Gabriëlle Berning Auteur

Blogpost: Gabriëlle Berning

Bedgenoot Alberto

In een verzengende zomer overkwam mij het boek. Op de kaft prijkte een felgekleurde roos met vierkante bloemblaadjes, dreigend zwart omlijnd: ‘Vrouw van Rome’. De schrijver was ene Alberto Moravia. Nog nooit had ik zo’n dikke pocket gezien. Ik las hem stiekem in bed. Met het laken als dekzeil over het hoofdeinde waande ik me veilig.
Die vrouw, zij woonde dus in Rome. Er kwamen veel vrienden bij haar op visite. In het zogeheten boudoir (het woord was schuin gedrukt) speelden zich wonderlijke taferelen af. Een bepaalde passage las ik telkens opnieuw. Er lag een groot geheim in besloten dat ik niet kon benoemen: de mannelijke schaamte beschreven als een bloem, ontluikend in haar hand. Wat was dat eigenlijk: ‘ontluiken’?
Steevast om tien uur kraakte de trap onder mama’s ongelegen nachtzoen.
Trede 1. Schrik.
Trede 2. Ezelsoor.
Trede 3. Boek dicht.
Trede 4. Hup, onder de dekens.
Trede 5. Boek tussen mijn voeten.
Trede 6 ...
Mama vermoedde niets.
Het was een boek waar geen einde aan kwam. Het was een boek niet voor meisjes van elf.
Ik kreeg ‘Vrouw van Rome’ onopgemerkt uit. Maar verstopt onder mijn bed lag een last, waarvan ik mij moest ontdoen. Er zat niets anders op dan het literaire meesterwerk te verscheuren. Bladzijde na bladzijde, in kleine stukjes, want aan één stuk wegdoen, nee, dan zou het zich teveel aftekenen in de vuilniszak.Bijna ging het nog mis, toen mijn moeder een keer erg moe was en het vertrouwde plit-plat van haar voeten op het zeil een half uur vroeger klonk dan gebruikelijk. Ik had me net het schompes zitten scheuren en was daarbij slordig te werk gegaan. Tijd om op te ruimen was er niet. Fluks propte ik het boek tussen mijn voeten. Het laken moest ook nog over. En ik moest slapen.
Zachtjes opende zij de deur en kwam mijn kamer binnen. Terwijl stukken van het vijfde hoofdstuk genadeloos in mijn nek prikten, gluurde ik vanonder het hoog opgetrokken laken  naar de vloer, waar ik drie snippers zag liggen op de Flintstonesmat. Mijn moeder bukte. Ik kneep mijn ogen stijf dicht, want als je niet keek, gebeurde het niet. Toen klonk de piep van de prullenbak. ‘Slaap lekker!’
Overdag na school was een geschikt moment. Dan ging ik met twee volle knuistjes erotiek naar beneden. De vuilniszakken stonden achter de schuur, naast de moestuin met wortels, die ik daar als onderdeel van een pedagogisch verantwoorde opvoeding had gezaaid. Uitdunnen. Wieden. Zak open. Alles goed mengen. Geen sporen achterlaten. Het werd mijn dagelijkse taak.De kaft van het boek was inmiddels verkreukeld. Soms lieten pagina’s vanzelf al los van de donkerbruine lijmlaag. Na weken en weken restte alleen nog de felgekleurde roos. Er zat een vlek op het bovenste blaadje en door haar hart liep een snee van weerbarstig plastic. Ik moest mijn tanden erin zetten, want bij ons thuis deden ze niet aan kinderschaartjes.  Ik voel nog de weergaloze opluchting toen alles gedaan was en de laatste vuilniszak veilig door de gemeentereiniging was afgevoerd.Van die wortels kwam niets meer terecht. Maar er was een ander zaadje geplant.

Lees verder op mijn site

Reacties op: Bedgenoot Alberto