Advertentie

Hebban vandaag

Lezen /

Sorry, wij zijn gesloten

Deze week verschijnt 'Getelde dagen', het vijfde boek van Siska Mulder. Ter gelegenheid hiervan staat Hebban Crimezone de hele week voor een groot gedeelte in het teken van Siska Mulder. Op Hebban Kort het verhaal dat ze onlangs schreef voor de Nederlandse Thriller 10-daagse.

Sorry, wij zijn gesloten

Uit het officiële opsporingsbericht: op woensdag 21 mei 2003, om ongeveer 9 a.m. was Ruth Jones (geboortejaar: 1957) de enige werknemer in Jones Dry Cleaning, Florida. Vlak na 9 uur a.m. kwam een klant de winkel binnen en ontdekte het lichaam van Ruth Jones achter in de winkel. Familie en vrienden van Ruth Jones hebben een beloning uitgeloofd van 25000 dollar aan degene die informatie weet te verschaffen die kan leiden tot de veroordeling van de dader, of van degene die verantwoordelijk is voor de moord op Ruth Jones . Als u op informatie stuit die van belang lijkt voor het onderzoek, kunt u contact opnemen met rechercheur Peter A. Barone, Florida Department of Law Enforcement.

De dag van Peggy Ann begon slecht. Ze roerde in haar koffiekopje tot Bill zei dat ze daar godverdomme mee op moest houden.
‘Of anders?’ vroeg Peggy Ann.
Bill at zijn cornflakes met melk als een gijzelaar die voor het eerst sinds weken te eten kreeg. Het gekraak dat zijn kaken voortbrachten, werd in haar oren steeds luider. De melk droop langs zijn kin. Hij droeg een badjas vol vlekken die ooit wit was geweest. De ceintuur kon zijn uitdijende buik nauwelijks bijhouden, de uiteinden klampten zich aan elkaar vast.
Peggy Ann probeerde zich te herinneren waarom ze met Bill was getrouwd. Ze kwam hem tegen, een betere reden kon ze niet verzinnen. Negentien was ze, twee jaar jonger dan hij. Ze trouwde. Ze verhuisde met hem naar Flordia. Ze baarde twee kinderen. En nu zat ze hier met hem, 27 jaar later.
Hun oudste zoon Hank leek sprekend op Bill en moest weinig van haar hebben. Hij woonde in Californië, kwam één keer per jaar thuis, met Thanksgiving. Toen hun dochter Mary een jaar na haar geboorte meer en meer op Peggy Ann begon te lijken, beschouwde ze dat als een goedmakertje van de natuur. Mary bleef ongetrouwd en nadat ze op zichzelf ging wonen bracht ze wekelijks een bezoek aan haar ouders. Op een dag kwam ze niet meer. Het was nu vijf jaar geleden dat Peggy Ann haar dochter voor het laatst had gezien. Ze vermoedde dat het met Bill te maken had, dat er iets was gebeurd tussen die twee, maar ze had het hem nooit gevraagd en Mary had nooit wat gezegd. Heel soms belde ze nog en als Peggy Ann haar vroeg hoe het ging, zei ze: ‘Geweldig, kan niet beter.’
Toen Bill klaar was met zijn ontbijt en de strips op de achterkant van de krant had gelezen liep hij de keuken uit om zich aan te kleden. Peggy Ann keek op de klok die boven de deur hing; hij moest over een uur op zijn werk zijn en het was ruim drie kwartier rijden. Bill werkte voor een middelgrote verzekeringsmaatschappij, maar wat hij daar precies deed, was haar niet duidelijk. Iets met cijfers, iets met computers, iets wat hem ’s avonds in slaap deed sukkelen voor de televisie.
Bill had zijn cornflakes-kom op tafel laten staan. Elke ochtend opnieuw zei ze dat hij de vuile vaat in de gootsteen moest zetten. Ze spitste haar oren, maar hoorde het water van de douche niet lopen.
‘Waar is mijn blauwe pak?’ schreeuwde Bill.
‘Hoe moet ik dat weten?’
Daar kwam hij aan over de linoleumvloer. Platvloeten. Het leger had hem ge - weigerd. Een gemiste kans, vonden ze allebei. Vorige week had ze gedroomd dat hij in een Vietnamees veld kapot werd geschoten.
Bill stond in de deuropening. ‘Hoezo, weet ik niet?’
‘Je pakken hangen in de kast, waar ze altijd hangen. Moet je niet douchen?’
‘Peggy Ann,’ zei hij langzaam, ‘ik weet dat mijn pakken in de kast hangen. Maar ik zeg je: mijn blauwe pak is weg. En als het niet snel wordt gevonden, kom ik te laat.’
‘Je komt sowieso te laat.’
‘Waar is het?’
‘Geen idee. Bij de stomerij misschien.’
‘Misschien. Misschien, zegt ze. Als jij niet voor de zoveelste keer was vergeten om mijn pak van de stomerij te halen had ik nu al in de auto gezeten. Je wordt bedankt.’
‘Haal je eigen pak dan van de stomerij.’
‘Wát zei je?’
Ze zuchtte. ‘Niets.’

Elke dag opende zij de zaak om zeven uur in de ochtend. Elke dag nam ze vuile was in ontvangst, alles wat vuil was, brachten de mensen bij haar. Vlekken die ze er zelf niet uit kregen, vlekken die niet met heet water behandeld mochten worden, vlekken die zich in kwetsbare vezels hadden genesteld en die zij diende weg te werken zonder de stof te beschadigen. Het moest goedkoop, de mensen wilden het allemaal goedkoop. En het moest snel, de mensen wilden het allemaal snel. Het liefst hadden ze dat zij terstond de vlek zou wegtoveren, zodat ze binnen een paar minuten weer buiten stonden met hun gestoomde pak. Om vijf over zeven rammelden ze aan de deur en als ze dan wees op het bordje ‘sorry, wij zijn gesloten’ maakten ze haar uit voor alles wat lelijk was. De mensen wilden altijd meer. Maar ze hield voet bij stuk. Elke dag sloot zij de zaak om zeven uur in de avond. Ruth vroeg zich af of dit het was.

Peggy Ann keek naar de kom met aangekoekte restjes cornflakes en besloot niet af te wassen. Ze las de strips op de achterkant van de krant, bekeek zichzelf naakt in de badkamerspiegel, imiteerde de moonwalk van Michael Jackson, belde een willekeurig nummer en schreeuwde hard ‘vuile hond’ in de hoorn, trok drie gebloemde borden uit de kast en liet ze stukvallen op de vloer, rookte achter elkaar twee sigaretten, uit het pakje dat ze in een trommel op de bovenste plank van het keukenkastje bewaarde, en besloot om te gaan bowlen. Ze haalde haar tas met het logo van het Sunshine Bowling Center onder het bed vandaan, ritste hem open om te controleren of alles er nog in zat: haar blauwe bowlingbal, de gouden ketting die ze van haar oma had geërfd, een brief die Mary haar ooit had gestuurd toen ze op zomerkamp was, een pistool en een biljet van twintig dollar. Op een dag zou ze de tas onder het bed vandaan halen, de deur achter zich dichttrekken en nooit meer terugkomen.
Peggy Ann was ooit met bowlen begonnen omdat ze hoopte dat een gezamenlijke hobby Bill en haar dichter bij elkaar zou brengen, maar ze had hem zo vaak verslagen dat hij weigerde nog langer met haar mee te gaan naar de bowlingbaan. De mensen kenden haar bij Sunshine, ze had een zekere reputatie, ze noemden haar Killer Ann en vroegen haar keer op keer of ze competitie wilde spelen, maar ze bleef het aanbod afslaan. De enige van wie ze nog wilde winnen was zichzelf.

Bill draaide voor de zoveelste keer het nummer van zijn huis en liet de telefoon eindeloos overgaan. ‘Vróuwen,’ zei hij tegen zijn collega, die aan het bureau tegenover dat van hem zat. Waar zat Peggy Ann in godsnaam? Zojuist had hij gehoord dat hij de volgende dag om negen uur ’s ochtends bij de directeur moest komen. Hij had zijn blauwe pak dringend nodig.

Peggy Ann gooide twee keer achter elkaar een spare. In haar bowlingschoenen droeg ze dunne, witte sokjes en ze had een glimmend jasje aan waarop ze haar naam had geborduurd. Ooit zou ze driehonderd punten gooien, de perfect game. Ze kuste haar blauwe bowlingbal en bezwoer dat ze vandaag pas met bowlen zou stoppen als het haar lukte om nog één keer een strike te gooien. Toen ze om zich heen keek, zag ze tot haar schrik dat de dagspelers waren verdwenen en plaats hadden gemaakt voor de avondspelers. Het kon toch niet zo laat zijn? Ze gooide een laatste keer, maar maakte een misstap, waardoor de bal halverwege in de goot belandde en glansloos voortrolde, tot hij verdween in het zwarte gat.

Om vijf over zeven stond er weer zo één voor haar deur, een man met een bierbuik van middelbare leeftijd, deze keer. Hij trok aan de deurklink en toen ze wees op het bordje ‘sorry, wij zijn gesloten’ begon hij op het raam te bonken. Ze schudde haar hoofd. Hij schreeuwde zo hard dat ze hem door de deur heen kon horen: ‘Het is een noodgeval!’
Ze aarzelde. Misschien was er echt iets aan de hand. Op het moment dat ze de deur van het slot deed, duwde de man haar ruw opzij en liep naar binnen.

Toen Peggy Ann haar man niet thuis trof, wist ze dat ze een kans maakte. De klok boven de deur gaf aan dat het tien voor zeven was. Het kon nog. Ze grabbelde in de keukenla tot ze het bonnetje had gevonden, voelde in haar zak of ze haar autosleutel had en rende weer naar buiten.

Peggy Ann parkeerde pal voor de deur van de stomerij. Het bordje op de deur zei ‘sorry, wij zijn gesloten’, maar er brandde nog licht. Toen ze de auto had vergrendeld besefte ze dat ze haar portemonnee was vergeten. Het twintig dollarbiljet. Ze maakte de deur aan de passagierskant open en rukte de tas met het logo van het Sunshine Bowling Center van de stoel. Door het raam van de stomerij zag ze een man met zijn rug naar haar toe voor de toonbank staan. Na enige tijd herkende ze hem. Bill. Het was alsof ze naar een vreemde keek. Toen wist ze het. Of misschien had ze het al die tijd geweten. Ze wist wat hij met haar dochter had gedaan. Mary, de dochter die zo sprekend op haar leek. Peggy Ann, maar dan een jongere versie.

Elke dag opende zij de zaak om zeven uur in de ochtend. Elke dag sloot zij de zaak om zeven uur in de avond. Ruth vroeg zich af of dit het was.

Peggy Ann ritste de bowlingtas open en pakte het pistool. Tot haar verbazing was de deur van de stomerij open. Op het moment dat ze de trekker over wilde halen, keek Bill om en dook hij weg. Ze schoot. De vrouw achter de toonbank zakte ineen.



Over de auteur

Siska Mulder

87 volgers
0 boeken
0 favorieten
Auteur


Reacties op: Sorry, wij zijn gesloten

 

Gerelateerd

Over

Siska Mulder

Siska Mulder

Wees gewaarschuwd. Ik schrijf psychologische thrillers die je nachtrust er niet beter op maken. Geen suffe politiethrillers, maar boeken vol onderhuidse spanning waar je over na blijft denken. In 20...