Blogpost: Karin en Dimitri

Bezeten

Door Dimitri

Als bezeten ben ik aan het tikken. Romans, columns, korte verhalen; ik schud ze uit mijn mouw alsof het godverdomme water uit de kraan is. Soms vraag ik me af waar het allemaal vandaan blijft komen, dat vloeken en die onaflatende stroom scheldwoorden. Toen ik net begon te schrijven vroeg ik me de hele tijd af: wanneer is het op? Wanneer raakt het vat leeg? Tot nu toe lukt het me zelfs om het over mijn privéleven te hebben. De stukjes voor de thrillerlezersblog zijn dan wel voor 99% uit onzin opgetrokken, maar wat zou het? Vandaag is Karin met een aantal vriendinnen op kroegentocht, dus ik kan stevig doorwerken. Als ik straks ook nog een streepje AC/DC opzet, ga ik helemaal als een speer. Ik wis het woord speer en vervang het door het toepasselijkere “kogel”. 'Ik ga deze middag naar de kapper!’ roept Naomi vanuit haar kantoor. Voor de lezers op Hebban die dit nog niet weten: Naomi is mijn ingebeelde vriendin. Mijn vingers houden halt boven het toetsenbord. Je hoort vaak schrijvers die zeggen dat ze het haten onderbroken te worden, maar daar heb ik eigenlijk nooit een probleem mee gehad. In mijn schrijfsels ga ik beweren dat ik een hardcore concentratiefreak ben die zijn vriendin het ziekenhuis in heeft geslagen toen ze het in haar hoofd haalde hem te onderbreken. Nadat ik de binnenbroekse rukkers op het politiebureau heb wijsgemaakt dat Naomi tegen een deur is gelopen, ga ik als ik weer thuis ben de buurvrouw een beurt geven. Ik sla het bestand op, sta op en ga naar het kantoortje van mijn schatje. Nog iets voor de mensen die voor het eerst iets van mij lezen: in mijn columns zit ik, in tegenstelling tot de realiteit, niet altijd in een rolstoel – het hangt af van mijn gemoedstoestand en de dramatische functionaliteit van zo’n ding. ‘Dat ik vanmiddag naar de kapper ga,’ herhaalt ze als ik in het deurgat verschijn. ‘Je gaat toch niet…?’ ‘Enkel de puntjes,’ zegt ze. ‘Maak je geen zorgen.’ Gelukkig. Naomi zei eerder deze week dat ze overwoog het kort te laten knippen en het – o horror – blond te laten verven. In mijn columns zou ik haar op staande voet dumpen. ‘In je columns zou je mij op staande voet dumpen zeker?’ zegt Naomi. Het is griezelig hoe ze soms woordelijk herhaalt wat ik een moment eerder gedacht heb. Ze beweert dat ze af en toe telepatische inzichten heeft, en dat die naarmate “de zonnewende” (of “het noorderlicht”, ik wil er vanaf zijn) dichterbij komt sterker lijken te worden, maar met zo’n bullshit moet je bij mij niet komen aankakken. Ik ga op haar schoot zitten, reik naar een mandje naast haar computerscherm en kies er een turquoise dropje uit. Ik keil het in mijn mond. ‘Hé!’ Ze duwt me van haar schoot af. ‘Dat is geen snoep! Geef terug!’ ‘Huh?’ Naomi houdt haar handpalm op. ‘Dat zijn halfedelstenen, gek.’ Ik neem het dingetje uit mijn mond en bekijk het. Het is verrekt een steen. Nadat ik hem min of meer drooggewreven heb aan mijn T-shirt leg ik hem in haar hand. ‘Dit is larimar.’ Op haar beurt poetst ze het steentje met haar T-shirt en legt het terug in het mandje op haar bureau. ‘Lariemar?’ ‘Larimar,’ zegt ze. ‘En ga daar nu alsjeblieft geen flauwe grapjes over maken in je column door het verkeerd te spellen.’   ’s Middags ben ik een stukje minder snel aan het tikken omdat mijn armen pompaf zijn van het gewichtheffen. Ik houd op met schrijven en ga een stuk fruit zoeken… of een blikje tonijn. Tonijn is ook heel goed om je spieren te laten defragmenteren nadat je ze uit je lijf gesleurd hebt. Mijn fans zullen zich wellicht afvragen of hun idool een ijdeltuit is, waarom hij er in vredesnaam nog begeerlijker wil uitzien dan hij al doet, maar ik doe dit alleen maar om gezondheidsredenen; om de groupies van me af te kunnen slaan. Want het is me wat, hoor. Zodra je een beetje succes begint te krijgen wil iedereen je bespringen. Ik had nooit gedacht dat dit bij schrijvers aan de orde zou zijn, groupies. Bij rocksterren misschien, maar toch niet bij van die saaie pikkies als schrijvers? Ik open mijn koelkast en kijk rond. Geen tonijn te bespeuren. De laatste bananen heb ik deze morgen opgepeuzeld. De blikjes Aquarius zijn eveneens op. We hebben bijna niks meer in huis. Ik loop door naar Naomi’s kantoor – zij heeft regelmatig een appel liggen op haar bureau. Bingo. Ik pak hem, neem een hap, ga op haar bureaustoel zitten en eet verder. Zodra Naomi straks weer thuis is ga ik haar het glazuur van haar tanden neuken. Dit is een van de bijwerkingen van trainen; je wordt bloedgeil en strontagressief van al dat testosteron. Dat agressieve kanaliseer ik en kan ik allemaal kwijt door te schrijven en nog meer mijn spieren op te pompen, maar van dat overschot seksuele energie raak ik minder makkelijk af. Naomi vangt een grote hoeveelheid hitsigheid op, maar steeds vaker krijg ik te horen dat ik haar uitput, dat ze niet meer kan. Mijn appel smaakt me – mijn afgebeulde biceps vallen op hun knieën van dankbaarheid. Ik leg mijn voeten gekruist op haar bureau en knabbel verder.   Ik heb nog enkele regels voor dit stukje volgeluld is, en die zou ik graag misbruiken om reclame te maken voor ons debuut: ‘B.B’, een psychologische thriller. Als je het rechtstreeks bij ons bestelt, nemen Karin en ik de verzendkosten op ons en ontvang je een opgedragen en gesigneerd exemplaar. Hoe sexy is dat? (Dimitri)   typewriter%2Bmonkey%2B1.jpg

Reacties op: Bezeten