Blogpost: Nico van der Sijde

62 - bouwdoos van Julio Cortazar: ook weer een briljante anti- conventionele roman

"62 - Bouwdoos" is een soort satelliet of vervolg van Cortazars meesterwerk "Rayuela", dat ik kort geleden weer eens herlas. Het is echter veel minder bekend dan "Rayuela" en wordt door veel mensen opgevat als een herhalingsoefening en een veel minder sterk boek. Maar dat is echt onterecht: "62- Bouwdoos" zal vast wat minder sterk zijn dat "Rayuela", maar het is wel retegoed en ik herlas het met veel vreugde. Het is een geweldig romanexperiment, zeer associatief, surrealistisch en van een voor mij uiterst intrigerende raadselachtigheid en duisterheid. En tegelijk is het boek ook dolkomisch, diep ontroerend en swingend poetisch van stijl. Het biedt alle vormen van leesplezier en emotie die je van een gewoon boek mag verwachten, en tegelijk is het een door en door experimenteel werk dat alle wetten van het gewone boek openlijk overtreedt. Een roman ook met personages die door hun totale ongerijmdheid totaal breken met de literaire conventies van waarschijnlijkheid en begrijpelijke psychologie, terwijl die personages tegelijk ook invoelbaar tragisch of komisch of aandoenlijk zijn. Geen idee hoe Cortazar dat flikt, ook niet nu ik "62- Bouwdoos" voor de derde keer lees.

Het uitgangspunt van het boek is hoofdstuk 62 van "Rayuela", waarin de fictieve auteur Morelli intrigerende literatuurfilosofische gedachten ontvouwt over de anti-psychologische roman die zich, anders dan traditionele romans, totaal niet zou houden aan conventionele opvattingen over logisch rationeel denken. Zo zou de anti-psychologische roman een nieuwe, nauwelijks te bevatten werkelijkheid openen, die voor het rationele en bewuste denken ontoegankelijk is: "Iets wat de homo sapiens in zijn onderbewuste verborgen houdt, zou moeizaam proberen zich een weg naar buiten te banen, alsof zich een moeizaam knipperend oog onder het voorhoofdsbeen bevond. Het zou een en al onrust, voortdurende ontwrichting worden, een terrein waar de psychologische verbanden onthutst zouden verdwijnen". Dat is dan als een nieuw maar onvolgroeid oog, dat begint te ontstaan, of - zoals iets verderop wordt gezegd-  als een "nieuwe sleutel" die "als een bijna niet te bevatten poging in de mens groeit". Ziedaar de filosofie achter "62- Bouwdoos": alles wordt op losse schroeven gezet, in de hoop dat de lezer totale kortsluiting in zijn hoofd ervaart waardoor een nieuw oog begint te groeien dat ook geheel nieuwe dingen begint te zien. Of: op nieuwe wijze naar de bekende werkelijkheid kijkt, die daardoor getransformeerd wordt in een surreele beleving. Een pluriforme werkelijkheid ook, waarin verbeelding even realistisch is als realisme, waarin iedereen in meerdere werelden tegelijk kan bestaan op meerdere niveaus, en waarin conventionele afbakeningen m.b.t. tijd, ruimte en identiteit volkomen poreus zijn.

"Rayuela" is opgezet als een hinkelspel, waarbij de lezer kris-kras het boek doorhinkelt en niet lineair (van kaft tot kaft) leest. "62- Bouwdoos" gaat mogelijk nog wat radicaler tegen onze lineaire leesgewoonten in. Je leest weliswaar de hoofdstukken 'gewoon' achter elkaar en van kaft tot kaft, maar alle hoofdstukken zijn door elkaar gehusselde brokstukken van verschillende intrigerend duistere verhalen. Je moet als lezer dus zelf de verschillende verhaallijnen aan elkaar monteren in je eigen hoofd. Dan nog blijven de fragmenten en verhaallijnen echter ongrijpbaar pluriform en van een onoplosbare raadselachtigheid. De eerste fragmenten draaien om ongrijpbare associaties - of beter: dissociaties- in Juans hoofd: achter hem hoort hij iemand wat zeggen, terwijl hij die persoon tot zijn verwarring voor hem ziet in een spiegel; tegelijk treft hem het krankzinnige toeval dat wat die persoon zegt op idiote ongerijmde wijze rijmt met een motief in een boek dat Juan toevallig net gekocht heeft; dat toeval doet dan om ook voor Juan onbegrijpelijke redenen weer denken aan een vrouw die hij ooit zag in Wenen die voor hem associaties opriep met een berucht moorddadige en vampiristische gravin, terwijl de schrik die dat bij hem oproept bepaalde verdrongen duisternissen in hem aanboren die mogelijk 'iets' te maken hebben met zijn tragische liefde voor Helene...... En zo verder. Met dat soort associaties en kortsluitingen moet je dus als lezer meebewegen, accepterend dat de enige weg hier de weg van de onzekerheid is. En je moet daarbij ook meebewegen met hoe zulke associaties door hun herhaling uitgroeien tot cryptische motieven, die ook nog eens allerlei betekenisverschuivingen ondergaan. In de fragmenten wordt soms meermalen van perspectief gewisseld: van 'ik' naar 'hij', naar weer een 'ik' (maar nu is dat een andere persoon) naar weer een 'hij' (maar nu geobserveerd door een andere van buitenaf observerende verteller). Er is een personage genaamd 'mijn hoeder', alleen, dat is niet een en hetzelfde personage, maar een rol die door verschillende personages wordt gespeeld (en je weet nooit door wie) of een fetish waarin steeds de geest van een andere persoon (maar wie dan) huist. Binnen een alinea kunnen de tijd en ruimte drastisch veranderen, en nooit weet je zeker of die tijd en ruimte surrealistische droom is of niet. En personages kunnen elkaar als het ware treffen in meerdere ruimten tegelijk, of in een zone binnen de conventionele ruimten, of in een fantasmagorische stad van de verbeelding binnen de bestaande (?) stad. Waarbij het ook nog zo kan zijn dat die personages zich als het ware opsplitsen in meerdere personen, die bestaan op meerdere niveaus. Want bij Cortazar is geen enkel personage een mens uit een stuk. Al was het maar omdat de mens die waakt gans anders is dan de mens die droomt of fantaseert.

Dit alles lijkt wellicht erg ingewikkeld en moeizaam leesbaar. Maar ik werd er weer helemaal hilair van, ook nu ik het voor de derde keer las. De ongrijpbare pluriformiteit van deze roman vond ik erg inspirerend, en de onmogelijke werkelijkheden die werden voorgetoverd vond ik door hun duistere grilligheid ook enorm rijk. Geweldig bovendien is de wijze waarop Cortazar ons trakteert op nauwelijks te bevatten maar uiterst suggestieve flarden, die met elkaar verbonden kunnen worden maar alleen op pre-logische surrealistische wijze. Hij offreert ons dus de bouwstenen van vele surrealistische verhalen, ongrijpbaar voor ons verstand en juist daardoor onuitputtelijk. Ook is de stijl van Cortazar enorm meeslepend, juist in de duistere passages, zodat hij leest als een trein ook als je hem niet begrijpt. Veel van zijn alinea's zijn bovendien pure prozagedichten vol prachtige lyriek. Een willekeurig voorbeeld: "Ik ben jaloers op je, ik ben jaloers op je, ik ben jaloers op je zoals je daar ligt te slapen zo vast als een gladde kiezelsteen, en ik ben jaloers op je hand die je naar mijn kussen hebt laten komen, ik ben jaloers op je omdat je van huis kan weglopen, ruzie maken met de duizendpoten, maagd zijn en zo levend in de ogen van iemand die op een goede dag door een straat in de tijd naar je toekomt, omdat je kan trillen als een waterdruppel aan de rand van de toekomst, omdat je zo vochtig bent als het hartje van de sla, een wormpje dat voor het eerst de zon ziet". De tragiek van sommige personages grijpt je helemaal bij de strot, want de cryptische duisterheid van hun gemoed krijgt door Cortazars geniale pen ook erg ontroerende diepgang. Andere personages zijn dan weer hilarisch, door hun kolderieke humor en volslagen anarchistisch gedrag. Ik lachte mij bijvoorbeeld helemaal gek om een slakkenrace in een Franse trein, en om de verwarring daarover van een dienstkloppende conducteur.

Verdorie, wat hou ik toch van Julio Cortazar. Ook dit leesavontuur was weer mooi, ook bij herlezing, en ook dit leesavontuur hoop ik nog eens te herhalen. En ik heb nog flink wat herleesbare dierbare boeken van hem in de kast!

Reacties op: 62 - bouwdoos van Julio Cortazar: ook weer een briljante anti- conventionele roman