Advertentie

Hebban vandaag

Nieuws /

Voorpublicatie: Het Rosie Effect

'Het Rosie Project', over de begaafde autist Don Tillman die op zoek gaat naar de perfecte partner, werd een wereldwijde hit. Ook op vele 'gelezen'-boekenplankjes op Hebban is het boek terug te vinden en in de Hebban Top 100 pronkt deze roman op nummer 66. Goed nieuws voor Rosie-liefhebbers: op 24 oktober verschijnt Graeme Simsions vervolg op dit succesvolle boek: 'Het Rosie Effect'. Op Hebban kun je alvast de eerste drie hoofdstukken lezen!

1

Sinaasappelsap stond niet gepland voor de vrijdag. Hoewel Rosie en ik het Gestandaardiseerde Maaltijdsysteem hadden afgeschaft – wat de ‘spontaniteit’ bevorderde maar nadelig was voor de tijdsduur van het boodschappen doen, de voedselvoorraad en de mate van verspilling – hadden we afgesproken dat we elke week drie alcoholvrije dagen zouden inlassen. Zonder officiële planning bleek deze doelstelling lastig te behalen, zoals ik al had voorspeld. Uiteindelijk zag Rosie ook de logica in van mijn oplossing.
Vrijdag en zaterdag waren voor de hand liggende dagen voor het consumeren van alcohol. We hoefden beiden niet naar de universiteit in het weekend. We konden uitslapen en daarna wellicht seks hebben.
Seks mocht absoluut niet ingepland worden, in ieder geval niet in expliciet overleg, maar ik was inmiddels bekend met de reeks gebeurtenissen die er meestal aan voorafging: het eten van een bosbessenmuffin van de Blue Sky Bakery, het drinken van een driedubbele espresso van Otha’s Coffee, het uittrekken van mijn overhemd, en mijn imitatie van Gregory Peck als het personage Atticus Finch in To Kill a Mockingbird. Ik had geleerd niet alle vier de onderdelen bij elke gelegenheid in dezelfde volgorde uit te voeren, aangezien mijn intenties dan wel erg duidelijk zouden zijn. Om een element van onvoorspelbaarheid toe te voegen, besloot ik twee keer een munt op te gooien om te bepalen welk onderdeel van de routine ik zou weglaten.

Ik had een fles Elk Cove-pinot gris in de koelkast gezet voor bij de met de hand opgedoken coquilles die ik die ochtend op Chelsea Market had gekocht, maar toen ik onze was had opgehaald uit de wasruimte beneden, stonden er ineens twee glazen sinaasappelsap op tafel. Het sinaasappelsap was niet compatibel met de wijn. Als we dit eerst zouden drinken, zou het onze smaakpapillen ongevoelig maken voor de relatief hoge concentratie natuurlijke suikers die een pinot gris bevatte, leidend tot een zure smaak. Wachten tot na het consumeren van de wijn zou ook onacceptabel zijn. Sinaasappelsap bederft snel. Vandaar dat ontbijtgelegenheden altijd benadrukken dat hun sap ‘vers geperst’ is.
Rosie bevond zich in de slaapkamer, dus het was niet mogelijk dit direct met haar te bespreken. In ons appartement bestonden er negen mogelijke combinaties van ruimtes waar Rosie en ik ons konden bevinden, waaronder zes combinaties waarbij we ons ieder in verschillende vertrekken bevonden. In ons ideale appartement, zoals we gezamenlijk hadden vastgesteld voorafgaand aan onze komst naar New York, zouden er zesendertig mogelijke combinaties zijn geweest, aangezien dit appartement zou bestaan uit een slaapkamer, twee werkkamers, twee badkamers en een woonkamer met open keuken. Dit ideale appartement zou gesitueerd zijn in Manhattan, vlak bij de 1- of a-lijn voor vervoer naar de medische faculteit van Columbia University, met uitzicht op het water en een balkon of een dakterras met ruimte om te barbecueën.

Aangezien ons inkomen bestond uit één academicussalaris aangevuld met de inkomsten uit twee bijbaantjes als cocktailbereiders maar minus Rosies collegegeld, moesten we enkele concessies doen en voldeed ons appartement aan geen van de vooraf gestelde eisen. We hadden de locatie Williamsburg zwaar laten meewegen omdat onze vrienden Isaac en Judy Esler daar woonden en deze buurt hadden aangeraden. Er was geen logische reden om aan te nemen dat een (toen) veertigjarige professor in genetica en een dertigjarige geneeskundestudent zich thuis zouden voelen in dezelfde buurt als een vierenvijftigjarige psychiater en een tweeënvijftigjarige pottenbakster die hun woning hadden gekocht voordat de prijzen waren gestegen. De huur was hoog en het appartement had een aantal gebreken die de beheerder niet bereid was te repareren. Momenteel kon de airconditioning niet op tegen de buitentemperatuur van vierendertig graden Celsius, wat binnen de verwachte waarden viel voor eind juni in Brooklyn.
Het lagere aantal kamers en het feit dat ik nu was getrouwd, betekende dat ik moest samenleven met een ander persoon in een beperktere ruimte dan ooit tevoren. Rosies fysieke nabijheid was een zeer positieve uitkomst van het Echtgenote Project, maar tien maanden en tien dagen na onze bruiloft moest ik nog steeds wennen aan het feit dat ik nu deel uitmaakte van een echtpaar. Soms verbleef ik langer in de badkamer dan strikt noodzakelijk was. Ik verifieerde de datum op mijn telefoon: het was echt vrijdag 21 juni. Dit was beter dan de mogelijkheid dat mijn denkvermogen was aangetast, waardoor ik niet meer wist welke dag het was. Maar het bevestigde een overtreding van het alcoholprotocol. Mijn overpeinzingen werden onderbroken doordat Rosie uit de slaapkamer tevoorschijn kwam met alleen een handdoek om. Dit was mijn favoriete outfit, aangenomen dat ‘geen outfit’ niet telde als een outfit. Ik werd wederom getroffen door haar buitengewone schoonheid en haar onverklaarbare besluit om mij als haar partner te selecteren. Zoals altijd ging die gedachte gepaard met een ongewenste emotie: een intense angst dat ze op een dag zou inzien dat ze een fout had gemaakt.

‘Hoe maakt u het vanavond?’ vroeg ze.
‘Ik ben momenteel bezig met het verzamelen van de ingrediënten. Daarna volgt het snijden.’ Ze lachte, op een toon die erop wees dat ik haar vraag verkeerd had geïnterpreteerd. Haar vraag zou helemaal overbodig zijn geweest als we het Gestandaardiseerde Maaltijdsysteem hadden aangehouden. Ik voorzag Rosie van de informatie die ze naar mijn idee verlangde.
‘Duurzame coquilles met een mirepoix van wortel, knolselderie, sjalotjes en paprika, en een dressing van sesamolie. De aanbevolen drank hierbij is pinot gris.’
‘Kan ik nog iets doen?’
‘‘‘We all need to get some sleep tonight. Tomorrow we go to Navarone.’’’
De inhoud van het citaat van Gregory Peck was irrelevant. Het effect kwam geheel voort uit de manier waarop het werd gebracht en de bijbehorende impressie van leiderschap en vertrouwen in de bereiding van gesauteerde coquilles.
‘‘‘And what if I can’t sleep, Captain?’’’ zei Rosie. Ze glimlachte en verdween in de badkamer. Ik begon maar niet over de opbergplaats van de handdoeken. Ik had allang geaccepteerd dat die van haar willekeurig in de badkamer of de slaapkamer werden gelegd en dus in feite twee opbergplaatsen hadden. Onze voorkeuren wat betreft orde zijn volkomen tegenovergesteld. Toen we van Australië naar New York verhuisden, nam Rosie drie koffers van maximaal formaat mee. De hoeveelheid kleding die ze had ingepakt was onvoorstelbaar. Mijn eigen spullen pasten in twee stuks handbagage. Ik zag de verhuizing als een gelegenheid om mijn levensbenodigdheden een upgrade te geven, dus ik gaf mijn stereo-installatie en desktopcomputer aan mijn broer Trevor, bracht het bed, het beddengoed en het keukengerei terug naar ons ouderlijk huis in Shepparton en verkocht mijn fiets.
Rosie daarentegen voegde juist spullen toe aan haar enorme verzameling bezittingen door binnen een paar weken na aankomst allerlei decoratieve objecten aan te schaffen. Het resultaat hiervan was zichtbaar in de chaotische staat van ons appartement: potplanten, overtollige stoelen en een onpraktisch wijnrek.

Het ging niet slechts om de hoeveelheid spullen; de organisatie ervan was ook een probleem. De koelkast stond vol halflege verpakkingen broodbeleg, sauzen en bedorven melkproducten. Rosie had zelfs voorgesteld een tweede koelkast aan te schaffen via mijn vriend Dave. Eén koelkast per persoon! De voordelen van het Gestandaardiseerde Maaltijdsysteem – met een volledig gespecificeerde maaltijd voor elke dag van de week, een standaard boodschappenlijstje en een geoptimaliseerde voorraad – waren nog nooit zo duidelijk geweest.
Er was welgeteld één uitzondering op Rosies ongeorganiseerde aanpak. Die uitzondering was variabel. In de regel betrof dit haar geneeskundestudie, maar momenteel was het haar proefschrift over omgevingsfactoren die invloed hebben op de ontwikkeling van een bipolaire stoornis op jonge leeftijd. Ze had vrijstellingen gekregen voor het geneeskundeprogramma aan Columbia, op voorwaarde dat ze haar proefschrift in de zomervakantie zou afronden. De deadline was al over twee maanden en vijf dagen. ‘Hoe kun je zo georganiseerd zijn in dat ene, maar zo ongeorganiseerd in al het andere?’ had ik Rosie eens gevraagd nadat ze de verkeerde driver voor haar printer had geïnstalleerd.
‘Juist doordat ik me zo op mijn proefschrift concentreer, maak ik me niet druk om de rest. De mensen vragen zich toch ook niet af of Freud de houdbaarheidsdatum van zijn melk wel controleerde?’
‘Er bestonden nog geen houdbaarheidsdata aan het begin van de twintigste eeuw.’
Het was ongelooflijk dat twee mensen die zo verschillend waren toch een succesvol echtpaar vormden.

2

Het Sinaasappelsap Incident vond plaats aan het eind van een toch al ontregelde week. Een andere bewoner van ons appartementencomplex had mijn beide ‘nette’ overhemden verpest door zijn wasgoed stiekem bij dat van ons te stoppen. Ik begreep zijn behoefte aan efficiëntie, maar een van zijn kledingstukken had ervoor gezorgd dat ons lichte wasgoed nu permanent paars gevlekt was. In mijn ogen was dat geen probleem: ik was inmiddels aardig ingeburgerd als gastprofessor aan de medische faculteit van Columbia en hoefde niet langer bezorgd te zijn om het ‘maken van een goede eerste indruk’. Verder kon ik me niet voorstellen dat een restaurant me zou weigeren vanwege de kleur van mijn overhemd. Rosies bovenkleding, grotendeels zwart, was niet aangetast. Het probleem bleef beperkt tot haar ondergoed.
Ik betoogde dat ik geen bezwaar had tegen de nieuwe kleur en dat niemand anders haar ontkleed zou zien, behalve wellicht een arts, die toch professioneel genoeg zou moeten zijn om zich niet druk te maken om uiterlijkheden. Maar Rosie had al een poging ondernomen het probleem te bespreken met Jerome, de bewoner die volgens haar de dader was, om herhaling te voorkomen. Dit leek me een verstandige aanpak, maar Jerome had tegen Rosie gezegd dat ze de schijt kon krijgen.

Het verbaasde me niet dat ze op weerstand was gestuit. Rosies manier van communiceren was vaak nogal direct. In een gesprek met mij was dat zeer effectief en vaak zelfs noodzakelijk, maar anderen beschouwden haar directheid als confronterend. Jerome wekte niet de indruk een oplossing te willen vinden die voor beide partijen bevredigend was.
Nu wilde Rosie dat ik ‘voor ons op zou komen’ en zou laten zien dat we ‘niet met ons lieten sollen’. Dat is precies het soort gedrag dat ik mijn aikidoleerlingen afraad. Als beide partijen hun dominantie willen bevestigen en daarbij het ‘harder terugslaan’-algoritme hanteren, dan zal dit uiteindelijk leiden tot de uitschakeling of het overlijden van een van de partijen. Allemaal om zoiets futiels als de was.
Maar het wasgoedprobleem was nog niets vergeleken met de rest van de week. Want er had een ramp plaatsgevonden. Ik word er vaak van beschuldigd dat woord overmatig te gebruiken, maar ieder weldenkend mens moest toegeven dat het een toepasselijke term was ter omschrijving van het stuklopen van het huwelijk van mijn beste vrienden, waarbij ook twee onzelfstandige kinderen betrokken waren. Gene en Claudia woonden in Australië, maar de situatie zou al snel tot een verdere verstoring van mijn schema leiden. Gene en ik hadden elkaar gesproken via een Skype-verbinding van slechte kwaliteit. Het zou kunnen dat Gene bovendien dronken was. Hij leek niet echt op de details te willen ingaan, waarschijnlijk omdat:
1. Mensenoverhetalgemeennietgraagopenlijkpraten over seksuele activiteiten waarbij ze zelf betrokken zijn;
2. Hij zich uitermate dwaas had gedragen.

Hij had Claudia beloofd te stoppen met zijn project om seks te hebben met een vrouw uit elk land van de wereld, maar hij had zich niet aan zijn belofte gehouden. De overtreding had plaatsgevonden op een congres in Göteborg, Zweden.
‘Don, toon wat medeleven,’ zei hij. ‘Hoe kon ik nu weten dat ze in Melbourne woonde? Ze was IJslands.’
Ik wees hem erop dat ik Australisch ben maar in de Verenigde Staten woon. Een tegenvoorbeeld als eenvoudige weerlegging van Gene’s belachelijke stelling dat mensen in hun geboorteland bleven wonen.
‘Oké, maar Melbourne, nota bene. En ze kende Claudia. Hoe groot is die kans?’
‘Lastig te berekenen.’ Ik wees Gene erop dat hij die vraag had moeten stellen voordat hij haar had toegevoegd aan zijn lijst van nationaliteiten. Als hij een onderbouwde schatting wilde van de waarschijnlijkheid, had ik informatie nodig over migratiepatronen en over de omvang van Claudia’s sociale en professionele netwerk.
Er speelde nog een andere factor mee. ‘Om de waarschijnlijkheid te kunnen berekenen, moet ik weten hoeveel vrouwen je hebt verleid sinds je belofte om dit niet meer te doen. Het risico zal uiteraard proportioneel toenemen.’
‘Maakt dat wat uit?’
‘Wel als je een accurate schatting wilt. Ik neem aan dat het antwoord niet nul is,’ zei ik.
‘Don, congressen – overzeese congressen – tellen niet mee. Daarom gaan mensen juist naar congressen. Daar is iedereen het over eens.’
‘Als Claudia het ermee eens is, wat is dan het probleem?’
‘Je hoort niet betrapt te worden. Wat er in Göteborg gebeurt, blijft in Göteborg.’
‘Blijkbaar was Mevrouw IJsland niet op de hoogte van deze regel.’
‘Ze is lid van Claudia’s boekenclub.’
‘Bestaat er voor boekenclubs een uitzondering op de regel?’
‘Laat maar. Hoe dan ook, het is voorbij. Claudia heeft me eruit gezet.’
‘Ben je dakloos?’ ‘Min of meer.’ ‘Ongelooflijk. Heb je de decaan ingelicht?’ De decaan van de faculteit natuurwetenschappen maakte zich uitermate druk om het imago van de universiteit. Het feit dat het instituut psychologie geleid werd door een dakloze zou vast ‘geen goede indruk maken’, om een van haar vaste uitdrukkingen te citeren.
‘Ik neem een sabbatical,’ zei Gene. ‘Wie weet kom ik wel naar New York om je op een biertje te trakteren.’
Dit was een verbluffende gedachte. Niet het biertje, want dat kon ik zelf ook wel kopen, maar de mogelijkheid dat mijn oudste vriend naar New York zou komen.
Naast Rosie en mijn familie had ik in totaal zes vrienden. Dat waren, in aflopend aantal contacturen:
1. Gene, wiens advies vaak ondeugdelijk was gebleken, maar die over fascinerende theoretische kennis beschikte betreffende menselijke seksuele aantrekkingskracht, mogelijk ingegeven door zijn eigen libido, dat buitengewoon hoog was voor een man van zevenenvijftig.
2. Gene’s vrouw, Claudia, een klinisch psycholoog en de verstandigste mens ter wereld. Ze had zich uitermate tolerant opgesteld ten opzichte van zijn ontrouw tot aan zijn belofte om zijn leven te beteren. Ik vroeg me af wat er zou gebeuren met hun dochter Eugenie en Gene’s zoon uit zijn eerste huwelijk, Carl. Eugenie was nu negen en Carl zeventien.
3. Dave Bechler, een koelkastmonteur die ik had ontmoet bij een honkbalwedstrijd tijdens mijn eerste bezoek aan New York met Rosie. We kwamen nu wekelijks bij elkaar op onze vaste ‘mannenavond’ om te praten over honkbal, koelkasten en het huwelijk.
4. Sonia, Dave’s vrouw. Ondanks haar lichte overgewicht (geschatte bmi zevenentwintig) was ze buitengewoon knap en had ze een goedbetaalde baan als accountant bij een kliniek voor kunstmatige inseminatie. Deze zaken bezorgden Dave veel stress, omdat hij dacht dat ze hem wellicht zou verlaten voor iemand die aantrekkelijker of rijker was dan hij. Dave en Sonia probeerden zich nu al vijf jaar voort te planten, met behulp van ivf (vreemd genoeg niet bij de kli- niek waar Sonia werkte, terwijl ze daar vermoedelijk korting zou krijgen en toegang had tot hoogwaardige genen, indien noodzakelijk). Onlangs was het ze gelukt, en Sonia was uitgerekend op eerste kerstdag.
5. (gedeelde plaats) Isaac Esler, een Australische psychiater, die ik ooit als de waarschijnlijkste kandidaat had aangemerkt in de zoektocht naar Rosies biologische vader.
6.(gedeelde plaats) Judy Esler, Isaacs Amerikaanse vrouw. Judy was een pottenbakster die daarnaast geld inzamelde voor het goede doel en voor onderzoek. Zij was verantwoordelijk voor sommige van de decoratieve objecten waar ons appartement mee vol stond.

Zes vrienden, aangenomen dat ik de Eslers nog steeds tot mijn vrienden kon rekenen. Er was geen enkel contact geweest na een incident rond blauwvintonijn zes weken en vijf dagen geleden. Maar zelfs met vier vrienden had ik er meer dan ooit tevoren. En nu bestond de kans dat ze allemaal – op Claudia na – bij mij in New York zouden zijn. Ik kwam snel in actie en vroeg de decaan van de medische faculteit van Columbia, professor David Borenstein, of Gene zijn sabbatical hier mocht houden. Gene is geneticus, zoals zijn naam toevalligerwijs al aangeeft, maar hij is gespecialiseerd in evolutionaire psychologie. Hij kon ondergebracht worden bij psychologie, genetica of geneeskunde, al zou ik psychologie niet aanraden. De meeste psychologen waren het niet eens met Gene’s theorieën, en ik ging ervan uit dat Gene geen behoefte had aan nog meer onenigheid in zijn leven. Dat inzicht vergde een mate van inleving waar ik niet over had beschikt voordat ik met Rosie was gaan samenwonen.
Ik wees de decaan erop dat Gene als volwaardig professor geen echt werk zou willen verrichten. David Borenstein was bekend met het protocol van een sabbatical, dat stelde dat Gene door zijn universiteit in Australië zou worden betaald. Hij was zich ook bewust van Gene’s reputatie.
‘Als hij kan meeschrijven aan een aantal artikelen en zijn handen van de promovendi kan houden, dan kan ik wel een kantoor voor hem regelen.’
‘Geen probleem.’ Gene slaagde er altijd in gepubliceerd te worden zonder hier enige moeite voor te hoeven doen. We zouden genoeg tijd overhouden om over interessante onder- werpen te praten.
‘Ik maak geen grapje wat betreft de promovendi. Als hij problemen veroorzaakt, houd ik jou daarvoor verantwoordelijk.’

Dit leek me een onredelijk dreigement, typisch voor universitaire bestuurders, maar het gaf me een excuus om Gene’s gedrag te corrigeren. Na een kort onderzoek naar de promovendi concludeerde ik dat het onwaarschijnlijk was dat Gene zich in een van hen zou interesseren. Dat verifieerde ik nog eens toen ik hem belde met het nieuws dat ik een aanstelling voor hem had weten te regelen.
‘Je hebt Mexico al gehad, correct?’
‘Ik heb wat tijd doorgebracht met een vrouw met die nationaliteit, als je dat soms bedoelt.’
‘Heb je seks met haar gehad?’ ‘Zoiets.’ Er waren meerdere internationale promovendi, maar Gene had alle dichtbevolkte, ontwikkelde landen al gehad. ‘Dus je accepteert de aanstelling?’ vroeg ik.
‘Ik wil eerst mijn opties nagaan.’ ‘Onzin. Columbia heeft de beste medische faculteit ter
wereld. En ze zijn bereid iemand aan te nemen die bekend- staat om zijn luiheid en zijn ongepaste gedrag.’
‘Jij moet nodig iets zeggen over ongepast gedrag.’
‘Precies. Ze accepteren mij. Ze zijn uitermate tolerant. Je kunt maandag beginnen.’
‘Maandag? Don, ik heb geen woonruimte.’
Ik zei dat ik wel een oplossing zou vinden voor dit kleine, praktische probleem. Gene kwam naar New York. Hij zou weer aan dezelfde universiteit verbonden zijn als ik. En als Rosie.
Starend naar de twee glazen sinaasappelsap op tafel besefte ik dat ik had uitgekeken naar de alcohol, ter bedwinging van mijn zenuwen omtrent het inlichten van Rosie over Gene’s komst. Ik hield mezelf voor dat ik me onnodig druk maakte.

Rosie beweerde spontaniteit juist te verwelkomen. Deze simpele analyse hield echter geen rekening met drie factoren.
1. Rosie had een hekel aan Gene. In Melbourne was hij haar proefschriftbegeleider geweest, en technisch gezien was hij dat nog steeds. Ze had talloze klachten over zijn academische gedrag en vond zijn ontrouw aan Claudia onacceptabel. Mijn argument dat hij zijn leven had gebeterd was nu onderuitgehaald.
2. Rosie vond het belangrijk om ‘tijd voor onszelf’ te hebben. Nu zou ik onvermijdelijk ook tijd besteden aan Gene. Hij was ervan overtuigd dat zijn relatie met Claudia ten einde was. Maar als er ook maar enige kans bestond om hun relatie te redden, dan leek het me logisch om hier tijdelijk meer prioriteit aan te geven dan aan ons eigen, gezonde huwelijk. Ik wist zeker dat Rosie het hier niet mee eens zou zijn.
3. Factor3washeternstigst,maarkwammogelijkvoort uit een verkeerde inschatting van mijn kant. Ik zette het uit mijn hoofd om me op het directe probleem te kunnen concentreren.
De twee longdrinkglazen met oranje vloeistof deden me denken aan de avond dat Rosie en ik voor het eerst een ‘klik’ hadden gevoeld: de Geweldige Cocktailavond, toen we van elke mannelijke aanwezige op de reünie van haar moeders afstudeerjaar een dna-monster hadden bemachtigd, om hun vervolgens allemaal uit te sluiten als Rosies mogelijke biologische vader. Mijn vaardigheden als cocktailbereider boden wederom een oplossing.

Rosie en ik werkten drie avonden per week bij The Alchemist, een cocktailbar aan West 19th Street in het Flatiron- district, dus de ingrediënten en de hulpmiddelen voor het maken van cocktails waren noodzakelijke aankopen voor de uitoefening van ons vak (al had ik onze accountant hier niet van kunnen overtuigen). Ik pakte wodka, Galliano en wat ijsklontjes, voegde dit toe aan de sinaasappelsap en roerde. Ik wilde niet aan mijn drankje beginnen voordat Rosie terug was, dus ik schonk voor mezelf een shotglaasje wodka met ijs en wat versgeperst citroensap in en sloeg het snel achterover. Ik voelde mijn stressniveau bijna meteen tot normale waarden dalen.
Eindelijk keerde Rosie terug uit de badkamer. Het enige zichtbare verschil met daarstraks, naast het feit dat ze in tegengestelde richting liep, was dat haar rode haar nu nat was. Maar haar stemming leek flink te zijn verbeterd: ze liep haast dansend naar de slaapkamer. De coquilles waren kennelijk een goede keuze.
Het was mogelijk dat ze in deze emotionele gesteldheid meer open zou staan voor de Gene Sabbatical, maar het leek me raadzaam dit nieuws uit te stellen tot morgenochtend, nadat we seks hadden gehad. Als ze erachter kwam dat ik om die reden informatie voor haar had achtergehouden, zou dat me natuurlijk wel worden aangerekend. Het huwelijk was complex.
Eenmaal bij de slaapkamerdeur draaide Rosie zich om. ‘Geef me vijf minuten om me aan te kleden en dan kom ik de beste coquilles ter wereld proeven.’ Met het gebruik van de frase ‘de beste ter wereld’ eigende ze zich een van mijn vaste uitdrukkingen toe – een duidelijk teken dat ze in een goed humeur verkeerde.
‘Vijf minuten?’ Een verkeerde inschatting zou desastreuze gevolgen hebben voor de bereiding van de coquilles.
‘Oké, een kwartier. We hebben geen haast om te eten. We kunnen eerst een drankje doen en wat kletsen, kapitein Mallory.’
De verwijzing naar het personage van Gregory Peck was eveneens een goed teken. Het enige probleem was het kletsen. ‘Heb jij nog iets interessants meegemaakt vandaag?’ zou ze vragen, wat me zou verplichten de Gene Sabbatical ter sprake te brengen. Ik besloot mezelf bezig te houden met kooktaken zodat ik niet beschikbaar was voor een gesprek. De Harvey Wallbangers had ik zolang in de vriezer gezet, aangezien ze anders zouden opwarmen tot boven de optimale temperatuur, waardoor het ijs zou smelten. Bovendien zou de lage temperatuur ervoor zorgen dat het sinaasappelsap minder snel bedierf.

Ik richtte me weer op de bereiding van het eten. Ik had dit recept nog niet eerder gebruikt, en ik ontdekte pas na aanvang dat de groenten in dobbelsteentjes van één centimeter moesten worden gesneden. Er stond echter geen liniaal op de lijst met benodigdheden vermeld. Ik slaagde erin een meetapplicatie op mijn telefoon te downloaden, maar ik had pas net het referentiedobbelsteentje gevonden toen Rosie weer tevoorschijn kwam. Ze had een jurk aangetrokken – hoogst ongebruikelijk voor een avondje thuis. Hij was wit en contrasteerde sterk met haar rode haar. Het effect was verbluffend. Ik besloot het nieuws over Gene nog even uit te stellen tot later vanavond. Daar kon Rosie moeilijk over klagen. Ik zou mijn aikidotraining doorschuiven naar de volgende ochtend. Dan bleef er tijd over voor seks na het avondeten. Of ervoor. Ik was bereid me flexibel op te stellen.
Rosie ging zitten in een van de twee leunstoelen die een significant deel van de woonkamer in beslag namen.
‘Kom even gezellig met me kletsen,’ zei ze.
‘Ik ben groenten aan het snijden. Ik kan vanaf hier praten.’ ‘Waar is het sinaasappelsap gebleven?’ Ik haalde het gemodificeerde sinaasappelsap uit de vriezer, gaf een glas aan Rosie en ging tegenover haar zitten. Ik voelde me ontspannen door de wodka en door Rosies vriendelijkheid, hoewel ik vermoedde dat het effect slechts oppervlakkig was. Op de achtergrond hielden mijn hersenen zich nog steeds bezig met de kwesties rond Gene, Jerome en het sap.
Rosie hief haar glas alsof ze een toost wilde uitbrengen. Dit bleek ook precies haar bedoeling te zijn.
‘We hebben iets te vieren, kapitein,’ zei ze. Ze keek me een paar seconden aan. Ze weet dat ik niet van verrassingen houd. Ik nam aan dat ze een belangrijke mijlpaal had bereikt met haar proefschrift. Of misschien had ze een plek aangeboden gekregen in het trainingsprogramma van de afdeling psychiatrie na afronding van haar opleiding geneeskunde. Dat zou zeer goed nieuws zijn, en ik schatte de kans op seks nu op ruim negentig procent.
Ze glimlachte, waarna ze een slok nam uit haar glas, waarschijnlijk om de spanning op te bouwen. Een rampzalige actie! Ze reageerde alsof er vergif in zat. Ze spuugde het uit, over haar witte jurk, en rende naar de badkamer. Ik volgde haar terwijl ze haar jurk uittrok en onder de kraan hield.
Wrijvend over de vlek op haar jurk, slechts gekleed in haar paars verkleurde ondergoed, keerde ze zich naar me toe. Haar gezichtsuitdrukking was veel te complex om te kunnen analyseren.
‘We zijn zwanger,’ zei ze.

3

Ik had moeite met het verwerken van Rosies opmerking. Toen ik mijn reactie later analyseerde, besefte ik dat mijn brein was overrompeld door de plotselinge informatie, die op maar liefst drie manieren de logica leek te tarten.
Ten eerste was de formulering ‘we zijn zwanger’ in tegenspraak met de basisprincipes van de biologie. Het impliceerde dat mijn staat net zozeer was veranderd als die van Rosie. Rosie zou nooit hebben gezegd: ‘Dave is zwanger.’ Maar volgens de definitie die in haar opmerking lag besloten was hij dat dus wel.
Ten tweede hadden we geen zwangerschap gepland. Rosie had het wel genoemd als een van de redenen waarom ze had besloten te stoppen met roken, maar ik was ervan uitgegaan dat ze hierbij alleen doelde op de eventuele mogelijkheid van een zwangerschap. Bovendien hadden we de kwestie expliciet besproken toen we uit eten waren bij Jimmy Watson’s aan Lygon Street in Carlton, Australië, op 2 augustus vorig jaar, negen dagen voor onze bruiloft. Het stel naast ons had een Maxi-Cosi op de grond tussen onze tafeltjes neergezet, en Rosie had de mogelijkheid om ons voort te planten ter sprake gebracht.
We hadden toen al besloten dat we naar New York zouden verhuizen, en ik betoogde dat we moesten wachten totdat ze haar studie geneeskunde en haar specialisatie had afgerond.

Rosie was het hier niet mee eens. Ze dacht dat het dan wellicht te laat zou zijn. Ze zou zevenendertig zijn tegen de tijd dat ze een gediplomeerd psychiater was. Ik stelde voor dat we op zijn minst zouden wachten tot na de afronding van haar studie geneeskunde. De specialisatie in psychiatrie was niet noodzakelijk voor haar gewenste baan als klinisch onderzoeker naar psychische aandoeningen, dus als ze haar studie permanent zou moeten staken door de komst van een baby, zou dat in die fase geen rampzalige gevolgen meer hebben. Voor zover ik me kon herinneren had ze hier niet tegen geprotesteerd. Hoe dan ook, een levensbepalend besluit vereist:
1. Het bespreken van de opties, te weten: nul kinderen krijgen; een bepaald aantal kinderen krijgen; één of meer kinderen sponsoren via een goed doel.
2. Het opsommen van de voor- en nadelen van elke optie, zoals: de vrijheid om te reizen; het aantal uren dat men kan werken; het risico op ruzies of zorgen over het gedrag van het kind. Van elke factor moet bepaald worden hoe zwaar dit weegt.
3. Het objectief vergelijken van de opties op basis van bovenstaande.
4. Het opstellen van een plan van aanpak, waarbij wellicht nieuwe factoren naar boven komen, wat leidt tot herziening van punt 1, 2 en 3.
Een kosten-batenanalyse is het meest voor de hand liggende hulpmiddel voor punt 1 tot en met 3, en als punt 4 erg complex is, wat te verwachten valt wanneer men zich voorbereidt op de geboorte van een nieuw mens en op het jarenlang voorzien in diens behoeften, dan is projectmanagement-software uitermate geschikt. Bij mijn weten bestond er geen specifieke spreadsheet of Gantt-grafiek voor een babypro- ject.

De derde breuk met de logica was het feit dat Rosie de combinatiepil slikte als anticonceptiemiddel. Hierbij was de kans op een zwangerschap minder dan 0,5 procent per jaar bij ‘perfect’ gebruik. In deze context betekent perfect ‘elke dag de juiste pil slikken’. Ik kon me niet voorstellen dat Rosie zo chaotisch was dat ze een fout zou maken in zo’n een-voudige routine.
Ik ben me ervan bewust dat niet iedereen mijn opvatting over de waarde van een zorgvuldige planning deelt, en dat sommige mensen hun levens liever door willekeurige gebeurtenissen laten bepalen. In Rosies wereld, die ik uit vrije wil met haar deelde, was het mogelijk om in de taal der populaire psychologie te spreken in plaats van de taal der biologie, om het onverwachte te omarmen en om belangrijke medicatie te vergeten. Deze gebeurtenissen hadden alle drie plaatsgevonden, wat leidde tot een verandering van omstandigheden die het Sinaasappelsap Incident en zelfs de Gene Sabbatical deed verbleken.
Deze analyse vond uiteraard pas veel later plaats. Op het moment zelf, daar in de badkamer, had de situatie wat mentale stress betreft niet erger kunnen zijn. Ik balanceerde op de rand van een instabiel evenwicht en had net een ongeloof- lijk harde zet gekregen. Het resultaat was onvermijdelijk.
Een zenuwinzinking.
Dit was niet meer voorgekomen sinds ik Rosie kende, niet meer sinds mijn zus Michelle was overleden aan een niet- vastgestelde buitenbaarmoederlijke zwangerschap.
Misschien kwam dat omdat ik nu ouder en stabieler was, of omdat mijn onderbewustzijn mijn relatie met Rosie wilde beschermen, maar ik had nog maar een paar seconden om rationeel te reageren.

‘Gaat het, Don?’ vroeg Rosie.
Het antwoord was duidelijk nee, maar ik deed geen poging dit te verwoorden. Ik had al mijn mentale reserves nodig voor de uitvoering van mijn noodplan.
Ik maakte het time-outgebaar en rende weg. De lift bevond zich al op onze verdieping, maar het leek wel uren te duren voordat de deuren openden en weer achter me sloten. Eindelijk kon ik mijn emoties de vrije loop laten in een ruimte zonder voorwerpen die ik stuk kon maken en zonder mensen die ik kon verwonden.
Het zag er ongetwijfeld uit alsof ik was doorgedraaid, schreeuwend en bonkend met mijn vuisten tegen de wanden van de lift. Ik zeg ongetwijfeld, omdat ik was vergeten op het knopje voor de begane grond te drukken, dus de lift daalde helemaal af naar de kelder. Daar stond Jerome op de lift te wachten, met een wasmand in zijn handen. Hij droeg een paars t-shirt.
Mijn woede was niet op hem gericht, maar dit detail leek hem te ontgaan. Hij legde zijn hand op mijn borst, waarschijnlijk in een poging zichzelf te beschermen. Ik reageerde uit automatisme, greep hem bij zijn arm en draaide hem om. Hij knalde tegen de wand van de lift en kwam weer op me af, dit keer uithalend met zijn vuist. Ik reageerde inmiddels vanuit mijn training in oosterse vechtsporten en niet vanuit mijn emoties. Ik ontweek zijn stoot en duwde zijn armen opzij zodat hij zich niet kon verdedigen. Jerome besefte dat hij niets meer kon uithalen en hij verwachtte duidelijk dat ik hem zou neerslaan. Hier was echter geen reden toe, dus ik liet hem los. Jerome vluchtte meteen de trap op, zonder zijn wasmand. Ik moest weg zien te komen uit die benauwde ruimte, dus ik volgde hem. We renden beiden de straat op. Aanvankelijk had ik geen bestemming in gedachten, dus ik besloot Jerome te volgen, die telkens achterom bleef kijken. Uiteindelijk dook hij een zijstraat in en kwam ik langzaam weer bij mijn positieven. Ik boog af naar het noorden,in de richting van Queens.

Ik was nog niet eerder te voet naar het appartement van Dave en Sonia gegaan. Gelukkig was het erg eenvoudig om in New York de weg te vinden, door de logische nummering van de straten, wat men in elke stad verplicht zou moeten stellen. Het was ongeveer vijfentwintig minuten hardlopen, dus tegen de tijd dat ik bij het gebouw aankwam en op de bel drukte, was ik bezweet en buiten adem.
Mijn woede was vervlogen tijdens mijn aanvaring met Jerome. Ik was opgelucht dat ik er niet toe was gedreven hem te slaan. Mijn emoties waren op hol geslagen, maar mijn training in oosterse vechtsporten was sterker gebleken. Dat was geruststellend, maar nu was ik vervuld van een algeheel gevoel van hopeloosheid. Hoe kon ik mijn gedrag uitleggen aan Rosie? Ik had het zenuwinzinkingsprobleem nooit ter sprake gebracht, om twee redenen:
1. Hetwasalzolangnietmeergebeurddatikdachtdat het misschien wel helemaal zou wegblijven, zeker nu mijn algehele geluksgevoel was toegenomen.
2. Rosie zou me kunnen afwijzen.
Afwijzing was nu een logische keuze voor Rosie. Ze had reden om aan te nemen dat ik gewelddadig en gevaarlijk was. En ze was zwanger. Van een gewelddadige en gevaarlijke man. Dat moest vreselijk zijn voor haar.
‘Hallo?’ Het was Sonia, via de intercom. ‘Don hier.’ ‘Don? Is alles in orde?’ Blijkbaar kon Sonia uit mijn stem –en mogelijk uit het weglaten van mijn gebruikelijke ‘gegroet’-aanhef – opmaken dat er een probleem was.
‘Nee. Er heeft een ramp plaatsgevonden. Meerdere rampen.’
Sonia liet me binnen.
Het appartement van Dave en Sonia was groter dan dat van ons, maar stond al helemaal vol met babyspullen. Ik realiseerde me dat de term ‘van ons’ misschien niet langer van toepassing was.
Ik was me bewust van mijn extreme agitatie. Dave liep naar de keuken om bier te halen en Sonia stond erop dat ik ging zitten, hoewel ik het prettiger vond om rond te lopen.
‘Wat is er gebeurd?’ vroeg Sonia. Het was een voor de hand liggende vraag, maar ik was niet in staat een antwoord te formuleren. ‘Is Rosie in orde?’
Naderhand besefte ik hoe briljant deze vraag was. Het was niet alleen het meest logische beginpunt, maar het bracht de situatie voor mij ook weer wat in perspectief. Rosie was in orde, in ieder geval fysiek gezien. Ik voelde me wat kalmer worden. Nu mijn gezonde verstand langzaam terugkeerde, kon ik beginnen met het opruimen van de chaos die mijn emoties hadden gecreëerd.
‘Er is niets met Rosie. Het probleem ligt bij mij.’ ‘Wat is er gebeurd?’ vroeg Sonia weer. ‘Ik kreeg een zenuwinzinking. Ik slaagde er niet in mijn emoties onder controle te houden.’ ‘Sloeg je door?’ ‘Waardoor?’ ‘Zeggen ze dat niet in Australië? Verloor je je kalmte?’
‘Correct. Ik heb een soort psychisch probleem. Dat heb ik Rosie nooit verteld.’

Ik had het niemand verteld. Ik had nooit erkend dat ik een psychische aandoening had, behalve dan toen ik als twintiger aan een depressie leed, maar dat was een logisch gevolg van mijn sociale isolement. Ik had geaccepteerd dat mijn hersenen anders waren geprogrammeerd dan die van de meeste andere mensen, of beter gezegd, dat mijn programmering zich meer aan het uiterste van het spectrum van menselijke configuraties bevond. Mijn aangeboren vermogen tot logisch nadenken was significant beter ontwikkeld dan mijn interpersoonlijke vaardigheden. Zonder mensen zoals ik zouden we geen penicilline of computers hebben gehad. Maar de psychiaters hadden mij twintig jaar geleden al als psychiatrische patiënt willen bestempelen. Ik was het hier nooit mee eens geweest, en naast de depressie was er nooit een definitieve diagnose gesteld, maar het zenuwinzinkingsprobleem was een zwak punt in mijn betoog. Het was een reactie op irrationaliteit, maar de reactie zelf was ook irrationeel.
Dave keerde terug en gaf me een biertje. Hij had er ook een voor zichzelf ingeschonken en sloeg de helft achterover. Dave mag geen bier drinken, behalve op ons gezamenlijke avondje uit, vanwege zijn significante overgewicht. Wellicht was er nu sprake van verzachtende omstandigheden. Ik zweette nog steeds, ondanks de airconditioning, maar het biertje werkte verkoelend. Sonia en Dave waren uitstekende vrienden.
Dave had meegeluisterd en had me horen toegeven dat ik een psychisch probleem had.
‘Dat heb je mij ook nooit verteld,’ zei hij. Wat voor...’ Sonia onderbrak hem. ‘Excuseer ons, Don. Ik wil Dave even onder vier ogen spreken.’ Zij en Dave liepen naar de keuken. Ik was me ervan bewust dat ze volgens de sociale conventie eigenlijk een smoes hadden moeten bedenken om te verhullen dat ze over mij wilden praten zonder dat ik ze zou horen. Gelukkig ben ik niet snel beledigd. Dat weten Dave en Sonia ook.

Dave keerde alleen terug. Hij had zijn bierglas bijgevuld. ‘Hoe vaak is dit gebeurd? Zo’n zenuwinzinking?’ ‘Dit is de eerste keer sinds ik Rosie ken.’ ‘Heb je haar geslagen?’
‘Nee.’ Eigenlijk had ik ‘natuurlijk niet’ willen antwoorden, maar niets is zeker wanneer ons logisch denkvermogen wordt overweldigd door ongecontroleerde emoties. Ik had een noodplan voorbereid en het had gewerkt. Dat was het enige waar ik mezelf op kon beroemen.
‘Heb je haar geduwd... Iets anders gedaan?’ ‘Nee, er was geen sprake van geweld. Geen fysiek contact.’ ‘Don, ik hoor nu iets te zeggen als: “Je moet me niet belazeren, maatje”, maar je weet dat ik dat soort dingen niet zeg. Je bent mijn vriend, dus vertel me gewoon de waarheid.’
‘En jij bent mijn vriend, dus je zou toch moeten weten dat ik niet goed kan liegen.’
Dave lachte. ‘Dat is waar. Maar als je me echt wilt overtuigen, moet je me wel recht in de ogen kijken.’
Ik keek Dave in de ogen. Die waren blauw. Verbazingwekkend lichtblauw. Dat had ik nog niet eerder opgemerkt, ongetwijfeld vanwege mijn onvermogen hem in de ogen te kijken. ‘Er was geen sprake van geweld. Al heb ik mogelijk wel een buurman bang gemaakt.’
‘Shit, het klonk beter zonder die imitatie van een psychopaat.’
Het verontrustte me dat Dave en Sonia blijkbaar dachten dat ik Rosie iets zou kunnen aandoen, al putte ik enige troost uit de gedachte dat de situatie ook veel erger had kunnen zijn, en dat ze vooral bezorgd waren om haar.
Sonia zwaaide vanuit Dave’s werkkamer, waar ze aan het telefoneren was. Ze stak haar duim op naar Dave en sprong toen opgewonden op en neer, als een klein kind, zwaaiend met haar vrije hand. Ik snapte er niets van.
‘Mijn god,’ riep ze, ‘Rosie is zwanger.’
Het was alsof er ineens twintig mensen in de kamer stonden. Dave stootte zijn glas tegen dat van mij, knoeiend met zijn bier, en hij sloeg zelfs zijn arm om mijn schouder. Hij voelde me vast verstijven, waarop hij zijn arm weer weghaalde, maar toen herhaalde Sonia de handeling en gaf Dave me een klap op de rug. Het leek wel de metro in de spitsuren. Ze deden net of mijn probleem reden was voor een feestje.
‘Rosie hangt nog aan de lijn,’ zei Sonia, en ze gaf de telefoon aan mij.
‘Don, is alles in orde?’ vroeg Rosie. Ze maakte zich zorgen over mij.
‘Natuurlijk. De toestand was tijdelijk.’
‘Don, het spijt me enorm. Ik had je er niet zo mee moeten overvallen. Kom je weer naar huis? Ik wil echt even met je praten. Maar Don, ik wil niet dat dit iets tijdelijks is.’
Rosie dacht kennelijk dat ik naar haar toestand verwees – haar zwangerschap – maar haar reactie voorzag me van belangrijke informatie. Terugrijdend in Dave’s busje concludeerde ik dat Rosie al had besloten dat haar zwangerschap een feit was en geen fout. Het sinaasappelsap bood aanvullend bewijs. Ze wilde het bevruchte eitje geen schade toebrengen. Ik had buitengewoon veel te verwerken en mijn brein functioneerde inmiddels weer normaal, of in ieder geval zoals ik gewend was. Mijn zenuwinzinking was wellicht een psychisch equivalent van opnieuw opstarten na overbelasting.

Ik mocht dan wel steeds bekwamer worden in het oppikken van sociale signalen, maar toch miste ik bijna een signaal van Dave.
‘Don, ik wilde je eigenlijk om een gunst vragen, maar gezien Rosie en alles...’
Uitstekend, was mijn eerste gedachte. Toen besefte ik dat het tweede gedeelte van Dave’s zin – in combinatie met zijn toon – aangaf dat hij eigenlijk hoopte dat ik zijn bezwaar zou verwerpen, zodat hij zich niet schuldig zou voelen over het feit dat hij mij om hulp vroeg terwijl ik al genoeg andere problemen aan mijn hoofd had.
‘Geen probleem.’
Dave glimlachte. Ik werd overspoeld door een gevoel van welbehagen. Op mijn tiende had ik geleerd een bal te vangen, al vereiste dat voor mij buitensporig veel oefening in vergelijking met mijn klasgenoten. De tevredenheid die ik voelde wanneer ik een bal wist te vangen waar anderen geen enkele moeite mee zouden hebben, viel te vergelijken met het gevoel dat ik nu ervoer als gevolg van mijn verbeterde sociale vaardigheden.
‘Het is niets bijzonders,’ zei Dave. ‘Ik ben net klaar met die bierkelder voor die Britse kerel in Chelsea.’
‘Bierkelder?’ ‘Ja, net als een wijnkelder, maar dan voor bier.’ ‘Dat klinkt als een standaard project. De aanleg van de koeling zal vast hetzelfde zijn, ongeacht de inhoud.’ ‘Wacht maar tot je het ziet. Het is aardig duur uitgevallen.’ ‘Denk je dat hij misschien moeilijk zal doen over de prijs?’ ‘Het is een vreemde klus, voor een vreemde vent. En aangezien hij Brits is en jij Australisch bent... Nou, ik dacht dat jullie het misschien wel met elkaar zouden kunnen vinden. Ik heb gewoon wat morele steun nodig. Zodat hij niet over me heen walst.’
Dave zweeg en ik maakte van de gelegenheid gebruik om na te denken. Ik had uitstel gekregen. Rosie dacht waarschijnlijk dat mijn verzoek om een time-out bedoeld was om na te denken over de gevolgen van haar aankondiging. Mijn daadwerkelijke zenuwinzinking had ze niet meegekregen. Ze leek zeer verheugd met de zwangerschap.

De situatie hoefde geen directe gevolgen voor mij te hebben. Ik zou morgen gewoon naar Chelsea Market joggen, een aikidoles geven in het centrum voor oosterse vechtsporten en luisteren naar de podcasts van Scientific American van vorige week. We zouden de tijdelijke tentoonstelling over kikkers in het Museum of Natural History nog eens bezoeken, en voor het avondeten zou ik sushi, pompoendumplings en misosoep maken, met tempura van de witvissoort die de medewerkers van Lobster Place me zouden aanraden. De ‘vrije tijd’ die Rosie altijd in het weekend wilde inplannen – en die ze momenteel aan haar proefschrift besteedde – zou ik benutten om met Dave mee te gaan naar zijn klant. Ik zou een speciale wijnstopper met vacuümpomp kopen, ter conservering van de wijn die Rosie normaal gesproken zou hebben geconsumeerd, en ik zou haar sap geven ter vervanging.
Buiten de aanpassing in drankinkopen zou ons leven onveranderd blijven. Op de komst van Gene na dan. Dat probleem had ik nog altijd niet opgelost. Maar gezien de omstandigheden leek het me verstandig dat nieuws nog even uit te stellen.

Het was 21.27 uur toen ik weer bij ons appartement aankwam. Rosie sloeg haar armen om me heen en begon te huilen. Ik had geleerd dat het zinloos was dergelijk gedrag meteen te willen interpreteren, of te willen achterhalen welke specifieke emotie erachter schuilging, ook al zou dergelijke informatie wel nuttig zijn geweest bij het formuleren van een reactie. In plaats daarvan paste ik de tactiek toe die Claudia me had aangeraden en nam ik de rol aan van Gregory Pecks personage in The Big Country. Krachtig en zwijgzaam. Dat kostte me weinig moeite.
Rosie herstelde zich snel. ‘Ik heb de coquilles en alles in de oven gezet nadat je had gebeld,’ zei ze. ‘Die zijn nog wel goed.’
Dat was een onwetende opmerking, maar ik concludeerde dat de schade waarschijnlijk niet significant zou toenemen als we ze nog een uur in de oven zouden laten staan.
Ik omhelsde Rosie nogmaals. Ik voelde me euforisch, een typisch menselijke reactie op het wegvallen van een grote dreiging.
We aten de coquilles een uur en zeven minuten later, in onze pyjama. Alle geplande taken waren uitgevoerd. Ik had Rosie alleen nog niet ingelicht over Gene.



Over de auteur

Daphne van Rijssel (crew)

2 volgers
0 boeken
0 favorieten


Reacties op: Voorpublicatie: Het Rosie Effect

 

Gerelateerd

Over

Graeme Simsion

Graeme Simsion

De Australiër Graeme Simsion werkte als consultant maar verkocht zijn bedri...