Advertentie

Hebban vandaag

Lezen /

Wordt vervolgd: Nathalie Revard | Peter de Zwaan

door Hebban Crew 3 reacties
Begin dit jaar vroegen we tien leden van het Genootschap Nederlandstalige Misdaadauteurs of ze een kort verhaal wilden schrijven voor de tiendaagse, maar met één restrictie: het hoofdpersonage en (een deel van) haar achtergrond is een vaststaand gegeven. Sander Verheijen en Soraya Vink bedachten Nathalie Revard. Vandaag lees je het verhaal van Peter de Zwaan.

10 thrillerschrijvers, 10 verhalen, 1 hoofdpersoon

De briefing:

Download hier de briefing in pdf formaat.

BEBESKOW door Peter de Zwaan

‘Dus hier wonen we de eerstkomende 130 jaar, tenzij jij weer verliefd wordt op een collega die je bij nader inzien niet ziet zitten. Gaan we dan naar een nog kleiner gat?’

‘Minstens 30.000 inwoners, Sara.’

‘Daar moesten ze wel de omliggende dorpen voor inpikken, mam. Weet je wat er boven de ingang van de vwo-school staat? Hoogere Burger School. Met twee o’s. Ze lopen hier maar een jaar of veertig achter en waarom denk je eigenlijk dat ze aan serieuze misdaad doen? Ik heb het nagevraagd: vier moorden in vijf jaar, je zult het lekker druk krijgen en voor je er over begint: ja, over een paar dagen word ik ongesteld.’

Nathalie Revard maalde met haar kaken. ‘Ik ook, verdomme, waar denk je dat deze puist vandaan komt, van alle chocola die we van vrienden hebben gekregen voor het nieuwe huis?’ Ze klopte op haar buik. ‘Gisteren vroeg iemand of ik zwanger was, misschien dat daarom niemand iets stuurde. Blijven we bekken of gaan we wat aan de verhuisdozen doen?’

‘Hou nou maar op met dat geklop, want je bent niks dikker dan ik en je zegt bijna elke dag dat ik meer moet eten.’ Sara keek naar de tuin, de vaart erachter en het park. ‘Ik hoop niet dat je denkt dat ik ga wieden of zo en als ik jou was, zou ik de Porsche het kanaal in rijden.’

‘Omdat.’

Sara zuchtte. ‘Mam toch.’

‘Lie, Sara, je zegt al zestien jaar Lie.’

‘Hier zeggen ze pap en mam. Lie is de afhaalchinees. Ik zei: de Porsche het kanaal in.’ Sara wees naar buiten. ‘In de hoofdstad staat het stoer, een blauwige Porsche uit de Steentijd, maar hoe denk je dat ze het hier vinden? Mevrouw het hoofd van de recherche die in een Porsche door het centrum rijdt waar je op een fiets in drie minuten doorheen bent, zie je het voor je?’

‘Dat was het zo’n beetje? Zijn we klaar met moederbashen?’

‘Luc mag blijven, maar als ik vrienden op bezoek krijg die gaan zeuren over een leguaan als huisdier dan zet ik de tuindeuren open. Dan nog liever een konijn in de kamer of,’ Sara rilde, ‘zo’n hangbuikvarkensbeest. O, ja, ik kreeg een app.’

Nathalie voelde zich bleek worden. ‘Van hem?’

‘Denk je dat het hem iets uitmaakt waar je woont? Hij weet alles, van jou, van mij, gewoon alles. Mooi huis, zegt hij, en of je weet dat in het appartement verderop,’ Sara liep naar het raam, ‘ik denk dat hij dat daar bedoelt, een Belg woont die helemaal niet Gijs VanderBrugghe heet.’

‘Hoe dan wel en wat heb ik daar mee te maken?’

‘Geen idee wat zijn echte naam is en ik ben niet bij de recherche. In het appje staat dat je de naam niet moet vergeten als je een goede beurt wilt maken.’

‘Mevrouw Revard,’ zei de commissaris terwijl hij langs de vrouw tegenover hem naar de toren staarde waar hij al veertig jaar op uitkeek. Agent, hoofdagent, brigadier, inspecteur, commissaris, allemaal in dezelfde plaats. Nooit verhuisd en dat werd in het korps gezien als een prestatie. Als je achternaam Dik is en je op de middelbare school al twee meter bent en broodmager, dan heb je reden om ver weg te gaan wonen, omdat je te vaak de lippen van bekenden hebt zien bewegen, niet uit pesterij, maar omdat er gewoon te veel rijmt op Dik. ‘Nathalie, roepnaam Lie. U vindt het wel goed als we daar Nathalie van maken, of nog beter: mevrouw?’

‘Waar ik vandaan kom, zeggen ze Lie en je en jij.’

‘Doen we hier ook,’ zei Dik, ‘maar dan kennen we elkaar. U hebt een goede staat van dienst, lees ik.’ Hij legde het papier neer. ‘Onzin. Dat las ik niet, ik deed alleen maar zo. Ik ken uw cv bijna uit het hoofd. U hebt een uitstekende staat van dienst en een reden om naar deze gemeente te verhuizen die een tikkeltje verbaast.’

‘Een heel persoonlijke reden.’

‘Die ik ken.’ Commissaris Dik maakte een gebaar. ‘Geen zorgen, het blijft onder ons. Buitengewoon intelligent, staat in de stukken, snelle carrière, oplossingen voor moeilijke zaken waar collega’s verschillende malen verbaasd van stonden. Hebt u enig idee hoeveel moorden we hebben?’

‘Vier in vijf jaar,’ zei Revard, en bedankt Sara.

‘Waarvan vier opgelost, dus zo gek doen we het niet. Maar Hesselbeek wilde ons verlaten omdat hij zichzelf ging zoeken. In Chili. Midlife crisis op zijn veertigste. U bent, wat was het, ook veertig?’

‘Nog niet. En ik heb geen midlife crisis als je, u, dat wilt weten. Ik heb wel een dochter die niet wilde verhuizen en een ex die is overleden.’

‘Plus een paarse Porsche? Denkt u dat zo’n auto in deze plaats een carrièresteuntje is?’

‘Sara, mijn dochter, wil dat ik ’m weg doe.’

‘Zestien jaar, volop in de puberteit en dan zo’n advies, u hebt een verstandige dochter. Als u meeloopt, zal ik u voorstellen aan de recherche.’ Dik trok met een mondhoek. ‘Twee mannen. Willy Brauwer is tegen de zestig, Alfred Boom achter in de twintig en vol plannen en ideeën. Hij heet liever Fred. Nummer drie is ziek. Willy en Fred zijn de laatste tijd vooral bezig met afpersingen en een oplichtingszaak die er zijn mag.’ Dik zwaaide met een vinger. ‘In de hoofdstad zouden ze ook zeggen: een zaak die er zijn mag.’

‘Veel geld verdwenen?’

‘Tientallen caravans en de inhoud van andere caravans. De beheerder van de stalling is spoorloos. Schade meer dan een miljoen, is de voorlopige schatting. De eigenaar van de loods heeft geen idee welke caravan van wie is. Het is geen klus voor twee man.’

‘Ik doe met plezier met ze mee.’ Revard stond stil bij de deur. ‘Ik hoorde iets over ene Gijs VanderBrugghe die helemaal niet VanderBrugghe heet. Hij woont vlak bij me. Weten wij daar iets van?’

Commissaris Dik wees naar zijn bureau. ‘Wij van de recherche, bedoelt u? Of wij van de korpsleiding?’

Revard ging zitten. ‘Wij van de politie. Ik hoorde het bij toeval, maar nu denk ik dat het om iets gaat waar hooguit een heel beperkte wij van op de hoogte is. Klopt dat?’

Dik greep naar de telefoon. ‘Fred, drink eerst maar koffie. Mevrouw Revard en ik gaan even bijpraten.’

Lees verder op de volgende pagina:



Over de auteur

Hebban Crew

1908 volgers
3 boeken
3 favoriet
Hebban Crew


Reacties op: Wordt vervolgd: Nathalie Revard | Peter de Zwaan

 

Over

Peter de Zwaan

Peter de Zwaan

Geboren in 1944. Woont in Enschede. Was journalist. Schrijft misdaadromans, roma...

Hebban Spots

Korte verhalen 2019

29 volgers

Wil je je eigen schrijfskills aanwenden en je creativiteit loslaten op een kort verhaal, laat Nathalie sprankelen in een door jou verzonnen avontuur van maximaal 2000 woorden! Op deze spot zullen we...