /

Santiago Roncagliolo: hoe ouder, hoe ambitieuzer

Lima, 1978. Het WK is in volle gang. Een man met een verdacht rugzakje wordt op klaarlichte dag vermoord in een volksbuurt. De moordenaar heeft het perfecte moment gekozen: de stad is volkomen verlaten. Iedereen kijkt naar de wedstrijd en net op dat moment maakt Peru een weergaloos doelpunt tegen Argentinië...

Dit is het verhaal van Santiago Roncagliolo's laatst verschenen boek, Bloed aan de paal, een razend spannende thriller die zich afspeelt tijdens WK voetbal waar zowel Nederlanders als Peruanen een slechte herinnering aan overhouden. Voor Nederlanders is dat duidelijk: 'wij' verloren de finale van Argentinië. De Peruanen hebben een grondige hekel aan de Argentijnen. De auteur bezocht onlangs ons land en Wout ten Have sprak met hem namens Hebban. 

U beschrijft de stad Lima en de sfeer in 1978 ontzettend beeldend en met veel details. U was 3 jaar oud in 1978, hoe komt u aan zulke nauwkeurige beschrijvingen?

'Die komen van mijn ouders en hun vrienden. Mijn vader had een aantal jaren geleden zeer ernstige problemen met zijn gezondheid, waardoor hij op de intensive care lag. Ik zat de hele dag te wachten op nieuws in het ziekenhuis. Elke dag kwamen er oude vrienden van hem op bezoek, maar die konden mijn vader niet zien, dus zaten ze met mij in de wachtkamer. Zij begonnen met mij te praten over vroeger. Hoe zij op de vlucht waren voor de politie. Verhalen die mijn vader nooit verteld heeft. Toch zijn deze verhalen altijd aanwezig geweest. Toen mijn vader ondergedoken zat bijvoorbeeld, belde de politie vaak midden in de nacht mijn moeder op en werden neven en nichten gearresteerd.'

'Ik denk dat angst daarom een van de grootste thema’s in het boek is. Dit is in feite de angst waar ik mee opgegroeid ben. Toen in het ziekenhuis kwam het hele verhaal van mijn vader naar me toe, via de monden van zijn vrienden. Over vrienden op de vlucht voor de politie, mensen uit Argentinië of Chili ondergedoken. Peruanen hebben dit soort herinneringen niet meer in hun geheugen, dat was een van mijn hoofdredenen om dit boek te schrijven.'

Het boek speelt zich af in Peru tijdens het Wereldkampioenschap voetbal in 1978. Waarom heeft u dit boek juist nu geschreven?

'Daar is geen speciale reden voor. Wel ben ik altijd bijzonder geboeid geweest door het feit dat mensen altijd denken dat met het eindigen van de Tweede Wereldoorlog ook het fascisme verdwenen is. Ik ben opgegroeid in Peru in de jaren 70 en 80 en heb kunnen ervaren hoe het fascisme ook toen nog aanwezig was. Doordat veel Duitsers en Italianen na de Tweede Wereldoorlog naar Zuid-Amerika zijn getrokken, kent Zuid-Amerika veel erfgenamen van het fascisme in de vorm van de anticommunisme bewegingen van Videla en Pinochet.'

'Het fascisme is altijd sterk verbonden geweest met voetbal en wereldspelen. Zo organiseerde Mussolini een wereldbeker, die hij won. Hitler organiseerde zijn eigen Olympische Spelen. Videla en zijn mensen wilden het WK voetbal in Argentinië plaats laten vinden. Het is een nationalistische droom om veel mensen te zien samen komen die hun vlag en daarmee hun vijand delen. Daar komen politiek en voetbal samen.'

Een van de thema’s in uw boek is macht. De FIFA is in het voetbal het toonbeeld van macht en het misbruik daarvan. Heeft dat nog bijgedragen aan de totstandkoming van dit boek?

'Nee. Toen ik dit boek aan het schrijven was, was de voorbereiding voor het WK in Brazilië in volle gang. Dat was na het WK van 1978 in Argentinië het eerste WK in Zuid-Amerika. Mensen gingen de straat op om te demonstreren. De Brazilianen vonden dat het land geen miljoenen uit moest geven aan een WK terwijl andere zaken als de gezondheidszorg en infrastructuur van het land te wensen over laten.'

'Het goede hiervan was echter dat mensen de straat op konden om hun onvrede te uiten, in tegenstelling tot 1978. Destijds werden er op twee kilometer van het stadion mensen vermoord, maar is niemand de straat op gegaan om te demonstreren. Zo heeft voetbal ook nut om onderwerpen onder de aandacht te brengen, in plaats van het te verbergen.'

Dus u ziet vooral positieve kanten aan voetbal en alle aandacht die ernaar uitgaat?

'Ja. Voetbal brengt mooie dingen met zich mee. Zo voel ik veel tederheid voor de baas van Felix Chacaltana, een grijze man, met een nietszeggende baan en een grijs gezinnetje. Hij heeft niets belangrijks in het leven, en dan is daar de zondag en kan hij opeens een winnaar zijn. Dat is iets fantastisch: iedereen kan een dag in de week een winnaar zijn. Zo zijn er natuurlijk ook voetbalfans waar de zondag een dag is waarop ze weer een verliezer zijn. Maar toch is er de week erna opnieuw een kans een winnaar te zijn. Men heeft die illusie nodig, om de wereld een betere plek te maken. Dat vind ik het mooie aan voetbal.'

Wat is uw illusie?

'Toen ik naar Spanje kwam, was ik werkloos en had ik geen geldige verblijfsdocumenten. Ik was bezig een beter leven op te bouwen. Toen werd ik fan van Atlético Madrid. Een team voor mensen die ervan houden om te lijden. Ik hield er niet van naar Barcelona of Real Madrid te kijken, die winnen namelijk altijd. Maar die fans zijn boos als ze tweede worden in plaats van eerste en dan ontslaan ze hun coach. Atlético Madrid verliest en komt altijd weer terug. Als je na vaak verloren te hebben eindelijk wint, geniet je meer van de winst. Ik houd dus van lijden, maar toch heb ik flink staan juichen toen Spanje het WK won. Toen ontdekte ik dat winnen fantastisch is, alleen wist ik dat tot op dat moment nog niet.'

Een ander thema in uw boek is de schuldvraag. Alle personages in uw boek maken op een bepaald moment keuzes die misschien niet altijd helemaal hun eigen keuzes zijn. Waarom heeft u dit thema zo sterk laten terugkomen in uw boek?

'Schuld is altijd een centraal thema in mijn boeken. Dit komt voornamelijk doordat schuld sterk gerelateerd is aan angst. Als je angsten hebt, ga je op zoek naar een schuldige, waar je je boosheid of frustratie op kan richten. We zien dit nu ook in Europa, waar op dit moment veel angst is. Nu richt zich dat op de vluchtelingen, maar hiervoor waren het de bankiers, de moslims, de armen en de rijken. Je ziet door deze angst de steun voor extreemrechts groeien in Europa en de kans op conflicten toenemen.'

'Als journalist ben ik in veel conflictgebieden geweest en heb ik met veel mensen en groeperingen gesproken. De rode draad in deze conflicten is voor mij dat mensen te weinig naar elkaar luisteren. Hierdoor is er weinig begrip voor elkaar en zullen conflicten blijven bestaan.'

Ik las dat u er altijd van heeft gedroomd om schrijver te worden.

'Dat klopt, ik ben 15 jaar geleden naar Spanje vertrokken om daar schrijver te worden. Op dit moment ben ik 10 jaar schrijver, maar eigenlijk wil ik nu meer een journalist zijn.'

Waarom is dat?

'Ik wil geen schrijver zijn die alleen op zijn kamer zit. Als journalist kom je buiten, praat je met mensen, wat weer veel stof tot nadenken geeft. Daarover kun je dan weer schrijven. Ook als fictieschrijver is het belangrijk om in contact te blijven met de realiteit.'

'Dit boek is mijn terugkomst naar de politiek na de trilogie over non-fictie. Door Aprilrood en Schaamte, wat voornamelijk politiek gekleurde boeken zijn, kreeg ik een imago als politicus. Dat maakte me ongemakkelijk, omdat mensen naar je toe komen voor antwoorden op grote vraagstukken, terwijl ik die niet heb.'  

In de media zijn lovende woorden over u te lezen en wordt u een van de zes opvolgers van Gabriel García Márquez genoemd. Wat doet dat met u als u dat leest?

'Natuurlijk voel ik me gevleid als ik dat lees, zeker als je begrijpt hoe groot hun status als schrijver was in die tijd in Zuid-Amerika. Zij waren helden, echte Supermannen, de nieuwe presidenten, zij konden alles. Ik ben iets meer bescheiden, ik ben mezelf. Maar wanneer ik schrijf over angst, heeft dat nog invloed van García Márquez en Fuentes bijvoorbeeld. Angst is altijd een onderdeel geweest van de Latijns-Amerikaanse traditie waar de grote schrijvers mee gewerkt hebben. Als ik dan in dat rijtje genoemd word, voel ik me buitengewoon vereerd.'

U schrijft uw boeken in een vrij rap tempo. Wanneer kunnen we uw volgende boek verwachten? En waar gaat het over?

'Ik ben inderdaad weer met een volgend boek bezig. Dit keer verwacht ik er langer over te doen, omdat ik merk dat hoe ouder je wordt, hoe nauwkeuriger en ambitieuzer je wordt.'

'Mijn volgende boek staat gepland voor begin volgend jaar. Het gaat over mijn tijd als tiener op de middelbare school. Terwijl de stad en het leven gebukt gaan onder de oorlog, zijn wij als puberale jongens bezig met het verliezen van onze maagdelijkheid, zoals gebruikelijk is op die leeftijd. Naast de gebruikelijke zwarte humor zullen angst en geweld weer de terugkerende thema’s zijn.'  

Welk boek moet men lezen van u als men Bloed aan de paal leuk vond?

'Aprilrood. Dat gaat ook over Felix Chacaltana, maar dan 20 jaar later. Dan kun je lezen hoe het dan met hem gaat.'



Over de auteur

Wout ten Have

64 volgers
206 boeken
14 favoriet


Reacties op: Santiago Roncagliolo: hoe ouder, hoe ambitieuzer

Gesponsorde boeken