Blogpost: Rosemarijn Milo

De eerste en meteen heftige (?) blog, brief 1 uit Hautepierre

Dag nieuwe lezers !
Vanaf mijn vroegste jeugd heb ik brieven geschreven. Ik was zegge en schrijve vijf toen ik mijn eerste brief aan mijn grootvader Karel schreef. Ja, ik was een beetje voorlijk, zoals dat in die tijd heette. Toen mijn schoolvriendinnetje Renée met haar ouders in december 1952 naar Canada emigreerde, waren wij allebei zeven, nog net geen acht. Vanaf dat moment hebben we een correspondentie onderhouden, dus al 66 en een half jaar, die tot op de huidige dag voortduurt. Je zult begrijpen dat het niet zo gek ik dat ik mijn eerste biografische roman in briefvorm heb geschreven. Het boek, ‘Een vervlogen droom – verslag van een te kort leven’ bestaat uit een groot aantal brieven die mijn grootmoeder, in 1918 op 26-jarige leeftijd overleden, aan een vriendin in Frankrijk schrijft. Behalve de zo goed mogelijk gereconstrueerde achtergrond van de Eerste Wereldoorlog is het hele verhaal gefingeerd; de vriendin dus ook. Dat kon niet anders want ik weet hoegenaamd niets van mijn grootmoeder. Er werd nauwelijks ooit over haar gesproken en mijn moeder heeft haar eigen moeder niet gekend. Zij was nog geen vier jaar oud, toen die overleed. Toen ik mijn boek honderd jaar na dato schreef, was er natuurlijk ook niemand meer te vinden die haar wel heeft gekend en iets over haar kon vertellen. Voor mijn eerste blog op Hebban heb ik geput uit een van de vele brievenseries die ik in de loop van lange jaren heb geschreven. Een volgende keer schrijf ik het vervolg op deze brief uit Hautepierre en zal ik iets meer vertellen over de totstandkoming van ‘Een vervlogen droom’.

Brief 1 uit het ziekenhuis Hautepierre in Straatsburg
'Straatsburg, of de vraag hoe leuk het is (?) in een Frans ziekenhuis.'

Zo kom ik dus, een beetje na vieren vanmiddag, verzenuwd doordat Yves’ aanmelding in het familie-van-patiënten-onderkomen ‘Les Géraniums’ zolang heeft geduurd, in het Hôpital de Hautepierre aan. Direct na aankomst, terwijl Yves er nog niet is want die moet de auto parkeren, word ik in de gang al opgevist door Dr Véronique Thoma, de gynaecologe die me ook ditmaal gaat opereren. Ze zegt me zwierig gedag en vraagt me of ik me goed op de operatie heb voorbereid. Ze onderzoekt me nog een keer van binnen en van buiten, maakt opnieuw een echografie, en legt me nogmaals de werkwijze bij de operatie uit, terwijl we wat ginnegappen over mijn juridische carrière. Ik zeg haar dat ik vol vertrouwen ben, hoewel ik daarvoor wel een deur goed dicht en op slot moet doen. En dat ik uit mijn ervaring als advocaat en lid-jurist van het Amsterdamse medisch tuchtcollege wel stof kan putten voor een flink boek. Ze zegt te hopen dat ze er geen hoofdstuk aan zal toevoegen.Voor ik vervolgens ‘pap’ kan zeggen moet ik plassen voor de piskijkster, krijg ik een injectie tegen thrombose, wijst een verzorgster me de weg naar de badkamer met uitleg over het gebruik van betadine onder de douche, wordt me bloed afgenomen, mijn schaamhaar me ontschoren, en verander ik al een beetje van toeschouwer in patiënt. Zeker als ik mezelf dan ook nog een klysma, met alle gevolgen van dien, moet geven en ik verplicht ben mijn nagellak van vingers en tenen te verwijderen. Terwijl ik juist zo koket wilde blijven! Gelukkig heb ik tussen al deze bedrijven door nog wel iets, zij het minimaal, te eten gehad. Ik moet voor de operatie vanaf vanavond 10 uur nuchter blijven, en als ik mazzel heb ben ik morgenochtend om 12 uur aan de beurt. Er is nog één wachtende voor mij!
De volgende ochtend…
Als ik na mijn douche nog lekker even lig na te suffen komt er een verpleegster die zegt dat ik me alvast gereed moet maken voor de operatie. Let wel: het is goed en wel zeven uur ! Ik zeg dat ik niet voor twaalven aan de beurt zal zijn waarop ze me zeer beslist antwoordt dat er altijd wijzigingen in het operatieprogramma mogelijk zijn en dat ik vanaf nu gewoon klaar moet liggen. Ook goed, dan. Ze neemt mijn bloeddruk op, meet mijn polsslag, en zwachtelt mijn onderbenen in met elastisch verband. Als ik dan zeg, want ik kan het niet laten, dat ik dus alvast gemummificeerd word, zegt ze dat het niet tot in lengte van dagen is, en daar kan ik het mee doen. Alles wat maar enigszins van waarde is, moet in het kluisje. Ik doe mijn horloge er braaf in en heb het gevoel dat vanaf dit moment iets als tijd er niet meer toe doet.

Reacties op: De eerste en meteen heftige (?) blog, brief 1 uit Hautepierre