De realiteit van fantasie

Als schrijvers boeken schrijven hebben ze vaak een bepaald beeld bij de ruimte waarin hun hoofdpersoon zich bevindt. Bij een realistisch boek is het makkelijk te beschrijven, en als je een goede schrijver bent en je lezers weten dat het woord tafel bij een houten plank op vier poten hoort, waarop je je eten nuttigt, dan zullen vrijwel alle lezers ongeveer hetzelfde beeld voor ogen hebben. Er zullen details zijn die bij iedereen verschillen, maar de boodschap komt goed over: het beeld is gezet en de schrijver kan verder met het beschrijven van het verhaal.

Wat ik bij fantasy zo fantastisch vind, is dat hoe goed de schrijver de ruimte ook beschrijft, er zullen altijd gaten zijn die de lezer zelf kan opvullen met fantastische fantasieën. Zeg nou zelf: is het spannender om in een historische roman een spinnenweb in de hoek van de kamer erbij te bedenken, als die niet in het boek vermeld staat, of om in een fantasyboek tussen de bogen van de met goud dooraderde deuren in de muur een gat te bedenken, waar een klein dier uitkruipt dat niet lijkt op iets dat wij kennen, en er dus in de fantasie van iedere lezer verschillend uitziet? Fantasy laat je zelf meedenken en de omgeving verder inkleuren, waar de schrijver dat niet doet. Fantasy laat je op die manier van zo dichtbij de avonturen van de hoofdpersoon meebeleven, dat het niet uitmaakt als hij/zij een gigantische klootzak is, omdat je gewoon wil genieten van de beelden die je half en half doorkrijgt en die je zelf aan mag vullen.

Bovendien is fantasy een uitweg van het echte leven. Het is een plek waar je je kan verschuilen en je je veilig kan voelen, in gedachten beschermd door de draak of elfachtige beste vriend van de hoofdpersoon. Het is voor heel even ontsnappen uit de dagelijkse sleur, waar je al zo lang in zit dat je niet eens meer weet hoe lang het geleden is dat je voor het laatst tijd had om te lezen. Het is voor heel even de realiteit vergeten, en je wanen in lang vergeten tijden en plaatsen. Het is voor heel even je niet gebonden voelen door de ketenen die we krijgen opgelegd van onze maatschappij, ook al beweert diezelfde maatschappij dat wij zelf om die ketenen gevraagd hebben. Misschien hebben we dat ook. Misschien zijn we bang om onszelf op een andere manier te verliezen dan als een toeschouwer in een boek. Misschien is fantasy wel meer dan alleen fantasie, misschien is het meer dan alleen een uitweg, misschien is het een manier van leven. Dat het niet het leven is dat wij hier leiden dat echt is, maar de levens die wij leiden als we woorden meegetrokken in de woordenstroom van een boek.

Dat is de kunst van fantasy, dat je gaat twijfelen aan de werkelijkheid zoals je die ziet. Dat je gaat geloven dat er andere mogelijkheden zijn dan alleen het leven dat je op dit moment leidt. Het laat zien dat het niet kan eindigen met 'en ze leefden nog lang en gelukkig' zonder offers te brengen voor waar je in gelooft. En dat geloof is het belangrijkst: want geloof geeft hoop op iets beters, en hoop geeft de ziel vleugels, en met een gevleugelde ziel is geen enkele hindernis hoog genoeg om je ooit te stoppen. Dat is wat fantasy voor mij is en dat is waarom fantasy mijn absolute favoriete genre is.

VrijdagVragen:
https://www.hebban.nl/fantasy/artikelen/stelling-fantasy-en-sciencefiction-passen-eigenlijk-helemaal-niet-bij-elkaar
https://www.hebban.nl/fantasy/artikelen/valentijnvraag-wat-is-jouw-favoriete-liefdeskoppel-uit-sf-fantasy-of-horror


Boekrecensie:
https://www.hebban.nl/boeken/aiyas-strijd-jolien-tonnon

Reacties op: De realiteit van fantasie