Advertentie

Hebban vandaag

Interview /

True Crime: J.A. Blaauw

Jan Blaauw (Nieuw-Buinen, 1928) is Nederlands bekendste oud-hoofdcommissaris. Hij werkte 40 jaar bij de Rotterdamse politie en doorliep er alle diensten, van zeden- en kinderpolitie en moordzaken tot de narcoticabrigade. Na zijn afscheid in 1990 als hoofdcommissaris heeft hij zich opgeworpen als voorvechter van eerlijk politieonderzoek. Mede aan zijn detectivewerk is het te danken dat de verdachten van de Puttense moordzaak zijn vrij gesproken. Feije Wieringa sprak met hem ter gelegenheid van zijn vorige week verschenen nieuwe boek: Moord op een diender.

In Moord op een diender laat Blaauw alle zaken sinds eind van de 19e eeuw passeren, waarbij een politieman door geweld om het leven kwam. Op de achterflap staat: Een eerbetoon en blijvende herinnering aan alle gevallen dienders. De jaren 1940-1945 zijn buiten beschouwing gebleven, omdat het geweld toen van een geheel andere aard was. Blaauw heeft een soort van monument opgericht voor politiemensen die het gewoon uitoefenen van hun vak met hun leven hebben moeten bekopen. In al die jaren waren dat er meer dan 60. Daarmee is het een interessant en bij vlagen ontroerend historisch document geworden. In het verleden heb ik Blaauw ooit aan de tand gevoeld over het boek waarin hij volledig overtuigend aantoonde dat de naar eigen zeggen “Amerika's grootste seriemoordenaar” Henry Lee Lucas, eerder een zielige fantast was, met een te grote fantasie. Lucas pleegde inderdaad enkele moorden, maar Blaauw maakte gehakt van het “bewijs” dat het er tientallen zijn geweest. Ook schreef Blaauw memoires, en andere true crime, waaronder een belangrijk boek over de Puttense moordzaak. Dat deed hij allemaal nadat hij gepensioneerd was. En passant liep hij ook nog even voor de zevende keer de vierdaagse.

U gebruikt vaak het woord diender. Tegenwoordig een arachaïsch aandoend woord. Heeft dat een reden?
‘Ik ben een politieman van de oude stempel. Waarmee ik niet beweer dat ik er ouderwetse opvattingen op na houd. Mijn vader was diender, ik was diender, en als je mijn zoon naar zijn vak vraagt zal hij zich ook diender noemen. Een politieman is er om te dienen, een element dat helaas nog wel eens naar de achtergrond lijkt te verdwijnen.’

Zijn het momenteel nog dienders, of moeten we politieambtenaren zeggen?
‘Noem ze zoals je wilt. Een goede agent heeft ook anno 2011 de insteek van een diender. En natuurlijk zijn er ook anno 2011 genoeg goede politiemannen die met plezier, tact en gevoel voor de menselijke maat hun beroep uitoefenen.’

Er wordt vaak geklaagd dat er te weinig blauw op straat is en de politie te ver van het publiek staat.
‘Ik denk dat die klacht deels terecht is. Maar dat is dan eerder het gevolg van veranderingen binnen het apparaat, zoals bureaucratisering en de hoeveelheid papierwerk dan van de instelling van een individuele diender. Aan de andere kant, toen ik als diender begon was het verboden om zomaar een praatje met een burger te maken. Het moest altijd gaan om een “dienstgesprek.” Maar ik ben ook maar een mens en als ik eens een in gesprekje met een aardige meid belandde, noteerde ik altijd keurig: “dienstgesprek”. Van die toestanden zijn we gelukkig af, maar ik ben het met je eens als je stelt dat de politie zichtbaar moet zijn en dicht bij het publiek hoort te staan.’

In uw nieuwste boek komen meer dan 60 gevallen aan bod waarbij een politiefunctionaris om het leven is gekomen. Hoe compleet is het boek?
‘Ik heb ernaar gestreefd om alle zaken sinds 1875 te behandelen, behalve dus de oorlogsjaren. Pin me er niet helemaal op vast, het kan zijn dat ik er een of twee gemist heb. Je kunt naar volledigheid streven, maar er kan altijd iets aan je aandacht ontsnappen.’

U was een speurneus en u bent nog steeds een fulltime speurneus?
‘Ik hou ervan om zaken uit te pluizen. In dit geval betekende dat veel in archieven duiken, oude berichten lezen en ook op je instinct afgaan.’

Wat mij opvalt is dat er in de “goede oude tijd” relatief veel politiemannen tijdens hun werk omkwamen. De schietpartij in Grootegast in 1929 waar Eije Wijkstra zonder pardon vier agenten doodschoot, de vele incidenten met stropers die hun wapen niet op konijnen, maar op veld- en boswachters leegschoten, enzovoort. Het lijkt nu wat vrediger, terwijl de algemene stemming ons wil leren dat het geweld alleen maar toeneemt.
‘Ik vond het aantal zelf ook behoorlijk hoog. Geweld tussen criminelen onderling is toegenomen, maar ik heb de indruk dat het geweld tegen dienders wat is afgenomen.’

Bij vrijwel alle zaken die u aanhaalt denk ik na het lezen: wat een stom en lullig incident. Het gaat vrijwel nooit om complotten of georganiseerd geweld. Meestal om impulsen en snel uit de hand gelopen situaties.
‘Dat is mij ook opgevallen. Vaak zijn het gevallen van stomme pech of verkeerde inschatting. De meeste dienders zijn omgekomen omdat ze op het verkeerde moment op de verkeerde plek waren. Daarom heb ik zelf altijd een citaat van mijn vader in het achterhoofd gehouden, het staat ook in mijn boek: “Kijk bij een arrestatie altijd als de bliksem uit voor een of andere gek, je weet maar nooit wie je voor je hebt.”’

Hebt u ooit zelf geschoten?
‘Gelukkig alleen in de lucht. Ik denk dat dat geldt voor de meeste dienders en dat je geen diender zult vinden die met genoegen een vuurwapen zal trekken.’

U hebt de zaken op een tamelijk zakelijke, bijna neutrale wijze, genoteerd. De emotie zie ik in de registers, noten en namen.
‘Ik ben een man van feiten. Ik wilde de zaken zo objectief mogelijk vastleggen. Dan moet je er geen roman van maken - ik ben ook geen man van fictie - en niet gaan speculeren. Maar een dorre opsomming zou ook geen eerbetoon zijn. Daarom heb ik alle verhalen, zonder opsmuk, maar ook weer niet te ambtelijk op papier gezet.’

Dit is wel heel ander materiaal dan uw boek over de Puttense moordzaak.
‘Dat boek ging over actualiteit en fouten tijdens het politieonderzoek. Ik ben iemand die voor helder en duidelijk onderzoek is en die vind dat het bewijs sluitend moet zijn. Ik was er best trots op dat mijn boek destijds op de rechtbank deel was van de stukken waarmee de vermeende daders zijn vrijgepleit.’

En Lucia de Berk?
‘Heb ik me niet actief mee bezig gehouden. Vind ik eigenlijk ook geen echte politiezaak, al had het dat misschien wel moeten zijn. Bij die zaak is door juridische en medische deskundigen fout op fout gestapeld.’

Nu dit, laten we zeggen “naslagwerk”, af is, is Blaauw klaar?
‘Blaauw is nooit klaar. Blaauw kan niet achter de geraniums zitten en werkt alweer aan een nieuw project. We spreken elkaar wel weer.’



Over de auteur

Feije Wieringa-653

1 volger
0 boeken
0 favorieten


Reacties op: True Crime: J.A. Blaauw

 

Gerelateerd

Over