Blogpost: Bohse

GoPro (1)

‘Wat loopt de hond hier rond te snuffelen met jouw GoPro camera op zijn kop?’ wou mijn vrouw weten.
‘Een uitstekende vraag. Hij is een vernieuwend literair initiatief.’
‘Wat voor een initiatief?’
Een literair initiatief dus. Maar eerst terugspoelen naar een tijd toen er nog geen sprake was van kinderen of een hond, enkel van een echtgenote. Ik was destijds een ware motorfreak, ik reed in hoofdzaak rond op motorfietsen van Italiaanse makelij. Het waren steevast uit de hand gelopen vuurpijlen met iets snels of onheilspellends in de naam, zoals Tornado of Oerknal. Voor minder dan 120 paarden kwam ik niet uit mijn bed. En er moesten ook minstens een paar onderdelen in carbon en titanium opzitten, aangevuld met hoogwaardige dempers en remklauwen en een hoogst asociale Akrapovic uitlaat. Ik scheurde in die dagen gezwind van punt A naar punt B, bij wijze van antwoord op de vraag hoe lang het duurt voor je punt B bereikt als je geen moment onder de 9.000 toeren per minuut zakt, twaalf liter benzine per uur door een Marelli injectiesysteem perst en onderweg alle snelheidsbeperkingen aan je laars lapt met een marge van minstens 100 %. Geen wiskundevraagstuk kon me bijhouden in die tijd, ik verplaatste me pijlsnel van hier naar elders, krijsend hoog in de toerentallen, tot ergernis en woede van de plaatselijke burgerij.
Toen kwam het eerste kind - nota bene verwekt op het zadel van  zo’n vurige Italiaanse hengst - en ik begon te beseffen dat het misschien niet zo’n schitterend idee is om je nek op drie verschillende plaatsen te breken als je net vader bent geworden. De laatste Italiaan ging dus de deur uit, wat werd gevolgd door twintig jaar van geheelonthouding. Maar toen onze jongste haar universiteitsstudies aanvatte, begon het weer te kriebelen. Een motormaat van weleer leende me zijn nieuwste motor uit voor een proefrit, iets met ZZR in de naam. Wist ik veel.
Sportieve motorfietsen waren inmiddels ontaard in waarlijk hypersonische projectielen, een evolutie die ik had gemist te midden van alle luiers en fopspenen. Die nieuwe spullen spoten gewoon vanonder je zitvlak weg naar de wazige einder als je iets te dartel aan het gas trok. Dat ontdekte ik dus pas op dat ZZR-geval: ik heb er welgeteld 200 meter mee afgelegd vooraleer ik besloot dat het welletjes was en met flanellen benen afsteeg. Maar het zaadje was gelegd en zes maanden later stond er een tweedehands toermachine in mijn garage te glimmen, een geval met koffers in alle hoeken en gaten en een voorkuip waarachter een heel peloton soldaten verdekt in stelling kon gaan. Het ding was belachelijk groot en zwaar, maar al bij al heel handelbaar en hij kleefde op de weg als klittenband.
En toen kwam ik op het onzalige idee om er een GoPro op te monteren. Het leek me namelijk geinig om mijn motoruitstapjes digitaal vast te leggen. Ik kocht de GoPro, installeerde hem en trok er voor het eerst al filmend op uit. Maar toen ik de camerabehuizing bij het eerste rode licht wat rechter wou zetten, was ik heel even afgeleid en plaatste ik mijn linkervoet net iets te ver van de motor, waardoor die meteen begon te kapseizen.
Een goede raad: probeer een motor van zo’n slordige 400 kilogram nooit tegen te houden eens die voorbij een bepaalde hellingsgraad kantelt. Dat deed ik dus ook niet: ik sprong opzij en liet mijn fiets onbemand tegen het asfalt ploffen. In alle stress vergat ik vervolgens de techniek om zo’n gevaarte weer rechtop te krijgen, met als gevolg dat de wereld verder werd gefilmd in een hoek van 15 graden, met mij uit beeld, maar zwoegend en zwetend en onder het uitspreken van de meest obscene verwensingen, en met een hoop getoeter en schelden achter mijn rug.
Dat ware allemaal geen probleem geweest als datzelfde filmpje vervolgens niet zijn weg had gevonden naar YouTube. Ik ben nog steeds op zoek naar de schuldige, overduidelijk iemand van mijn eigen gezin, dat kan niet anders, maar de ellendelingen houden allemaal hun lippen stijf op elkaar, dus heb ik tot nu toe mijn dolk in de schede moeten laten. Maar goed, om een lang verhaal kort te maken: die GoPro ging de doos weer in, nadat ik mijn vrouw vergeefs had voorgesteld om hem nog één keer te gebruiken, in de slaapkamer. Dat heeft ze toen pertinent geweigerd, vermoedelijk vanwege dat filmpje op YouTube.
‘Je bent waarschijnlijk ook nog eens op je hoofd gevallen toen je omviel aan dat rode licht?’ zei ze enkel.
Nu echter had ik besloten om de GoPro een nieuwe bestemming te geven met het oog op dat vernieuwende literaire initiatief. Ik vond het zelf een redelijk geniale inval: neem een huishond - een tamme golden retriever voldoet prima - schroef een GoPro op zijn kop, laat hem los in de achtertuin, jaag vervolgens het hele gezin een namiddag naar zee, kom ‘s avonds terug om de avonturen van je hond op je TV te bekijken en schrijf dan een baanbrekend verhaal vanuit het perspectief van dat lamme beest. Nu jullie weer.
‘Dus,’ zei ik tegen mijn vrouw terwijl ik de GoPro uit de hond verwijderde, ‘gaan jij en ik nu eens bekijken wat hij allemaal uitspookt als wij er niet zijn.’
Allereerst, wat ik van dit experiment heb geleerd, is dat het leven van een hond in een tuin in hoofdzaak bestaat uit vadsig liggen en af en toe eens snuffelen aan planten en tuinmeubilair. Die GoPro had uren geregistreerd, maar vier vijfde van de opnametijd was de moeite van het bekijken niet waard: de hond op zijn zij op de warme tegels van het terras, de hond op zijn zij in het gras, de hond op zijn zij voor de deur van het tuinhuisje, een drol hier, een plasje daar, de hond die snapt naar een verdwaalde vlieg om meteen daarna opnieuw op zijn zij te gaan liggen - kortom, niks waarmee je een beklijvende novelle in de steigers kan zetten.
We spoelden dus voortdurend door in de hoop dat hij ergens definitief tot leven zou komen. Dat bleek inderdaad het geval naar het einde toe: hij stak plots zijn snuit in de lucht en besloot om een stapje in de wereld te zetten. Hij sprong op en baande zich wriemelend een weg naar de tuin van onze naaste buurvrouw door een gat in de afsluiting waar mijn vrouw en ik nog nooit van hadden gehoord. Er volgde een verwarrend-snelle afwisseling tussen wolken en gras - blijkbaar was hij plots aan het rennen - abrupt gevolgd door een snel vibrerend beeld waar geen normaal mens iets zinnigs van kon maken.
‘Geweldig,’ stelde ik zuur vast, ‘nu heeft hij ook nog eens die GoPro gesloopt!’
Mijn vrouw boog zich nader naar het scherm, haar ogen vernauwend tot dunne spleetjes.
‘Hij heeft helemaal niks gesloopt,’ concludeerde ze plots. ‘Hij zit op Finesse!’
Finesse was de witte airedale terriër van buurvrouw Wilma, vijfentachtig alweer - Wilma, niet Finesse - en weduwe sinds mensenheugnis. Wilma had Finesse in huis gehaald twee maanden na de dood van haar man en die vervanging was haar blijkbaar uitstekend bevallen, want ze was ongelooflijk dol op dat beest.
‘God,’ zei ik paniekerig toen ik zag dat mijn vrouw gelijk had, ‘hij trekt haar nog helemaal aan stukken zo! Hoe oud is Finesse? Elf?’
‘Bijna twaalf, geloof ik,’ antwoordde mijn vrouw terwijl ze gefascineerd naar het scherm bleef staren, ‘maar dat zou je haar niet nageven, wel?’
‘Onze hond is toch gecastreerd?’
‘Dat zegt kennelijk niets over driften in zijn geval. En jij bent toch ook geknipt?’
‘Er is een groot verschil tussen een vasectomie en een castratie.’
‘Blijkbaar niet,’ zei mijn vrouw, ‘toch niet als je hem zo bezig ziet. Ik denk dat je morgen maar beter de tuinafsluiting eens kan nalopen.’
Ik draaide me om naar onze hond, die lui onder het salontafeltje lag te soezen. Bedrieglijk lui, zo bleek nu wel.
‘Hoe lang is dat spelletje al bezig?’ vroeg ik hem streng. ‘En dan nog wel met een vrouw die omgerekend naar de tachtig loopt, jij viezerik!’ 


Twee dagen later liep ik buurvrouw Wilma zogezegd toevallig tegen het lijf, want die elf jaren van Finesse waren toch wat zorgelijk blijven rondspoken in mijn hoofd.
‘Dag Wilma,’ groette ik haar, ‘hoe is het met je hondje tegenwoordig? Ik heb haar al eventjes niet meer gezien of gehoord, geloof ik.’
'Heel goed,’ kraakte Wilma. ‘Tot voor een paar maanden was ze erg lusteloos. Maar ze heeft een omslag gemaakt, vind ik, de laatste tijd heeft ze weer wat meer pit gekregen. En hoe gaat het met die van jullie?’
‘Ach, je kent hem. Ligt altijd ergens aan de kant, weg van alle drukte, zonder veel fut.’
‘Ja,’ knikte Wilma, ‘hij is wel een beetje een luie donder, dat beest van jullie, niet? Honden hebben vaak veel weg van hun baasjes, moet je weten. Je zou samen met hem eens wat dingen moeten gaan doen, je weet wel, wat sportieve activiteiten - dingen die jullie allebei leuk vinden.’

Reacties op: GoPro (1)

Gesponsorde boeken