Blogpost: Bert van Brakel

F. Springer, een aanbeveling

Ik had nog nooit iets gelezen van F. Springer totdat het Boekenweekgeschenk in maart 1990 verscheen met de titel ‘Sterremeer’. Ik las het in één ruk uit, wat niet zo moeilijk is met deze geschenkjes want ze zijn altijd beperkt tot ongeveer 95 pagina’s. Heden ten dage ben ik in het trotse bezit van bijna al zijn boeken en heb ze zonder uitzondering met ontzettend veel plezier gelezen, een aantal zelfs meerdere malen. Geen wonder dus als ik zeg dat dit één van mijn favoriete schrijvers is.

F. Springer is een pseudoniem. De echte naam van de schrijver is Carel Jan Schneider, en hij was werkzaam als diplomaat op Nederlandse ambassades in o.a. Iran, Bangladesh, Thailand, voormalig Oost-Duitsland en Angola. De verhalen uit zijn boeken spelen zich ook af in deze landen. Een van zijn favoriete auteurs is volgens zijn eigen zeggen F. Scott Fitzgerald. In een interview uit 2010 met Arjan Peters vertelt hij dat zijn verhalen altijd iets met zijn eigen ervaringen te maken hebben.‘Ik heb niet zo’n dikke duim’, zo zegt hij. Toch vind ik niet dat je kunt spreken van autobiografische verhalen, zijn eigen ervaringen worden gebruikt en een beetje verdraaid en daar waar nodig aangedikt om een nog mooier verhaal tot stand te kunnen brengen. Hij zegt dat zelf als volgt in datzelfde interview: ‘de waarheid schuilt niet in de feiten maar in het mooiste verhaal’.

Wat mij zo aanspreekt is de stijl waarin hij schrijft. Sebastiaan Kort van NRC noemde dat, in een artikel over de dood van de schrijver in 2011, ‘een even zorgvuldige als heldere stijl, die zich verder kenmerkt door droge humor’. Ikzelf hou van de vaak melancholische ondertoon in zijn verhalen, wellicht moet ik het eerder nostalgisch noemen. Verder kan hij worden gekarakteriseerd als een uitermate scherpe waarnemer, die zijn waarnemingen uitstekend op papier vorm kan geven in de al eerder aangehaalde stijl.
Zelf zegt hij hierover in de bundel ‘Allemaal gelogen’ die als toepasselijk motto ‘de herinnering als mooi verhaal’ heeft: ‘Sfeertekening is voor mij een van de belangrijkste elementen van een verhaal. Voor ik ga schrijven moet ik weten in welke weemoedige, sombere, onrustige of romantische sfeer een en ander zich gaat afspelen’.

Het heeft mij altijd geïntrigeerd waarom zijn pseudoniem alleen maar een initiaal als voornaam had. Ik heb ergens ooit gelezen dat dat te maken heeft met zijn diepe bewondering voor F. Scott Fitzgerald. Het zij zo, maar dat heeft mij er niet van weerhouden om toch wat nader onderzoek hiernaar te doen. Hoewel de schrijver zijn uiterste best doet om in alle verhalen die in de ik-vorm worden verteld de naam van de verteller niet te noemen, en zelf in 1978 hierover het volgende zegt: ‘de F staat volgens sommigen voor Frank, zelf weet ik dat niet zeker…’, heb ik een verhaal gevonden, waar de naam zelfs tot twee keer toe wordt genoemd, ook al dateert dat verhaal van later (1990).
In ‘Zaken Overzee’ wordt de ik-figuur in het verhaal Pink Eldorado als volgt aangesproken: ‘Frank’, zei hij, en het klonk radeloos, ‘Frank, kan ik niet tot zaterdag bij jullie logeren?’.

Carel Jan Schneider heeft geleefd van 15 jan. 1932 tot 7 nov. 2011 en het laatste boek dat hij schreef voor zijn dood heet ‘Quadriga’, speelt in de DDR en kreeg niet voor niets als motto ‘een eindspel’ mee, de schrijver wist dat hij ziek was en helaas niet meer lang te leven had.
F. Springer daarentegen leeft voort door de prachtige boeken die hij ons heeft nagelaten.
Benieuwd geworden naar deze schrijver, doe als ik: lees als kennismaking ‘Sterremeer’ en de andere boeken zullen spoedig volgen.

(eerder verschenen op dizzie.nl)

Reacties op: F. Springer, een aanbeveling