6858vogel Auteur

Blogpost: 6858vogel

Berlijnse plots

Vaak wordt me gevraagd: waar haal je je plots vandaan? Gek genoeg is dat achteraf lastig te reconstrueren, omdat ik door de vele schrijfrondes en gekillde darlings niet meer goed weet hoe het ooit is begonnen. Renate Dorrestein heeft ergens gezegd dat er in haar gedrukte romans alleen nog maar eilandjes bovendrijven van wat ooit in de eerste versie de plot en handeling uitmaakte. En zo is het.
Maar wat ik in elk geval enorm spannend vind – en met mij denk ik vele lezers – is het onbekende Berlijn. De achterkant van de dingen. Alles waarvan je dolgraag een tipje van de sluier opgelicht zou zien, vooral als het om belangrijke stukken Berlijnse geschiedenis gaat. Dat kan een hoogtepunt zijn waarvan de problemen in de doofpot zijn gestopt. Of mythes die nooit doorgeprikt zijn. Of ondergeschoffelde verhalen van machteloze mensen. Daar krijg ik een onweerstaanbare schrijfkriebel van.
Mijn plots zijn daarom altijd ingebed in zo’n soort waargebeurde zaak. Vaak begint het met iets wat ik lees of hoor. Zo vertelden Oost-Berlijnse vrienden me hoeveel nadelen de hereniging van Duitsland hun heeft opgeleverd. Erna kreeg ik het prachtige proefschrift van Christoph Links in handen over het lot – zeg maar liever noodlot – van de DDR-uitgeverijen, die na de val van de Muur bruut zijn geprivatiseerd door de overheidsinstantie Treuhand. Gaandeweg ontstond er een beeld in me van drie gesjochten uitgevers met een failliet Oost-Berlijns uitgeverijtje, die door de saneringsmachine van de Treuhand zijn vermalen, maar het desondanks niet opgeven. Daar is uiteindelijk “Gedeelde stad, geheelde stad” uit voortgekomen – een boek dat de mythe van de blije Duitse hereniging ontmantelt.
Andere verhalen die ik hoorde gingen over de vele grootse vrouwen in de Berlijnse jaren twintig. Er waren toen bijvoorbeeld meer dan twintig lesbische clubs. Een verbazingwekkend feit, want dat verbind je toch eerder met de emancipatiebewegingen van de jaren zestig en zeventig. Die clubs werden prompt gesloten toen Hitler aan de macht kwam, waarna veel homoseksuele vrouwen (en mannen) moesten vluchten of in strafkampen belandden. Dat onbekende stuk geschiedenis liet me niet meer los. Ik zag intriges voor me die zich in het klatergoud van cabaret, variété en film afspeelden, en die Marlene Dietrich van haar gemeenste kant zouden tonen. En ik zag het drama van de emigratie voor me waar mijn hoofdfiguren onvermijdelijk in verstrikt zouden raken. Dat was de geboorte van “In de schaduw van Marlene Dietrich”.
Mijn derde Berlijn-thriller ontstond door raadselachtige discussies die ik in Berlijn en Duitsland opving over de Stasi, de geheime dienst van de DDR. En ik vond een artikel van Marcel van Hamersveld: “Dat DDR-trauma blijft maar onverwerkt” (NRC Handelsblad, 6-10-2015). Van Hamersveld stelde daarin de nijpende vraag: waarom wordt er in Duitsland zoveel verbloemd over de voormalige Stasi en de verdwenen DDR-miljoenen? Toen ik dat las, doemden de contouren van een plot op waarin die vraag wordt beantwoord. Een plot rondom een reeks Berlijnse schandalen die werden en worden weggepoetst uit het collectieve geheugen. Zo is “Communistengoud en kerstengelen” ontstaan.
En natuurlijk kon ik ook de Tweede Wereldoorlog niet blijven negeren. Alhoewel ik dat een tijd heb gedaan, omdat het me zo’n uitgekauwd thema leek. Het bleef echter maar opduiken, onder andere in gesprekken met studenten. Waarom kon Auschwitz gebeuren? Hoe kon pal naast de stad van Goethe en Schiller het vreselijke concentratiekamp Buchenwald ontstaan? Wat maakt dat (achter)kleinkinderen vandaag de dag nog last hebben van de oorlog? Bijna tegen wil en dank kwamen de personages van “Geest en beest” in mijn brein tot leven. Geen figuren als Eichmann en Mengele, want dat was me te zwart-wit. Maar een plot die ruimte gaf aan zowel oorlogsdaders als oorlogsslachtoffers en hun nakomelingen, en waarin je niet zo eenvoudig “fout” van “goed” kon onderscheiden.
Vanzelfsprekend doe ik bij het uitwerken van de plot nogal wat research. Het moet tenslotte een geloofwaardig en kloppend verhaal worden. Ook check ik talloze details. Hoeveel Nederlandse gevangenen zaten er bijvoorbeeld in concentratiekamp Buchenwald? Waarom konden er na de val van de Muur zoveel DDR-miljoenen verdwijnen? Hoe verliep de making of van Dietrichs beroemdste film “Der blaue Engel”? Kwam Hitler ook al weer op 30 of 31 januari 1933 aan de macht? Enzovoorts. Dat is veel werk, maar ook fantastisch mooi om te doen.
Ik besluit mijn thrillers met een verantwoording en een literatuurlijstje. Niet om te laten zien wat ik allemaal weet. Maar omdat ik geen plagiaat wil plegen en graag eer geef aan wie eer toekomt. En om de nieuwsgierigen onder de lezers – en dat zijn de meesten, is mijn ervaring – te vertellen wat werkelijkheid is en wat ik verzonnen heb. Als jij ook van een dergelijke mix houdt en mijn thrillers leuk vindt, wil je ze misschien wel bij anderen aanbevelen of er een recensie over schrijven. Zoals Chris Kuzneski in zijn thrillers zegt: in dit stadium van van mijn schrijfcarrière heb ik alle hulp nodig die ik kan krijgen, dus jouw steun zou echt geweldig zijn.

Reacties op: Berlijnse plots