Advertentie

Hebban vandaag

Dossier /

Wat van ver komt...

Het grootste probleem voor de Vlaamse thriller is niet dat het genre vijftig jaar achterloopt op de pioniersverhalen van Edgar Allan Poe, Agatha Christie of Conan Doyle, maar dat het nauwelijks wat merkt van de exponentiële sprong die het buitenland sindsdien heeft gemaakt. Nederland ligt op dat vlak een neuslengte voor. De invloed van Nicci French was de aanzet voor het dameskransje, vermeld in het vorige deel.

Zoals gezegd zorgde de breuk van de Tweede Wereldoorlog ervoor dat de publieke opinie bewuster werd. Daardoor werden geloofwaardigheid en kwaliteit aangewakkerd op alle vlakken van communicatie, waar literatuur er een van is. Binnen dat grote speelveld van letterkunde was er één segment dat explodeerde: verhalen met een spannend einde.

DE VLUCHT VAN VELE SUBGENRES

Het gaat al lang niet meer om die enkele goede thrillerschrijvers, waarvan sprake in deel 1. Waar het vorige eeuw nog allemaal relatief eenvoudig lag met whodunits of kamermysteries, vormden zich plots vertakkingen naar alle kanten, als nerven in een blad aan de boom: spionageverhalen, historische verhalen, politiethrillers, legal thrillers, psychologische thrillers, horror, forensische fiction, serial killing, sciencefiction, avonturenromans, oorlogsdrama’s, oplichting, en tal van afgeleiden.

Om het niet gemakkelijk te maken kan je binnen elke vertakking nog verschillen detecteren qua herkomst. Legal thrillers zijn ons bekend uit de Verenigde Staten, omdat we vertrouwd zijn met de Hollywoodfilms die ervan worden gemaakt. Verder is het evident dat de politie van Stockholm anders te werk gaat dan die van Oxford, gewoon omdat er andere wetten en gewoonten in Zweden heersen, een andere mentaliteit ook.

Zwervers als Jack Reacher (in de boeken van Lee Child) halen hun legitimiteit uit de desolate, anonieme vlakten van de States. Zo’n zwerversverhaal plaatsen in het verstedelijkte gebied tussen Oostende en Luik of Amsterdam en Rotterdam ligt een stuk moeilijker. In het hoge Noorden van Noorwegen of Zweden kan dat dan weer wel.

Er bestaan bovendien enkele intrinsieke verschillen tussen de subgenres van thriller, suspense en whodunit. Bij de whodunit en de thriller brengt het criminele feit, meestal een moord, de actie op gang. Het onderzoek volgt de actie. Bij de whodunit loopt de onderzoeker geen gevaar, hij is een soort verlosser die het mysterie met gezond verstand te lijf gaat. In een thriller raakt de onderzoeker persoonlijk betrokken, loopt hij vaak gevaar.

Intussen komen we heel wat te weten over zijn achtergrond, relaties en zwakheden, zodat de onderzoeker zelf een constante wordt in het verhaal. Als hij bovendien niet boven elke vorm van verdenking staat, spreken we van suspense. Hitchcock verfilmde zo vele suspense stories. Kenmerkend voor dit genre is dat veel dreiging wordt gehaald uit de onzekerheid over de schuldvraag. Soms balanceert de lezer tussen vermoeden en zekerheid, andere keren is hij van meet af aan op de hoogte van de misdaad.

Dan is vooral de manier waarop de dader wordt gepakt, belangrijk. Als dit laatste ingrediënt primeert, spreken we over een omgekeerd detectiveverhaal of een open book format. Dank zij de populaire tv-serie Columbo kennen we de term “howdhecatchem”.


EVEN EEN VISUELE ZIJSPRONG

Hoe gedateerd vele afleveringen van Columbo nu ook mogen lijken, zij bezitten het onmiskenbare kwaliteitslabel van een originele serie. De scripts werden oorspronkelijk geschreven en niet geadapteerd van bestaande romans.

Dit in tegenstelling met de explosie aan Tv-detectives van vandaag en gisteren. A Touch of Frost werd gepuurd uit zes boeken van R.D. Wingfield maar liep wel 15 jaar lang op tv. Idem voor Midsomer Murders (zeven boeken van Caroline Graham - meer dan 60 afleveringen over 15 seizoenen) en Inspector Morse (dertien boeken van Collin Dexter - 33 episodes over 12 jaar).

Tegenover de Britse invasie (Prime Suspect, Lewis, Dalziel & Pascoe, Taggart, DCI Banks, Georges Gently, Silent Witness, …) stellen we de fameuze reeks van het Zweedse echtpaar Sjöwall & Wahlöö die 10 boeken schreven met de held Martin Beck. Alle tien titels werden meerdere keren verfilmd voor tv en het witte doek.

Nu we de peetvaders van de Scandinavische crime toch te berde brengen, hebben we meteen de missing link te pakken in ons crimeoverzicht. De Scandinavische landen, tot IJsland toe, ontpoppen zich de laatste twee decennia als hofleveranciers van de betere misdaadroman.

Henning Mankell en Sjöwall & Wahlöö zijn hier de grote namen. Anders Roslund & Borge Hellström, Lisa Marklund, Inger Frimansson, Arnaldur Indridason, Jo Nesbø en Karin Alvtegen the new breed. Ook het grote publiek kent nu minstens Stieg Larsson, die tegen wil en dank de mythische vaandeldrager werd. Op gevaar af in één alinea teveel aan namedropping te doen, verwijs ik u door naar een meer uitgeschreven vervolg op deze dissectie, waarin ik de Scandinavische misdaadliteratuur uitvoerig zal bespreken. We zullen het daar hebben over het grote succes van de Scandinavische misdaadromans, en bijvoorbeeld stijlkenmerkende vragen beantwoorden als waarom sneeuw zo’n actieve rol speelt als metafoor.

 Om even terug te komen op de Britse tv-series: het is opvallend dat de hoofdfiguren van de geciteerde series, als adepten van Sherlock Holmes of Ed Mc Bain, individueel ofwel in team een misdaad oplossen. Sjöwall & Wahlöö gooien Martin Beck zelfs een gesloten kamermysterie voor de voeten (De gesloten kamer, 1972). Alleen Amerikaanse series (Silent Witness is de Britse uitzondering) gaan de toer op van forensische bewijsvoering.


WAAR STAAN VLAANDEREN EN NEDERLAND NU?

Je merkt het: de verscheidenheid is immens, zeker in het buitenland. Op literair gebied kun je niet zomaar thriller tegen een thriller zeggen. Het risico op clichés is daardoor veel kleiner dan met Vlaamse of Nederlandse misdaad. In Vlaanderen wordt al te gedwee de weg ingeslagen van twee speurders in een Vlaamse stad.

Nederland dankt veel aan Nicci French. Uitgeverij Anthos heeft een goede band met het schrijvende koppel en lanceerde ze met succes. Voor dit schrijversechtpaar vonden ze het etiket literaire thriller uit, wat ze vervolgens konden kleven op tal van boeken van epigonen zoals Simone van der Vlugt, Saskia Noort en Esther Verhoef. Het mannelijke evenwicht wordt meestal verzorgd door René Appel en Felix Thijssen. Een speurtocht doorheen de actuele gelederen dringt zich op. Ook dat zal voor later zijn.

Wil dat zeggen dat Nederlandstalige auteurs niet in staat zijn een gave thriller, een mooi boek te schrijven? Niets is minder waar. Er zijn even goede schrijvers in Vlaanderen of Nederland, als in Zweden, Engeland of Spanje, maar waarschijnlijk niet evenveel. Dat heeft te maken met de kleinschaligheid van onze landen, met de inferioriteit waarmee het Nederlands ons opzadelt. Getal is hier het magische woord. Wie hier boven het maaiveld uitsteekt is een talent. Elders noem je dat een product van selectieve groei.

Een beginnend auteur in Vlaanderen, waarin de uitgever gelooft, komt uit op 3000 exemplaren. In Frankrijk 5000, in Engeland 10 000, in de Verenigde Staten een veelvoud daarvan. Meer boeken, meer kansen, in alle richtingen wel te verstaan. Amerikaanse auteurs hebben veelal een hele rij spitsroeden moeten lopen voor het buitenland hen te lezen krijgt. De natuurlijke selectie is ginds groter en dieper. De kwaliteitsgroepen onder het topniveau krijgen we nauwelijks te lezen, omdat niet de moeite wordt genomen ze in het Nederlands te vertalen. De vertaling is overigens een van de kostbaarste aspecten in de productie van een boek. Ook dat is een element dat een betere verspreiding van Nederlandstalige literatuur weerhoudt. Dat Hugo Claus of Harry Mulisch zijn gestorven zonder Nobelprijs heeft waarschijnlijk hier zijn oorzaak.

De vergelijking tussen onze eigen auteurs en het buitenland valt daarom haast nooit in ons voordeel uit. Langs de ene kant is dat niet meer dan normaal. John Irving, Stephen King of John Le Carré hebben decennia voorsprong qua bagage. Zij schrijven bovendien in een taal die heel de wereld begrijpt. De verkoopcijfers liegen er dan ook niet om, maar besef dus dat die vooral worden gemaakt door de macht van het getal. Langs de andere kant hebben de Lage Landen gewoon een historische achterstand die snel wordt − maar nog niet helemaal is − weggewerkt.

Een laatste punt gaat over de afstand die de thriller heeft afgelegd tegenover de “serieuze” literatuur, met aanhalingstekens. Dat is een controverse, die over alle grenzen gaat en die zich eigenlijk voorbij holt.

Spannende verhalen hebben zich decennia lang onderscheiden door het nauwgezet hanteren van regels, clichés en conventies, waarbinnen de gehechtheid aan een genre kon worden afgemeten. Dat is nu veel minder waar. De grenzen worden constant overschreden, met beperkingen wordt creatief omgesprongen. Dat er in de literaire wereld nog steeds met genreduiding wordt gewerkt heeft veel meer te maken met het promotionele respect voor de schuifjesmentaliteit, dan met de inhoudelijke kwaliteit van een boek. Of het etiket “literaire thriller” al dan niet plakt op een boek met intrigerende inhoud wordt slechts een item als het boek is verkocht. Daarover is ongetwijfeld het laatste woord nog niet gezegd.



Over de auteur

Raymond Rombout

75 volgers
17 boeken
0 favorieten
Auteur


Reacties op: Wat van ver komt...