Blogpost: Rosemarijn Milo

De eerste van de voorpublikaties van de 'Berichten vanuit de PRAILLON'

Zoals ik heb aangekondigd na mijn laatste Brief uit Hautepierre, geef ik een paar voorpublikaties van een hele serie 'brieven', korte stukken uit mijn en het Franse leven in en om Metz. Deze 'brief' dateert van de zomer van 2010, toen het Centre Pompidou Metz, een soort dochteronderneming van het Centre Pompidou in Parijs, net was geopend. De eerste tentoonstelling was een doorslaand succes. Uiteindelijk ging zij aan haar succes ten onder doordat ze steeds verlengd werd en er telkens opnieuw witte plekken aan de muren verschenen; de particuliere eigenaars en andere musea, met uitzondering van het 'moedermuseum', die werken hadden uitgeleend, vroegen ze natuurlijk terug. Het is mijn bedoeling de Berichten vanuit de Praillon in de nabije toekomst als boekje te publiceren. Jullie zien wel dat brieven schijven mijn grote passie is. De Praillon, trouwens, is het buurtschapje waar ik nu woon in een dorpje onder de rook van Metz. Stappen jullie alsjeblieft maar eens uit je auto als je op de A31 rijdt naar zuidelijker bestemmingen want Metz is zeer de moeite waard. Mijn eerste boekje 'Brieven uit La Dominance' beschrijft de stad, een stukje geschiedenis en de omgeving van Metz.

Tentoonstelling
Al vrij snel na de opening is het ons gelukt een bezoek te brengen aan het Centre Pompidou-Metz om de openingstentoonstelling ‘Meesterwerken?’ te zien. Dat vraagteken is natuurlijk volkomen terecht, want wat heeft de 20-ste eeuw een ongelooflijke variëteit aan stijl en inspiratie te zien gegeven! De ‘Meesterwerken?’ vertegenwoordigen die duizelingwekkende hoeveelheid aan schilderijen, beeldhouwwerken, fotografie en architectuur die varieert van Monet tot Kandinsky, Miro, Picasso en Mondriaan, van Rodin tot Giacometti en Klein (en heel veel namen die ik in elk geval niet kende). Werken die maken, dat je je het ene moment achter de oren krabt met ‘tja’, en de andere keer, helemaal verrukt, iets toch nòg maar een keer gaat bekijken hoewel er nog 800 andere werken op hun beurt wachten.
We hadden ons al bij een bezichtiging tijdens de bouw laten vertellen dat de architecten er op uit waren geweest het museum een stuk van de stad, en de stad deel van het museum te laten zijn. Om niet een museum als een volledig in zichzelf opgesloten wereld te bouwen maar als gebouw dat met zijn omgeving communiceert. Gezegd kan worden dat die opzet een groot succes is, en dat sommige van de kijkjes op de stad Metz vanuit de zes uiteinden van de tentoonstellingsgalerieën zo buitengewoon fraai zijn, dat ze behoren tot het mooiste dat het Centre Pompidou te bieden heeft.
Tot zover waren Yves en ik het met elkaar eens. Voor het overige hebben we gezamenlijk de tentoonstelling bekeken, maar elk van ons heeft iets anders gezien en ervaren. Dat verschil nu zit hem voornamelijk in de 25 cm die Yves groter is dan ik…
Natuurlijk vond ik het ook idioot dat de bordjes met uitleg over de kunstwerken, piepklein en vrijwel onleesbaar, zich op ongeveer één meter vanaf de grond bevinden, maar kennelijk is zo’n lengteverschil verantwoordelijk voor een enorm verschil in beleving. Ik boog mij zonder protest deemoedig neer in een poging wat te lezen te krijgen. Yves had het na drie van die pogingen al helemaal gehad en mopperde dan ook meteen tegen een jeugdige suppoost dat hij niet van plan was zich in een hernia te kronkelen om de voor dwergen bedoelde bordjes te lezen. De suppoost volstond onaangedaan met Yves te verwijzen naar het gastenboek, waarin ook gelegenheid tot klagen. Dat alles speelde zich op de begane grond af. Maar het echte probleem zat hem in de presentatie van de kunstwerken op een van de etages. Yves’ 1m 90 had hem verhinderd waar te nemen wat daar te zien was ! Over de hele lengte van de galerij op de tweede étage, zo’n 80 meter, is op ongeveer een kwart van de breedte een muur neergezet met weer over die hele lengte een kijkopening op een hoogte variërend van ongeveer een meter vijftig tot een meter zeventig. Naar het uiteinde van de galerie lopend kon je links van je foto’s en videofilms zien van het kunstwerk en de maker ervan, dat je door die opening in werkelijkheid kon zien, opgesteld tegen de andere muur van de galerie, zo’n 10 à 12 meter verder. Blijkbaar was in de visie van de tentoonstellingsmakers de hoogte van die openingen voldoende om alle bezoekers te laten genieten van deze vondst. Jammer, want voor iemand van Yves’ lengte was het onmogelijk, onbegonnen werk zelfs, om de andere kant van de galerie door die openingen te zien. Het leggen van het verband tussen de muur met de foto’s en video’s en de muur met de kunstwerken zelf was zelfs niet bij hem opgekomen. Hij was dan ook behoorlijk teleurgesteld door vooral die étage, en toen hij mij op de terugweg zei dat hij het daar maar niks had gevonden en vroeg wat ik ervan dacht, duurde het even voor het tot mij doordrong wat daarvan de oorzaak was.

Bij ons volgende bezoek vonden we het gastenboek. Daarin staat nu:
“Gebouw van de 21-ste eeuw,
Tentoonstelling van de 20-ste eeuw,
Museografie van de 19-de eeuw.
Yves”

In deze beperking toont zich misschien de meester, maar persoonlijk denk ik niet dat dit voldoende is om degenen die de tentoonstellingen inrichten op andere gedachten te brengen.

P.S. Yves’ klacht heeft geholpen !! Bij alweer een volgend bezoek, een paar weken later, waren er i-Pods met de zo fel begeerde informatie !

Reacties op: De eerste van de voorpublikaties van de 'Berichten vanuit de PRAILLON'