Advertentie

Hebban vandaag

Dossier /

Vlamingen: no pasarán

door Raymond Rombout 30 reacties
Het Vlaamse boek weet de weg naar de Nederlandse boekhandel maar niet te vinden. De Vlaamse thrillerauteur Raymond Rombout heeft zich in de kwestie verdiept en vat de kern van het probleem voor ons samen.

De Chinese muur tussen Vlaanderen en Nederland

Jo Claes, winnaar van De Gouden Strop 2015, riep in zijn dankbetuiging op tot grensoverschrijdend literair verkeer: “Op dit moment lijkt er een Chinese muur te staan tussen Vlaanderen en Nederland, en daar lijkt geen zinnige reden voor te bestaan.”

Claes is beslist niet de eerste die dit opmerkt, maar hij heeft de verdienste dat hij een klokkenluider is met enige renommée. De Nederlandse Taalunie publiceerde het jaar voordien, bij monde van Carlo Van Baelen, een studie over dit onderwerp, waarop ik mij dan weer baseerde, in december 2014, voor een column op het toenmalige Crimezone. Details kunt u nakijken via de links hiernaast, maar sta me toe de essentie samen te vatten, vooraleer ik nieuwe feiten aandraag.

Media, onderwijs, sport en maatschappij varen in beide landen een verschillende koers omdat ze grondgebonden zijn, en dat is alleen maar logisch. Cultuur tussen Vlaanderen en Nederland zou dat niet moeten zijn,  taal en taalgebruik zouden moeten spotten met fysieke grenzen, maar dat is dus klaarblijkelijk niet het geval, want anders was u dit niet aan het lezen. Theater vormt de welkome uitzondering, met in dat kielzog, soms, dramaseries van eigen bodem.

Qua oorzaken haalt Carlo Van Baelen o.a. aan:

  • Doeltreffendere ondersteunende maatregelen van overheid in NL. Cultuur wordt in Vlaanderen behandeld als een ondergeschoven kind.
  • Markt wordt geleid door uitgeverijen, met zetel in NL, die VL behandelen als een kolonie. In VL blijven slechts enkele grote spelers over.
  • Onderwijs, strips, non-fictie en kind/jeugdboeken houden de schijn nog op, maar in literaire fictie, inclusief misdaad is het armoede troef.

Het toeval wil dat ik afgelopen zomer wat marktonderzoek kon doen in de boekhandels van Noord-Brabant. Ik bezocht meer dan 30 boekhandels, van Breda tot Eindhoven, van Primera’s over Blz’-den tot onafhankelijke boekhandels zoals Het verboden Rijk. Per handelszaak vond ik gewoonlijk een vijftal Vlaamse titels. Meestal Griet Op de Beeck, heel populair in Nederland zo blijkt, met Jo Claes als goede tweede, omdat hij natuurlijk net die Strop had gewonnen. Maar verder? Een enkele keer Brusselmans of Lanoye, typische Vlaamse vaandeldragers, één exemplaar van De intrede van Christus in Brussel  van Dimitri Verhulst en een verloren gelegd exemplaar van Hugo Claus’ Verdriet van België. En voor de rest? NIETS! NADA! NIENTE! Op 10 kilometer van de grens met België!

Toeval? Zeer zeker niet. Wellicht bewust, zegt mijn Nederlandse uitgever bij Just Publishers, want er bestaat een serieus taalverschil. Neem nou mijn James Bondboek, al vier maal in Vlaanderen uitgegeven, en op dit ogenblik in de Nederlandse boekhandels. “Ik kom hier tal van uitdrukkingen tegen,” meldt de uitgever me, “die een Nederlander niet begrijpt. Mag ik wat veranderen?”

Als medewerker van Hebban ben ik al langer op de hoogte van die taalverschillen, maar toch vermoedde ik dat het ging om enkele tientallen wijzigingen doorheen het hele boek, dus zei ik achteloos ja. Ik kwam van een koude kermis thuis: het bleken er een tiental te zijn, per bladzijde! Zijn we uit elkaar aan het groeien? Of was er dan nooit sprake van samenhang?

Historisch ommetje

Toch blijkt ook dat logisch. Nederland en Vlaanderen worden immers gescheiden door een gemeenschappelijke taal.

In de 16e eeuw, ten tijde van de Tachtigjarige Oorlog, vluchtten vele Zuid-Nederlanders uit lijfsbehoud naar het Noorden. De echtscheiding werd aangevraagd, de inboedel verdeeld: de Noorderlingen mochten hun geloof meenemen, in ruil voor verbanning uit het Spaanse Rijk. Begin 17e eeuw groeide de Nederlandse bevolking daardoor met 10 procent. Wie meent dat Lodewijk Elsevier, Simon Stevin, Frans Hals, ja zelfs Joost van den Vondel rasechte Nederlanders waren, mag nu zijn mening veranderen.

De Zuiderlingen die achterbleven, mochten katholiek blijven in ruil voor verdrukking. Dat lieten ze zich niet aan hun hart komen, want nadien kwamen nog Oostenrijkers, Fransen, ja zelfs de Nederlanders de lakens uitdelen. Waar zouden ze zich druk om maken, het gebeurde toch allemaal boven hun hoofden? Het volk, dat converseerde onder elkaar in het Brabants of het Limburgs, ze waren toch maar juist goed om belastingen te betalen aan hun Franssprekende regeringen. Want Frans was intussen de Europese cultuurtaal geworden. In 1830 werd België eindelijk onafhankelijk, waarna de Nederlandstalige Belgen nog een eeuw moesten ploeteren om hun Vlaams, het Nederlands voor de Belgen zeg maar, te laten doordringen in alle vezels van de maatschappij.

Vlaanderen heeft het dus niet getroffen. Het oude Vlaanderen werd onthoofd van zijn culturele elite, terwijl Vlaamse steden leegliepen: het is geen toeval dat de Gouden Eeuw in Nederland en niet in Vlaanderen plaatsvond. Zowel Nederland als de Nederlandse taal werd daarbij erg belangrijk omdat Amsterdam een van de grootste, belangrijkste en rijkste  steden ter wereld werd. Het nieuwe Vlaanderen liep daarbij een achterstand van tweehonderd jaar op en vermoeide zich bovendien met een interne taalstrijd.

Niet meer dan normaal dat Noord-Nederland niet ging zitten wachten op de afloop. Het werd hun begrijpelijke zorg de eigen taal te vrijwaren voor anderstalige invloeden. In 1637 werd de Bijbel voor het eerst vertaald naar het Nederlands, bekend als de Statenvertaling, waarvoor men zich baseerde op enkele van de bestaande dialecten – voornamelijk het Hollands en het Brabants - uit het voormalige Verenigde Provinciën-Rijk.

In dat opzicht is het zeer begrijpelijk dat Nederlanders zichzelf de navel van de wereld begonnen te vinden. Dat vonden de Chinezen, Egyptenaren en Romeinen ook van zichzelf, ten tijde van hun hoogconjunctuur. Komt daarbij dat het latere Koninkrijk beschikte over kundige staatsleiders, dappere zeekapiteins en vranke ondernemers, zowel oorzaak als gevolg van hun Calvinistische manier van denken, waarin resultaat domineert boven gevoel. De realisaties op gebied van economie, financiën, scheepvaart, etc. spreken voor zich: het Nederlandse overwicht is historisch een niet te veronachtzamen feit.

Als ik het zo bekijk moet zowat elke IJslandse onderwijzeres die een pen kan vasthouden wel haar vertaalde boek zien liggen in Amsterdamse boekenwinkels.

Op taalgebied werd dezelfde luciditeit aangelegd. Taal moest eenvormig zijn, vooral duidelijk en doeltreffend om realisaties op alle maatschappelijke terreinen te bestendigen. De Nederlandse taal werd een tool, waar geen plaats is voor nonsens en alles in dienst staat van efficiëntie. In de laatste decennia van de vorige eeuw werd vanop de preekstoel nogal veelvuldig verkondigd dat een Vlaming maar moest leren praten als een Nederlander.

Helaas, pindakaas. De taalvirtuoos uit de 21e eeuw is niet wat de taalboer uit de 17e eeuw voor ogen had. Vlamingen hebben zich - uit noodzaak - op hun beurt bijgeschoold, om verantwoord strijd te kunnen leveren voor identificatie en erkenning, tegen verfransing en taalverwaarlozing. Het is daarom geen toeval dat Vlamingen al de Grote Dictees, Literaire Prijzen en taalspelletjes winnen van hun Noorderburen. We zijn niet intelligenter, maar wel linguïstisch meer beslagen. Onze versie van het Nederlands is rijker, creatiever en gevoeliger dan het nuchtere Nederlands van boven de Moerdijk. Onze schrijvers worden steevast 'sappig', 'weergaloos' of 'leuk' bevonden. (leuk: typische Noord-Nederlandse dooddoener waarvoor Vlamingen een paar honderd woorden hebben) Dat zijn dan de positieve reacties. Zeurpieten kankeren over woordenboeken die ze mee naar bed moeten zeulen om dat Vlaams te begrijpen, sta me toe dat ik me niet verwaardig daar op te reageren.

De strikt Noord-Nederlandse norm verliest daarom de laatste decennia terrein. Het is duidelijk geworden dat er in de standaardtaal intussen twee polen gegroeid zijn: een vorm van standaardtaal zoals gebruikelijk in Nederland en een vorm van standaardtaal zoals gebruikelijk in Vlaanderen. Die twee polen hebben het overgrote deel van woorden en constructies gemeenschappelijk, maar niet alles. In de plaats van de nuance-loze veroordeling van alle (Belgische) verschillen komt nu het inzicht dat een beperkte geografische taalvariatie helemaal niet verontrustend maar integendeel heel normaal en zelfs verrijkend is. Er groeit een toleranter normbewustzijn, met respect voor de eigenheid van de standaardtaal in Vlaanderen.

Die tolerantie is dus nog niet doorgedrongen tot alle gelederen van de uitgeverswereld. Luisterend naar hun mercantiele reflexen, zijn Nederlandse uitgevers nog altijd bezig de beste boeken van heel Europa aan te trekken, te vertalen en uit te geven. Van Rusland tot Spanje, van IJsland tot Griekenland, met - het laatste decennium - een speciale adoratie voor de Scandinavische literatuur in haar geheel. Als ik het zo bekijk moet zowat elke IJslandse onderwijzeres die een pen kan vasthouden wel haar vertaalde boek zien liggen in Amsterdamse boekenwinkels.

Maar Vlamingen: no pasarán!

Het vertroebelt het beeld op meer dan één manier, omdat het verhoudingen scheeftrekt. Succesvolle Nederlandse auteurs halen ongetwijfeld veel aanzien vanwege hun kwaliteit, maar ook omdat dit gepaard gaat met hogere oplagen. Wie in Vlaanderen als schrijver wil doorbreken, laat staan als thrillerauteur, moet ofwel spuuglelijk zijn en bereid zijn dat overal op alle zenders met een uitgestreken gezicht te komen tonen, ofwel verwikkeld geraken in een schandaal dat niets, maar dan ook niets te maken heeft met de boeken die hij schrijft.

Dat komt, opnieuw, door de oplages. Door het gebrek aan oplage, in feite. In Vlaanderen publiceren slechts weinig uitgeverijen uitsluitend Vlaamse auteurs. Wie toch wordt uitgegeven kan rekenen op een oplage van een paar duizend exemplaren, misschien. Na zes maanden is je boek uit de winkel, om plaats te maken voor die overgewaardeerde IJslandse keuterboeren. Alleen bibliotheken verzamelen Vlaamse auteurs als een beschermde soort, maar ook daar wordt in de toekomst komaf mee gemaakt, vermits onze Ministers van Cultuur vooral bezig zijn om cultuur snel af te bouwen. We hebben dus heel wat om in eigen boezem te kijken.

Vandaar deze moedige poging wat kabbels in de beek te brengen. Van de uitgeverswereld zal het blijkbaar niet komen, een enkele poging niet te na gelaten. Het moet van onderuit komen. Nederlanders moeten Vlaamse literatuur leren appreciëren, zich te goed doen aan de intuïtieve rijkdom van de taal die in het Zuiden wordt gesproken, hun onvermijdelijke hang naar orde laten vallen, op avontuur trekken. Vlamingen moeten dan weer de Nederlandstalige rigiditeit ontdekken, op zoek gaan naar nieuwe horizonten in de eigen taal en aanvaarden dat minder ook meer kan zijn.

Media en politiek zijn daarin natuurlijke bondgenoten, maar iemand moet ze dat wel eens duidelijk maken. Want voor het afschaffen van bibliotheken krijg je maar beter geen standbeeld…

Nog een laatste punt. Als Hebban elk jaar uitpakt met de best gelezen boeken, en die onderverdeelt in categorieën, waarbij vooral de Nederlandstalige categorie mij de ogen uitsteekt, dan is dat een bevestiging van een wantoestand. Als Vlaamse thrillers niet in de boekhandels geraken in Nederland, hoe kan je dan van een Nederlander verwachten dat hij het zal tippen in een boekentop-10? Hoe representatief is zo’n hitlijst dan? Moet er dan een Vlaamse Top 10 komen? God beware ons, het zou de discriminatie alleen maar institutionaliseren.

Besluit: de oplossing is niet eenvoudig en ook door mij niet bekend. De touwtjes zitten blijkbaar in verkeerde handen. Er bestaat geen Oppermachtige chef die de verandering in gang kan zetten. Misschien dan toch maar op het geweten spelen: lees Vlaanderen, vertaal Vlaanderen, aanvaard Vlaanderen. We zijn er nu eenmaal, we hebben daar niet om gevraagd.



Over de auteur

Raymond Rombout

77 volgers
17 boeken
0 favorieten
Auteur


Reacties op: Vlamingen: no pasarán

 

Over

Raymond Rombout

Raymond Rombout

RAYMOND ROMBOUT * Geboren in Borgerhout , opgegroeid in Mechelen, uitgebloeid in Zemst. (Weerde). Geschoold in Mechelen (Atheneum), en Antwerpen (A1- Public Relations PIVA ). Gesneuveld in het twe...