Blogpost: SjoerdvanHoorn1

De prinses en de filosoof: Descartes' briefwisseling met Elisabeth van de Palts

Op 16 mei 1643 schrijft een vierentwintigjarige prinses te Den Haag een brief aan een zevenenveertig jaar oude filosoof. Ze was verheugd geweest over het nieuws dat hij haar zou komen bezoeken, schrijft ze. Jammer genoeg kon dat bezoek niet doorgaan, maar zou hij haar verheldering kunnen bieden bij het probleem dat zij zag in zijn boek. De ziel beweegt de levensgeesten die op hun beurt het lichaam bewegen, maar hoe is dat mogelijk als het lichaam materieel van aard is maar de ziel niet. Hoe moet zij nu eigenlijk de verhouding tussen ziel en lichaam begrijpen? René Descartes (1596-1650) antwoordt Elisabeth van de Palts (1618-1680) binnen een paar dagen vanuit Egmond aan den Hoef. Hij zou haar bijzonder graag hebben bezocht want ze zag er uit als een engel schrijft hij. Nu zal hij haar vraag beantwoorden. In zijn Meditationes had hij vooral de onderscheidenheid van lichaam en ziel willen benadrukken schrijft hij, maar de prinses heeft gelijk, ze gaan ook samen dus hoe is hun vereniging in onderscheidenheid te begrijpen. De ziel kan het lichaam in elk geval niet bewegen zoals dat in de louter materiële wereld gebeurt. In haar volgende brief, die ze een maand later schrijft, blijkt Elisabeth zich niet zo makkelijk te laten afschepen. Descartes heeft geen antwoord gegeven op haar vraag, dus hoe zit het nu tussen ziel en lichaam? De toon is gezet. Elisabeth is een filosofische correspondente van formaat die in scherpzinnigheid niet onderdoet voor de vele geleerden in heel Europa waar Descartes epistolaire betrekkingen mee onderhoudt.        
In de zes jaar die volgen op deze eerste brieven tussen de Duitse prinses (en nichtje van de Nederlandse prins Maurits) en de Franse filosoof ontspon zich een correspondentie die behoort tot de meest interessante briefwisselingen in de moderne geschiedenis. Wie zich interesseert in de geschiedenis van de zeventiende eeuw in het algemeen of in vroegmoderne vrouwengeschiedenis in het bijzonder zal in deze brieven veel van zijn gading vinden, maar de correspondentie tussen Elisabeth en Descartes is in de eerste plaats boeiend voor wie filosofie in ontwikkeling wil zien. Deze brieven vormen een bijzondere vindplaats voor filosofische discussies terwijl deze plaatsvinden. Zoals Hans Bots recent heeft laten zien in zijn Republiek der letteren (Van Tilt, 2017) was de brief voor zeventiende-eeuwse geleerden – de burgers van de republiek der letteren – een onmisbaar medium om van inzichten te kunnen wisselen met collega’s en een even onmisbare vorm van communicatie met vrienden en familie. Dat gold niet in de laatste plaats voor René Descartes, wiens brieven ongeveer de helft zijn verzamelde werk innemen. Hij schreef zo’n 735 brieven. De correspondentie met prinses Elisabeth beslaat 59 brieven.         Van deze briefwisseling is enkele jaren geleden een tweetalige uitgave, Frans-Duits verschenen bij Meiner Verlag, bezorgd en vertaald door Isabelle Wienand en Olivier Ribordy (Meiner Verlag, 2015). Er is ook een goede Nederlandse vertaling van de hand van Jeanne Holierhoek (Wereldbibliotheek, 2000), maar ik acht de editie van Wienand en Ribordy onmisbaar voor wie serieus geïnteresseerd is in Descartes. De inleiding van het boek biedt historische en filosofische context en gaat bovendien dieper in op een onderbelicht aspect van het werk van Descartes, namelijk zijn ethiek.        
In zijn Discours de la méthode had Descartes de ambitie uitgesproken alle kennis van een zeker fundament te voorzien, waaronder als laatste maar geenszins als minste de geneeskunde en de moraal. Zolang dat nog niet het geval was moest de mens toch behoorlijk kunnen leven. Daarom formuleerde Descartes een voorlopige moraal, een morale par provision. Je moet je aan de gebruiken van je land houden, bij gemaakte keuzes blijven en niet proberen de weerbarstige werkelijkheid te veranderen maar je verlangens aan te passen, schrijft hij in het derde deel van zijn Vertoog over de methode. Elisabeth had dit werkje gelezen en ze had er de nodige vragen over. Wat is het goede leven en hoe wordt je gelukkig? Ze toont zich een sceptische correspondente. Als Descartes helemaal in lijn met de stoïcijnse filosofie, die hij op zijn Franse school moet hebben bestudeerd, schrijft dat je sommige dingen nu eenmaal niet kunt veranderen en deze dus niet zou moeten betreuren, merkt Elisabeth, evenals David Hume meer dan een eeuw na haar, op dat ze het juist erg vindt dat ze deze zaken niet kan veranderen. Descartes verdedigt het filosofische standpunt dat het geluk in jezelf ligt, in de beheersing van de verlangens door het denken. Elisabeth stelt verhelderende vragen bij zijn methode maar biedt ook weerwoord: geluk is nu eenmaal niet helemaal te verwezenlijken als het leven je niet meezit, schrijft ze. De lezer heeft dan al weet van de moeilijkheden die haar familie heeft, zowel in Duitsland als in Engeland (de moeder van Elizabeth is een Engelse prinses van het huis Stuart; in de tijd dat de correspondentie loopt verkeert Engeland in een burgeroorlog die zou eindigen in de onthoofding van koning Karel I, een oom van Elisabeth).Nadat Descartes en Elizabeth het over de moraal hebben gehad aan de hand van een commentaar op een werk van Seneca stelt Elisabeth voor het nu over Machiavelli te hebben. Het leidt tot een boeiende brief van Descartes over de belangrijkste principes die Machiavelli in De prins uit de doeken doet. Vervolgens neemt de correspondentie een meer persoonlijke wending. Beide penpals delen de bekommernissen en wisselvalligheden van hun levens met elkaar. Elisabeth zet zich in voor de verbreiding van de cartesiaanse filosofie en Descartes maakt haar tot een geprivilegieerde commentatrice op zijn werk. Elizabeth leest als eerste zijn nieuwe Principes de la philosophie en Les passions de l’âme. Speelden er ook romantische gevoelens tussen de twee intellectueel begaafde correspondenten? In elk geval vond Elisabeth het allerminst plezierig dat Descartes in de winter van 1648 naar het hof van koningin Christina van Zweden vertrok. (Je zegt geen nee tegen een koningin moet hij hebben gedacht.) Hij, die altijd pas om 11 uur was opgestaan, moest om vijf uur op om de matineuze koningin privéles te geven. Hij stierf dan ook spoedig aan een longontsteking. Elizabeth zou uiteindelijk abdis worden van een klooster in het Engelse Herford, waar ze in 1680 stierf. “Die facettenreiche Korrespondenz ist vor allem eine Einladung, den französischen Philosophen im Austausch mit prägenden Gestalten des Grand Siècle neu zu entdecken.“ besluiten Wienand en Ribordy de inleiding van hun uitgave, waarin ze naast de correspondentie met Elisabeth ook brieven van Descartes aan ambassadeur Chanut en brieven van en aan koningin Christina opnemen.De hernieuwde ontdekking van Descartes betekent wat mij betreft ook de ontdekking van Elisabeth van de Palts als filosofe. 


René Descartes, Over de methode, Boom, Amsterdam, 2002.
René Descartes, Correspondance avec Élizabeth et autres lettres, Flammarion, Parijs, 1989.
René Descartes en Elisabeth van de Palts, Briefwisseling, Wereldbibliotheek, Amsterdam, 2000.
René Descartes – Der Briefwechsel mit Elisabeth von der Pfalz, uitgegeven door Isabelle Wienand en Olivier Ribordy, Felix Meiner Verlag, Hamburg, 2015.
Hans Bots, De republiek der letteren, Van Tilt, Nijmegen, 2017.



Reacties op: De prinses en de filosoof: Descartes' briefwisseling met Elisabeth van de Palts