Advertentie

Hebban vandaag

Interview /

Vlaanderen thrilt #3 • Rudy Soetewey

Vlaanderen is het stukje België waar Nederlanders door moeten, willen ze beter weer bereiken. Een langgerekte zucht naar de Franse soleil. Vlot bollend transitland waar het leven wat minder strak is dan thuis en mensen pas open bloeien met een kroes bier binnen handbereik. Vlaanderen wordt bevolkt door Bourgondiërs, plantrekkers en opportunisten. Door lui die van dagelijkse deugden levenslange geneugten maken. Die meer doen met dwaasheid en gebazel dan een noorderling kan vatten. Vlamingen zijn kunstenaars voor het leven. Zij schilderen heuvels die ze bergen noemen. Zingen over lichtjes aan hun stromen, over het kabbelen van hun veel te kleine zee. Schrijven boeken die ze thrillers noemen, waarin al dat leven mag wemelen.

Het is tijd voor de Vlaamse thriller. Vanachter de brede rug van Pieter Aspe gluren heel wat kandidaat vaandeldragers. Het wordt tijd dat we ze op hun waarde schatten, hen aan het woord laten, deze Vlaamse reuzen in wording.
In deze aflevering: Rudy Soetewey!


Nooit eerder zat ik met een interview zo kort op de bal. Rudy Soetewey heeft nog maar net een plaatsje gevonden voor zijn nieuwste trofee, de Diamanten Kogel 2013, of wij staan al voor de deur. Eigenlijk behoort die deur toe aan Café Bahnhove, het voormalige stationsgebouw van Hove, stopplaats tussen Antwerpen en Mechelen. Behalve het stamcafé van Rudy is dit ook een prominente locatie uit zijn boek Getuigen. Het café biedt (dit is geen betaalde reclame) enkele tientallen soorten bieren aan en is een praatbarak van jewelste. Veel meer moet je van Soetewey niet verlangen om los te barsten. In een gesprek van zes (!) uur hebben we de wereld op talloze manieren verbeterd en op vele slakken zout gelegd. Tussendoor spraken we ook over boeken, niet noodzakelijk die van Soetewey. Wat volgt is slechts een summiere weergave van dit rijk overgoten namiddagje in Café Bahnhove.

Tekst: Raymond Rombout | Foto's: Leo Goossenaarts


Op jouw website meld je dat je studies Aardrijkskunde hebt gedaan. Staat eveneens vermeld: “inwoner van Absurdistan”. Is dat geen buurland van Turkmenistan en Oezbekistan?
(lacht hartelijk) “Als je ziet hoe België is georganiseerd, kan je daar wel de logica van in zien, maar dan eerder absurde logica. Je merkt hoe mensen hier reageren op absurdistische toestanden. Daardoor accepteren wij ogenschijnlijk straffe dingen. Wij maken ons daar niet druk meer om, hebben een tolerantie gekweekt tegenover het absurde. Ik vermoed zelfs dat men dat op bepaalde beslissingsniveaus verdomd goed beseft. Ooit zei een Amerikaanse diplomaat: hoe langer ik in België woon, hoe duidelijker ik inzie dat surrealisme eigenlijk het realisme is van de Belgen.”

“Misschien hebben wij daarom de beste surrealistische schilders ter wereld?”

“Dat kan niet anders, dat heeft er gewoon mee te maken. Europa besliste bijvoorbeeld dat slagers geen gebruik meer mochten maken van een houten werkblad. Metaal was immers hygiënischer. In Engeland stopten daardoor tientallen lokale slagers. Niet meer te betalen, beweerden die. In Frankrijk zal je echter niet te veel metalen bladen vinden. Ze moeten er ons maar komen uit zetten, redeneert men daar. Discipline wordt door elke nationaliteit anders geïnterpreteerd en staat omgekeerd relevant op chauvinisme. Dat hebben wij Belgen totaal niet. Klassiek voorbeeld is Spel zonder grenzen, je weet wel, dat populaire spelprogramma uit de jaren zeventig. 90 % van de Nederlanders keek daarnaar om te supporteren. 90 % van de Belgen keek om landgenoten uit te kunnen lachen. Chauvinisme is in Nederland zelfs geen topic. Bij ons is dat iets … absurd.”

“Behalve schrijver ben je ook muzikant. Je treedt sporadisch op met je groep. Is het ene een compensatie voor het andere of zijn dit gewoon twee aspecten van eenzelfde creatieve geest?”
“Het tweede. Ik heb dat ontdekt met een test op het werk. De belbintest peilt wat jouw sterkste rol is binnen een groep. Op internet kan je de verkorte versie uitproberen. Bedrijven gebruiken dit om je binnenste buiten te keren. Ik kwam er uit als creatieveling. Hoewel ik vermoed dat iets wéten niet het allerbelangrijkste is. Wel de kunde om in te schatten waar je limieten liggen.”


EERSTE WERKEN

“Je debuteerde in 1992 met Bedrieglijke eenvoud, een bundel kortverhalen. Wat was de gemeenschappelijke factor?”
“Dat is eenvoudig: de onverwachte wending.”

“Een beetje à la Roald Dahl?”

“Ik was op dat ogenblik een grote fan. Zoiets begint doordat je experimenteert met technieken. Zo vertelt een Zuid-Amerikaanse schrijver (Brieven over de kunst van de roman, Mario Vargas Llosa, 1997) dat je de lezer heel consequent in één richting moet duwen. Met de tweede mogelijkheid houd je voortdurend rekening in je opbouw, maar je switcht pas op het laatst. Dat zijn dingen die ik uitprobeer. Ik haat het wanneer een boek dertig bladzijden voor het einde gewoon uitbolt …”

“De Laatste Reis ontstond na een persoonlijk drama. Je plaatst het verhaal in Londen en je hoofdfiguur is een journalist, op zoek naar zijn waarheid. Het is een boek met zware thema’s als zelfmoord en dood. Dit ligt helemaal niet in de lijn van de aankomende thrillerauteur die je nu bent?”
“Totaal niet. Het was oorspronkelijk een kortverhaal en werd geen vrijblijvend boek. Ik treurde een jaar om de dood van een geliefde en moest daar iets mee. Iemand adviseerde dat ik afstand moest nemen. Heb ik letterlijk gedaan door de plot te situeren in het Londen van de belle epoque. Daardoor kan je je persoonlijke emoties beter verstoppen, maar het werkte wel therapeutisch. Nog steeds krijg ik met een aangename regelmaat reacties.”

“Toen voelde je je nog geen volbloed schrijver?”
“Neen, nog altijd niet. Echt waar. Dat is geen valse bescheidenheid. Ik weet dat ik schrijf, maar voel me geen schrijver. Ik ben overigens een goede klant van Amazon als het gaat over leren schrijven. Heb daar een hele stapel boeken over.”

Dubbel Krijt heeft dan weer alle kenmerken van een afrekening met je oude milieu. Je vertelt jouw waarheid over het onderwijssysteem, dat je net de rug toekeert. Was die behoefte voor een tabula rasa echt zo sterk?”
Dubbel krijt is het boek dat ik altijd wilde schrijven. Er gebeurt zoveel in een school waar mensen geen benul van hebben. Ik dacht er lang over na, maar je hebt een rode draad nodig, iets dat reëel is, waaraan je het verhaal kunt ophangen. Dat werd mij op een dag aangereikt door een collega in een leraarszaal. Die begon met: wil je nu eens wat weten, en na een minuut luisterde ik al niet meer, want ik had mijn rode draad te pakken. In dat boek komt niets voor dat niet echt gebeurd is. Alleen heb ik de gebeurtenissen over verschillende scholen binnen een termijn van zeg maar drie jaar samengebald in één school in één jaar.”

“Lijkt me een literaire schop tegen de schenen. Is dat de reden van je stoelendans bij enkele uitgevers?”

“Geen idee. Manteau weigerde het. Doen we niet, zegden ze. Pas achteraf kwam ik te weten dat Manteau in die tijd zou overschakelen op thrillers. Mijn nieuwe uitgever bracht Dubbel krijt wel uit, maar ook zij stelden daarna voor een thriller te beginnen. Ik had nog een toneelstuk liggen dat er voor kon dienen: Inbraak. Dat boek kreeg enorme respons: nominaties voor Gouden strop en Hercule Poirot. Ik was al aan het volgende bezig, toen mijn uitgeverij in faling ging. Ik liet het manuscript een hele tijd liggen, tot mijn vriend Staf Schoeters mij overtuigde het aan een nieuwe uitgever te presenteren. Dat werd dus Kramat. Toen ook dat boek werd genomineerd, zei ik in volle euforie tegen mijn uitgever dat ik voor hem drie thrillers in vijf jaar zou schrijven. Ik ben er geraakt, maar het was zwaar.”

(Naar aanleiding van een zetfout in het boek, gaan we een discussie aan over correcties, maar belanden opnieuw bij de uitgeverswereld) “Als je vergelijkt met de Angelsaksische markt, zie je toch verschillen. Ginds krijgt een schrijver een editor toegewezen, die zich niet beperkt met zinnen anders te formuleren, maar sommige situaties mee uitdenkt. Om terug te komen op Dahl: bij de helft van diens verhalen komt het idee van de editor. Gelezen in zijn biografie. In Vlaanderen kunnen kleine uitgeverijen – in feite een pleonasme - zich dat niet veroorloven.”


INBRAAK
“Inbraak gaat over een inbreker die wordt gesnapt door het thuiskomende koppel. Het is dus een toneelstuk waar je een boekversie van maakte. Dat voel je ook, dat lees je. Eenheid van tijd en plaats, drie personages. Toch heb je er stilistisch goed over nagedacht. In elk hoofdstuk komt een ander personage aan het woord. Met de eerste zinnen laat je de lezer telkens raden wie er nu vertelt.”
“Dat klopt. Ik heb geprobeerd het zo te schijven dat de lezer op de duur bij elk personage empathie voelt, hoewel die personages, alle drie, redelijk straffe dingen doen. Ik wilde de lezer in elk nieuw hoofdstuk op zijn vorige conclusie doen terug komen.”


“In het boek staat een expliciete verkrachtingsscène. Ik neem aan dat dit in het theaterstuk een stuk implicieter is?”
“Mooie vraag. Hoe zou jij dat oplossen?”

“De daad achter de sofa situeren, alleen wat benen laten zien.”

“Dat kan ook. Maar de meest voor de hand liggende oplossing lijkt me echter dat je de aanloop naar de verkrachting net voor de pauze plaatst, en de personages na de pauze met de gebakken peren laat zitten.”


“Ik lees dat Inbraak wel wordt gesmaakt, toen het uitkwam, maar dat er dat jaar andere boeken mochten bekroond worden. Kun je je daarin vinden?”
“Ik heb daar een eenvoudige reactie op. Elke lezer heeft zijn eigen voorkeur. Het is onzin te denken dat je een boek kunt schrijven dat iedereen smaakt. Het enige wat ik wens is dat men in de formulering van die mening dat aspect in de redenering meeneemt. Indien je een boek niet goed vindt, zeg dan ook dat jij dat boek niet goed vindt. Doe niet of jouw mening de absoluut zaligmakende is. Probeer te ontdekken wat de bedoeling was van de auteur. Niet wat jij vindt dat de bedoeling moet zijn. Want dat kun je niet weten. Recensenten vervallen soms in dat euvel.”


VRIENDEN

Vrienden heb ik al een tijdje terug gelezen. Het opmerkelijkste aan dat boek is de premisse: vijf vrienden overwegen een spelletje moord dat echter bittere ernst wordt.”
“Het toeval wil dat ik deze vraag op de laatste boekenbeurs een aantal mensen heb voorgelegd. Stel dat je iemand mocht vermoorden terwijl je er absoluut zeker van mag zijn dat je er mee weg komt. Welke naam zou je er dan kunnen op plakken? Wel, ik kreeg drie soorten antwoorden. De eerste groep zei: nee, dat kan ik niet maken, of ik zou het niet doen. De tweede was veel explicieter. Die vonden de opdracht te gemakkelijk en hadden direct een naam klaar. De derde, de kleinste groep, zei na enig nadenken: éne maar?” (Soetewey bewijst hier dat hij behalve een goed schrijver ook een amusante verteller is)


GETUIGEN

Getuigen begint met een relletje in een treinwagon, waarbij de enige getuige wordt geconfronteerd met zijn eigen lafheid. Dat kan iedereen van ons overkomen, want is het niet zo dat we ons allemaal drukken wanneer we getuige zijn van nodeloos geweld?”

“Precies. Helden worden overigens door de omstandigheden geboren en niet door wie ze zijn. Iemand met de rug tegen de muur, kan niet gaan lopen. Dat is een biologisch wetmatigheid. Praktisch elk dier dat nog kan ontsnappen, is ribbedebie. Maar wanneer de kat in het nauw zit, draait ze zich om en moet de hond maar beter opletten. Tenzij je reactiesysteem is geconditioneerd zoals in het leger.”


“Je geeft je hoofdpersoon, Martin Vandeweyngaert alle bescherming om zich niet kenbaar te maken. Hij staat in een zwakke positie en mocht daar zelfs niet zijn. Doch zijn geweten knaagt. Hij schrijft een anonieme brief, wat de bal aan het rollen brengt. Is Martin het voorbeeld van een antiheld?”
“Iedereen met een beetje pech kan in zo’n situatie terechtkomen. Geen enkel strafbaar feit plegen, gewoon stomme pech, het kan genoeg zijn om heel het systeem over je heen te krijgen. Wat in dit boek ook gebeurt. Na een paar hoofdstukken denkt de lezer: man man man, je geraakt dik in de problemen, maar ik zou het zelf ook zo doen.”


“Secundair onderwerp in dit boek is het onderhuidse racisme in onze maatschappij. Je brengt daarvan zowat alle facetten aan: sociale tegenstelling, het omgekeerde racisme. Ben je daarin, als inwoner van Antwerpen, ervaringsdeskundige?”
“Het gaat breder dan latent racisme. Er is één ding dat we hebben afgeleerd. We vertelden onze kinderen vroeger dat ze hun verantwoordelijkheid moeten nemen en de gevolgen van hun beslissingen moeten dragen. Als er echter één ding is dat we de bevolking nu hebben ingeprent dan is dat het nooit de eigen fout is. Het is altijd de schuld van iemand anders. Iedereen, op alle niveaus doet daaraan mee. Zelfs de vakbond waar Martin werkt, heeft commentaar op iedereen, maar problemen in eigen huis, ho maar. De perceptie is gewijzigd van het zoeken naar een oplossing naar het stellen van de schuldvraag. Iemand die door eigen fout te laat op het perron verschijnt, is kwaad op de treinwachter omdat hij niet meer op de trein mag.”

“Hoe komt dat?”

(Denkt na) “Daar is onder andere de media fout in.”

“In de manier waarop sommige kranten hun titels suggestief maken?”

“Kijk, de core business van literatuur is conflict en daar lijkt ook de media tegenwoordig mee behept. Conflict creëren is haast belangrijker geworden dan nieuws brengen. Ik kan niet geloven dat dit toeval is. Die bedrijfsfilosofie komt uit de VS. Geert Mak, de bekende Nederlands non-fictieschrijver, ontdekte in de VS een stadje waarvoor Fox News de enige nieuwsbron was. De bewoners werden niet gehinderd door kennis van zaken en beweerden allen dat lastige bejaarden in Nederland tot euthanasie werden gedwongen. Hoe meer je de mens kunt isoleren in zijn nieuwsbehoefte, hoe kwetsbaarder hij wordt. Of neem het fictieve voorval op de trein in mijn boek. Typisch is dat wanneer er een dode valt men plots secundaire oorzaken begint te onderzoeken. Omdat de schuldvraag de enige vraag is die niet wordt gesteld. Martin krijgt de volle laag als laffe boodschapper en het treinpersoneel wordt onachtzaamheid aangewreven. De publieke opinie maakt sneller gehakt van het treinpersoneel dan van de eigenlijke boef.


“In zijn achtervolging op Jamal laat je Martin per fiets op de Lintersteenweg rijden, de Mortselsesteenweg en de Groenenborglei. Je spreekt over een kerk, een bakker, enz. Die blijken er ook allemaal te zijn. Zelfs het bewuste parkje ligt op die plaats. Vind je dat zo’n details moeten kloppen?”
“Vanaf het moment, mijn idee, dat je effectief straatnamen gebruikt, moeten die details kloppen. Je hebt altijd lezers die het beter kennen. Zo vertelde een lezer me dat er iets niet klopte in Getuigen. Je laat je figuur uitstappen in Hove, zegt die, en de treinwachter laat zich niet zien. Dat kan niet, want die moet altijd de trein via een perronkastje laten vertrekken.”

“Dat is juist.”

“Ja maar, (als een echte comedian, met grimassen en nadrukkelijke declamatie) het station van Hove hééft geen dergelijk kastje. Ik heb dat tevergeefs gezocht. Maar weet je waar ook geen kastje is? Dat kreeg ik cadeau via Facebook. In Sint-Katelijne-Waver. Laat dat toch het station zijn waar mijn boefjes opstappen, zeker? Is dat research? Neen, maar het moet kloppen.”

“Hoe organiseer jij research?”

“Ik moet me forceren om dat te doen. Dat geval van arganolie is echter typisch voor mij. Mijn vrouw vindt dat op een markt in Frankrijk op vakantie. Een boertje raadde haar dat aan voor verbrande huid. Wil het toeval dat ik juist te lang in de zon had gelegen en dat goedje wel wilde gebruiken. Het stonk als de pest, maar na twee minuten was die geur weg. De dag erna zag ik mooi bruin. Was ik toch wel net die scène aan het schrijven. Geen research, maar toeval.


“Wanneer Martin merkt dat zijn gevel is beklad met het woord racist, krijgt de lezer een idee van de impact doordat het woord in het boek typografisch belangrijk wordt gemaakt. Wilde je hiermee de pijn simuleren?”
“Ja. Dat was zo bedoeld. Als je dat meemaakt is dat een schok. Als je dat dan wegwerkt, als gewone burger, hang je.”


2017

“Je opent de debatten met quotes van Leonard Cohen en Joni Mitchell. In Getuigen had je al een tekst van Adamo. Zoek je je filosofische steun bij zangers?”
“Dat heeft meer te maken met de inhoud. Ik zoek die quotes achteraf, of ik noteer wanneer ik een interview lees, zoals bij Cohen. Ik vond die zo fundamenteel juist. Dat van Adamo is pure poëzie. In ieders leven komt er immers een moment dat je vergeet hoe gelukkig je eigenlijk bent. Iedereen heeft pech. Je kunt kankeren of relativeren. Dat is ook de drijfveer van Martin: hij laat niet los.”


“Het verdwijnen van Albert, de vader van Michel Lepaire brengt natuurlijk de plot op gang, maar de argumenten en houding van het rusthuis, bij monde van de directrice, voelen waarheidsgetrouw aan. Wie de rekeningen niet kan betalen, wordt er uit gezet. Het niet verwittigen van de politie bij een verdwijning lijkt me toch verontrustend.”
“ Ben jij overtuigd dat je nergens zo’n plek zult vinden, nu? Goed, dat is nu eenmaal de politiek, als gevolg van de juridisering van onze maatschappij. Gezond verstand is geen argument meer.”


“In 2017 zoekt de politie dus niet meer naar vermiste personen. Daarvoor worden privédetectives ingeschakeld. Sociale wantoestanden worden gebetonneerd in waterdichte contracten waarvan advocaten adviseren maar beter de rekeningen te betalen. Bedrijven betalen geen belastingen, sociale zekerheid is totaal ondermijnd, werkloosheidsvergoeding beperkt in tijd, overheidsdiensten en ambtenaren gekortwiekt. 2017 lijkt me geen goed jaar te worden.”
“Kan jij beweren dat het we daar niet op af stevenen? Veel moet er niet veranderen! Ik heb er geen goed oog in. Het is iets dat meespeelt, dat gevoel dat dit wel degelijk kan. Ik wil binnen tien jaar niet in de spiegel tegen mezelf moeten zeggen: dat had je toch moeten durven schrijven. Beter is daarom te hopen dat ik fout zal zijn. Als ik het jammer genoeg niet fout in schat, heb ik het toch maar geschreven. Wat ik me niet realiseerde is dat mensen zouden zoeken, alle verhoudingen in acht genomen, naar analogieën met 1984 van George Orwell.”


“Ik kan me niet van de indruk ontdoen dat je het verhaal in 2017 plaatste om de tegenstellingen tussen Vlaanderen en Wallonië fictief te houden, en dus niet te moeten afrekenen met hedendaagse aspecten. Waren er nog andere redenen?”
“Vooreerst, ik wilde geen sciencefiction schrijven. Ik wilde het evenmin in de actuele tijd omdat een aantal politieke invloeden in onze maatschappij na de verkiezing in 2014 grote impact kunnen hebben. Ze zijn groter dan men zich nu realiseert, want bitter weinig mensen lezen partijprogramma’s. Een voorbeeld: kmo’s betalen te veel belasting. Niet omdat de staat teveel vraagt, maar omdat de grootste industriëlen, de multinationals, haast niets betalen. Ik hoor daar geen enkele partij ook maar iets over zeggen.”

“Omdat ze allen met handen en voeten zijn gebonden?”

“Daar ligt de eigenlijke reden om het verhaal in de toekomst vooruit te schuiven. Het is wel niet nu, maar te dichtbij om ons geen zorgen te maken. Ik wilde het politiek pamflet vermijden, om een aantal voor de hand liggende kritieken. Niks wordt ooit wat je denkt dat het ooit zal worden. Niemand kan de toekomst van binnen drie jaar voorspellen.“

“Ik dacht ook dat je taalconflicten wilde vermijden. Je suggereert immers een burgeroorlog tussen Walen en Vlamingen.”

“De enige echte reden dat in de wereld een burgeroorlog begint, dat is mijn mening, is armoede. Geef iedereen voldoende te eten en er komt geen oorlog. Het moment dat er genoeg ongeletterden niet aan de bak komen, kan je die mobiliseren. Bij ons was de taalstrijd de laatste decennia geen strijd omdat we in verhouding goed hebben geboerd. Maar wat als 25 % van de Vlamingen noch werk noch werkloosheidsvergoeding heeft? Je hebt er maar één nodig die dan een beschuldigende vinger wijst. Neem nu de Afrikaanse lente. Iedereen beweert dat Twitter en Facebook de aanleiding waren. Onzin. In Tunesië, waar het allemaal begon, verdubbelden de voedselprijzen met 100 % op één dag. Tienduizenden vielen toen plots uit de boot. Dàt was de vonk.“


“Je gebruikt “Goe bezig manneke” heel gedoseerd om Martin achtereenvolgens te schetsen, te vernederen en op het einde te complimenteren. Van waar komt die uitdrukking?”
“Je kiest je pijltjes wel goed. Dat is een citaat van mijn vader. Dat is iemand die in het amateurtoneel zeer succesvol was, meer dan 40 toneelstukken heeft geschreven. De laatste twee jaar dementeerde hij echter, dat werd emotioneel zwaar. Net zoals bij De laatste reis moest ik daar iets mee doen. Ik maakte er een verhaal rond, maar de fond is autobiografisch. In mijn jeugd was ik zeer creatief, maar niet standvastig. Ik lanceerde me bijvoorbeeld als fotograaf, maakte een paar honderd foto’s en stopte dan. Toen ik aankondigde dat ik een boek zou schrijven, zei mijn vader mij bot dat ik daar niet genoeg discipline voor had. Dat werd dus de uitdaging die ik nodig had. Ik schreef dat boek, dubbel zoveel bladzijden als zijn toneelstukken. Dat was voor hem het breekpunt van zijn achting. Toen knikte hij, voor de eerste keer met respect, goe bezig, manneke. Toen ik dit verhaal aan het uitschrijven was, kwam deze cynische stopzin spontaan op. Ik wist meteen dat ik die moest gebruiken. “


“Zodra Martin en Anouk worden gekidnapt verandert de toon van het verhaal. Ik vind dat het van gevat intrigerend naar dreigend en somber gaat.”
“De omstandigheden laten op dat ogenblik geen frivoliteit toe. Humor kon de spanning alleen maar kapot maken. Maar ik ben akkoord dat dit de toon verandert.”


“Bij de voorstelling van de drie terroristen zouden veel schrijvers er zich van af maken door de nadruk te leggen op hun dreigende tronies. Jij geeft ze een naam, nationaliteit en een bezwaard verleden. Vond je het belangrijk dat de lezer empathie kreeg?”
“Alle mensen zijn gelijk, punt. Het is absurd dat we daar nog altijd over discussiëren. Maar dat heeft consequenties. Een vreemdeling heeft even zo goed het recht om als held te worden opgevoerd, maar ook het recht om badie te spelen.”



Over de auteur

Raymond Rombout

75 volgers
17 boeken
0 favorieten
Auteur


Reacties op: Vlaanderen thrilt #3 • Rudy Soetewey

 

Gerelateerd

Over

Rudy Soetewey

Rudy Soetewey

Vlaams auteur van thrillers en misdaadverhalen. Won in 2011 met Getuigen de Hercule Poirotprijs. Win in 2013 met 2017 De Diamanten Kogel. Titels: Inbraak, Moord, Vrienden, Getuigen, 2017. Bewijs het m...